Frankrijk bekleedt in het eerste halfjaar van 2022 het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Steunend op een ambitieus programma heeft het nieuwe voorzitterschap zich met name ten doel gesteld een nieuw groeimodel voor de Europese Unie te verkennen. Dit is absoluut cruciaal in een tijd van diepgaande veranderingen.

Hoewel de belangrijkste componenten van groei — onderwijs en vaardigheden, ondernemerschap en financiering — altijd nodig zullen zijn, naast een goed functionerende staat met robuuste instellingen, zal het bereiken van overtuigende en duurzame groei een drieledige koerswijziging vergen.

Beleidssamenwerking, niet concurrentie, is de hoeksteen voor het boeken van goede resultaten. Aan de bestaande nationale en internationale regels ligt vaak een streven naar concurrentie en een gelijk speelveld ten grondslag. De opkomst van mondiaal actieve techgiganten en de intrede van China op de wereldmarkten maken het echter erg moeilijk om de voorwaarden die eerlijke concurrentie voor iedereen waarborgen, te bewaken en te handhaven. Bij het concept “gelijk speelveld” wordt ervan uitgegaan dat alle landen gelijk zijn. Dat klinkt mooi, maar het is helaas niet de realiteit. Het streven naar een gelijk speelveld gaat hieraan voorbij. Samenwerking en coördinatie zijn daarentegen gericht op het bereiken van resultaten die voor iedereen aanvaardbaar zijn. De besluitvorming zou zich meer op deze aanpak moeten richten.

De EU heeft er bijvoorbeeld veel bij te winnen om haar optreden intern te coördineren en naar buiten toe met één stem te spreken. De doortastende, snelle en duidelijke reactie van de EU tijdens de COVID-19-pandemie heeft, zeker in vergelijking met haar reactie tijdens de financiële crisis, aangetoond hoe doeltreffende samenwerking tot goede resultaten kan leiden.

Vergroenen, niet greenwashen De EU heeft overduidelijk — en terecht — uiterst ambitieuze doelstellingen voor haar klimaatbeleid vastgesteld.  Wel zijn er grote uitdagingen te overwinnen, niet in het minst wat betreft het concreet waarmaken van de eigen ambities. De onlangs voorgestelde taxonomie aan de hand waarvan wordt bepaald welke investeringen als “groen” worden beschouwd, is een voorbeeld van een cruciaal instrument waarover discussie kan ontstaan. Ook heeft de Europese Centrale Bank, een belangrijke speler in dit verband, de vergroening van het monetaire beleid terecht tot een van haar hoofddoelstellingen gemaakt. Zij beschikt hiervoor echter niet over de nodige instrumenten, en is evenmin in staat de kosten van het niet-halen van de klimaatdoelen te dragen zonder haar andere financiële doelstellingen in het gedrang te brengen. Evenzo boekt de EU goede resultaten met de vergroening van haar productie, maar blijft de vergroening van de consumptie duidelijk achter. De plannen om met vervuiling gepaard gaande invoer te belasten (die een goede kans van slagen hebben) zijn een goede poging in die richting, maar mogen de toegang van armere landen tot de EU-markt niet belemmeren. Dit is een zeer delicaat evenwicht dat de EU zal moeten zien te bewaren, aangezien de stimulansen voor greenwashing zeer duidelijk zijn.

Naar allianties van niet-gelijkgestemden Voor het aanpakken van wereldwijde problemen wordt al te vaak gedacht aan strategische allianties van gelijkgestemden. Ergens houdt dit ook steek: in haar streven om vooruitgang te boeken, gaat Europa op zoek naar partners die hetzelfde denken en dezelfde “taal” spreken. Op deze manier hoopt het meer gewicht in de schaal te kunnen leggen en een betere onderhandelingspositie te verkrijgen tegenover niet-gelijkgestemden. Waar het gaat om het oplossen van mondiale problemen, moeten partiële strategische allianties hun afspraken vervolgens echter “presenteren” aan de “tegenpartijen”. En die tegenpartijen worden niet graag geconfronteerd met “take it or leave it”-akkoorden. Als het gaat om mondiale collectieve goederen, zoals het klimaat, moet iedereen aan de onderhandelingstafel kunnen plaatsnemen en naar vermogen een bijdrage kunnen leveren. Voor het boeken van duurzame vooruitgang is het cruciaal om de dialoog aan te gaan met andersgestemden.

Bij het oplossen van zowel mondiale als binnenlandse problemen moeten we het met andere woorden ietwat over een andere boeg gooien. Het is onhoudbaar om vast te houden aan “perfecte concurrentie” en goede intenties of alleen maar te praten met gelijkgestemden. Laat 2022 het jaar worden waarin deze koerswijziging wordt ingezet!

Maria Demertzis, adjunct-directeur van Bruegel