European Economic
and Social Committee
Breadcrumb
- Home
- Current: Vrijheid van meningsuiting is een recht dat we moeten koesteren en verdedigen
Vrijheid van meningsuiting is een recht dat we moeten koesteren en verdedigen
Vrijheid van meningsuiting is een recht dat we moeten koesteren en verdedigen
Geweld lijkt steeds meer de belangrijkste brandstof voor sociale netwerken te zijn. Dit fenomeen kan leiden tot verbaal of fysiek geweld tegen elke autoriteit, van welke politieke, politionele, institutionele of particuliere aard dan ook. Het lijkt wel alsof op sociale netwerken alles kan worden gezegd en alles kan worden verdedigd, zowel de waarheid als de leugen. Iemand kan bijvoorbeeld van mening zijn dat zijn persoonlijke ontevredenheid legitiem is en zo ver gaan dat hij het staatshoofd in Frankrijk een klap geeft.
Waar moet volgens u, als voorzitter van de ad-hocgroep Grondrechten en de rechtsstaat, in deze context de grens worden getrokken met betrekking tot de grondrechten en de individuele vrijheden, met name de vrijheid van meningsuiting?
Cristian Pirvulescu: De vrijheid van meningsuiting neemt een centrale plaats in in onze democratische samenlevingen. Zonder dit grondrecht kan er geen sprake zijn van democratie. Het is overigens ironisch om vast te stellen dat (bijna) iedereen deze vrijheid opeist, ook degenen wie het niet altijd gaat om de verdediging van de democratie en de mensenrechten voor allen.
Vrijheid van meningsuiting is echter een recht dat vaak verkeerd wordt begrepen. Volgens velen is dit een absoluut recht is en zij gebruiken dit argument om elk mogelijk misbruik te rechtvaardigen. Taalgebruik dat over de schreef gaat, effent soms het pad voor onaanvaardbaar reëel geweld. Hiervan waren we getuige bij enkele van de recente tragische gebeurtenissen die de regulering van sociale netwerken in het middelpunt van de discussie hebben geplaatst.
Wettelijk gezien zijn de overheidsinstanties verantwoordelijk voor de toepassing van rechten. Zij kunnen de vrijheid van meningsuiting beperken, maar alleen in zeer uitzonderlijke gevallen en binnen bepaalde grenzen; deze maatregelen moeten in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld met het oog op de nationale veiligheid, misdaadpreventie, bescherming van de gezondheid, enz. In een rechtsstaat is het aan de rechter om geschillen te beslechten en grenzen af te bakenen. Noch de uitvoerende macht, noch individuen of groepen mogen het recht in eigen hand nemen!
Het is trouwens een klassieke verleiding voor leiders om te proberen de vrijheid van meningsuiting te beperken om zo de eisen en protesten van het volk te beteugelen. Maar ouderwetse censuur is in tijden van sociale media niet meer mogelijk. We zien dus een verschuiving van de kwestie naar de tegenhanger van de vrijheid van meningsuiting: het recht op informatie. Het is tegenwoordig erg moeilijk om onderscheid te maken tussen informatie die gebaseerd is op echte feiten en desinformatie die voor verschillende doeleinden wordt verspreid.
Buiten kijf staat dat voorstanders van een op waarheid gebaseerde aanpak, onderzoeksjournalisten, verdedigers van de mensenrechten bijvoorbeeld, in de frontlinie staan. Als hun werk bepaalde leiders of groepen niet zint, is het nu gemakkelijker hen online te belasteren, hen in de media en op sociale netwerken af te schilderen als staatsvijanden of agenten van vreemde landen, dan hen te censureren. Eén voorbeeld dat me direct te binnenschiet, is dat van de journaliste Daphne Caruana Galizia. Voordat zij werd vermoord, was zij verwikkeld in tientallen kwaadwillige gerechtelijke procedures (de beruchte „poursuites-baillon” in het Frans of „SLAPP” in het Engels). Niet in staat haar het zwijgen op te leggen, besloten sommigen haar te doden! De opleving van geweld tegen journalisten in Europa maakt eens te meer duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting een recht is dat wij in dit nieuwe tijdperk vastbesloten moeten koesteren en verdedigen.