Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft een aantal kanttekeningen geplaatst bij het recente voorstel van de Commissie voor de invoering van ‘blended’ leren — een combinatie van traditioneel contactonderwijs en online of anderszins zelfstandig leren — in het basis- en middelbaar onderwijs, en vraagt zich af of dit voorstel wel op het juiste moment komt, gezien de enorme gevolgen die de COVID-19-pandemie heeft gehad voor de onderwijsstelsels in Europa en daarbuiten.

In het tijdens zijn oktoberzitting uitgebrachte advies over ‘blended learning’ heeft het EESC ook zijn bezorgdheid geuit over de geschiktheid van deze leermethode voor leerlingen in het basisonderwijs en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het Comité vindt namelijk dat deze vorm van leren eerst in de hogere klassen zou moeten worden ingevoerd, aangezien jongere kinderen, met name in hun eerste jaren op de basisschool, over het algemeen nog niet rijp genoeg zijn om zelfstandig te leren.

“We betwijfelen of dit het juiste moment is om ‘blended learning’ op scholen in te voeren of aan te moedigen. De COVID-19-pandemie heeft een enorme impact gehad op onderwijsstelsels en op kinderen, vooral jonge kinderen die nog maar net naar school gaan. ‘Blended learning’ betekent dat je zelfstandig moet kunnen leren en dat vergt bepaalde vaardigheden”, aldus Tatjana Babrauskienė, rapporteur voor dit advies.

Volgens het EESC is ‘blended learning’ bevorderlijk voor de toegankelijkheid van onderwijs en opleiding en de verbetering van digitale vaardigheden, zoals tijdens de COVID-19-crisis is gebleken.

De pandemie heeft echter ook aangetoond dat sommige leerlingen niet over de – praktische of persoonlijke – middelen beschikken om op deze manier te leren, wat er in het slechtste geval toe kan leiden dat zij voortijdig van school gaan. Bovendien is gebleken dat onderwijs in nauw contact met leeftijdsgenoten van essentieel belang is voor de sociale vaardigheden en geestelijke gezondheid van kinderen.

“We mogen de sociale rol van onderwijs niet onderschatten. Het gaat niet alleen om natuurwetenschappen of wiskunde: het gaat erom dat kinderen samen naar school gaan, contact hebben met elkaar en leeftijdsgenoten ontmoeten. Fysiek onderwijs is een kwestie van geestelijke gezondheid”, zei de corapporteur, Michael McLoughlin.

Het EESC heeft 21 aanbevelingen gedaan over hoe ervoor kan worden gezorgd dat ‘blended’ leren een positieve rol kan spelen in het onderwijs. Een belangrijk punt bij de invoering en financiering van ‘blended’ leren is dat het de onderwijs- en opleidingskansen van álle leerlingen moet verbeteren, ook – en vooral – van leerlingen uit lagere inkomensklassen, leerlingen met een handicap en leerlingen in plattelandsgebieden.

Tijdens de COVID-19-crisis is duidelijk geworden dat ‘blended’ leren veel tijd en creativiteit vergt van de toch al overbelaste leerkrachten, die een centrale rol spelen in een succesvolle opzet en begeleiding van zelfstandig leren.  

Er zijn nu al te weinig leerkrachten in Europa, deels vanwege de lonen en de lastige arbeidsomstandigheden. Daarom is het belangrijk om de gevolgen van ‘blended’ leren voor de arbeidsomstandigheden en de werkdruk in de gaten te houden, om burn-outs te voorkomen. Om de druk te verlichten, roept het EESC de nationale overheden op om leerkrachten die zich deze nieuwe leermethode eigen willen maken, alle mogelijke steun te verlenen. (ll)