Skip to main content
Newsletter Info

EESC info

European Economic and Social Committee A bridge between Europe and organised civil society

januari 2024 | NL

GENERATE NEWSLETTER PDF

Beschikbare talen:

  • BG
  • CS
  • DA
  • DE
  • EL
  • EN
  • ES
  • ET
  • FI
  • FR
  • HR
  • HU
  • IT
  • LT
  • LV
  • MT
  • NL
  • PL
  • PT
  • RO
  • SK
  • SL
  • SV
Hoofdartikel

Verandering omarmen en langs uitdagingen navigeren in 2024

Beste lezers,

2024 wordt een jaar van verandering, niet alleen in Europa, maar in de hele wereld. Terwijl wij ons voorbereiden op de grootste democratische exercitie van dit continent, de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni, worden er in meer dan 50 landen ter wereld nationale of presidentsverkiezingen gehouden, inclusief in de Verenigde Staten. De politieke krachtverhoudingen zullen veranderen en er zullen nieuwe koersen worden uitgezet.

Read more in all languages

Beste lezers,

2024 wordt een jaar van verandering, niet alleen in Europa, maar in de hele wereld. Terwijl wij ons voorbereiden op de grootste democratische exercitie van dit continent, de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni, worden er in meer dan 50 landen ter wereld nationale of presidentsverkiezingen gehouden, inclusief in de Verenigde Staten. De politieke krachtverhoudingen zullen veranderen en er zullen nieuwe koersen worden uitgezet.

In het geval van de EU zullen de verkiezingen voor het Europees Parlement de lakmoesproef worden voor het vertrouwen van de burger. We hebben de afgelopen jaren voor ongekende uitdagingen gestaan en het is nu aan de Europese burgers om te vertellen of de EU het er goed vanaf gebracht heeft. Aangezien de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting bovenaan het prioriteitenlijstje van de EU-burgers staat, verwacht ik niet dat onze Unie vanaf nu in rustig vaarwater terechtkomt. Inflatie, werkzekerheid en een algemeen gebrek aan economische stabiliteit zijn een vruchtbare voedingsbodem voor angst en spelen een populistisch en extremistisch narratief in de kaart.

De EU kan deze trend stoppen, maar dat is geen gemakkelijke taak. We moeten in gesprek gaan met de kiezers, die de kans moeten krijgen om hun verhaal te doen en hun stem te laten horen. Wat dit betreft kan ik u met trots melden dat het EESC voor het eerst in zijn geschiedenis een Week van het Maatschappelijk Middenveld organiseert (4-8 maart), waarin burgers uit heel Europa, jong en oud, samenkomen om met elkaar van gedachten te wisselen en een boodschap mee te geven aan de volgende generatie Europese leiders die straks de nieuwe Commissie en het nieuwe Parlement gaan vormen.

De Europese Unie zal ook langs nieuwe uitdagingen moeten navigeren. Met het recente historische besluit van de Europese Raad van december om toetredingsonderhandelingen met Oekraïne en Moldavië te beginnen en Georgië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen, werd een cruciale stap in het uitbreidingsproces gezet. De bal ligt nu bij de kandidaten, die de nodige hervormingen moeten doorvoeren. Maar ook de EU-leiders moeten aan de bak: zij hebben immers toegezegd zich te zullen buigen over interne hervormingen, waarvan de conclusies in de zomer van 2024 worden verwacht. Het EESC loopt voor de troepen uit door alvast “leden uit kandidaat-lidstaten” in zijn midden te verwelkomen, die een bijdrage zullen leveren aan het opstellen van onze adviezen en zullen deelnemen aan zittingen. We zijn momenteel bezig met het selecteren van de nieuwe leden die zich na een oproep kandidaat hebben gesteld. Zij zullen tijdens de EESC-zitting van volgende maand worden geïnstalleerd.

Dit alles zal plaatsvinden onder het toeziend oog van het Belgisch voorzitterschap van de EU, dat belast is met de afronding van de wetgevingsdossiers en de voorbereiding van de Europese verkiezingen. Wie nog geen kennis heeft genomen van de prioriteiten van het Belgisch voorzitterschap, raad ik aan om onze zitting van januari te volgen.

Aan het begin van onze reis door 2024 is het belangrijk om in gedachten te houden dat verandering geen obstakel is, maar juist een gelegenheid om te groeien. Het is een kans om de kaarten opnieuw te schudden en Europa weer sterker en hechter te maken.

Oliver Röpke

Voorzitter van het EESC

Voor in uw agenda

14-15 februari 2024

EESC-zitting

4-7 maart 2024

Week van het maatschappelijk middenveld

Meteen ter zake!

In de rubriek “Meteen ter zake!” licht Sandra Parthie, EESC-lid en voorzitter van de afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie, de belangrijkste voorstellen toe uit het advies “Nieuwe Europese strategie voor de interne markt”, dat op de agenda van de januarizitting staat en waarvoor zij de rapporteur was.

Read more in all languages

In de rubriek “Meteen ter zake!” licht Sandra Parthie, EESC-lid en voorzitter van de afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie, de belangrijkste voorstellen toe uit het advies “Nieuwe Europese strategie voor de interne markt”, dat op de agenda van de januarizitting staat en waarvoor zij de rapporteur was.

Sandra Parthie: Nieuwe Europese strategie voor de interne markt

Sinds het ontstaan van het idee van een interne Europese markt in de jaren tachtig, de concipiëring en de lancering ervan begin jaren negentig hebben zich op het Europese continent en daarbuiten tal van historische veranderingen voltrokken. Zo is de Europese Unie qua omvang en aantal lidstaten meer dan verdubbeld en heeft zij te maken gekregen met crises, conflicten en natuurlijke, economische, sociale en technologische uitdagingen.

Read more in all languages

Sinds het ontstaan van het idee van een interne Europese markt in de jaren tachtig, de concipiëring en de lancering ervan begin jaren negentig hebben zich op het Europese continent en daarbuiten tal van historische veranderingen voltrokken. Zo is de Europese Unie qua omvang en aantal lidstaten meer dan verdubbeld en heeft zij te maken gekregen met crises, conflicten en natuurlijke, economische, sociale en technologische uitdagingen.

Ook de geopolitieke situatie is sindsdien drastisch veranderd, met de opkomst van een nieuwe supermacht in Azië, die op verschillende niveaus een systemische rivaal van de EU is geworden. In de loop der jaren zijn de beginselen van de interne markt, d.w.z. het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeid, een troef gebleken voor de economische prestaties van de EU. Toch is de interne markt nog verre van perfect.

Er zijn soms hiaten in de uitvoering van de gezamenlijk overeengekomen regels, de administratieve vereisten hebben zich vermenigvuldigd en de capaciteit voor markttoezicht is helaas beperkt. Bovendien is de interne markt onderhevig aan tegenstrijdige doelstellingen. Subsidieverzoeken van de industrie en van andere spelers op nationaal niveau botsen met pleidooien om staatssteun te beperken en een gelijk speelveld in alle lidstaten te handhaven. De vereiste van lokaal produceren om waardecreatie en werkgelegenheid in Europa te houden, staat op gespannen voet met de roep om toegang tot open markten teneinde kostenconcurrerend te blijven ten opzichte van mondiale concurrenten en teneinde consumenten te kunnen voorzien van betaalbare producten. En dan is er nog het spanningsveld tussen het waarborgen van de toegang tot onmisbare grondstoffen voor de productie van goederen (variërend van voertuigen, windturbines en zonnepanelen tot keuken- en tuinapparatuur) en de manier waarop deze grondstoffen worden betrokken (zoals naleving van arbeids- en milieunormen en de omgang met concurrenten voor deze grondstoffen).

Aan de openstelling van de EU-markten en -grenzen, cruciaal in het oorspronkelijke idee van de interne markt, blijkt iets te schorten in een wereld waarin multilateraal overeengekomen internationale handelsregels niet langer worden nageleefd. Het risico bestaat zelfs dat het een zwakte van de EU wordt als er niet wordt voorzien in bepaalde waarborgen, zoals streng toezicht op de kwaliteit en veiligheid van producten die de EU-markt binnenkomen of screening van investeringen en de doelstellingen daarvan. In een wereld die zich afkeert van multilaterale, op regels gebaseerde systemen ten gunste van landen die de toegang tot grondstoffen beperken voor hun nationale belangen, werkt een economie van globalisering en wereldwijd geïntegreerde toeleveringsketens niet langer.

De interne markt, die tot nu toe op deze regels was gebaseerd, heeft daarom een nieuwe strategie nodig, gericht op verschillende aspecten: een Europees industriebeleid, een gunstig kader voor ondernemingen (waaronder kleine en middelgrote), ondernemingen van de sociale economie, overheidssteun voor het Europese project, goed georganiseerde en efficiënte diensten van algemeen belang en maatregelen om het Europees sociaal model te behouden en verder te ontwikkelen.

De voltooiing van de kapitaalmarkt van de EU is volgens het EESC van cruciaal belang voor de verdieping van de interne markt. De kapitaalmarkt moet worden gericht op het financieren van de productie, aankoop en stroom van goederen en diensten, met name door onderzoek, ontwikkeling en innovatie in het bedrijfsleven en diensten van algemeen belang te ondersteunen en door ondernemerschap aan te moedigen.

Voorts moet voorrang worden gegeven aan beleid dat een kader biedt voor innovatie door particuliere ondernemingen, dat innovatie bevordert via de toegang tot durfkapitaal, en dat het smeden van banden tussen de industrie en de wetenschappelijke sector stimuleert. Ook handhaving van het acquis moet een prioriteit zijn bij het versterken van de interne markt. Veel van de regels ervan worden helaas op nationaal niveau niet omgezet, of op zeer uiteenlopende wijze of in zeer verschillende mate toegepast. Dit vormt een ernstige en significante belemmering voor de goede werking van de interne markt.

Een vraag voor...

In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd. EESC Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

Read more in all languages

In het kader van Een vraag voor... beantwoordt EESC-lid Stoyan Tchoukanov een vraag over zijn advies dat tijdens de januarizitting ter goedkeuring wordt voorgelegd.

EESC-Info: U bent de rapporteur voor het advies over Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027. Wat stelt het Comité in zijn advies voor, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

Stoyan Tchoukanov: Welke koers voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027?

