Het EESC is verheugd over de initiatieven van de Europese Commissie op het gebied van mediavrijheid, maar waarschuwt dat louter aanbevelingen en een “soft law”-benadering niet volstaan om ervoor te zorgen dat de media in Europa onafhankelijk en vrij van politieke, commerciële en andere vormen van inmenging blijven.

In zijn advies over de Europese wet inzake mediavrijheid (voorstel voor een verordening en aanbeveling) wijst het EESC erop dat vrijheid en pluriformiteit van de media van fundamenteel belang zijn voor de rechtsstaat en de liberale democratie.

“De vrijheid van de media loopt gevaar. Autoritarisme neemt toe, ook in Europa. De vierde macht moet bescherming bieden tegen deze aanval op onze vrijheid. Het is dan ook van het grootste belang dat de mediavrijheid wordt versterkt. De Europese wet inzake mediavrijheid is een belangrijk initiatief dat precies op tijd komt”, aldus de rapporteur voor het advies, Christian Moos.

Corapporteur Tomasz Andrzej Wróblewski: “We zien dat er in verschillende EU-landen steeds meer sprake is van politieke en economische inmenging, zowel in publieke media als in particuliere media met nauwe banden met de macht. Dat is onverenigbaar met de rol van de media als vierde macht.”

Het EESC schaart zich in zijn advies volledig achter de voorstellen die de redactionele onafhankelijkheid van journalisten en uitgevers versterken en verdedigen. Het staat ook nadrukkelijk stil bij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van publieke media en wijst erop dat hiervoor voldoende en stabiele financiële middelen nodig zijn.

Een ander verontrustend probleem dat in het advies wordt benoemd, is het feit dat de pluriformiteit van de media wordt bedreigd door marktconcentratie. Informatiemonopolies vormen zeker een bedreiging en er moet worden opgetreden wanneer mediamagnaten en -oligarchen media in hun greep krijgen.

Op het gebied van media-eigendom moeten bindende transparantievereisten gelden, al mogen kleine mediakanalen daardoor niet met buitensporige administratieve lasten worden opgezadeld. Ook het gebrek aan onafhankelijkheid van sommige nationale regelgevende instanties is zorgwekkend. Als zij niet volledig onafhankelijk zijn, zouden zij geen deel mogen uitmaken van de voorgestelde Europese Raad voor mediadiensten.

Het EESC onderstreept dat de Europese wet een verordening is en dus rechtstreekse werking zal hebben. Tegelijkertijd betwijfelt het of de “soft law”-aanpak van de aanbeveling een doeltreffende manier is om de doelstellingen van de wet te verwezenlijken.

“Aanbevelingen alleen volstaan niet om de vrijheid en pluriformiteit van de media in de lidstaten te waarborgen. Vrije en onafhankelijke media moeten bindende criteria zijn in verband met het verslag over de rechtsstaat en de activering van het rechtsstaatmechanisme in lidstaten waar regeringen de vrijheid en onafhankelijkheid van de media schenden”, aldus Christian Moos. (ll)