European Economic
and Social Committee
Nieuwe studie van het EESC over de gevolgen van COVID-19 voor de grondrechten en het maatschappelijk middenveld
Door de groep Diversiteit Europa van het EESC
In een nieuwe EESC-studie, The implications of COVID-19 on fundamental rights and civic space”, die in opdracht van de EESC-groep Diversiteit Europa is opgesteld, wordt nagegaan welke uitwerking de COVID-19-pandemie heeft gehad op de werkzaamheden van maatschappelijke organisaties en wat het effect is geweest van de in de afzonderlijke EU-lidstaten genomen maatregelen op het vermogen van maatschappelijke organisaties om hun grondrechten en fundamentele vrijheden uit te oefenen.
Volgens Filip Pazderski, hoofdauteur van de studie, zijn dit de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van de studie:
Allereerst heeft de pandemie complexe en uiteenlopende gevolgen gehad voor maatschappelijke organisaties. Enerzijds gingen zij vaak als eerste over tot een reorganisatie van hun activiteiten, waardoor ze sneller dan overheden of bedrijven konden inspelen op de behoeften van lokale gemeenschappen. Doordat ze hun activiteiten online voortzetten, kwam hun digitalisering in een stroomversnelling. Dankzij dit alles hebben maatschappelijke organisaties een nieuw publiek kunnen bereiken en zijn ze efficiënter en op ruimere schaal gaan werken. Ze konden gemakkelijker coalities opzetten, uitwisselingen van ervaringen bevorderen en gemeenschappelijke publieke standpunten bepalen. Daardoor zijn maatschappelijke organisaties zichtbaarder geworden en is er nu een beter begrip van hun dagelijkse bezigheden.
Aan de andere kant hebben maatschappelijke organisaties zwaar geleden onder de aanhoudende gezondheidscrisis. Het heftigst waren de financiële moeilijkheden. Met name kleinere organisaties die buiten de grote steden actief zijn voor groepen die qua digitalisering nogal buiten de boot vallen, zagen zich gedwongen hun werkzaamheden te staken. Veel van hen hebben hun activiteiten nog altijd niet hervat. Activisten kregen problemen met hun mentale gezondheid, raakten vermoeid door het werken op afstand en werden steeds onzekerder over hun toekomst, wat nog werd verergerd door hun langdurige sociale isolement. Door hun onregelmatige werktijden viel het hun vaak moeilijk om werk en privéleven met elkaar in evenwicht te brengen.
Als gevolg van de pandemie is er meer aandacht gekomen voor al bestaande problemen of zijn deze nog ernstiger geworden. Door buitengewone wetgeving werden maatschappelijke organisaties in hun activiteiten belemmerd. Deze wetgeving maakte het optreden van overheden namelijk minder transparant, belette het toezicht hierop en beperkte de vrijheid van vergadering en meningsuiting. De rechtvaardiging voor deze beperkingen en beknottingen was dat de pandemie moest worden bestreden. In het wetgevingsproces kwam er bar weinig terecht van de civiele dialoog. Maatschappelijke organisaties werden vaak niet eens geraadpleegd over wetten die bedoeld waren om de gevolgen van de crisis aan te pakken.
Daarom moeten we maatschappelijke organisaties flexibelere en beter toegankelijke financiering bieden, ervoor zorgen dat zij op zinvolle wijze kunnen deelnemen aan het toezicht op EU-middelen, de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld goedkeuren en daarbij de rol van de sector onderstrepen, voortdurend toezicht houden en reageren op aanvallen op maatschappelijke actoren en een beter gestructureerd kader bieden voor een open, regelmatige en transparante civiele dialoog in de EU. Dit zijn geen nieuwe ideeën, maar door de pandemie hebben ze wel een nieuwe betekenis gekregen. Bovendien kunnen de rol die de maatschappelijke organisaties hebben gespeeld en de extra zichtbaarheid die zij hebben verworven, ertoe bijdragen dat deze ideeën uiteindelijk in de praktijk worden gebracht.
De definitieve studie werd in maart gepresenteerd tijdens de dagen van het maatschappelijk middenveld. Meer informatie hierover vindt u hier.