U bent de rapporteur voor het advies over “Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027”. Wat zijn de voorstellen van het EESC in zijn advies, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

Read more in all languages

U bent de rapporteur voor het advies over “Bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027”. Wat zijn de voorstellen van het EESC in zijn advies, met name wat betreft het GLB na 2027 met betrekking tot duurzame voedselproductie?

Stoyan Tchoukanov: Het GLB heeft de Europese Unie in staat gesteld om een stabiele voedselvoorziening van hoge en steeds toenemende kwaliteit voor haar groeiende bevolking te waarborgen en tegelijkertijd een model van familiebedrijven in stand te houden. In de afgelopen 65 jaar is het GLB geëvolueerd, maar er is nog steeds veel kritiek op de drie dimensies van duurzaamheid in het nieuwe GLB, dat in 2021 van kracht werd.

Nu we voor nieuwe uitdagingen staan, hebben we meer dan ooit behoefte aan een stabiel beleidskader voor de lange termijn dat gericht is op duurzame voedselproductie en open strategische autonomie voor de Europese Unie. Tegelijkertijd moet dit kader de diversiteit van landbouwvormen in de EU beschermen, tegemoetkomen aan maatschappelijke en ecologische behoeften (“overheidsgeld voor collectieve goederen”), en de plattelandsontwikkeling waarborgen.

Het milieu- en klimaatbeleid moet niet worden gezien als een last bij het te boven komen van de huidige crisis, maar als onderdeel van langetermijnoplossingen en van richtsnoeren voor besluitvorming in de toekomst. Bij de meest recente hervorming van het GLB is het beginsel aangescherpt dat elke gesteunde hectare in ruil daarvoor milieudiensten moet leveren aan de samenleving.

Uniforme financiering per hectare doet echter geen recht aan de ecologische realiteit of eerlijke steun vanuit sociaal oogpunt. Volgens ons moet dit beginsel in het volgende GLB worden versterkt en moeten er nog hogere sociale en milieueisen worden gesteld, die adequaat moeten worden beloond en tegen oneerlijke concurrentie moeten worden beschermd.

Daarom moeten oppervlaktegebonden betalingen worden herbestemd voor stimulansen, in plaats van compensaties voor begunstigde diensten, met een redelijke overgangsperiode die verder kan gaan dan het toepassingsgebied van één meerjarig financieel kader (MFK).

Kleine familiebedrijven moeten kunnen kiezen voor het behoud van inkomenssteun op basis van oppervlaktebetalingen en arbeidseenheden op het landbouwbedrijf, waarbij de lidstaten de criteria in de strategische plannen moeten vaststellen. Om de verdere daling van het aantal landbouwbedrijven in de EU als gevolg van te weinig generatievernieuwing tot staan te brengen, moeten maatregelen worden genomen inzake verhoging van de gemiddelde verdiensten uit de landbouw, de toegang tot land (via investeringssubsidies, preferentiële kredieten, nationale wetgeving inzake de overdracht van grond), gunstige investeringsvoorwaarden in het kader van de tweede pijler (extra particulier geld), bijscholing (van landbouwers, werknemers in de landbouw en adviseurs), empowerment van vrouwen, goede arbeidsomstandigheden, verbetering van de langetermijnvooruitzichten voor landbouwers (pensioenen enz.) en de algemene aantrekkelijkheid van plattelandsgebieden.

Het GLB moet ertoe bijdragen de vraag van consumenten in de EU naar gezondere en duurzamere voeding (biologisch, seizoensgebonden, lokale producten) te bevorderen, voedselverspilling tegen te gaan en de voedselmarkten te reguleren om de financialisering van de voedselsector aan te pakken die tot ernstige speculatie leidt, aangezien er enorme winsten worden gemaakt terwijl de Europeanen worstelen met de stijgende voedselprijzen. Stijgingen van energieprijzen en risico’s op verstoring van de levering van energie en meststoffen maken deel uit van de nieuwe realiteit, en er moet worden overwogen om anticyclische componenten in het GLB op te nemen en te voorzien in investeringssteunregelingen die gericht zijn op het verbeteren van de productie en distributie van hernieuwbare energie op landbouwbedrijfs- en lokaal niveau in plattelandsgebieden.

In het advies wordt voorgesteld dat de Commissie overweegt om in de GLB-instrumenten na 2027 sterker in te zetten op (in de afzonderlijke lidstaten vrijwillige) publiek-private verzekeringsregelingen, om de gevolgen van extreme klimaatomstandigheden op te vangen. Met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 en de toekomstige uitbreiding van de EU ziet het EESC dit advies als een kans om een aantal overwegingen/richtsnoeren/voorstellen vanuit het maatschappelijk middenveld te formuleren over de toekomstige vorm en koers van het GLB na 2027, met het oog op het bereiken van een autonome en duurzame voedselproductie binnen een holistischer en alomvattender voedselbeleid. Het doel is om bij te dragen aan het voorstel van de Commissie voor het volgende GLB door de behoeften van maatschappelijke organisaties en de verwachtingen van de samenleving onder de aandacht te brengen.

Tribute to Jacques Delors

Ter nagedachtenis van Jacques Delors, voormalig voorzitter van de Europese Commissie

Op 27 december jl. overleed Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie van 1985 tot 1995 en minister van Financiën in de regering van François Mitterrand van 1981 tot 1985. Sébastien Maillard, voormalig directeur en op dit moment bijzonder adviseur van het Institut Delors in Parijs, en gewezen EU-correspondent in Brussel, brengt hem een pakkend eerbetoon.

Read more in all languages

op 27 december jl. overleed Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie van 1985 tot 1995 en minister van Financiën in de regering van François Mitterrand van 1981 tot 1985.

Sébastien Maillard, voormalig directeur en op dit moment bijzonder adviseur van het Institut Delors in Parijs, en gewezen EU-correspondent in Brussel, brengt hem een pakkend eerbetoon.

Ook Lorenzo Consoli, een van Europa's bekendste journalisten, heeft voor de lezers van EESC-info een stuk over leven en werk van Jacques Delors geschreven.

Lorenzo Consoli, Italiaans journalist en Europees correspondent sinds 1991, is een van de meest ervaren specialisten op het gebied van de Europese politiek. Hij werkt voornamelijk voor het Italiaanse persbureau Askanews. Consoli was van 2006 tot 2010 voorzitter van de International Press Association (API) in Brussel en nam als gastdocent deel aan het programma Executive Master in European Journalism and Communication aan het IHECS in Brussel. (ehp)

Jacques Delors, man van collectieve actie

Jacques Delors is gestorven na zich een leven lang onvermoeibaar te hebben ingezet voor de Europese zaak, iets waarvan wij nog steeds de vruchten plukken. De interne markt, het Schengengebied, Erasmus, de euro, het Cohesiefonds: grote delen van de Europese constructie zoals wij die kennen zijn mede tot stand gebracht dankzij Jacques Delors. Aan die verwezenlijkingen ligt een ethiek van actie ten grondslag.

Read more in all languages

Jacques Delors is gestorven na zich een leven lang onvermoeibaar te hebben ingezet voor de Europese zaak, iets waarvan wij nog steeds de vruchten plukken. De interne markt, het Schengengebied, Erasmus, de euro, het Cohesiefonds: grote delen van de Europese constructie zoals wij die kennen zijn mede tot stand gebracht dankzij Jacques Delors. Aan die verwezenlijkingen ligt een ethiek van actie ten grondslag.

Jacques Delors heeft het begrip publiek engagement aanzien gegeven. Bij zijn verenigings- en vakbondsactiviteiten en later ook in zijn politieke optreden putte deze activist, zoals hij zichzelf graag nederig omschreef, vooral uit het personalistische gedachtegoed van Emmanuel Mounier. Als overtuigd maar ingetogen christen beschouwde hij elke persoon als een uniek wezen, ingebed in een netwerk van maatschappelijke relaties, die, zo wist hij, de grondslag vormen voor elke actie van enige reikwijdte.

Bezorgd over de opkomst van het individualisme was deze sociaaldemocraat pleitbezorger van betrokkenheid bij de samenleving, waar iedereen zijn steentje moet bijdragen aan het algemeen welzijn. Zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden met overleg, medezeggenschap, collegialiteit en andere vormen van collectieve actie, die hij promootte en verdedigde. Vandaar ook zijn toewijding aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, die hij mee heeft helpen oprichten. Hij had respect voor intermediaire organisaties en geloofde in een oprechte sociale dialoog en een geest van compromis.

Hiervan gaf hij ook blijk op Europees niveau en in het kader van de dialoog met religies. Delors was geen reddende figuur. Hij was een autodidact die zichzelf niet beschouwde als een selfmade man, maar als iemand die dankzij en met anderen – en door actie te ondernemen – bestaat. Het denken van Delors was steeds in beweging en voedde zich met feedback om zo steeds hoger te reiken. Delors was een man van principes en overtuigingen, geworteld in zijn geloof, maar viel nooit ten prooi aan blinde ideologie. Hij had een heldere kijk op de realiteit, doorzag situaties in een oogopslag en legde respect aan de dag voor nationale tradities, en slaagde er zo in langzaam maar zeker vooruitgang te boeken.

Bij hem ging de realiteit boven het idee: hij wist dat men het ijzer moet smeden als het heet is. Zo slaagde hij erin het idee van een eenheidsmunt weer nieuw leven in te blazen en verklaarde hij zich van meet af aan voorstander van de Duitse hereniging, die onvermijdelijk was geworden na de val van de Muur. De wereld van nu en de huidige onrust hebben maar weinig meer te maken met het Europa van Delors. Zijn verworvenheden, zoals de interne markt, moeten worden herzien en vervolledigd in het licht van de krachten die onze wereld bedreigen, maar zij blijven de grondslag voor ons handelen. De Europese leiders zouden er goed aan doen inspiratie te putten uit zijn inclusieve, heldere benadering van de realiteit, en zijn beginselvastheid in combinatie met zijn bereidheid tot compromissen, om zo samen vooruitgang te boeken.

Sébastien Maillard, speciaal adviseur en van 2017 tot 2023 directeur van het Institut Jacques Delors

Lorenzo Consoli: Jacques Delors - Successen en tegenslagen

Jacques Delors overleed op 27 december 2023. Hij zal worden herinnerd als de grootste, meest doeltreffende, meest visionaire en meest vooruitziende voorzitter van de Europese Commissie en een grondlegger van een verenigd Europa, zoals Jean Monnet en Robert Schuman dat lang voor hem waren.

