Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers in het Europees Economisch en Sociaal Comité

Met de ervaring van de afgelopen twee decennia en zeven uitbreidingsgolven sinds het begin van het Europese project zou het waarschijnlijk gepast zijn om de "big bang"-uitbreiding van 2004 te vieren met feiten en cijfers om emotionele debatten in de aanloop naar de EU-verkiezingen in juni te verdrijven.

Door de ondertussen drie jaar durende oorlog in Oekraïne staat de uitbreiding nu bovenaan de Europese geopolitieke agenda. De status van kandidaat-lidstaat, die snel werd toegekend aan Oekraïne, Moldavië, Bosnië en Herzegovina en Georgië, en de toetredingsonderhandelingen die eindelijk met Noord-Macedonië en Albanië zijn begonnen, zijn positieve doorbraken in een beleid dat al jaren stagneert.

Om ervoor te zorgen dat dit nieuwe momentum op koers blijft, moeten we enkele argumenten op een rijtje zetten.

Uiteraard zijn democratisering en de rechtsstaat onwrikbare beginselen, evenals de op verdienste gebaseerde benadering van het uitbreidingsproces, die geen kortere wegen toestaat. Maar uiteindelijk moeten mensen geloven in de potentiële economische voordelen en welvaart voor de volgende generatie Europeanen.

Als het verleden een indicatie voor de toekomst biedt, kunnen we met zekerheid zeggen dat de argumenten voor een nieuwe uitbreiding buiten kijf staan. De handel tussen de oude en de nieuwe lidstaten is in de periode 1994-2004, tijdens het officiële pretoetredingsproces, bijna verdrievoudigd en tussen de nieuwe lidstaten onderling vervijfvoudigd. De toenmalige EU-15 groeide vanaf het begin van het toetredingsproces tot 2008 met gemiddeld 4 % per jaar, waarbij de toetreding goed was voor de helft van deze groei en tussen 2002 en 2008 drie miljoen nieuwe banen opleverde.

COVID-19 en de oorlog in Oekraïne hebben aangetoond dat de EU haar economische veerkracht moet heroverwegen, met name gezien de groene en de digitale transitie. REPowerEU voorziet in een uitbreiding van de Europese productie van hernieuwbare energie. Volgens de verordening voor een nettonulindustrie en de verordening kritieke grondstoffen moet 40 % van de groene en grondstoffenwaardeketens naar de EU worden verlegd. Kandidaat-lidstaten van de EU, met name Oekraïne, kunnen een belangrijke rol spelen en voor meer economische veiligheid zorgen.

Wat natuurlijke hulpbronnen betreft, heeft Oekraïne, na Noorwegen, de grootste gasreserves in Europa. Het land produceert ook enkele van de grootste hoeveelheden waterkracht in Europa en zou zijn productie kunnen verhogen, samen met andere groene energiebronnen zoals wind, zon en biomassa. Oekraïne is ook een belangrijke exporteur van metalen en beschikt over lithium en zeldzame aardmetalen, die van cruciaal belang zijn voor de groene en digitale industrie.

Tegelijkertijd is de Oekraïense landbouwindustrie een van de grootste ter wereld. De integratie ervan in de eengemaakte markt zou de voedselzekerheid van de EU aanzienlijk vergroten.

De voordelen voor de landen van de Westelijke Balkan van een grotere deelname aan de eengemaakte markt zijn ook glashelder. Ter indicatie: het bbp van Kroatië is sinds zijn toetreding tot de EU in 2013 gestaag gestegen, tot uiting komend in een hoger inkomen voor zijn burgers, met een gemiddelde stijging van het bbp per hoofd van de bevolking van 67 % (van 10 440 EUR in 2013 tot meer dan 17 240 EUR).

De weg naar EU-lidmaatschap voor maximaal negen nieuwe landen zal gecompliceerd zijn, maar er is geen alternatief: als de EU een wereldmacht wil zijn, moet zij eerst een lokale macht zijn.