Door Antje Gerstein, lid van de groep Werkgevers van het EESC

Op 23 februari heeft de Europese Commissie haar voorstel voor een richtlijn betreffende passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid bekendgemaakt, waarin een verplicht kader wordt vastgesteld voor bedrijven om nadelige gevolgen voor het milieu en de mensenrechten in hun eigen organisatie - en hun hele waardeketen - in kaart te brengen en daartegen op te treden.

Helaas zal het voorstel in zijn huidige vorm niet de nagestreefde resultaten opleveren. Het is van belang erop te wijzen dat de Raad voor regelgevingstoetsing van de Commissie (RSB) op ernstige tekortkomingen in de effectbeoordeling heeft gewezen. Zo is de beschrijving van het probleem vaag en moet het verslag beter worden afgestemd op andere initiatieven.

De medewetgevers moeten afstappen van bepalingen die alleen maar verplichtingen opleggen en veeleer kiezen voor een meer procesgerichte aanpak die gebaseerd is op betrokkenheid en het opbouwen van vertrouwen. Dit houdt in dat van bedrijven mag worden verwacht dat zij bij de uitwerking van hun zorgvuldigheidsprocessen inzake mensenrechten uitgaan van de risico’s en een en ander afstemmen op hun potentiële en werkelijke impact.

Aangezien bedrijven rechtszekerheid nodig hebben en aansprakelijkheidsrisico’s tot een minimum moeten beperken, kunnen zij zich genoodzaakt voelen hun toeleveringsketens in te korten en zich terug te trekken uit regio’s waar de mensenrechtensituatie problematisch kan zijn. Dit zou ernstige gevolgen kunnen hebben, aangezien de wereldhandel zou worden geschaad en veel werknemers in ontwikkelingslanden en opkomende economieën hun baan zouden verliezen.

Zowel het advies van de RSB als het EESC-advies over “Duurzame corporate governance” (INT/973) benadrukken de behoefte aan samenhang in de regelgeving en het beleid. De leidende beginselen voor het bedrijfsleven en de mensenrechten van de VN (UNGP’s) en de OESO-richtsnoeren vormen de maatstaf die de plichten en verantwoordelijkheden van alle actoren duidelijk omschrijven en wij moeten ons daaraan houden.

Het Europees Parlement en de Raad van de EU moeten kiezen: willen zij een constructieve, op partnerschap gebaseerde, toekomstbestendige, resultaatgerichte en op de realiteit gerichte aanpak van duurzame wereldwijde bevoorradingsketens tot stand brengen? Willen zij ervoor zorgen dat parallelle productgerelateerde initiatieven beter op elkaar worden afgestemd? Zo ja, dan is er nog veel werk aan de winkel. Wij kunnen de medewetgevers verzekeren dat de werkgevers vastbesloten zijn hun deel bij te dragen voor een geslaagd resultaat. Deze richtlijn heeft betrekking op de kernactiviteiten van onze leden. We hebben geen andere keuze dan het goed te doen.


Lees de volledige tekst in de nieuwsbrief van de groep Werkgevers: https://europa.eu/!vYX7Wq