Read more in all languages

Jacques Delors overleed op 27 december 2023. Hij zal worden herinnerd als de grootste, meest doeltreffende, meest visionaire en meest vooruitziende voorzitter van de Europese Commissie en een grondlegger van een verenigd Europa, zoals Jean Monnet en Robert Schuman dat lang voor hem waren.

Vóór hem was de voorzitter van de Commissie weinig meer dan een Europese bureaucraat. Hij gaf deze functie de status van een staatshoofd of regeringsleider – een status die later algemeen werd erkend. Tijdens zijn tienjarige ambtstermijn – van 1985 tot 1995 – stuwde hij het Europese integratieproces met grote vastberadenheid, mede dankzij de steun van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en de Franse president François Mitterrand. Onmiddellijk na zijn aantreden gaf hij dat proces een nieuwe impuls met als doel de gemeenschappelijke markt, gebaseerd op de douane-unie, tegen 1992 om te vormen tot een echte interne markt. Toen de interne markt nog in de kinderschoenen stond, lanceerde hij reeds zijn volgende grote project, dat van de monetaire unie, terwijl hij tegelijkertijd ijverde voor een uitbreiding van de communautaire bevoegdheden door de oprichting van de Europese Unie via het Verdrag van Maastricht.

Hij was ook de eerste die het zogenaamde “democratisch tekort” van de Europese Gemeenschap aanpakte, door meer bevoegdheden voor het Europees Parlement te bepleiten en te verkrijgen, eerst via de samenwerkingsprocedure (waarin de Europese Akte voorzag) en daarna (vanaf de hervorming van Maastricht) via de medebeslissingsprocedure, waardoor het Europees Parlement eindelijk een echte rol als medewetgever kreeg voor kwesties waarover in de Raad met gekwalificeerde meerderheid wordt besloten.

Het traject naar het strategische doel van de interne markt werd ingezet met twee documenten: het verslag over de kosten van een niet-verenigd Europa (non-Europe), waarin de economische voordelen van het wegnemen van de resterende interne regelgevingbelemmeringen werden benadrukt, en het eerste “witboek”, waarin alle wetgevende maatregelen werden opgesomd (zo’n 200) die daarvoor nodig waren.

Jacques Delors stelde van meet af aan dat het belangrijkste instrument om het project tot een goed einde te brengen de versterking van de besluitvormingsprocessen en de Europese instellingen zou zijn. Daarom stelde hij met de Europese Akte de eerste grondige hervorming van de Verdragen van Rome uit 1957 voor (waarbij de Europese Gemeenschappen – de Gemeenschappelijke Markt en Euratom – waren opgericht), waarna hij de lidstaten overtuigde om de Akte goed te keuren (1987).

Jacques Delors speelde vervolgens een leidende rol bij de hervorming van het communautaire financiële kader, met een aanzienlijke verhoging van de begroting (tot 1,20 % van het totale bbp van de lidstaten in het Delors I-pakket, 1988-1992, en 1,27 % in het Delors II-pakket, 1993-1999), en een sterke toename van de middelen voor economische en sociale samenhang, om door middel van regionaal en structureel beleid het nodige tegengewicht te bieden aan de eenmaking van de markt. Nog belangrijker was de hervorming van het communautaire begrotingskader, dat vanaf de twee Delors-pakketten een middellange termijn (zeven jaar) kreeg.

Dit voorkwam dat uitputtende onderhandelingen over de begroting tussen de lidstaten ieder jaar weer het werk van de Europese instellingen maandenlang vertraagden. Een ander essentieel element dat Delors in het Europese beleid introduceerde, is aandacht voor de sociale dimensie ervan (hij lanceerde onder meer de “sociale dialoog” tussen bedrijven, vakbonden en Europese instellingen). Zijn sociale agenda – die voorzag in de harmonisatie van instrumenten ter bescherming van werknemers in geval van crises, en waarmee werd getracht om tegengewicht te bieden aan de verplaatsing van productieactiviteiten – bleef echter onvoltooid.

Zijn bitterste tegenslag kwam er echter met het tweede witboek (over groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid), dat in 1993 als laatste grote project van zijn ambtstermijn in grootse stijl werd aangekondigd. Dit programma voor herstel en stimulering van de economie, bedoeld om de aanleg van vervoers- en telecommunicatie-infrastructuur en een reeks andere economische en sociale initiatieven te ondersteunen, moest gefinancierd worden met 20 miljard EUR per jaar, gedurende 20 jaar, dankzij een uitgifte van gemeenschappelijke schuld (8 miljard EUR per jaar), bijdragen uit de EU-begroting en leningen van de Europese Investeringsbank. In die zin ging het in wezen om een voorloper van het NextGenerationEU-herstelinstrument, dat meer dan 20 jaar later in het leven werd geroepen als reactie op de COVID-19-pandemie.

Na een aanvankelijk positieve beoordeling door de Europese Raad kreeg het voorstel later kritiek en werd het verworpen door de ministers van Financiën. Tegen het einde van het decennium van Jacques Delors vervaagde zijn glans en werd hij beschuldigd van buitensporige ambities, een jacobinistische neiging tot centralisatie en regelzucht. Toch vonden sommige van zijn ideeën alsnog hun weg naar de Europese tekentafel, bijvoorbeeld met de oprichting van trans-Europese netwerken en het SURE-programma waarmee tijdens de COVID-19-crisis regelingen inzake tijdelijke werkloosheid werden ondersteund.

Nieuws van het EESC

Het EESC viert zijn jubileum en pleit voor nog meer sociale dialoog in de EU

Het EESC is een succesverhaal, maar de Europese Unie moet zich nog meer inspannen voor de naleving van haar sociale contract en het behoud van solidariteit, een rechtvaardige economie en inclusiviteit. Dat is essentieel voor de instandhouding van de Europese waarden.

Read more in all languages

Het EESC is een succesverhaal, maar de Europese Unie moet zich nog meer inspannen voor de naleving van haar sociale contract en het behoud van solidariteit, een rechtvaardige economie en inclusiviteit. Dat is essentieel voor de instandhouding van de Europese waarden.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is opgericht bij het Verdrag van Rome (ondertekend in maart 1957) en heeft in mei 1958 zijn eerste plenaire vergadering gehouden. De ervaring die het in al die jaren heeft opgedaan en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken voor de toekomst stonden centraal tijdens de “Viering van het 65-jarig bestaan van het Europees Economisch en Sociaal Comité: Versterking van maatschappelijke organisaties, verdediging van de democratie” op 13 december 2023 in Brussel. “In 65 jaar tijd is het Comité een belangrijk platform geworden waar het maatschappelijk middenveld vrijelijk zijn standpunten over het voetlicht kan brengen en op deze manier de EU-wetgeving kan helpen verbeteren. In de veranderende geopolitieke context is de stem van een sterk en onafhankelijk maatschappelijk middenveld belangrijker dan ooit. Het is het maatschappelijk middenveld, in zijn rol als waakhond, dat ervoor zorgt dat niemand de controlemechanismen, de rechtsstaat of de fundamentele rechten en waarden aan zijn laars kan lappen — en dat dus niemand de stekker uit de democratie kan trekken”, aldus EESC-voorzitter Oliver Röpke.

De leden van het EESC vertegenwoordigen een grote verscheidenheid aan maatschappelijke organisaties in heel Europa, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties en andere belangengroepen. Het EESC is een raadgevend orgaan van de EU dat advies geeft aan de Europese Commissie, de Raad van de EU en het Europees Parlement en fungeert als brug tussen de besluitvormende EU-instellingen en de burgers. “Het EESC is 65 geworden en u dacht misschien dat het tijd was om met pensioen te gaan. Maar niets is minder waar. Het EESC is nu meer dan ooit nodig, zeker nu zoveel Europeanen het moeilijk hebben. De neiging om de georganiseerde sociale dialoog links te laten liggen moet worden onderdrukt. Andere EU-instellingen zouden juist meer en meer naar ons moeten luisteren”, aldus George Dassis, voormalig voorzitter van het EESC en voorzitter van de Vereniging van oud-leden van het EESC.

Tijdens de viering op 13 december werd onderstreept dat het EESC de afgelopen jaren een leidende rol heeft gespeeld in het debat over de Europese pijler van sociale rechten. Het EESC heeft ook actief deelgenomen aan de Conferentie over de toekomst van Europa. In de slotaanbevelingen hiervan werd expliciet verwezen naar het EESC als instrument voor het vergroten van de burgerbetrokkenheid en de transparantie van de democratie in de EU. Ook op andere terreinen heeft het EESC recentelijk een voortrekkersrol gespeeld door bijvoorbeeld als eerste te pleiten voor een echte Europese gezondheidsunie en het voortouw te nemen bij de voorstellen voor een “recht op reparatie”. Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers, onderstreepte het belang van de impact van het werk van het EESC en wees op de verbeteringen die sinds 1958 zijn aangebracht in de wetgeving: “In de afgelopen maanden hebben we verschillende mijlpalen bereikt, waaronder de concurrentievermogenstoets en een Europese Blue Deal. En we zullen ons blijven inzetten om de standpunten van de mensen die we vertegenwoordigen onder de aandacht te brengen.”

De energietransitie, de strijd tegen de klimaatcrisis en de reactie op de geopolitieke dreiging die uitgaat van Rusland zijn slechts enkele van de uitdagingen die de behoefte aan een EESC dat bijdraagt aan het bereiken van consensus over het algemeen belang, het beschermen van de waarden van Europese integratie en het verdedigen van de participatiedemocratie en van maatschappelijk organisaties, alleen maar sterker maken. “Al 65 jaar lang biedt het EESC een platform aan vakbondsvertegenwoordigers om zinvolle discussies aan te gaan met werkgevers, maatschappelijke organisaties en andere instellingen van de Europese Unie. Samenwerking is de sleutel tot het succes van het EESC. Door vertegenwoordigers van allerlei verschillende groepen in de samenleving bijeen te brengen zijn we erin geslaagd om adviezen op te stellen waarin allerlei verschillende perspectieven aan bod komen. Deze inclusiviteit zorgt ervoor dat wat wij doen steeds in overeenstemming is met de democratische beginselen", aldus Lucie Studničná, voorzitster van de groep Werknemers.

