U bent de rapporteur voor het advies over “Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027”. Wat zijn de voorstellen van het EESC in zijn advies, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

Stoyan Tchoukanov: Het GLB heeft de Europese Unie in staat gesteld om een stabiele voedselvoorziening van hoge en steeds toenemende kwaliteit voor haar groeiende bevolking te waarborgen en tegelijkertijd een model van familiebedrijven in stand te houden. In de afgelopen 65 jaar is het GLB geëvolueerd, maar er is nog steeds veel kritiek op de drie dimensies van duurzaamheid in het nieuwe GLB, dat in 2021 van kracht werd.

Nu we voor nieuwe uitdagingen staan, hebben we meer dan ooit behoefte aan een stabiel beleidskader voor de lange termijn dat gericht is op duurzame voedselproductie en open strategische autonomie voor de Europese Unie. Tegelijkertijd moet dit kader de diversiteit van landbouwvormen in de EU beschermen, tegemoetkomen aan maatschappelijke en ecologische behoeften (“overheidsgeld voor collectieve goederen”), en de plattelandsontwikkeling waarborgen.

Het milieu- en klimaatbeleid moet niet worden gezien als een last bij het te boven komen van de huidige crisis, maar als onderdeel van langetermijnoplossingen en van richtsnoeren voor besluitvorming in de toekomst. Bij de meest recente hervorming van het GLB is het beginsel aangescherpt dat elke gesteunde hectare in ruil daarvoor milieudiensten moet leveren aan de samenleving.

Uniforme financiering per hectare doet echter geen recht aan de ecologische realiteit of eerlijke steun vanuit sociaal oogpunt. Volgens ons moet dit beginsel in het volgende GLB worden versterkt en moeten er nog hogere sociale en milieueisen worden gesteld, die adequaat moeten worden beloond en tegen oneerlijke concurrentie moeten worden beschermd.

Daarom moeten oppervlaktegebonden betalingen worden herbestemd voor stimulansen, in plaats van compensaties voor begunstigde diensten, met een redelijke overgangsperiode die verder kan gaan dan het toepassingsgebied van één meerjarig financieel kader (MFK).

Kleine familiebedrijven moeten kunnen kiezen voor het behoud van inkomenssteun op basis van oppervlaktebetalingen en arbeidseenheden op het landbouwbedrijf, waarbij de lidstaten de criteria in de strategische plannen moeten vaststellen. Om de verdere daling van het aantal landbouwbedrijven in de EU als gevolg van te weinig generatievernieuwing tot staan te brengen, moeten maatregelen worden genomen inzake verhoging van de gemiddelde verdiensten uit de landbouw, de toegang tot land (via investeringssubsidies, preferentiële kredieten, nationale wetgeving inzake de overdracht van grond), gunstige investeringsvoorwaarden in het kader van de tweede pijler (extra particulier geld), bijscholing (van landbouwers, werknemers in de landbouw en adviseurs), empowerment van vrouwen, goede arbeidsomstandigheden, verbetering van de langetermijnvooruitzichten voor landbouwers (pensioenen enz.) en de algemene aantrekkelijkheid van plattelandsgebieden.

Het GLB moet ertoe bijdragen de vraag van consumenten in de EU naar gezondere en duurzamere voeding (biologisch, seizoensgebonden, lokale producten) te bevorderen, voedselverspilling tegen te gaan en de voedselmarkten te reguleren om de financialisering van de voedselsector aan te pakken die tot ernstige speculatie leidt, aangezien er enorme winsten worden gemaakt terwijl de Europeanen worstelen met de stijgende voedselprijzen. Stijgingen van energieprijzen en risico’s op verstoring van de levering van energie en meststoffen maken deel uit van de nieuwe realiteit, en er moet worden overwogen om anticyclische componenten in het GLB op te nemen en te voorzien in investeringssteunregelingen die gericht zijn op het verbeteren van de productie en distributie van hernieuwbare energie op landbouwbedrijfs- en lokaal niveau in plattelandsgebieden.

In het advies wordt voorgesteld dat de Commissie overweegt om in de GLB-instrumenten na 2027 sterker in te zetten op (in de afzonderlijke lidstaten vrijwillige) publiek-private verzekeringsregelingen, om de gevolgen van extreme klimaatomstandigheden op te vangen. Met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 en de toekomstige uitbreiding van de EU ziet het EESC dit advies als een kans om een aantal overwegingen/richtsnoeren/voorstellen vanuit het maatschappelijk middenveld te formuleren over de toekomstige vorm en koers van het GLB na 2027, met het oog op het bereiken van een autonome en duurzame voedselproductie binnen een holistischer en alomvattender voedselbeleid. Het doel is om bij te dragen aan het voorstel van de Commissie voor het volgende GLB door de behoeften van maatschappelijke organisaties en de verwachtingen van de samenleving onder de aandacht te brengen.