Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft er bij de EU en de lidstaten op aangedrongen om de arbeidsvoorwaarden in de platformeconomie te verduidelijken, omdat het door het ontbreken van standaarddefinities van de status van zowel werknemers als werkgevers vaak lastig is om de arbeidswetgeving en tal van arbeidsbeschermingsrechten toe te passen.

Er moet vooral duidelijkheid komen over de vraag of platforms moeten worden gedefinieerd als “werkgevers” of als “bemiddelaars tussen vraag en aanbod”. Dat laatste is nu vaak het geval waardoor platformwerkers worden beschouwd als “zelfstandigen” in plaats van “werknemers”. Ze kunnen dan geen aanspraak maken op veel wettelijke en sociale beschermingsregelingen, zoals die inzake gezondheid en veiligheid op het werk en arbeidsbescherming, waarvan het belang juist tijdens de huidige pandemie duidelijk is gebleken.

Om te bepalen of een platformwerker werknemer of zelfstandige is, zouden de EU en de lidstaten volgens het EESC het concept van economische afhankelijkheid en ondergeschiktheid moeten hanteren. Het EESC vindt ook dat de EU en de lidstaten grondig zouden moeten overwegen om uit te gaan van het beginsel dat een platformwerker wordt beschouwd als werknemer totdat het tegendeel is bewezen. Maar echte zelfstandigen zouden, als zij dat willen, die status moeten kunnen behouden.

Als voordelen van de platformeconomie noemt het EESC de flexibiliteit en autonomie van de platformwerkers, de extra inkomsten die zij met hun werk kunnen genereren alsmede de grotere mogelijkheden voor kwetsbare personen om aan de slag te gaan. Toch waarschuwt het ook voor de niet te onderschatten risico’s van platformwerk.

Behalve dat platformwerkers het gevaar lopen dat hen basisrechten worden ontzegd, waaronder het recht om zich te organiseren en collectief te onderhandelen, zijn er ook risico’s voor de samenleving als geheel door de toegenomen dreiging van concurrentie op basis van ondermijning van sociale normen. Dit heeft ook schadelijke gevolgen voor werkgevers, die onder een onhoudbare concurrentiedruk komen te staan, en voor de lidstaten, die belastinginkomsten en socialezekerheidsbijdragen mislopen.

Het EESC heeft zijn standpunten hierover uiteengezet in het advies Fatsoenlijk werk in de platformeconomie, dat het op verzoek van het Duitse EU-voorzitterschap heeft opgesteld en tijdens de septemberzitting heeft goedgekeurd. Rapporteur voor dit advies was het Portugese lid Carlos Manuel Trindade. (ll)