Séamus Boland, voorzitter van de groep Maatschappelijke Organisaties, vindt dat het EESC zich ten volle moet inzetten voor de Europese verkiezingen. “De EU moet een collectieve oplossing bieden voor gemeenschappelijke Europese uitdagingen. Of we daarin slagen, zal grotendeels afhangen van de resultaten van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Het EESC en zijn leden hebben de taak en de verantwoordelijkheid om via hun netwerken van maatschappelijke organisaties het gesprek aan te gaan met de burger om desinformatie, angst en gebrek aan vertrouwen de kop in te drukken. We moeten ook opnieuw pleiten voor concrete maatregelen om de dialoog met het maatschappelijk middenveld op EU-niveau op alle beleidsterreinen aan te zwengelen.”

Meer informatie over de geschiedenis van het EESC vindt u op onze website. (ab)

Isabelle Le Galo Flores nieuwe secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Op 12 december 2023 heeft het bureau van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Isabelle Le Galo Flores benoemd tot nieuwe secretaris-generaal van het EESC.

Read more in all languages

Op 12 december 2023 heeft het bureau van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Isabelle Le Galo Flores benoemd tot nieuwe secretaris-generaal van het EESC.

Mevrouw Le Galo Flores heeft een master in technische wiskunde en in communicatie, mediastudies en internationale betrekkingen. In de loop van haar carrière heeft ze verschillende managementfuncties bekleed. Zo was zij tot voor kort plaatsvervangend algemeen directeur voor Spanje bij de Daniel and Nina Carasso Foundation, waar ze zich onder andere bezighield met duurzame voedselsystemen en burgerschap door middel van kunst.

De secretaris-generaal van het EESC heeft een uitvoerende functie, verleent steun en advies aan de statutaire organen van het EESC en geeft leiding aan een secretariaat van ongeveer 700 personeelsleden. Mevrouw Le Galo Flores is op 16 januari 2024 aangetreden voor een periode van vijf jaar, als opvolger van Gianluca Brunetti, die zijn functie op 31 december 2023 heeft neergelegd. (ehp)

Het EESC dringt aan op grotere inzet van de politiek om dakloosheid uit te bannen

Bijna 900 000 mensen in de EU zijn dakloos of brengen de nacht door in een opvangcentrum. De dakloosheid is de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, en daarom roept het EESC de lidstaten en de EU op om in actie te komen.

Read more in all languages

Bijna 900 000 mensen in de EU zijn dakloos of brengen de nacht door in een opvangcentrum. De dakloosheid is de afgelopen 15 jaar ruim verdubbeld, en daarom roept het EESC de lidstaten en de EU op om in actie te komen.

Het EESC pleit voor een alomvattende EU-strategie tegen dakloosheid en voor effectief nationaal beleid dat snel uitgevoerd moet worden, zodat dakloosheid, een van de meest extreme vormen van sociale uitsluiting, in 2030 aanzienlijk zal zijn teruggedrongen.

"We dringen aan op een EU-strategie tegen dakloosheid waarbij het Europees Platform voor de bestrijding van dakloosheid (EPOCH) volledig wordt betrokken en die het mogelijk maakt dat nationaal beleid inzake dakloosheid een plaats krijgt in het Europees Semester", aldus María del Carmen Barrera Chamorro, rapporteur voor het EESC-advies over het EU-kader voor nationale strategieën ter bestrijding van dakloosheid.

De strategie moet worden ondersteund door een aanbeveling van de Raad, en het EESC roept het Belgische voorzitterschap van de Raad dan ook op om daarmee aan de slag te gaan. Het vraagt de Commissie ook om snel een voorstel uit te werken voor een nieuw meerjarig werkprogramma dat doorloopt in haar volgende mandaat en dit volledig bestrijkt.

In de aanloop naar de Europese verkiezingen, en ook daarna, zou dakloosheid volgens het EESC een prioriteit van het sociaal beleid van de EU moeten blijven. Uit strategisch oogpunt moet de focus worden verlegd van het aanpakken van dakloosheid naar het daadwerkelijk beëindigen ervan in 2030, aldus Ákos Topolánszky, corapporteur voor het advies.

Het EESC zou graag zien dat het ‘eerst een huis’-beginsel actief wordt uitgedragen als oplossing voor chronische dakloosheid. Volgens dit beginsel is een huis niet alleen een schuilplaats, maar ook een middel voor re-integratie. De aanpak voorziet in langdurige huisvesting voor daklozen, zonder dat zij daarvoor andere vormen van steun moeten accepteren of moeten laten zien dat zij zich als persoon hebben ontwikkeld.

De ‘eerst een huis’-benadering kreeg al steun in de Verklaring van Lissabon, die in 2021 werd ondertekend door alle 27 EU-lidstaten, de Europese instellingen en verschillende Europese ngo's. Deze Verklaring vormt de politieke grondslag voor EPOCH, en de ondertekenaars ervan hebben zich ertoe verbonden om op EU-niveau hun krachten te bundelen ter bestrijding van dakloosheid en ervoor te ijveren dat dit fenomeen in 2030 zal zijn uitgebannen. Het EESC merkt in zijn advies echter wel op dat er ondanks politieke maatregelen niet genoeg wordt gedaan om de dakloosheid op Europees of nationaal niveau aan te pakken.

Alleen Finland is er in de afgelopen twee decennia in geslaagd om de dakloosheid steeds verder terug te dringen. (ll)

Spaans vicepremier Nadia Calviño: Europa moet het voortouw blijven nemen

Economie en financiën, digitalisering, concurrentievermogen en bedrijfsleven, en handel. Dat zijn de vier terreinen waarop het Spaanse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vooruitgang heeft geboekt tussen juli en december 2023.

Read more in all languages

Economie en financiën, digitalisering, concurrentievermogen en bedrijfsleven, en handel. Dat zijn de vier terreinen waarop het Spaanse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vooruitgang heeft geboekt tussen juli en december 2023.

Nadia Calviño, eerste vicepremier en minister van Economie en Digitalisering van Spanje, vatte tijdens de zitting van december de conclusies van het roulerende EU-voorzitterschap samen. Ze haalde daarbij onder meer de verdieping van de economische en monetaire unie, de overeenkomst over instantbetalingen in het bankwezen, de hervorming van de elektriciteitsmarkt en de ondertekening van een geavanceerdehandelsovereenkomst met Chili aan.

Mevrouw Calviño, die naar verwachting op 1 januari 2024 het roer overneemt als voorzitter van de Europese Investeringsbank (EIB), benadrukte ook de punten die de Europese Unie binnenkort op de agenda moet zetten, vooral met het oog op de komende Europese verkiezingen. “De wereld ondergaat ingrijpende veranderingen en de tektonische platen die na de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan, zijn aan het verschuiven,” zei ze. “We moeten ervoor zorgen dat de EU een vooraanstaande rol blijft spelen in de belangrijkste internationale debatten, de uitdagingen aangaat die er echt toe doen en de Europese waarden in deze nieuwe wereldorde beschermt.”

Verwijzend naar de intense zes maanden die bijna ten einde liepen, voegde ze eraan toe dat “de samenwerking met andere Europese instellingen, en in het bijzonder met het EESC, van groot belang was voor het succes. Mijn aanwezigheid hier vandaag is een teken van de sterke betrokkenheid van de Spaanse regering bij de sociale partners, de sociale dialoog en het maatschappelijk middenveld. We proberen goed te luisteren en in ons werk rekening te houden met de standpunten van het maatschappelijk middenveld.” (mp)

Europese gehandicaptenkaart: een stap dichter bij vrij verkeer in de EU voor personen met een handicap

Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.

Read more in all languages

Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.

Het EESC juicht het Commissievoorstel voor een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart toe als een eerste stap om in de EU tot vrij verkeer van personen met een handicap te komen.

“Het voorstel voor de twee kaarten is van belang voor meer dan 80 miljoen Europeanen met een handicap”, aldus Ioannis Vardakastanis, algemeen rapporteur voor het EESC-advies De Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, dat tijdens de plenaire zitting van het EESC op 14 december werd gepresenteerd. “Dit is een zeer belangrijke stap om ernstige belemmeringen weg te nemen en ervoor te zorgen dat personen met een handicap, zowel Europeanen als onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, kunnen genieten van vrij verkeer als kernbeginsel waarop de Unie is gegrondvest. In de toekomst zal verder beleid hierop worden gebaseerd.”

Het EESC wijst er echter op dat het voorstel een aantal van de voornaamste obstakels voor het vrije verkeer van Europeanen met een handicap niet opheft, met name het gebrek aan overdraagbaarheid van invaliditeitsuitkeringen wanneer zij voor werk of studie naar een ander EU-land verhuizen. In zijn initiatiefadvies dringt het EESC erop aan dat het toepassingsgebied van het voorstel wordt uitgebreid zodat personen met een handicap die naar een ander EU-land zijn verhuisd, de kaarten tijdelijk kunnen gebruiken om uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels te blijven ontvangen.

Momenteel is dit niet het geval. Personen die naar een andere lidstaat verhuizen, verliezen bij het oversteken van de grens het recht op alle invaliditeitsuitkeringen, totdat hun handicap in de nieuwe lidstaat opnieuw is beoordeeld.

Dit beoordelingsproces kan wel meer dan een jaar duren en in de tussentijd moeten betrokkenen het zonder enige erkenning of steun zien te rooien. “We zouden graag zien dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid zodat er in het nieuwe land geen rechtsvacuüm en geen kloof ontstaat tijdens deze overgangsperiode. Hierdoor zullen personen met een handicap van meet af aan een waardig leven kunnen leiden,” aldus de heer Vardakastanis. (ll)

COP28: Het maatschappelijk middenveld als pleitbezorger van meer klimaatmaatregelen

Maatschappelijke organisaties zijn teleurgesteld over de resultaten van de COP28, maar beschouwen deze wel als een mogelijke aanzet tot meer Europese actie op het wereldtoneel. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) blijft zich inzetten voor klimaatactie en benadrukt dat de lat hoger moet en dat jongeren nauwer bij de strijd tegen klimaatverandering moeten worden betrokken.

