Brussel, 24 januari 2024

Aan:

H.Exc. Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie

H.Exc. Roberta Metsola, voorzitter van het Europees Parlement

Z.Exc. Willem van de Voorde, permanente vertegenwoordiger van België bij de Europese Unie

Open brief van de EESC-groep Maatschappelijke organisaties en Civil Society Europe: Europese instellingen moeten het maatschappelijk middenveld erkennen, ondersteunen en betrekken bij een gestructureerde dialoog met de burger

Geachte mevrouw Von der Leyen,

Geachte mevrouw Metsola,

Geachte heer van de Voorde,

De ondertekenaars van deze brief roepen de Europese instellingen op om met concrete maatregelen uitvoering te geven aan de Verdragsbepalingen op grond waarvan op alle beleidsterreinen een open, transparante en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld moet worden gevoerd. De ondertekenaars roepen de EU-instellingen op om: 1) een interinstitutionele overeenkomst over burgerdialoog te initiëren, 2) binnen elke instelling leidinggevenden aan te stellen die belast zijn met de betrekkingen met het maatschappelijk middenveld en 3) samenwerking tussen burger- en sociale actoren aan te moedigen en te bevorderen.

In het licht van de democratische beginselen van de EU die in de Verdragen zijn verankerd, worden de EU-instellingen krachtens artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie geacht een open, transparante en regelmatige dialoog te onderhouden met representatieve organisaties en het maatschappelijk middenveld. Ondanks deze wettelijke bepalingen voeren de EU-instellingen nog altijd een fragmentarische en ongestructureerde civiele dialoog. De civiele dialoog heeft maar al te vaak een zuiver ad-hockarakter en varieert sterk in kwantiteit en kwaliteit, afhankelijk van het beleidsterrein, de Europese instelling of de lidstaat.

Beleidsmakers werden weer eens opmerkzaam gemaakt op de waarde van de civiele dialoog toen het belang hiervan werd erkend door de plenaire vergadering van de Conferentie over de toekomst van Europa, die bestond uit leden van het publiek, vertegenwoordigers van de EU-instellingen en adviesorganen, gekozen vertegenwoordigers op nationaal, regionaal en lokaal niveau en het maatschappelijk middenveld. In het eindverslag van de conferentie, dat in mei 2022 werd gepubliceerd, werd ertoe opgeroepen om "... de werkwijze van de Europese Unie te hervormen door de sociale partners en het maatschappelijk middenveld er meer bij te betrekken; de bestaande structuren te versterken om beter tegemoet te komen aan de behoeften en verwachtingen van de EU-burgers in het besluitvormingsproces...” (voorstel 39, in het hoofdstuk over Europese democratie).
U zult zich ook voorstel 36 herinneren, dat tot doel heeft “de burgerparticipatie en de betrokkenheid van jongeren te vergroten”, onder meer door “het versterken van de samenwerking tussen EU-wetgevers en maatschappelijke organisaties om gebruik te maken van de verbinding tussen besluitvormers en burgers die maatschappelijke organisaties vormen”.

De ondertekenaars van deze brief dringen er hierbij op aan dat met een ambitieuze aanpak gevolg wordt gegeven aan deze aanbevelingen. Zij zijn er vast van overtuigd dat een meer gestructureerde aanpak op EU-niveau nodig zal zijn om volledig gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die zich aandienen wanneer maatschappelijke organisaties bij de beleidsvorming worden betrokken. [1]

Daarom roepen zij de Europese instellingen gezamenlijk op om:

  1. een interinstitutioneel akkoord over de civiele dialoog te initiëren[2] dat zorgt voor structuur, regelmaat, transparantie en inclusiviteit voor deze dialoog in de EU- en nationale beleidsvorming, als onderdeel van de volledige uitvoering van artikel 11, lid 1, en 2[3] van het Verdrag betreffende de Europese Unie[4].
  1. in dit verband in elk directoraat‑generaal van de Europese Commissie een post voor een “coördinator voor het maatschappelijk middenveld” in te voeren, naar analogie van de voorgestelde “coördinatoren voor de sociale dialoog”. Verder moeten de EU-instellingen posten invoeren voor leidinggevenden die belast worden met de betrekkingen met het maatschappelijk middenveld. Een vicevoorzitter van de Europese Commissie zou de dialoog met het maatschappelijk middenveld op zich moeten nemen en de rol van de vicevoorzitter van het Europees Parlement die verantwoordelijk is voor de contacten met het maatschappelijk middenveld moet worden versterkt. Het secretariaat-generaal van de Raad en, op nationaal niveau, de bureaus van het Europees Parlement en de Commissie moeten ook een regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld aangaan. Als maatschappelijke organisaties via rechtstreekse kanalen de mogelijkheid krijgen om aan de beleidsvorming van de EU deel te nemen, kan dat leiden tot gerichtere en doeltreffendere beleidsmaatregelen op alle gebieden en voor alle sociaaleconomische kwesties.
  1. De ondertekenaars eerbiedigen ten volle de voorrechten van de sociale partners op het gebied van sociale dialoog, tripartiete onderhandelingen en collectieve onderhandelingen. Wel beschikken belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld over uitgebreide kennis, deskundigheid en netwerken in gemeenschappen en samenlevingen, en daarom zijn de ondertekenaars van mening dat er waar nodig naar hen geluisterd moet worden. Efficiënte en verantwoordelijke maatschappelijke organisaties kunnen namelijk samenwerken met regeringen en werkgevers- en werknemersorganisaties om rechten op het werk te bevorderen, de werkgelegenheid te stimuleren, werk te maken van de ecologische en digitale transitie en de sociale bescherming te versterken.

De Europese instellingen beschikken over alle nodige instrumenten om zich in de aanloop naar de Europese verkiezingen in 2024 in te zetten voor en aanzienlijke vooruitgang te boeken met deze voorstellen. Een eerste stap in deze richting zou een mededeling van de Europese Commissie kunnen zijn over het versterken van de civiele dialoog op EU-niveau en een voorstel voor een aanbeveling ter bevordering van de civiele dialoog in de lidstaten, vergelijkbaar met het initiatief ter versterking van de sociale dialoog[5], en als follow-up van het jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten[6]. Daarmee zou ook gehoor worden gegeven aan de oproep tot een strategie voor het maatschappelijk middenveld.[7]

De ondertekenaars van deze brief staan klaar om samen met de instellingen de belangrijkste bouwstenen en vereisten in kaart te brengen die nodig zijn om deze voorstellen in de praktijk te brengen.

Hoogachtend,

Europese netwerken

Nationale organisaties

Leden van de groep Maatschappelijke Organisaties van het EESC

Bijlage: gedetailleerde lijst van ondertekenaars (in het Engels)

[1]            De oproep om deze brief te ondertekenen liep van september tot november 2023.

[2]            Het EESC (SOC/672) en maatschappelijke organisaties (zie het manifest van het maatschappelijk middenveld voor de EU-verkiezingen van 2024: For better civic space and civil dialogue) dringen hier op aan.

[3]            Verdrag betreffende de Europese Unie, art. 11.

[4]            Het EESC heeft herhaaldelijk aangedrongen op de tenuitvoerlegging van art. 11 VEU. Zie: de EESC-resolutie Verenigd voor de democratie, aangenomen tijdens de EESC-zitting van maart 2023; de conclusies en aanbevelingen van de conferentie van de EESC-groep Maatschappelijke organisaties Maatschappelijke organisaties die de Europese democratie verdedigen en versterken op 30 maart 2023; EESC-adviezen SOC/605, SOC/639 en SOC/672.

[5]  “Commissie presenteert concrete maatregelen om betrokkenheid van de sociale partners op nationaal en EU-niveau te versterken”, https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_23_290

[6]            Jaarverslag van de Europese Commissie over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten, getiteld: Een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld ter eerbiediging van de grondrechten in de EU.

[7]            EESC-advies SOC/672 en het eindverslag van de COFOE (voorstel 36 (8.)).

Downloads

Open Letter and Annex: Detailed list of signatories