European Economic
and Social Committee
Sandra Parthie: COP27 – veel gekibbel, weinig actie
COP27, het jaarlijkse vlaggenschipevenement van de Verenigde Naties waar over het klimaat wordt onderhandeld, vond dit jaar in Egypte plaats. Daar zijn meerdere records gesneuveld, zeker wat het aantal deelnemers betreft. Er waren bijna 35 000 mensen ter plaatse aanwezig. Terug dus naar de normaliteit na twee jaar van beperkingen op openbare bijeenkomsten vanwege COVID-19.
De COP-conferenties waren oorspronkelijk bedoeld om overeenstemming te bereiken over voorstellen en oplossingen om de klimaatverandering aan te pakken en manieren te vinden om de gevolgen ervan te verzachten en zich daaraan aan te passen. Intussen zijn ze meer een toneel geworden waar de aandacht wordt gevestigd op de gevolgen van klimaatverandering voor iedereen, waar mensen ook vandaan komen en hoe ze ook hun brood verdienen. COP27 ging gebukt onder te hoge verwachtingen en een overvloed aan agendapunten. Er werd niet alleen onderhandeld over inspanningen om de CO2-uitstoot terug te dringen, maar over heel veel verschillende beleidskwesties, gaande van gezondheid tot gender en mensenrechten. Voor het eerst stond ook landbouw op de agenda. Dit bracht de zorgwekkende impact onder de aandacht die de bodem- en bosdegradatie heeft op onze voedselsystemen en op het levensonderhoud van de boeren. Het voegde ook een nieuwe dimensie toe aan een op zich al zeer complex probleem.
Het eindresultaat van de conferentie kwam er pas nadat die al 36 uur langer had geduurd dan gepland en behelsde vooral afspraken over klimaatrechtvaardigheid en minder over klimaatactie. Een positieve verrassing was dat er overeenstemming werd bereikt over een “verlies- en schadefonds”. Dat wil zeggen financiële steun ter compensatie van milieuschade en -degradatie als gevolg van de klimaatverandering in de meest kwetsbare ontwikkelingslanden. Dit onderwerp stond al bijna tien jaar in de coulissen van de klimaatconferentie voor het dit jaar eindelijk op de agenda van de COP werd geplaatst.
Maar er is minder of zelfs helemaal geen vooruitgang geboekt als het op krachtigere klimaatactie aankomt, dus meer inspanningen en toezeggingen van landen om hun CO2-emissies te verminderen. Een poging van de onderhandelaars van de Europese Commissie om hun steun voor het verlies- en schadefonds te koppelen aan concessies van grote vervuilers, met name China, om hun emissies aanzienlijk te verminderen, is mislukt. Het risico was zelfs zeer reëel dat sommige landen de doelstellingen die waren overeengekomen in het kader van de Overeenkomst van Parijs van 2015 en tijdens de COP26 van vorig jaar in Glasgow niet meer zouden nakomen.
De conferentie in Sharm-el-Sheikh werd ook de “uitvoerings-COP” genoemd, maar dreigde zelfs veel van de eerder geboekte vooruitgang ongedaan te maken, met name de overeengekomen doelstelling om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken. De landen kibbelden over de status van China (is dat nog altijd een ontwikkelingsland?), over de uitfasering of afbouw van het gebruik van alle fossiele brandstoffen of alleen steenkool, over de voorwaarden die zijn verbonden aan fondsen en technologieën, enz.
Die dynamiek roept zeer de vraag op of het formaat nog geschikt is voor het beoogde doel. Het hoofddoel — een wereldwijd akkoord over de noodzaak om de CO2-uitstoot te verminderen — werd bereikt tijdens de COP21 in Parijs. De uitvoering ervan, welke methoden zijn nodig om de emissies te tellen en om de reductie te controleren, welke entiteiten zijn daarvoor verantwoordelijk en waar moeten die gevestigd worden, dat zijn zeer technische kwesties. Daarover moet misschien niet onderhandeld worden door de ministers van bijna 200 landen, zeker als elke conferentie weer voor elk onderwerp van nul af aan begint, wat sommige partijen niet aanstaat. De uitvoering moet veeleer op een technisch werkniveau gebeuren. Niet door staatshoofden en regeringsleiders die jaarlijks vergaderen, maar door partijen die met langere tussenpozen samenkomen, telkens wanneer er nieuwe overeenkomsten nodig zijn om vooruit te komen.
De COP27 in Egypte schoot dus tekort wat betreft concrete en ambitieuze klimaatactie. Maar inzake klimaatrechtvaardigheid zijn er wel wat vorderingen gemaakt. Ook als platform om klimaat-, mensenrechten- en milieuactivisten bijeen te brengen was het een succes. De conferentie slaagde er verder in de klimaatmaatregelen of het gebrek daaraan onder de aandacht te brengen en onze kennis over de reële en actuele gevaren van klimaatverandering te blijven vergroten.