Read more in all languages

Hoewel zij teleurgesteld zijn over de resultaten van de COP28 beschouwen de maatschappelijke organisaties deze wel als een mogelijke aanzet tot meer Europese actie op het wereldtoneel. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) blijft zich inzetten voor klimaatactie en benadrukt dat de lat hoger moet en dat jongeren nauwer bij de strijd tegen klimaatverandering moeten worden betrokken.

Met de COP28 is een historische stap gezet: voor het eerst in dertig jaar hebben landen zich ertoe verbonden om het gebruik van fossiele brandstoffen in energiesystemen af te bouwen. EESC-voorzitter Oliver Röpke erkent dat vooruitgang is geboekt, maar dringt aan op een volledige uitfasering van fossiele brandstoffen en beklemtoont dat het belangrijk is om jongeren bij deze inspanningen te betrekken.

Het feit dat de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken overeind is gebleven, is volgens de EU-onderhandelaars een succes. Tijdens de COP28 werd met name de energiesector in het vizier genomen, en werd bepaald dat moet worden gestreefd naar een emissiereductie van 43 % tegen 2030 en een nettonuluitstoot tegen 2050. Critici wijzen echter op de tekortkomingen van de overeenkomst. Zo is het zeer de vraag of de 1,5°C-doelstelling zal worden gehaald, kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij de invloed van de oliestaten en zijn de financiële bepalingen in verband met de transitie niet afdoende.

Sandrine Dixson-Declève, covoorzitter van de Club van Rome, waarschuwt voor een toenemende welvaartskloof en voor sociale spanningen als gevolg van de oneerlijke lastenverdeling. Diandra Ni Bhuachalla, jongerenafgevaardigde van het EESC, geeft aan diep teleurgesteld te zijn over het resultaat van de COP28. Zij vindt het belangrijk om rekening te houden met de ervaringen die gewone mensen hebben opgedaan in de strijd tegen de lobbyisten van de sector fossiele brandstoffen.

De punten van zorg ten spijt erkennen de EESC-leden de positieve aspecten van de overeenkomst van Dubai. Zij beloven zich te zullen inzetten om de mazen in de wet te dichten en verzoeken de andere EU-instellingen met klem hetzelfde te doen. De boodschap waar de EESC-leden het tijdens het debat over eens zijn geworden klinkt luid en duidelijk: “Er is dringend actie geboden om het klimaat te redden, en wij zullen ons daarvoor blijven inzetten via optreden op EU- en VN-niveau”. (ks)

In haar beleid voor extern optreden moet de EU voorrang geven aan klimaatdiplomatie

De EU moet klimaatdiplomatie als vlaggenschipbeleid in haar externe optreden bevorderen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité in zijn advies dat tijdens de decemberzitting werd goedgekeurd. Er is een robuust en geloofwaardig strategisch plan nodig om haar klimaatdiplomatie aan te passen aan het huidige geopolitieke landschap en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

Read more in all languages

De EU moet klimaatdiplomatie als vlaggenschipbeleid in haar externe optreden bevorderen, aldus het Europees Economisch en Sociaal Comité in zijn advies dat tijdens de decemberzitting werd goedgekeurd. Er is een robuust en geloofwaardig strategisch plan nodig om haar klimaatdiplomatie aan te passen aan het huidige geopolitieke landschap en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

Volgens het EESC wordt er vooruitgang geboekt zodra de klimaatdiplomatie wordt opgewaardeerd tot speerpunt van de buitenlandse betrekkingen van de EU.

Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC en rapporteur voor het advies, benadrukte: “Er is geen tijd te verliezen als we onherstelbare schade willen voorkomen. Klimaatdiplomatie is preventieve diplomatie. Daarom moeten we dringend meer werk maken van klimaatdiplomatie en ervoor zorgen dat dit een speerpunt wordt van het externe beleid van de EU.”

Het EESC moedigt de EU aan om een alomvattende strategie voor klimaatdiplomatie met prioriteiten voor de korte en lange termijn vast te stellen die klimaatacties integreren in alle gebieden van externe betrekkingen, waaronder veiligheid en defensie, handel, investeringen, vervoer, migratie, ontwikkelingssamenwerking, financiële en technische bijstand, cultuur en gezondheid.

Door de Europese Green Deal intern effectief uit te voeren, krijgt de EU de geloofwaardigheid om anderen te beïnvloeden en te inspireren om een vergelijkbare stap naar duurzaamheid te zetten. Daarom dringt het EESC er bij de lidstaten en de instellingen op aan te zorgen voor een betere coördinatie tussen de EU-actoren om hun respectieve beleid af te stemmen op de klimaatdoelstellingen en de binnenlandse maatregelen voor de uitvoering van de Green Deal te versnellen.

De rapporteur voor het advies, Stefano Mallia, zei het als volgt: “We moeten binnen de EU nagaan of we de doelstellingen die we in het kader van de Green Deal hebben vastgesteld, waar kunnen maken. Zodra de zaken hier op orde zijn, moeten we samenwerken met buurlanden, hun economische diversificatie bevorderen, plannen voor een rechtvaardige transitie opstellen en aanpassings- en risicobeheerprojecten ondersteunen om risico’s van kwetsbaarheid te voorkomen en te verminderen.” (mt)

Een wet inzake kritieke geneesmiddelen moet de farmaceutische onafhankelijkheid van Europa waarborgen

In een onlangs goedgekeurd advies waarschuwt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dat de EU te afhankelijk is van de invoer van actieve farmaceutische ingrediënten en afgewerkte geneesmiddelen uit Azië en dat dit een risico vormt voor de gezondheid en het welzijn van de Europese burgers. Het EESC stelt daarom een wet inzake kritieke geneesmiddelen voor.

Read more in all languages

In een onlangs goedgekeurd advies waarschuwt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) dat de EU te afhankelijk is van de invoer van actieve farmaceutische ingrediënten en afgewerkte geneesmiddelen uit Azië en dat dit een risico vormt voor de gezondheid en het welzijn van de Europese burgers. Het EESC stelt daarom een wet inzake kritieke geneesmiddelen voor.

Het wordt steeds moeilijker om de bevoorrading van de Europese Unie met essentiële geneesmiddelen veilig te stellen, aangezien de meeste actieve farmaceutische ingrediënten (API’s) en afgewerkte geneesmiddelen momenteel uit Azië worden ingevoerd. Het feit dat de EU zo afhankelijk is van leveranciers uit derde landen wekt ongerustheid: Is de EU wel bestand tegen verstoringen van de toeleveringsketen, tegen prijsvolatiliteit en mogelijke geopolitieke gevaren?

“Doordat we voor essentiële geneesmiddelen afhankelijk zijn van externe leveranciers, brengen we de gezondheid van onze burgers in gevaar. We moeten nu handelen om ervoor te zorgen dat de Europese burgers de medicijnen kunnen krijgen die ze nodig hebben”, aldus Lech Pilawski, EESC-rapporteur voor het advies.

Met het oog hierop pleit het EESC voor de invoering van een nieuw EU-mechanisme dat de productie van API’s en afgewerkte geneesmiddelen in Europa ondersteunt. De voorgestelde wet inzake kritieke geneesmiddelen, die de vorm heeft van een verordening, is bedoeld als een alomvattend EU-mechanisme om de productie van API’s en afgewerkte geneesmiddelen in de Europese Unie actief te ondersteunen. Dit mechanisme zou financiering bieden voor onderzoek en ontwikkeling, de uitbouw van infrastructuur en operationele kosten.

Om deze aanbevelingen te kunnen uitvoeren, zijn aanzienlijke investeringen nodig en moeten de EU-lidstaten samenwerken. Het EESC roept de Europese Commissie op om het voortouw te nemen bij de coördinatie van deze inspanningen en een alomvattende strategie te ontwikkelen die de volksgezondheid in Europa veiligstelt, de economische welvaart bevordert en ervoor zorgt dat geneesmiddelen betaalbaar blijven voor EU-burgers. (gb)

EESC pleit voor op maat gesneden pacten ter ondersteuning van afgelegen EU-regio’s

In een tijdens de plenaire zitting goedgekeurd advies pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een strategie om de sociaal-economische problemen aan te pakken waarmee eilanden, berggebieden en dunbevolkte gebieden in de EU te kampen hebben. Het EESC dringt aan op EU-maatregelen via het cohesiebeleid en benadrukt dat op maat gesneden strategieën, betrouwbare gegevens en specifieke mechanismen voor duurzame groei nodig zijn.

Read more in all languages

In een tijdens de plenaire zitting goedgekeurd advies pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een strategie om de sociaal-economische problemen aan te pakken waarmee eilanden, berggebieden en dunbevolkte gebieden in de EU te kampen hebben. Het EESC dringt aan op EU-maatregelen via het cohesiebeleid en benadrukt dat op maat gesneden strategieën, betrouwbare gegevens en specifieke mechanismen voor duurzame groei nodig zijn.

 

De afgelegen regio's van de EU, van eilanden tot bergachtige en dunbevolkte gebieden, worstelen met economische, sociale en milieuproblemen die hun vooruitgang belemmeren. Geïsoleerde eilanden worden op kosten gejaagd door hun isolement, terwijl de klimaatverandering risico’s oplevert voor berggebieden. Gezien de afnemende bevolking in dunbevolkte gebieden moeten er innovatieve groeistrategieën komen. Volgens EESC-rapporteur Ioannis Vardakastanis is voor elke regio een aanpak nodig die precies is afgestemd op haar specifieke kenmerken. In zijn advies pleit het Comité voor een samenhangend optreden van de EU en benadrukt het dat regionale solidariteit belangrijk is om marginalisering te voorkomen. Het EESC stelt voor om gebruik te maken van de sterke rechtsgrond van het cohesiebeleid van de EU, waarbij het – naar het voorbeeld van succesvolle strategieën in stedelijke en plattelandsgebieden – pleit voor specifieke fondsen en pacten, zoals een “eilandenpact” of een “pact voor berggebieden”, om speciale uitdagingen aan te pakken. De oplossingen omvatten economische, sociale en milieuaspecten waarvoor uiteenlopende maatregelen nodig zijn, van het verlagen van de operationele kosten tot het scheppen van banen en het behoud van lokale cultuur. Goed gefundeerde besluitvorming staat of valt met nauwkeurige gegevens en capaciteitsopbouw, waarbij een actieve dialoog tussen EU-, nationale en lokale belanghebbenden moet worden bevorderd om beleid vorm te geven dat recht doet aan de unieke situatie van deze regio’s in de EU. (tk)

EESC ontvouwt visie om de financiële sector in de EU concurrerender te maken

De financiële sector, en met name het bankwezen, speelt een grote rol bij de verstrekking van financiële middelen en de cruciale overgang naar duurzaamheid en is daarmee van essentieel belang om de economie van de EU concurrerender te maken. Het Europees Economisch en Sociaal Comite (EESC) heeft tijdens zijn plenaire zitting een advies goedgekeurd waarin belangrijke voorstellen worden gedaan om de financiële sector te versterken zodat deze beter kan bijdragen aan het nastreven van strategische autonomie van de EU en de doelstellingen die daarbij helpen.

