Het platform voor het maatschappelijk middenveld EU-Georgië

This page is also available in

De associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië is op 27 juni 2014 ondertekend en op 1 juli 2016 volledig in werking getreden.

In de institutionele, algemene en slotbepalingen van de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië (artikel 412) is de oprichting vastgelegd van een platform voor het maatschappelijk middenveld voor de aanmoediging van regelmatige bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van beide partijen, "om hen te informeren over of hun input te verzamelen voor de uitvoering van deze overeenkomst". Het platform vormt zodoende een aanvulling op de bestaande politieke organen binnen het kader van de associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië. Het stelt de organisaties uit het maatschappelijk middenveld aan beide zijden in staat om toe te zien op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst door aanbevelingen te richten tot de relevante autoriteiten

Het lidmaatschap van het platform is vastgelegd in artikel 412: "[Het] bestaat uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van de EU enerzijds, met onder meer leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van Georgië anderzijds, met onder meer vertegenwoordigers van het nationaal platform van het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk partnerschap."

Het platform voor het maatschappelijk middenveld EU-Georgië werd opgericht op 16 juni 2016 en bestaat uit leden van beide zijden. Aan EU-zijde bestaat het uit EESC-leden en leden van Europese netwerken van het maatschappelijk middenveld (Eurochambres, BusinessEurope, EVV, Copa-Cogeca, Cooperatives Europe en het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk Partnerschap).

Het platform kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad (op ministerieel niveau). Bovendien zijn het Associatiecomité (op het niveau van hoge ambtenaren) en het Parlementair Associatiecomité verplicht regelmatige contacten te organiseren met hun vertegenwoordigers om hun standpunten inzake de verwezenlijking van de doelstellingen van de associatieovereenkomst te vernemen (artikel 413).