Read more in all languages

De financiële sector, en met name het bankwezen, speelt een grote rol bij de verstrekking van financiële middelen en de cruciale overgang naar duurzaamheid en is daarmee van essentieel belang om de economie van de EU concurrerender te maken. Het Europees Economisch en Sociaal Comite (EESC) heeft tijdens zijn plenaire zitting een advies goedgekeurd waarin belangrijke voorstellen worden gedaan om de financiële sector te versterken zodat deze beter kan bijdragen aan het nastreven van strategische autonomie van de EU en de doelstellingen die daarbij helpen.

 

Een weerbaar financieel systeem is een prioriteit voor de economische transformatie van de EU, maar ondanks de inspanningen om concurrentievermogenstoetsen in te bouwen en de regelgeving te verfijnen via Refit, zijn er nog steeds een aantal uitdagingen. Het feit dat de bankenunie en de kapitaalmarktenunie nog steeds onvolledig zijn, vormt volgens EESC-rapporteur Antonio García del Riego een belemmering voor de eengemaakte markt. Hierdoor lopen EU-banken achter bij de concurrentie in de wereld. Wil men zorgen voor een concurrerende en veerkrachtige financiële sector, dan zal deze kwestie zal via grondige evaluaties moeten worden aangepakt. Eerlijke concurrentie is van cruciaal belang voor stabiliteit en groei, maar vereist sterkere regelgevingskaders. Hierbij is het wel zaak de diversiteit van de banksector te waarborgen. Het EESC benadrukt dat eerlijke concurrentie belangrijk is voor de stabiliteit en voor het aantrekken van investeringen, en dringt erop aan om het toezicht op de sector evenwichtig aan te pakken, waarbij digitalisering en marktduurzaamheid worden bevorderd. Het EESC juicht het toe dat toekomstig EU-beleid een concurrentievermogenstoets zal bevatten, maar wijst erop dat er bij het opvoeren van het concurrentievermogen niet mag worden afgeweken van mondiale normen zoals Bazel III. Het is absoluut zaak dat deze toets wordt afgestemd op de specifieke kenmerken van de financiële sector. De voltooiing van de kapitaalmarktenunie zal versnippering van de markt tegengaan, de financiële stabiliteit vergroten en de integratie bevorderen. Het EESC beklemtoont dat doeltreffende evaluatiemethoden, deelname van stakeholders aan effectbeoordelingen en degelijke gegevens voor gefundeerde besluitvorming van cruciaal belang zijn om de sector vooruit te helpen. (tk)

Effectbeoordelingen en actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld moeten leidende beginselen zijn voor de Global Gateway-strategie

Het Global Gateway-initiatief is bedoeld om de open strategische autonomie van de EU te waarborgen, maar moet gebaseerd zijn op effectbeoordelingen, benadrukt het Europees Economisch en Sociaal Comité in een tijdens de decemberzitting goedgekeurd advies. Het EESC stelt voor om een actievere rol te spelen in de cruciale fasen van de besluitvorming voorontwikkelingsprojecten in verband met de Global Gateway.

Read more in all languages

Het Global Gateway-initiatief is bedoeld om de open strategische autonomie van de EU te waarborgen, maar moet gebaseerd zijn op effectbeoordelingen, benadrukt het Europees Economisch en Sociaal Comité in een tijdens de decemberzitting goedgekeurd advies. Het EESC stelt voor om een actievere rol te spelen in de cruciale fasen van de besluitvorming voor ontwikkelingsprojecten in verband met de Global Gateway.

Met de Global Gateway-strategie wordt beoogd om tussen 2021 en 2027 tot 300 miljard EUR aan investeringen te mobiliseren om klimaatverandering tegen te gaan, de digitale, energie- en vervoersconnectiviteit te stimuleren en gezondheids-, onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur in de hele wereld te versterken.

Het EESC benadrukt echter dat investeringsprogramma's in het kader van het Global Gateway-initiatief gebaseerd moeten zijn op effectbeoordelingen, zodat democratisch eigenaarschap van ontwikkelingsinitiatieven in partnerlanden wordt gewaarborgd, evenals de economische, sociale en ecologische duurzaamheid van de projecten. Tegelijkertijd maakt het EESC een voorbehoud ten aanzien van projecten die door andere EU-fondsen worden gefinancierd en die zouden kunnen afwijken van het standaard monitoringproces omdat de procedures voor het beoordelen van de impact van elk project niet duidelijk genoeg zijn.

Stefano Palmieri, lid van het EESC en rapporteur voor het advies, benadrukt dat Global Gateway-projecten een aantal beginselen en doelstellingen in acht moeten nemen, en stelt dat naleving van de EU-waarden en de indiening van gedetailleerde effectbeoordelingen belangrijk zijn om de duurzaamheid van deze projecten te waarborgen.

Tegelijkertijd betreurt het Comité dat de lokale Europese belanghebbenden niet op een zinvolle manier bij het hele ontwikkelingsproces worden betrokken. Het EESC zou een actievere rol willen spelen in de belangrijkste fasen van de besluitvorming voor ontwikkelingsprojecten in verband met de Global Gateway, te beginnen met de organisatie van regelmatige bijeenkomsten tussen de raad van de Global Gateway, maatschappelijke organisaties en sociale partners. (mt)

Vers van de pers: Onze activiteiten tijdens het Belgische EU-voorzitterschap

België zal tijdens het cruciale eerste halfjaar van 2024 het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden en staat daarmee sinds 1 januari aan het roer van de EU. Hoogtepunt van deze periode worden ongetwijfeld de Europese verkiezingen in juni, waarbij de Europese burgers de kans krijgen de toekomstige koers van de Unie te bepalen. Ook voor het Comité is hier een rol weggelegd: wij zullen informatie verspreiden over de verkiezingen en mensen aanmoedigen om hun stem uit te brengen.

Read more in all languages

België zal tijdens het cruciale eerste halfjaar van 2024 het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleden en staat daarmee sinds 1 januari aan het roer van de EU. Hoogtepunt van deze periode worden ongetwijfeld de Europese verkiezingen in juni, waarbij de Europese burgers de kans krijgen de toekomstige koers van de Unie te bepalen. Ook voor het Comité is hier een rol weggelegd: wij zullen informatie verspreiden over de verkiezingen en mensen aanmoedigen om hun stem uit te brengen. “Als thuishaven van het maatschappelijk middenveld zal het EESC nauw samenwerken met het Belgische voorzitterschap om een sterker, veerkrachtiger en democratischer Europa tot stand te brengen”, aldus voorzitter Oliver Röpke.

In deze nieuwe brochure vindt u een overzicht van onze activiteiten tijdens de eerste helft van het jaar, de belangrijkste dossiers waar onze afdelingen zich mee bezig houden, en de door het Belgische voorzitterschap aangevraagde verkennende adviezen.
Benieuwd wie onze Belgische leden zijn?

Kijk hier om te kijken om wie het gaat en welke segmenten van het maatschappelijk middenveld deze leden vertegenwoordigen. De brochure is verkrijgbaar in het Nederlands, Frans, Duits en Engels (cw).

Week van het maatschappelijk middenveld 2024, 4 t/m 7 maart bij het EESC – zet het in uw agenda!

De Europese verkiezingen in juni 2024 zullen de koers uitzetten die Europa zal gaan varen. Daarom geeft het EESC als institutionele partner van het maatschappelijk middenveld het startsein voor zijn eerste “week van het maatschappelijk middenveld”.

Noteer de datum in uw agenda!

Read more in all languages

De Europese verkiezingen in juni 2024 zullen de koers uitzetten die Europa zal gaan varen. Daarom geeft het EESC als institutionele partner van het maatschappelijk middenveld het startsein voor zijn eerste “week van het maatschappelijk middenveld”.

Noteer de datum in uw agenda!

Dit vooraanstaande evenement zal mensen van alle leeftijden en achtergronden, onder wie jongeren, journalisten en vertegenwoordigers van EU-instellingen, bijeenbrengen voor een levendig debat over zaken die ons dagelijkse leven aangaan en die van belang zijn voor de toekomst van Europa.

Onder het motto “Kom op voor de democratie!” zullen we bespreken op welke bedreigingen en uitdagingen we stuiten bij het verdedigen van de democratische waarden en zullen we in kaart brengen wat het maatschappelijk middenveld van Europa’s toekomstige leiders verwacht. Onze aanbevelingen zullen worden meegenomen in de resolutie van het EESC over de Europese verkiezingen.

De week van het maatschappelijk middenveld zal vijf belangrijke initiatieven van het EESC omvatten:

  • de dagen van het maatschappelijk middenveld: maatschappelijke organisaties: pijlers van de democratie en belangrijke spelers om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden;
  • de dag van het Europees burgerinitiatief: een trefpunt voor nationale en EU-wetgevers, activisten, burgers en maatschappelijke actoren;
  • jouw Europa, jouw mening!: kom op voor de democratie en maak je sterk voor Europa: prioriteiten van jongeren voor de volgende zittingsperiode van de EU;
  • de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld: de 14e editie van de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld staat in het teken van geestelijke gezondheid;
  • het seminar voor journalisten: Europeanen warm maken voor de Europese verkiezingen: een uitdaging.

Doe mee en laat u inspireren door onze workshops onder leiding van deskundigen en onze debatten op hoog niveau. Laat horen hoe u denkt over belangrijke zaken voor de nieuwe wetgevingscyclus van Europa. Kom in contact met maatschappelijke organisaties en mensen die veranderingen in gang zetten uit heel Europa.

De inschrijving wordt in januari 2024 geopend.

Meer informatie is binnenkort te vinden op #CivSocWeek webpage  (mt)

Nieuws van de groepen

Echte strategische autonomie van de EU op economisch gebied – Wat en hoe?

Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC

De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.

Read more in all languages

Nieuwe studie van de groep Werkgevers van het EESC

De EU heeft zich altijd sterk gemaakt voor economische integratie met de rest van de wereld. In een vreedzame wereld met een op regels gebaseerd systeem heeft deze strategie van Europa een van de belangrijkste wereldwijde handelsmachten en een van de welvarendste regio’s gemaakt.

De COVID-19-pandemie en de daaropvolgende Russische invasie van Oekraïne hebben deze dynamiek van openheid en economische integratie echter ingrijpend veranderd en voor de EU het begin ingeluid van een lange en moeizame strijd om haar welvaart te behouden. Deze ontwrichtende gebeurtenissen hebben duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat de EU weerbaarder wordt en in staat is haar strategische belangen doeltreffend te beschermen.

Nu de EU zich steeds meer voorbereidt op uitdagingen die er mogelijk op wijzen dat het multilaterale, op regels gebaseerde handelssysteem van na de Tweede Wereldoorlog tot het verleden gaat behoren, kan zij zich niet veroorloven om vaag te zijn over wat strategische autonomie betekent.

In de studie van het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) worden deze complexe kwesties uitgespit, worden de kwetsbare punten van Europa onderzocht en worden aanbevelingen gedaan over de manier waarop strategische autonomie bereikt kan worden. De studie is door het CEPS opgesteld in opdracht van het EESC, op verzoek van zijn groep Werkgevers.

De studie is te vinden op https://europa.eu/!n98Tdd

De EU in 2030, de COP28 en de dringende behoefte aan een rechtvaardige transitie

door de groep Werknemers van het EESC

Het jaarlijks voortgangsverslag 2023 van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.

Read more in all languages

door de groep Werknemers van het EESC

Het jaarlijks voortgangsverslag 2023 van het Europees Milieuagentschap schetst niet bepaald een rooskleurig beeld: de kans bestaat dat de EU het merendeel van de doelstellingen niet zal halen in 2030. Vooral wat betreft de consumptievoetafdruk, het energieverbruik, de circulaire productie en de biologische landbouw ziet het er somber uit, al gaat het met de andere doelstellingen — van biodiversiteit tot beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering — niet veel beter.

De resultaten van de COP28 bieden weinig respijt. In het debat tijdens de decemberzitting van het EESC werd duidelijk dat het maatschappelijk middenveld helemaal niet te spreken is over de conclusies: men heeft het slechts in zwakke bewoordingen over wie moet betalen en hoe dat moet gebeuren en de tekst telt meer woorden dan concrete daden (al worden fossiele brandstoffen voor het eerst als oorzaak van de klimaatverandering genoemd). Het ziet er niet naar uit dat het gaat lukken om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde eind deze eeuw te beperken tot 1,5 ° C. Deze stijging zal hoogstwaarschijnlijk binnen vijf jaar bereikt worden. 2023 was een recordwarm jaar; sinds juni was iedere maand warmer dan ooit.

Deze grimmige vooruitzichten mogen ons echter niet ontmoedigen, maar moeten ons juist motiveren: we moeten in actie komen. De tijd van goede bedoelingen is voorbij (alle goede bedoelingen in het verleden hebben immers niets opgeleverd). Evenmin mogen we teruggrijpen op bezuinigingsmaatregelen. De beginselen van een rechtvaardige transitie, gekenmerkt door economische, sociale en ecologische duurzaamheid, moeten in elke beleidsmaatregel van de EU doorklinken. En dit betekent ook, zoals het EESC onlangs nog in een advies over dit onderwerp heeft gesteld, dat de EU een richtlijn inzake een eerlijke transitie op het werk moet invoeren: alleen als we niemand buiten de boot laten vallen, kunnen we deze gigantische opgave aan. Worden de kosten afgewenteld op de schouders van de kwetsbaarste mensen, zoals al zo vaak het geval is, dan zal het extreem rechtse populisme alleen maar groeien. Tegen de tijd dat zelfs zij de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering niet meer kunnen ontkennen, zal het te laat zijn.

Nieuwe studie belicht kosten van klimaatverandering voor huishoudens in de EU

Door onderzoekscoördinator Lorenza Campagnolo en de CMCC-werkgroep die bij deze studie was betrokken

Het onderzoek naar de kosten van klimaatverandering voor huishoudens en gezinnen in de EU was een uitgelezen kans om na te gaan in welke mate de kosten van aanpassingsmaatregelen, mitigatiebeleid en de gevolgen van de klimaatverandering de huishoudens in de EU treffen. Daarbij werd rekening gehouden met de regio waar de huishoudens zich bevinden en met sociaaleconomische omstandigheden. Volgens de studie is er een lacune op dit onderzoeksterrein, omdat er geen brede evaluatie heeft plaatsgevonden van de kosten van klimaatverandering die specifiek op Europese huishoudens is gericht.

Read more in all languages

Door onderzoekscoördinator Lorenza Campagnolo en de CMCC-werkgroep die bij deze studie was betrokken

Het onderzoek naar de kosten van klimaatverandering voor huishoudens en gezinnen in de EU was een uitgelezen kans om na te gaan in welke mate de kosten van aanpassingsmaatregelen, mitigatiebeleid en de gevolgen van de klimaatverandering de huishoudens in de EU treffen. Daarbij werd rekening gehouden met de regio waar de huishoudens zich bevinden en met sociaaleconomische omstandigheden. Volgens de studie is er een lacune op dit onderzoeksterrein, omdat er geen brede evaluatie heeft plaatsgevonden van de kosten van klimaatverandering die specifiek op Europese huishoudens is gericht.

Er worden ook nieuwe methoden en bevindingen voorgesteld op basis van Eurostat-gegevens over de inkomsten en uitgaven van huishoudens, klimaatgerelateerde gevaren en modelleringsinstrumenten. De studie bevat een analyse van zowel de inkomensverliezen van huishoudens als van de klimaatgerelateerde uitgaven, die een rechtstreeks gevolg zijn van de klimaatverandering of de aanpassingsbehoeften.

De verschillende regio’s en sociaal-economische groepen in de EU zullen in 2050 niet in dezelfde mate worden getroffen door de klimaatverandering. Bij een gematigde klimaatverandering zullen de huishoudens in het noorden en het zuiden van de EU waarschijnlijk meer moeten uitgeven voor gezondheidszorg. In de oostelijke, westelijke en zuidelijke regio’s zullen de uitgaven voor voedsel stijgen. In alle regio’s zullen er hogere uitgaven zijn voor elektriciteit en vooral in het noorden zullen de verzekeringskosten zwaarder doorwegen. Deze stijging van de uitgaven zal een zware last leggen op armere huishoudens, die minder goed in staat zullen zijn om hun verbruik te diversifiëren en zich slechts in beperkte mate zullen kunnen aanpassen. Tegelijkertijd wordt in het zuiden van de EU een daling van het inkomen uit arbeid verwacht en een algemeen inkomensverlies in alle regio’s.

Negatieve en regressieve effecten (die arme huishoudens meer treffen dan rijke) zullen worden gevoeld in een brede waaier aan uitgaven voor goederen/diensten en diverse inkomstenbronnen, met name in het zuiden van de EU (uitgaven voor gezondheidszorg, elektriciteit en verzekeringen, en het totale inkomen uit arbeid), maar in mindere mate ook in het oosten (uitgaven voor levensmiddelen) en noorden (uitgaven voor elektriciteit en verzekeringen). Als gevolg van de klimaatverandering dreigen meer mensen in de EU in armoede te vervallen. Scenario’s om de klimaatverandering tegen te gaan zullen dit fenomeen wellicht enigszins beperken, door de lonen voor laaggeschoolde arbeid sneller te laten te stijgen dan die voor hooggeschoolde arbeid.

De belangrijkste aanbevelingen voor beleidsmakers zijn om prioriteit te geven aan regio’s (zoals die in het zuiden van de EU) die zowel negatieve als regressieve gevolgen voor huishoudens ondervinden, en om de inkomensondersteunende maatregelen te versterken en deze af te stemmen op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen in deze regio’s. Omdat de kosten van klimaatverandering niet tot één sector beperkt blijven, is een horizontale integratie van de beleidsmaatregelen nodig om ze doeltreffend te maken.

De studie, die is uitgevoerd door het CMCC op verzoek van de EESC-groep maatschappelijke organisaties, en de samenvatting ervan kunnen worden gedownload op de EESC-website.

Ik ga stemmen! En u?

“Ik ga stemmen. U ook?”

Sinds december vragen we gastschrijvers hoe zij tegen de Europese verkiezingen aankijken. Hun mening kunt u lezen in de rubriek “Ik ga stemmen. U ook?” Deze keer laten we Malgorzata Molęda-Zdziech aan het woord, een Poolse sociologe en politiek wetenschapper die de gebeurtenissen in Polen becommentarieert.

Read more in all languages

Sinds december vragen we gastschrijvers hoe zij tegen de Europese verkiezingen aankijken. Hun mening kunt u lezen in de rubriek “Ik ga stemmen. U ook?” Deze keer laten we Malgorzata Molęda-Zdziech aan het woord, een Poolse sociologe en politiek wetenschapper die de gebeurtenissen in Polen becommentarieert.

Zij is hoofd van het departement Politieke Wetenschappen van de Hogeschool voor Economie van Warschau en is namens de rector van deze instelling bevoegd voor samenwerking met de Europese Unie. In haar artikel bespreekt ze de belangrijke invloed die het Poolse maatschappelijk middenveld heeft gehad op de uitkomst van de Poolse parlementsverkiezingen in oktober 2023. Daarmee loopt ze ook vooruit op een van de prioriteiten van het toekomstige Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, die betrekking heeft op de rol van het maatschappelijk middenveld bij de bescherming van de rechtsstaat. (ehp)

Małgorzata Molęda-Zdziech: Het maatschappelijk middenveld en de Europese verkiezingen van 2024

Het maatschappelijk middenveld wordt kort gezegd gevormd door groepen in de samenleving die in staat zijn zichzelf te organiseren en zelf gekozen doelstellingen te definiëren en te realiseren. In democratieën komen die groepen in groten getale voor en zijn ze heel divers zodat ze zo goed mogelijk de verscheidenheid aan meningen en opvattingen van hun leden kunnen vertegenwoordigen. In niet-democratische regimes staan niet-gouvernementele organisaties meestal tegenover de machthebbers. Dat het maatschappelijk middenveld van zich kan laten horen, is te danken aan actief burgerschap, ofwel de wil om samen te werken in het algemeen belang, onafhankelijk van overheidsinstanties.

Read more in all languages

Het maatschappelijk middenveld wordt kort gezegd gevormd door groepen in de samenleving die in staat zijn zichzelf te organiseren en zelf gekozen doelstellingen te definiëren en te realiseren. In democratieën komen die groepen in groten getale voor en zijn ze heel divers zodat ze zo goed mogelijk de verscheidenheid aan meningen en opvattingen van hun leden kunnen vertegenwoordigen. In niet-democratische regimes staan niet-gouvernementele organisaties meestal tegenover de machthebbers. Dat het maatschappelijk middenveld van zich kan laten horen, is te danken aan actief burgerschap, ofwel de wil om samen te werken in het algemeen belang, onafhankelijk van overheidsinstanties.

Ten tijde van de PiS-regering zijn organisaties van het maatschappelijk middenveld in actie gekomen tegen veranderingen die een bedreiging vormden voor het bestuurssysteem en de mensenrechten. Het rapport “Onderdrukking en mobilisatie: het maatschappelijk middenveld en de crisis van de rechtsstaat” van de Helsinki Foundation for Human Rights laat zien dat niet-gouvernementele organisaties in de jaren 2016-2022 veel massaprotesten hebben georganiseerd ter verdediging van de rechtsstaat en tegen de schending van constitutionele waarden. Ook boden zij juridische hulp aan groepen die het slachtoffer waren van discriminatie en repressie. De niet-gouvernementele sector was voortdurend op zoek naar nieuwe kanalen om deel te nemen aan besluitvormingsprocessen en organiseerde onder meer succesvolle coalities voor de verkiezing van de mensenrechtencommissaris en de kinderombudsman alsmede burgerpanels.

De kracht van het Poolse maatschappelijk middenveld blijkt uit de uitkomst bij de parlementsverkiezingen van 15 oktober 2023. De historisch hoge opkomst van 74,38 % en het door de oppositie behaalde electorale overwicht zijn het bewijs van de doeltreffende mobilisatie van burgers, die tot een regeringswissel leidde. De kandidaten van Recht en Rechtvaardigheid (Prawo i Sprawiedliwość, PiS) behaalden 35,38 % van de stemmen. Daarmee was die partij sinds 1989 de eerste die voor de derde keer op rij de parlementsverkiezingen won, maar in tegenstelling tot de verkiezingen van 2015 en 2019 kreeg ze niet de meerderheid van de zetels die nodig is om een regering te vormen. Andere partijen die in de Sejm (het Poolse Parlement) kwamen, waren de Burgercoalitie (KO; met 30,7 % van de stemmen), de Derde Weg PSL-PL (14,4 %), Nieuw Links (8,61 %) en de Confederatie Vrijheid en Onafhankelijkheid (7,16 %). Een coalitie van drie partijen (KO, de Derde Weg PSL-PL en Nieuw Links) behaalde in totaal 51,72 % van de stemmen en daarmee de voor de vorming van een regering vereiste meerderheid. Na een mislukte formatiepoging van PiS trad een regering met als premier Donald Tusk aan.

In geen enkele opiniepeiling was zo’n hoge opkomst voorspeld. Bij de parlementsverkiezingen van 2019 was de opkomst 61,74 % en bij de historische verkiezingen van 1989 lag die op 62,7 %. Uit enquêtes (van o.a. het CBOS en de Batory-stichting) bleek dat een sterke behoefte aan veranderingen, die werd ingegeven door langdurige maatschappelijke frustratie, burgers ertoe had aangezet naar de stembus te gaan. Ook vóór de verkiezingen kwam de samenleving al op grote schaal in actie. Zo was er een recordaantal kiezers dat zich registreerde om buiten hun woonplaats te kunnen stemmen (op 12 oktober hadden om 15 uur 960 000 mensen hun stembureau gewijzigd en hadden ongeveer 1,2 miljoen een aanvraag daartoe ingediend). Ook had bijna het dubbele aantal Polen in het buitenland zich ingeschreven als kiezer (circa 600 000 tegenover 350 000 bij de verkiezingen van 2019).

Een andere factor die wellicht meer burgers stimuleerde om zich te mobiliseren en aan de parlementsverkiezingen deel te nemen, was het aangekondigde nationale referendum. De opkomst bij dit referendum bedroeg 40,91 % en dat was daarom niet bindend. Verder was het van groot belang dat niet-gouvernementele organisaties talrijke acties op touw zetten om burgers aan te moedigen te gaan stemmen. Ik noem hier met name de op vrouwen en jongeren gerichte campagnes, die zeker hebben bijgedragen aan de hogere opkomst (zoals “Aan jou de keuze” van het Vrouwensteminitiatief, “We zijn lang genoeg stil geweest” van het Westinitiatief en “Jij besluit!” van SexEd). Bij de parlementsverkiezingen van 2019 ging 61,5 % van de vrouwen en 60,8 % van de mannen stemmen. Onder jongeren van 18 tot 29 jaar lag dat percentage op 46,4 %. In 2023 gingen meer vrouwen (73,7 %) dan mannen (72,0 %) en beduidend meer jongeren van 18 tot 29 jaar (68,8 %) naar de stembus. In aanloop naar de verkiezingen van vorig jaar waren er minstens 20 campagnes van maatschappelijke organisaties om een hoge opkomst te stimuleren.

Dat waren voornamelijk internetcampagnes, maar soms waren er ook acties op televisie, radio en zelfs in de bioscoop. Doordat er beroemdheden, influencers, acteurs en publieke figuren aan de campagnes deelnamen, konden de verschillende doelgroepen beter worden bereikt. Volgens de CBOS-enquête “Electorale motieven en keuzes” uit oktober 2023 hadden de meeste kiezers (ongeveer 70 %) al enkele weken vóór de verkiezingen hun keuze gemaakt. De rest deed dat later, in de laatste week vóór de verkiezingen (circa 28 %) of pas de dag ervoor (4 %) of op de verkiezingsdag zelf (9 %). Voor KO-kiezers was vooral de houding van die partij ten opzichte van de Europese Unie belangrijk (80 %). Een bijna even belangrijke reden die werd genoemd om voor de KO te kiezen, was de behoefte aan een wisseling van de macht (77 %). Voor een groot deel van de mensen die op de KO stemde (64 %), staat die partij voor waarden en beginselen waarmee zij zich vereenzelvigen. PiS-kiezers vonden dat hun partij opkomt voor hun belangen (“ze zorgt voor mensen zoals wij”; 66 %) en de door hen aangehangen waarden en beginselen verdedigt (62 %). Ook gaven zij aan positief te staan tegenover de vorige regeerperiodes van hun partij (64 %) en haar economische programma (59 %).

Al in juni 2024 gaan de Polen weer naar de stembus, dan om hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement te kiezen. Deze Europese verkiezingen kunnen worden beschouwd als de volgende stap in een verkiezingscyclus die met de parlementsverkiezingen van 2023 is begonnen, want in april 2024 zijn er in Polen eerst nog lokale verkiezingen. Dan zal het ook gaan over Europa maar zal dit thema niet zo’n grote rol spelen als tijdens de parlementsverkiezingen. In 2024 is het twintig jaar geleden dat Polen tot de EU toetrad, wat de opkomst bij de Europese verkiezingen positief kan beïnvloeden. Tijdens de vorige verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 bedroeg de opkomst in Polen 45,68 %.

Heel veel Polen vinden het een goede zaak dat hun land lid is van de Europese Unie. In april 2023 bleek uit een CBOS-enquête dat 85 % van de Poolse bevolking achter het EU-lidmaatschap staat. Dit percentage is lager dan vroeger, maar nog altijd zeer hoog. 10 % van de Polen is tegen het EU-lidmaatschap en 5 % heeft daar geen mening over.

Voor de eerste keer zullen de Europese verkiezingen plaatsvinden tegen de achtergrond van verschillende crises, waaronder de oorlog in Oekraïne, de klimaatcrisis, een economische crisis en het groeiende rechts populisme. In dit verband is de verwachting dat er meer sprake zal zijn van desinformatie, en daarom is adequate en coherente communicatie die op verschillende groepen kiezers is afgestemd, des te belangrijker in de verkiezingscampagnes. Door de internationale spanningen gaan de voorstanders van Europa ook steeds meer hun hoop vestigen op de Europese Unie om onze veiligheid te garanderen.

Małgorzata Molęda-Zdziech

Hogeschool voor Economie van Warschau – Team Europe Direct Polen

Redactie

Ewa Haczyk-Plumley (editor-in-chief)
Daniela Marangoni (dm)
Laura Lui (ll)

Aan deze uitgave werkten mee

Christian Weger (cw)
Daniela Marangoni (dm)
Daniela Vincenti (dv)
Ewa Haczyk-Plumley (ehp)
Giorgia Battiato (gb)
Jasmin Kloetzing (jk)
Katerina Serifi (ks)
Katharina Radler (kr)
Laura Lui (ll)
Marco Pezzani (mp)
Margarita Gavanas (mg)
Margarida Reis (mr)
Millie Tsoumani (mt)
Pablo Ribera Paya (prp)
Thomas Kersten (tk)

 

Coördinatie

Agata Berdys (ab)
Giorgia Battiato (gb)

Technical support
Bernhard Knoblach (bk)
Joris Vanderlinden (jv)

Adres

Europees Economisch en Sociaal Comité
Jacques Delorsgebouw, Belliardstraat 99, B-1040
Brussel, België

EESC Info verschijnt negen keer per jaar – telkens ter gelegenheid van een EESC-zitting. EESC info is beschikbaar in 23 talen.
EESC Info is niet het officiële verslag van de werkzaamheden van het EESC. Voor die werkzaamheden wordt verwezen naar het Publicatieblad van de Europese Unie en andere publicaties van het EESC.
Reproductie – onder vermelding van EESC Info – is toegestaan, op voorwaarde dat de redactie een
link wordt toegestuurd.

januari 2024
01/2024

Follow us

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram