Skip to main content
Newsletter Info

EESC info

European Economic and Social Committee A bridge between Europe and organised civil society

MAY 2022 | NL

GENERATE NEWSLETTER PDF

Beschikbare talen:

  • BG
  • CS
  • DA
  • DE
  • EL
  • EN
  • ES
  • ET
  • FI
  • FR
  • GA
  • HR
  • HU
  • IT
  • LT
  • LV
  • MT
  • NL
  • PL
  • PT
  • RO
  • SK
  • SL
  • SV
Hoofdartikel
Christa SCHWENG

Woord vooraf

Een dag van saamhorigheid en solidariteit

De viering van de dag van Europa op 9 mei verliep dit jaar anders dan anders. Met de ongerechtvaardigde en niet-uitgelokte Russische agressie tegen Oekraïne werden we op bruuske wijze herinnerd aan de drijfveren achter de oprichting van de EU en het belang van vrede en solidariteit. Dit jaar vieren we meer dan ooit onze eenheid en wat de EU heeft bereikt. Daarnaast is het ook van belang dat we Oekraïne voortdurend onze solidariteit betuigen.

 

Read more in all languages

Een dag van saamhorigheid en solidariteit

De viering van de dag van Europa op 9 mei verliep dit jaar anders dan anders. Met de ongerechtvaardigde en niet-uitgelokte Russische agressie tegen Oekraïne werden we op bruuske wijze herinnerd aan de drijfveren achter de oprichting van de EU en het belang van vrede en solidariteit. Dit jaar vieren we meer dan ooit onze eenheid en wat de EU heeft bereikt. Daarnaast is het ook van belang dat we Oekraïne voortdurend onze solidariteit betuigen.

Op 9 mei vond ook de slotbijeenkomst van de Conferentie over de toekomst van Europa (CoFoE) plaats. Met het oog op de recente gebeurtenissen werd een nieuw punt aan de agenda van de Conferentie toegevoegd: het aanpakken van de sociale en economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne in de toch al moeilijke post-pandemische context.

Na bijna een jaar durf ik wel te stellen dat de Conferentie een vrij succesvol experiment is gebleken. Hoewel een en ander over het algemeen in alle transparantie is verlopen en de debatten vruchten hebben afgeworpen, is er nog heel wat werk aan de winkel. Nu is het zaak in te spelen op de eisen en verwachtingen van de burgers.

Als eerste stap moet een dashboard worden ontwikkeld aan de hand waarvan de burgers kunnen nagaan welke maatregelen zijn genomen naar aanleiding van de verschillende aanbevelingen, zodat er sprake is van een gestructureerde en transparante follow-up. Transparantie en eerlijke vertegenwoordiging zijn immers cruciaal in een participatiedemocratie.

Ook kan worden gedacht aan de uitwerking van een regeling voor permanent overleg met de burgers op basis van de lessen die uit de CoFoE zijn getrokken; het EESC zou daarbij kunnen fungeren als bruggenhoofd.  

In het kader van de Conferentie zou ik nogmaals willen benadrukken hoe belangrijk het is dat het maatschappelijk middenveld bij de beleidsvorming wordt betrokken. Het Comité zal nauw met alle EU-instellingen blijven samenwerken aan de verwezenlijking van gemeenschappelijke doelstellingen om onze samenlevingen sterker te maken.

Wij zullen ervoor zorgen dat de bijdrage van de maatschappelijke organisaties centraal staat in een sterkere participatiedemocratie. De Europese Unie kan alleen uitgroeien tot een plek waar iedereen de kans krijgt iets van zijn leven te maken als alle burgers bij de besluitvorming worden betrokken.

Christa Schweng
EESC-voorzitter

Voor in uw agenda

31 mei-1 juni 2022, Marrakech

Euromed-top 2022 van sociaal-economische raden en soortgelijke instellingen

2 juni 2022, Brussel

EBI-dag 2022

8 juni 2022, Brussel

20-jarig bestaan CCMI

15-16 juni 2022, Brussel

EESC-zitting

Meteen ter zake!

In onze rubriek “Meteen ter zake” vestigen we de aandacht op adviezen en initiatieven van het EESC die een verschil kunnen maken. In dit nummer vat EESC-lid Tatjana Babrauskiene de hoofdpunten samen van het nieuwe advies over de ondersteuning van de onafhankelijke mediasector in Belarus. Ze wijst op de gevaren die onafhankelijke journalisten lopen in Belarus en andere autoritaire staten waar democratische beginselen worden geschonden, en roept op hen te beschermen. (ehp)

Read more in all languages

In onze rubriek “Meteen ter zake” vestigen we de aandacht op adviezen en initiatieven van het EESC die een verschil kunnen maken. In dit nummer vat EESC-lid Tatjana Babrauskiene de hoofdpunten samen van het nieuwe advies over de ondersteuning van de onafhankelijke mediasector in Belarus. Ze wijst op de gevaren die onafhankelijke journalisten lopen in Belarus en andere autoritaire staten waar democratische beginselen worden geschonden, en roept op hen te beschermen. (ehp)

Tatjana Babrauskienė: De EU moet onafhankelijke media in Belarus ondersteunen

Volgens het EESC is de situatie in Belarus een Europese aangelegenheid waaraan de nodige aandacht moet worden besteed. De EU en haar lidstaten kunnen helpen bij het doorgeven en verspreiden van onafhankelijke berichtgeving uit Belarus in Europa door deze in andere talen beschikbaar te stellen.

Read more in all languages

Volgens het EESC is de situatie in Belarus een Europese aangelegenheid waaraan de nodige aandacht moet worden besteed. De EU en haar lidstaten kunnen helpen bij het doorgeven en verspreiden van onafhankelijke berichtgeving uit Belarus in Europa door deze in andere talen beschikbaar te stellen. 

Sinds de presidentsverkiezingen van augustus 2020 in Belarus, die door de oppositie en westerse democratieën als gemanipuleerd worden beschouwd, heeft het autoritaire regime van Aleksandr Loekasjenko brute stappen genomen om een nooit eerder geziene protestbeweging in het land de kop in te drukken, en massaal de aanval geopend op het maatschappelijk middenveld en de nieuwsmedia. Meer dan 35 000 mensen zijn gearresteerd, duizenden zijn door de ordehandhavers geslagen en verscheidene demonstranten zijn gedood. 

Gedurende al die tijd hebben de journalisten, bloggers en schrijvers de protesten verslagen, het politiegeweld gedocumenteerd, waarheidsgetrouwe informatie verstrekt en gezocht naar werkende internetverbindingen om beeldmateriaal te uploaden, en geprobeerd arrestatie te voorkomen. Dankzij hen is de hele wereld op de hoogte gebracht van de ongekende mensenrechtencrisis in Belarus. Het is belangrijk het ongelooflijke werk van de Belarussische journalisten te erkennen: de moeite die zij hebben gedaan om de verhalen te verslaan, het feit dat zij vaak hun leven op het spel zetten en soms hun gezinnen in gevaar brachten om maar de waarheid te kunnen vertellen. Ook moet hulde worden gebracht aan alle dappere en vreedzame demonstranten die de meest creatieve manieren wisten te vinden om hun verzet te uiten.

Het EESC benadrukt dat de situatie in Belarus een Europese aangelegenheid is waaraan de nodige aandacht moet worden besteed. De EU en haar lidstaten kunnen helpen om nieuws uit Belarus aan een breder publiek door te geven door contact te leggen met verschillende onafhankelijke nieuwsagentschappen uit Belarus en hun nieuws in andere talen beschikbaar te stellen. 

In een recent informatief rapport zet het EESC uiteen welke cruciale stappen de lidstaten zouden kunnen nemen om de onafhankelijke media in Belarus en mogelijk ook in andere landen te steunen:

  • wereldwijd het goede voorbeeld geven met steun voor mediavrijheid in crisissituaties, door hulp te bieden en door noodopvang en vrijstelling van de visumplicht uit te breiden tot Belarussische journalisten die de onderdrukking willen ontvluchten;
  • oprichting van Europese en nationale fondsen ter ondersteuning van de vrije media en journalisten in Belarus, een model dat eventueel kan worden uitgebreid tot andere landen die onder een dictatuur leven. Dit moet noodhulp omvatten voor onderdrukte en uitgeweken journalisten, die juridische, financiële en psychologische steun nodig hebben;
  • ontwikkeling van een strategie om de steun zo te kanaliseren dat het werk van journalisten duurzaam wordt; 
  • nagaan hoe Belarussische onafhankelijke journalisten in de nationale medianetwerken van de lidstaten kunnen worden geïntegreerd, of hun beurzen aanbieden;
  • zorgen voor meer bijstand en meer flexibiliteit door minder bureaucratische rompslomp bij het verkrijgen van financiële steun van de EU;
  • zoeken naar alternatieve manieren om internetverbindingen vanuit de EU aan te bieden wanneer de overheidsprovider de toegang afsluit; 
  • ondersteuning voor innovatie bij informatie-overdracht; 
  • geen apparatuur of software leveren die kan worden gebruikt om het internet en websites in Belarus te censureren en sancties opleggen aan de nationale telecommunicatiemaatschappij Beltelecom, die het monopolie heeft op het beheer van internationaal webverkeer en achter de internetafsluitingen van het land zat;
  • toezicht op het internet tegengaan, Belarussische journalisten de instrumenten bieden om censuur te omzeilen en hun digitale geletterdheid vergroten. 

Het EESC is van mening dat de EU alle rechters, openbaar aanklagers en politiemensen die betrokken zijn bij de vervolging van journalisten en activisten dringend op de sanctielijst moet zetten.

Tatjana Babrauskienė, lid van het EESC

Van Oekraïne op weg naar...

Dankzij het onvermoeibare en heroïsche werk van journalisten, fotografen en cameramensen die naar Oekraïne gaan, zijn we rechtstreeks getuige van de tragische gebeurtenissen die zich daar voltrekken. Een van hen, de Poolse fotograaf Sławek Kamiński, doneerde foto’s die hij maakte bij de Wit-Russisch-Poolse grens, de Poolse stad Rzeszów en de Pools-Oekraïense grens in Medyka-Shehyni. Vandaag publiceren we een derde foto uit deze reeks. Hartelijk dank aan de heer Kamiński voor het met ons delen van dit vastgelegde moment.

Foto: Sławek Kaminski/GW

Read more in all languages

Dankzij het onvermoeibare en heroïsche werk van journalisten, fotografen en cameramensen die naar Oekraïne gaan, zijn we rechtstreeks getuige van de tragische gebeurtenissen die zich daar voltrekken. Een van hen, de Poolse fotograaf Sławek Kamiński, doneerde foto’s die hij maakte bij de Wit-Russisch-Poolse grens, de Poolse stad Rzeszów en de Pools-Oekraïense grens in Medyka-Shehyni. Vandaag publiceren we een derde foto uit deze reeks. Hartelijk dank aan de heer Kamiński voor het met ons delen van dit vastgelegde moment.

Foto: Sławek Kaminski/GW

“Een vraag voor ...”

Een vraag voor...

In onze rubriek “Een vraag voor ...” geven we dit keer het woord aan Jacques Glorieux, een van de meest ervaren leden van de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) van het EESC, naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de CCMI.

Read more in all languages

In onze rubriek “Een vraag voor ...” geven we dit keer het woord aan Jacques Glorieux, een van de meest ervaren leden van de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) van het EESC, naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de CCMI.

Jacques Glorieux zit in het bestuur van diverse Kamers van Koophandel in België en Luxemburg en is vicevoorzitter van de Belgische Kamers van Koophandel. Van 1998 tot juli 2002 vertegenwoordigde hij de Belgische kolensector in het raadgevend comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Vervolgens trad hij in 2002 toe tot de CCMI, die net door het EESC was opgericht. Momenteel maakt hij ook deel uit van het ‘bureau’, het bestuur van de adviescommissie. Hij neemt actief deel aan alle activiteiten van de CCMI die verband houden met steenkool, zoals de rondetafelgesprekken over steenkool en het initiatief “steenkoolregio’s in transitie”, dat onderdeel uitmaakt van het platform voor een rechtvaardige transitie van de Europese Commissie.

Na twintig jaar is de CCMI relevanter dan ooit

EESC Info: op 8 juni viert de CCMI haar 20-jarig bestaan. Welke rol heeft deze commissie tot dusver gespeeld, hoe heeft ze bijgedragen aan de EU-agenda en wat heeft ze betekend voor het Europees maatschappelijk middenveld? Zal de CCMI een cruciale rol spelen in het Europa van de toekomst?

Jacques Glorieux, lid van de CCMI: de adviescommissie Industriële reconversie, oftewel CCMI, de afkorting van haar Franse naam Commission consultative des mutations industrielles, werd in 2002 opgericht als afzonderlijk orgaan binnen het Europees Economisch en Sociaal Comité. De CCMI is de opvolger van het raadgevend comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 bij het Verdrag van Parijs werd opgericht, en is dus het oudste orgaan dat zich bezighoudt met het anticiperen op en ondersteunen van industriële omschakeling.

 

Read more in all languages

EESC Info: op 8 juni viert de CCMI haar 20-jarig bestaan. Welke rol heeft deze commissie tot dusver gespeeld, hoe heeft ze bijgedragen aan de EU-agenda en wat heeft ze betekend voor het Europees maatschappelijk middenveld? Zal de CCMI een cruciale rol spelen in het Europa van de toekomst?

Jacques Glorieux, lid van de CCMI: de adviescommissie Industriële reconversie, oftewel CCMI, de afkorting van haar Franse naam Commission consultative des mutations industrielles, werd in 2002 opgericht als afzonderlijk orgaan binnen het Europees Economisch en Sociaal Comité. De CCMI is de opvolger van het raadgevend comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 bij het Verdrag van Parijs werd opgericht, en is dus het oudste orgaan dat zich bezighoudt met het anticiperen op en ondersteunen van industriële omschakeling.

Ik heb deze wisseling van de wacht persoonlijk meegemaakt, aangezien ik van 1998 tot juli 2002 voor België en namens groep III (kolen, importeurs en consumenten) in het raadgevend comité van de EGKS in Luxemburg zat. Daarna ben ik overgestapt naar de kersverse CCMI in het EESC en momenteel maak ik deel uit van het CCMI-bureau (als coördinator van de afgevaardigden in categorie III).

In deze twintig jaar heeft de CCMI haar licht laten schijnen en advies uitgebracht over kwesties die van bijzonder belang zijn voor het maatschappelijk middenveld. Zo was het de CCMI die in 2013 de aandacht van de EU-instellingen vestigde op geplande veroudering. De commissie heeft een breed scala aan adviezen uitgebracht en daarbij optimaal gebruikgemaakt van de specifieke expertise van haar leden en, niet in de laatste plaats, haar afgevaardigden. Het feit dat de CCMI zowel EESC-leden als externe afgevaardigden telt, is een ander uniek kenmerk en de kracht van deze commissie.

De belangrijkste taak van het CCMI is sinds jaar en dag het analyseren van industriële veranderingsprocessen in de kolen- en staalsector, met name delokalisatie, relokalisatie en herstructurering van de industrie. Toch kan ik met trots melden dat de CCMI haar werkterrein met succes heeft uitgebreid tot alle industriële ecosystemen, waaronder bijvoorbeeld grondstof- en energie-intensieve sectoren en kritieke grondstoffen, de gezondheidssector, de automobielindustrie en de scheepsbouw-, ruimtevaart- en defensie-industrie.

Ik heb vertrouwen in de toekomst van de CCMI, aangezien wat ze doet nu relevanter is dan ooit tevoren. Het industriebeleid, dat vanaf het begin met de EGKS centraal stond in de Europese integratie, blijft hoog op de Europese agenda staan, met name in de context van het herstel na de pandemie, die kritieke afhankelijkheden aan het licht heeft gebracht en de interne markt sterk heeft beïnvloed. Ook de recente invasie van Oekraïne heeft kwetsbaarheden blootgelegd die hebben geleid tot een tekort aan bepaalde kritieke materialen en onderdelen in Europa en tot hogere energieprijzen. In dit onzekere klimaat is het voor een grotere veerkracht en meer strategische autonomie van Europa van essentieel en dringend belang dat we erin slagen de groene en de digitale transitie van onze economie tot een goed einde te brengen.

Deze ingrijpende veranderingen zullen een ongekende impact hebben op ons dagelijks leven en het EESC, en met name de CCMI, moet een sleutelrol spelen bij een rechtvaardige transitie naar een toekomst waarin de industrie geen schade toebrengt aan het milieu, de economie gedijt en werknemers worden beschermd. Nog voor de zomer van 2022 zal de CCMI advies uitbrengen over onderwerpen als de Europese chipwet vanuit het sectorale perspectief van de defensie- en ruimtevaartindustrie, de kritieke technologieën voor veiligheid en defensie – een belangrijk thema voor het bereiken van een open en strategische autonomie – en technologieën voor het koolstofvrij maken van de economie.

Op 8 juni vieren we het 20-jarig bestaan van de CCMI met een conferentie, maar we kijken ook vooruit en zullen al deze kwesties aan de orde stellen en nadenken over wat het EESC het best kan doen om de uitdagingen waarmee alle Europese industriële sectoren worden geconfronteerd in hun streven naar behoud van hun concurrentievermogen, het hoofd te helpen bieden. Deze conferentie is een kans om de stem van het maatschappelijk middenveld te laten horen, dat er in belangrijke mate toe bijdraagt dat deze veranderingen op een rechtvaardige en eerlijke manier plaatsvinden, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten.  

Ik nodig u allen uit om dit evenement te volgen via deze webpagina: https://www.eesc.europa.eu/nl/agenda/our-events/events/ccmi-20th-anniversary

 

 

Raadt u wie onze gast is?

De verrassingsgast

Elke maand laten we u in deze rubriek kennismaken met een publieke persoon van wie het werk en de gedrevenheid een bron van inspiratie vormen. Stuk voor stuk mensen die onverschrokken, wilskrachtig en vastberaden in actie komen en als lichtend voorbeeld dienen. Hun moed dwingt respect af. Onze gast deze maand is Nadija Afanasieva, directeur van het Oekraïense Instituut voor Internationale Politiek in Kiev, Oekraïne. Zij is ook coördinator van het Platform van het maatschappelijk middenveld EU-Oekraïne en coördineert de werkgroep van dit platform. Zij is expert op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking en macroregionale strategieën, EU-fondsen, slimme specialisatie en projectbeheer.

 

Read more in all languages

Elke maand laten we u in deze rubriek kennismaken met een publieke persoon van wie het werk en de gedrevenheid een bron van inspiratie vormen. Stuk voor stuk mensen die onverschrokken, wilskrachtig en vastberaden in actie komen en als lichtend voorbeeld dienen. Hun moed dwingt respect af. Onze gast deze maand is Nadija Afanasieva, directeur van het Oekraïense Instituut voor Internationale Politiek in Kiev, Oekraïne. Zij is ook coördinator van het Platform van het maatschappelijk middenveld EU-Oekraïne en coördineert de werkgroep van dit platform. Zij is expert op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking en macroregionale strategieën, EU-fondsen, slimme specialisatie en projectbeheer.

 

Nadija Afanasieva: Samen bouwen aan een sterk en veilig Oekraïne

Toen we samen met familie en vrienden Nieuwjaar vierden, wensen uitspraken en plannen maakten voor 2022, kon niemand bevroeden dat ons leven binnen slechts enkele maanden zo dramatisch zou veranderen.

 

Read more in all languages

Toen we samen met familie en vrienden Nieuwjaar vierden, wensen uitspraken en plannen maakten voor 2022, kon niemand bevroeden dat ons leven binnen slechts enkele maanden zo dramatisch zou veranderen.

Voor het eerst sinds zijn onafhankelijkheid in 2014 keek Oekraïne de oorlog weer in de ogen.

Tijdens de Revolutie van de Waardigheid werden op het centrale Onafhankelijkheidsplein (Maidan) meer dan 100 mensen doodgeschoten. Daarna volgden de invasie van Donbas en de annexatie van de Krim. Het Oekraïense maatschappelijk middenveld veranderde ingrijpend in 2014: vrijwilligers gingen naar het front, waar ze binnenlandse ontheemden en gewonde soldaten hielpen. Dat leken ons de donkerste dagen uit onze geschiedenis, maar we hadden het mis.

In 2014 was er in onze samenleving vrijwel geen verdeeldheid meer over de vraag of we moesten toetreden tot de EU. Uit de laatste opiniepeiling vóór de invasie, in februari 2022, bleek dat maar liefst 68% van de Oekraïners voorstander was van het EU-lidmaatschap voor Oekraïne. Dat aandeel steeg tot 86% vlak na de invasie en bereikte eind maart 91%: een ongekend record!

Deze massale steun is mede te danken aan de helpende hand die het maatschappelijk middenveld van de EU heeft geboden. Het kwam onmiddellijk in actie en riep EU-regeringen op om snel te handelen. De rol van vrijwilligers, die al in de eerste uren na de invasie aan de slag zijn gegaan, is enorm. Hun grote kracht is dat ze voor elk probleem heel snel een oplossing kunnen vinden, of het nu om munitie, drones, geneesmiddelen of kleding voor vluchtelingen gaat. Het was ongelooflijk om de golf van demonstraties en de enorme aantallen geelblauwe vlaggen in de hele EU te zien. In onze schuilkelders putten we kracht uit de foto's van mensen over de hele wereld die Oekraïne steunen.

De meeste partners van ons begonnen te bellen zodra ze het nieuws van de massale luchtaanvallen in Oekraïne hadden gehoord en vroegen: “Hoe kunnen we helpen?" We hebben al veel hulp gekregen, maar we hebben nog meer nodig.

Het leger heeft behoefte aan innovatieve oplossingen en technologieën om de strijd te winnen; artsen van alle denkbare specialismen hebben moderne apparatuur en personeel nodig om gewonde soldaten en burgers te helpen; vrijwilligers hebben nog meer contacten over de hele wereld nodig enz.

Maar we hebben ook een strategie nodig voor het herstel in Oekraïne, en hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor gezamenlijke inspanningen van de hele democratische wereld om een sterke en veilige staat op te bouwen en innovatieve oplossingen uit te werken voor de bouw, de aanleg van infrastructuur, steun voor bedrijfsleven en wetenschap, capaciteitsopbouw voor de instellingen van verschillende niveaus enz.

Zowel de Oekraïners als de EU hebben zeer duidelijke lessen getrokken uit deze oorlog:

- Sommige situaties vragen om snelle oplossingen, vooral als het gaat om gemeenschappelijke veiligheidskwesties.
De oorlog begon in 2014 en al acht jaar lang wijzen de Oekraïners erop hoe gevaarlijk het is om nauwe betrekkingen te onderhouden met Rusland en om voor energie en andere producten afhankelijk te zijn van een land dat zijn inkomsten besteedt aan terrorisme en het aanrichten van bloedbaden. Toch zagen Oekraïne en ook de EU deze wrede en grootschalige invasie niet aankomen, anders hadden we allebei wel meer vastberadenheid aan de dag gelegd. Zou het tot deze invasie zijn gekomen als de in 2014 opgelegde sancties even streng waren geweest als die van 2022?

- De oorlog in 2022 is ook een innovatie- en technologieoorlog. Als we onder andere de energie-efficiëntie verhogen, energiebronnen diversifiëren, nieuwe digitale oplossingen vinden, ruimtevaarttechnologieën ontwikkelen en beter met onze natuurlijke hulpbronnen omgaan, zullen we onafhankelijker en veiliger zijn dan op dit moment, nu alle landen een ernstige crisis doormaken.

Doordat we beseften hoe belangrijk het was dat politici, diplomaten, strijdkrachten, vrijwilligers en het maatschappelijk middenveld meteen in actie kwamen, zijn we nu op koers om de strijd te winnen. De behoefte aan steun is nog steeds enorm, maar we zijn met de dag gemotiveerder.

Als Oekraïners hebben wij laten zien wat onze belangrijkste waarden zijn: menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en mensenrechten. Er is nog nooit een versnelde procedure voor EU-lidmaatschap doorlopen, maar Oekraïne bevindt zich in een uitzonderlijke situatie en waarschijnlijk is het moment gekomen om de procedure te herzien.

De Oekraïners zijn zich maar al te bewust van de hoeveelheid huiswerk die zij moeten doen om lid te worden van de EU. Onze kracht is onze motivatie om een vrije staat op te bouwen en samen te gaan werken met degenen die ons in de zwaarste tijden terzijde hebben gestaan. Daarom houden we vol, met vertrouwen in onze strijdkrachten en een welvarend land als lonkend perspectief.

Nadija Afanasieva, directeur van het Oekraïense Instituut voor Internationale Politiek in Kiev, Oekraïne.

 

Nieuws van het EESC

EESC bespreekt de prioriteiten van het Tsjechische EU-voorzitterschap en de juiste energiemix voor Europa in de toekomst

In een toespraak tot EESC-leden op 28 april 2022 in Praag heeft Mikuláš Bek, de Tsjechische minister van Europese Zaken, de vijf verwachte politieke prioriteiten van het komende Tsjechische Raadsvoorzitterschap onthuld.

Read more in all languages

In een toespraak tot EESC-leden op 28 april 2022 in Praag heeft Mikuláš Bek, de Tsjechische minister van Europese Zaken, de vijf verwachte politieke prioriteiten van het komende Tsjechische Raadsvoorzitterschap onthuld.

Bek maakte de verwachte beleidsprioriteiten van het Tsjechische voorzitterschap van de Raad van de EU tijdens een vergadering van het EESC-bureau bekend. De nadruk zal liggen op de groene en de digitale transitie, maar ook, gezien de recente gebeurtenissen, op veiligheid.

Onder het motto “Europa, een opdracht”, ontleend aan de toespraak die voormalig president Václav Havel indertijd in Aken heeft gehouden, zal het Tsjechische EU-voorzitterschap zich concentreren op:

1) beheersing van de vluchtelingencrisis en herstel in Oekraïne;
2) energiezekerheid in Europa;
3) versterking van de Europese defensiecapaciteit en de veiligheid van de cyberruimte;
4) strategische veerkracht van de Europese economie;
5) veerkracht van democratische instellingen.

Onder verwijzing naar de ontwikkelingen in de crisis in Oekraïne zei Bek: “Zorgen voor toegang tot betaalbare, duurzame, maar ook betrouwbare energiebronnen is een van de grootste uitdagingen waar de EU ooit voor heeft gestaan.”

Tijdens het debat drongen de EESC-leden er bij de minister op aan om de steun van de EU en de nationale regeringen aan maatschappelijke organisaties op te voeren; deze bevinden zich in de frontlinie van de humanitaire crisis die door de Russische invasie van Oekraïne is ontstaan, en hebben dringend praktische hulp nodig.

Europese solidariteit was een ander belangrijk thema in de discussie: de leden benadrukten dat de invoer van energie uit Rusland alleen stopgezet kan worden als de EU-lidstaten elkaar niet afvallen en de beschikbare energiebronnen delen.

Verschillende sprekers waarschuwden ook dat sociale aspecten niet veronachtzaamd mogen worden tijdens het Tsjechische Raadsvoorzitterschap in de tweede helft van 2022. Met de stijgende energie- en voedselprijzen neemt de armoede toe, waardoor de sociale cohesie in het gedrang komt.

Naast deze vergadering hield het bureau ook een seminar over een optimale energiemix voor duurzame en betaalbare energie. Daarin wees EESC-voorzitter Christa Schweng erop dat het van essentieel belang is om de EU minder afhankelijk te maken van de aanvoer van energie uit derde landen. Dat moeten we doen door onze energiebronnen te diversifiëren en meer te investeren in hernieuwbare energiebronnen.

“Wil de transitie succesvol verlopen, dan moeten de maatschappelijke organisaties een sleutelrol spelen bij het bepalen en uitvoeren van beleid”, aldus Schweng. (mp)

Ontwarren van regelgevingsknopen: EU-maatregelen inzake platformarbeid moeten helpen iedereen eerlijk werk te garanderen

Het EESC is ingenomen met het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk en juicht dit toe als een hoognodige stap op weg naar duidelijke en welomschreven criteria voor de kwalificatie van arbeidsverhoudingen en voor de regulering van het gebruik van algoritmen bij de aanwerving en indienstneming van platformwerkers.

Read more in all languages

Het EESC is ingenomen met het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk en juicht dit toe als een hoognodige stap op weg naar duidelijke en welomschreven criteria voor de kwalificatie van arbeidsverhoudingen en voor de regulering van het gebruik van algoritmen bij de aanwerving en indienstneming van platformwerkers.

Volgens het EESC is het gebruik van een bindend rechtsinstrument, een richtlijn, om platformwerk te reguleren gerechtvaardigd, omdat de extreme verscheidenheid aan arbeidsvoorwaarden en wetgeving in elke lidstaat vaak leidt tot een slechte behandeling van platformwerkers en tot een afbrokkeling van de nationale en EU-arbeidsbeschermingsnormen. Het advies hierover werd tijdens de zitting in maart met 149 stemmen vóór en 80 tegen, bij 17 onthoudingen, goedgekeurd.

De rapporteur voor het advies, Cinzia del Rio, zei het volgende: We zien duidelijke voorbeelden van discriminatie en ongelijke behandeling van platformwerkers in de EU. De situatie in de lidstaten is zeer divers: overal zijn er regelgevingsknopen die moeten worden ontward. Met de voorgestelde richtlijn wordt beoogd een flexibel regelgevingskader tot stand te brengen, dat op nationaal niveau kan worden aangepast en rekening houdt met de verschillende arbeidsomstandigheden van de mensen.

Veruit de belangrijkste kwestie is de juridische kwalificatie van de arbeidsverhouding en het duidelijke onderscheid met echte zelfstandige arbeid. Er moet duidelijk worden vastgesteld wie de wettelijk verantwoordelijke werkgever is, zowel om te zorgen voor een correcte betaling van belastingen en sociale bijdragen als om collectieve onderhandelingen mogelijk te maken. Volgens het EESC is de tekst van het Commissievoorstel op dit punt echter te algemeen en te vaag, evenals op een aantal andere punten, zoals het recht van zowel werknemers als vakbondsvertegenwoordigers op informatie en raadpleging.

De huidige rechtsonzekerheid werkt in sommige situaties wellicht het ontstaan en de verspreiding van zwartwerk in de hand, evenals betreurenswaardige situaties van uitbuiting en wedijver tussen platformwerkers onderling, die mogelijk ook het slachtoffer zijn van illegale onderaannemingspraktijken, aldus het EESC. 

De groep Werkgevers van het EESC had een tegenadvies ingediend, dat meer dan 30 % van de uitgebrachte stemmen behaalde en als bijlage bij het goedgekeurde advies wordt gepubliceerd. De groep Werkgevers is tegen het gebruik van een richtlijn om platformwerk te reguleren, omdat ze vreest dat zulke bindende wetgeving op een standaardoplossing zal neerkomen. Dit zou een belemmering kunnen vormen voor innovatie en voor investeringen in de oprichting en ontwikkeling van digitale platforms in de EU.

De groep Werkgevers is ook tegen de invoering van een wettelijke EU-definitie van wie werknemer en wie zelfstandige is op platforms, aangezien zo’n definitie volgens haar geen recht zou doen aan de diverse modellen die in de verschillende landen worden gebruikt, noch gelijke tred zou kunnen houden met de dynamische ontwikkelingen op de arbeidsmarkten. (ll)
 

EESC dringt aan op consistente en strenge sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende migranten

Het EESC doet een dringend beroep op de EU-lidstaten om zich meer in te spannen voor de uitvoering van de EU-richtlijn inzake sancties tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. In een onlangs uitgebracht advies wijst het EESC op de gebrekkige omzetting en uitvoering van deze richtlijn in de EU.

Read more in all languages

Het EESC doet een dringend beroep op de EU-lidstaten om zich meer in te spannen voor de uitvoering van de EU-richtlijn inzake sancties tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. In een onlangs uitgebracht advies wijst het EESC op de gebrekkige omzetting en uitvoering van deze richtlijn in de EU.

Illegaal verblijvende migranten worden vaak het slachtoffer van arbeidsuitbuiting en trekken ook mensensmokkelaars aan. Elk jaar moeten duizenden mensen die een gevaarlijke tocht richting Europa ondernemen dit met hun leven bekopen. Beide criminele praktijken moeten op nationaal en Europees niveau met harde hand worden bestreden, aldus het EESC.

In zijn advies constateert het EESC dat er significante verschillen zijn tussen de lidstaten wat de zwaarte van de sancties betreft en dat landen er in de meeste gevallen weinig aan doen om het in dienst nemen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te ontmoedigen. 

Een andere tekortkoming van de richtlijn is dat migranten niet worden gestimuleerd om een officiële klacht in te dienen tegen hun werkgever. De reden hiervoor is dat migranten veelal, en niet onterecht, bang zijn dat ze worden teruggestuurd naar hun land van herkomst. Het EESC vindt het een heel goede zaak dat de Commissie van plan is om inbreukprocedures in te leiden tegen lidstaten die erin volharden niet alle relevante informatie te verstrekken over de uitvoering van de belangrijkste, uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen op het gebied van sancties, inspecties en bescherming van de rechten van migranten, aldus de rapporteur, Carlos Manuel Trindade. 

In een ander advies heeft het EESC zich gebogen over het nieuwe EU-actieplan tegen migrantensmokkel (2021-2025) en prijst het de alomvattende aanpak die in dit plan wordt voorgesteld om de bestrijding van deze gevaarlijke en criminele activiteit voort te zetten. Volgens de cijfers van Europol heeft meer dan 90 % van de mensen die de Europese Unie op illegale wijze zijn binnengekomen op enig moment gereisd via een smokkelnetwerk.

De bestrijding van migrantensmokkel wordt in het nieuwe migratie- en asielpact van de EU als een prioriteit beschouwd, omdat het aan duizenden migranten – vrouwen, kinderen en mannen – het leven heeft gekost. Er wordt misbruik gemaakt van mensen die de EU proberen binnen te komen en hun rechten worden geschonden. Bovendien wordt de Europese veiligheid erdoor bedreigd.

De strijd tegen migrantensmokkel mag nooit gericht zijn tegen de migranten zelf of tegen humanitaire hulp en bijstand ten behoeve van migranten. Solidariteit mag niet gecriminaliseerd worden, onderstreept de rapporteur voor het advies, José Antonio Moreno Diaz. We begrijpen dat de bescherming van de buitengrenzen van de EU prioriteit heeft, maar dat mag nooit ten koste gaan van de mensenrechten.

De EU en het milieu: tijd om het strafrecht aan te scherpen

In zijn tijdens de maartzitting aangenomen advies over Betere milieubescherming door middel van het strafrecht pleit het EESC ervoor dat de EU strafrechtelijke sancties oplegt voor zoveel mogelijk milieudelicten.

Read more in all languages

In zijn tijdens de maartzitting aangenomen advies over Betere milieubescherming door middel van het strafrecht pleit het EESC ervoor dat de EU strafrechtelijke sancties oplegt voor zoveel mogelijk milieudelicten.

Het EESC buigt zich in dit advies over het voorstel voor een nieuwe EU-richtlijn milieucriminaliteit en geeft concreet aan hoe de tekst daadwerkelijk doeltreffend, evenredig en afschrikkend kan worden gemaakt.

Het EESC is ingenomen met de uitbreiding van de lijst van milieudelicten van negen tot achttien, maar wijst erop dat de richtlijn betrekking moet hebben op zoveel mogelijk soorten milieudelicten. Ook is het van oordeel dat er pas echt sprake kan zijn van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties als de maximumniveaus ervan aanzienlijk worden verhoogd.

Voorts stelt het EESC voor om de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie uit te breiden tot milieudelicten, aangezien bekend is dat er vaak sprake is van banden met de georganiseerde misdaad.

Het EESC zou graag zien dat ook “ecocide” in de richtlijn wordt opgenomen en stelt de volgende definitie voor: “onwettige of opzettelijke handelingen die worden begaan in het volle besef dat er een aanzienlijke kans bestaat dat deze handelingen het milieu ernstige en grootschalige of langdurige schade toebrengen”. Het merkt in dit verband op dat gewapende conflicten in bijna alle gevallen onder de definitie van ecocide vallen. 

Milieudelicten vormen wereldwijd de op drie na meest winstgevende categorie strafbare feiten en zijn bezig aan een opmars in de Europese Unie. Het aantal grensoverschrijdende veroordelingen is niet wezenlijk toegenomen, maar het percentage in Europa gepleegde milieudelicten is wel gestegen.
Het EESC benadrukt echter dat een herziening van de richtlijn niet voldoende is. Een van de zwakke punten die bij de evaluatie van de huidige richtlijn aan het licht zijn gekomen, is de tenuitvoerlegging in de lidstaten. Het EESC onderstreept dan ook dat de handhavingsketen moet worden versterkt en stelt voor dat de lidstaten gespecialiseerde politiediensten in het leven roepen en openbare aanklagers, rechters en rechtbanken aanstellen die zich bezighouden met milieucriminaliteit.

De richtlijn milieucriminaliteit uit 2008 is het belangrijkste bindende EU-instrument om milieucriminaliteit aan te pakken. Uit een in 2019 en 2020 uitgevoerde evaluatie is gebleken dat de richtlijn in de praktijk niet veel effect heeft gehad. In de afgelopen tien jaar is het aantal met succes onderzochte gevallen van milieucriminaliteit waarbij veroordelingen zijn uitgesproken zeer laag gebleven, waren de opgelegde sancties onvoldoende afschrikkend en was er geen sprake van systematische grensoverschrijdende samenwerking. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft de Commissie besloten de richtlijn te vervangen door een nieuwe EU-richtlijn. (mr)
 

Antisemitisme stelt de Europese gedachte op de proef

De Europese Unie dient op te komen voor onze fundamentele waarden, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Daarom heeft het EESC zich tijdens zijn zitting van maart met kracht uitgesproken voor de strategie van de Europese Commissie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het Joodse leven

Read more in all languages

De Europese Unie dient op te komen voor onze fundamentele waarden, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Daarom heeft het EESC zich tijdens zijn zitting van maart met kracht uitgesproken voor de strategie van de Europese Commissie ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het Joodse leven

Het EESC is ervan overtuigd dat antisemitisme de Europese gedachte, de Europese co-existentie, de rechtsstaat, de grondrechten en de democratie op de proef stelt,aldus rapporteur Ákos Topolánszky.

Het is volgens het EESC een goede zaak dat de strategie niet alleen de bestrijding van antisemitisme als doel heeft, maar ook overheidsbeleid en samenwerking tussen gemeenschappen die bevorderlijk zijn voor wederzijdse acceptatie.

Het EESC acht het van essentieel belang de oorzaken van alle vormen van geweld tegen Joodse individuen en gemeenschappen te begrijpen om doeltreffende maatregelen te kunnen nemen, niet alleen via het strafrecht, maar ook via een doeltreffender systeem van maatregelen op gemeenschaps- en maatschappelijk niveau.  

Bovendien moet de Joodse cultuur, als integraal onderdeel van de Europese identiteit, toegankelijker worden gemaakt voor burgers en het grote publiek. Het EESC verzoekt de EU-instellingen, de lidstaten en de sociale partners om een goed beeld te geven van de bijdrage van de Joodse gemeenschap aan de EU en deze toe te juichen als een integraal en onvervreemdbaar onderdeel van onze gemeenschappelijke cultuur.

Er moet consequent gebruik worden gemaakt van alle grondwettelijke en EU-rechtsinstrumenten om antisemitisme in de media aan te pakken. Tegelijkertijd moeten de kennis van en het inzicht in het Joodse leven worden verbeterd door middel van een meer evenwichtige en van fijngevoeligheid getuigende berichtgeving. 

De vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschappen en hun leden in de traditionele media en de sociale media is meestal zeer beperkt, en de nadruk ligt daarbij vooral op de gevolgen van antisemitisch geweld en terrorisme. Er is echter ook behoefte aan positieve berichten, als erkenning van het belang van co-existentie in onze samenlevingen. 

Ten slotte moedigt het EESC de Europese Commissie aan om in het externe beleid — bij de samenwerking met derde landen en internationale organisaties — ruim baan te geven aan de bestrijding van antisemitisme en aan het strategische programma ter ondersteuning van het Joodse leven. Het wijst op de instrumenten van het nabuurschapsbeleid en de ontwikkelingssamenwerking van de EU en op de instrumenten om de kandidaat-lidstaten nader tot de EU te brengen, die zich goed lenen om antisemitisme te bestrijden en het Joodse leven te bevorderen. (gb)

EESC wijst op lacunes in de voorstellen van de Commissie ter bestrijding van brievenbusmaatschappijen

Het EESC staat achter de maatregelen die de Commissie voorstelt om misbruik van brievenbusmaatschappijen tegen te gaan en een minimale effectieve vennootschapsbelasting in te voeren, maar zou graag zien dat deze maatregelen worden aangescherpt. Dat is de strekking van twee tijdens zijn zitting van maart uitgebrachte adviezen, waarin het EESC de vinger legt op mogelijke tekortkomingen en enkele belangrijke aanvullingen voorstelt. 

Read more in all languages

Het EESC staat achter de maatregelen die de Commissie voorstelt om misbruik van brievenbusmaatschappijen tegen te gaan en een minimale effectieve vennootschapsbelasting in te voeren, maar zou graag zien dat deze maatregelen worden aangescherpt. Dat is de strekking van twee tijdens zijn zitting van maart uitgebrachte adviezen, waarin het EESC de vinger legt op mogelijke tekortkomingen en enkele belangrijke aanvullingen voorstelt. 

Om echt herstel na de COVID-19-pandemie mogelijk te maken en de digitale en de groene transitie te financieren, is het van cruciaal belang dat er op de hele eengemaakte markt op een doeltreffende en eerlijke manier belasting wordt geheven. In beide adviezen toont het EESC zich ingenomen met de voorstellen van de Commissie om het gebruik van lege entiteiten voor belastingdoeleinden tegen te gaan en een minimale effectieve vennootschapsbelasting in te voeren, maar wijst het op mogelijke lacunes en stelt het belangrijke aanvullende maatregelen voor. 

“Lege vennootschappen die in de lidstaten zijn opgericht, moeten in overeenstemming worden gebracht met het voorstel van de Commissie, en samenwerking tussen de lidstaten is meer dan ooit noodzakelijk om te voorkomen dat de fiscale slagkracht van de EU wordt uitgehold”, aldus Benjamin Rizzo, rapporteur voor het advies over de bestrijding van het gebruik van brievenbusmaatschappijen. 

Corapporteur Javier Doz Orrit voegde daaraan toe: “Als de richtlijn tegen brievenbusfirma’s een aanvulling vormt op het wetgevingspakket van de Commissie tegen witwassen, dan moet er ook nog een regel aan toegevoegd worden die de activiteiten van ‘professionele enablers’ aan banden legt”. 

Volgens Krister Andersson, rapporteur voor het advies over een minimale effectieve vennootschapsbelasting zal de OESO “naar verwachting belangrijke regels presenteren met betrekking tot veilige havens, vereenvoudigde administratieve procedures en andere belangrijke punten. Ook deze regels moeten worden opgenomen in de richtlijn. Het is van cruciaal belang dat de wetgeving in de EU op uniforme wijze wordt omgezet en tegelijkertijd wereldwijd en op gelijke wijze wordt toegepast.” 

“Het EESC had echter wel graag gezien dat de onderdelen van de richtlijn waarmee die in overeenstemming wordt gebracht met het EU-recht, waren onderworpen aan een effectbeoordeling”, aldus corapporteur Petru Sorin Dandea. “Wij verzoeken de Commissie een dergelijke analyse uit te voeren en openbaar te maken.” (tk)
 

Het EESC staat klaar om zijn steentje bij te dragen aan het Nieuw Europees Bauhaus

Het Nieuw Europees Bauhaus voegt een culturele en creatieve dimensie toe aan de Europese Green Deal en de renovatiegolf en fungeert als springplank naar de groene transitie. Zo ziet het Comité dit nieuwe initiatief van de Commissie, aldus EESC-voorzitter Christa Schweng tijdens haar ontmoeting met Mariya Gabriel, commissaris voor Innovatie, Onderzoek, Cultuur, Onderwijs en Jeugd tijdens de EESC-zitting van 23 maart 2022.

Read more in all languages

Het Nieuw Europees Bauhaus voegt een culturele en creatieve dimensie toe aan de Europese Green Deal en de renovatiegolf en fungeert als springplank naar de groene transitie. Zo ziet het Comité dit nieuwe initiatief van de Commissie, aldus EESC-voorzitter Christa Schweng tijdens haar ontmoeting met Mariya Gabriel, commissaris voor Innovatie, Onderzoek, Cultuur, Onderwijs en Jeugd tijdens de EESC-zitting van 23 maart 2022.

Christa Schweng: “Wij scharen ons volmondig achter het streven om alle burgers via concrete experimenten toegang te verschaffen tot circulaire en minder koolstofintensieve goederen, zowel in hun leef- en werkomgeving als in openbare gebouwen en woningen”. Zij beklemtoonde dat ook de maatschappelijke organisaties hierbij moeten worden betrokken en dat het belangrijk is naar de toekomst te kijken, om daaraan toe te voegen: “Het EESC staat klaar om zijn steentje bij te dragen aan de participatieve Nieuw Europees Bauhaus-beweging, die erop gericht is een vruchtbare dialoog met de burgers en het maatschappelijk middenveld tot stand te brengen en oplossingen aan te dragen om het dagelijkse leven van de burgers te verbeteren.”

Mariya Gabriel verwees naar de zware gevolgen van de pandemie en het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, en hamerde op het belang van dit soort projecten in de huidige context: “Het is nu belangrijker dan ooit dat we de toekomst hoopvol tegemoet kunnen zien en ons daar samen voor blijven inspannen, en dat is precies waar het Nieuw Europees Bauhaus voor staat. Wil dit initiatief uitgroeien tot een succes, dan kan het niet zonder het EESC. Samen zullen we ervoor zorgen dat een en ander zo dicht mogelijk bij de lokale gemeenschappen, de Europese burgers en de plek waar zij thuis zijn, wordt gerealiseerd.”

De commissaris wees erop dat de participatieve aanpak “van cruciaal belang is om in dialoog te blijven met de burgers”, en voegde daaraan toe dat “juist het idee van cocreatie en samenwerking ten grondslag lag aan ons initiatief”. Mariya Gabriel prees de voorstellen van het EESC, zoals de suggestie om een platform voor het maatschappelijk middenveld in het leven te roepen om ondersteuning te bieden op lokaal niveau, en schaarde zich achter het voornemen om een conferentie te organiseren naar aanleiding van het jaarlijkse Nieuw Europees Bauhaus-festival op 9-12 juni 2022. Een andere belangrijke stap is de lancering in april 2022 van het Nieuw Europees Bauhaus-lab, een reflectie- en actiegroep op het gebied van cocreatie, prototyping en testen.

 

Bestrijding energiearmoede gebaat bij energie-efficiënte gebouwen

Het EESC heeft tijdens zijn plenaire zitting van maart een advies over de herschikte richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD) goedgekeurd, waarin het tevreden vaststelt dat in het nieuwe Commissievoorstel rekening wordt gehouden met de kwesties die in eerdere EESC-adviezen aan de orde zijn gesteld.

Read more in all languages

Het EESC heeft tijdens zijn plenaire zitting van maart een advies over de herschikte richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD) goedgekeurd, waarin het tevreden vaststelt dat in het nieuwe Commissievoorstel rekening wordt gehouden met de kwesties die in eerdere EESC-adviezen aan de orde zijn gesteld.

In een reactie op de goedkeuring van het document zei rapporteur Mordechaj Martin Salamon dat “het EESC de EU-aanpak ten zeerste toejuicht, want hiermee wordt de renovatie van met name de slechtst presterende gebouwen gestimuleerd en slaat de EU de weg in naar koolstofvrije verwarming en koeling. Bovendien zijn maatregelen op EU-niveau efficiënter om de noodzakelijke transitie te versnellen.”

De geactualiseerde richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen moet ertoe bijdragen een energie-efficiënte, hoogwaardige gebouwde omgeving zonder fossiele brandstoffen tot stand te brengen door instrumenten te verschaffen om energiearmoede doeltreffend aan te pakken en tot oplossingen te komen voor het probleem dat de langetermijninvesteringen in de bouw structureel tekortschieten.

Daar de energieprijzen de laatste tijd sterk stijgen en verwacht wordt dat ze tenminste op middellange termijn hoog zullen blijven, is het belangrijker dan ooit een strategie in te voeren om energiearmoede te verminderen en uit te bannen. 

In 2018 had 6,8 % van de EU-bevolking (ca. 30,3 miljoen mensen) moeite om rekeningen van nutsbedrijven te betalen, met als risico dat de levering zou worden afgesloten. Door de recente ontwikkelingen is dit probleem nog verergerd. 

De EU moet langetermijnmaatregelen nemen om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren, zodat fatsoenlijke, betaalbare en gezonde huisvesting voor iedereen wordt gewaarborgd. Deze maatregelen moeten ook het veilige verwijderen van asbest omvatten. Dit is dringend noodzakelijk, omdat verwarming en koeling op basis van fossiele brandstoffen duurder zullen worden door de stijgende kosten van emissierechten in het kader van het emissiehandelssysteem van de EU (EU-ETS). (mp)

Energietransitie: vertrouwen en eerlijke procedures zullen het maatschappelijk draagvlak vergroten

Eerlijke procedures en overleg met lokale gemeenschappen zullen de Europeanen bewust maken van de voordelen van de energietransitie en hen motiveren om er een bijdrage aan te leveren, aldus het EESC in een tijdens de maartzitting goedgekeurd advies.

Read more in all languages

Eerlijke procedures en overleg met lokale gemeenschappen zullen de Europeanen bewust maken van de voordelen van de energietransitie en hen motiveren om er een bijdrage aan te leveren, aldus het EESC in een tijdens de maartzitting goedgekeurd advies.

Het opbouwen van wederzijds vertrouwen met alle belanghebbenden is essentieel om een maatschappelijk draagvlak te verkrijgen voor de energietransitie en de overgang naar een koolstofarme economie, stelt het EESC in een onlangs goedgekeurd advies. 

“Alle met de energietransitie verband houdende maatregelen vereisen open communicatie en volwaardige inspraakmogelijkheden, en wel in een zo vroeg mogelijk stadium van de projectontwikkelingsfase en op alle passende niveaus, van lokaal tot EU-niveau”, aldus rapporteur Arnaud Schwartz.

Corapporteur Jean Coulon: “Steun vanuit het maatschappelijk middenveld is uiterst belangrijk om voor lokaal draagvlak te zorgen; lokale organisaties kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het publieke debat en met wetenschappelijke gegevens eventuele misvattingen die de ronde doen, bestrijden”.

De Europese Unie heeft de energietransitie nodig omdat deze schoner en individueel en collectief eerlijker is. Op lange termijn zal zij ook goedkoper zijn voor de burgers. De energietransitie vergt echter individuele en collectieve aanpassingen, en op korte termijn kan het koolstofvrij maken van de economie gepaard gaan met hogere kosten voor producenten en hogere prijzen voor de consument.

Het is dan ook van cruciaal belang dat de burgers en alle belanghebbenden hun wederzijds vertrouwen versterken en de transitie en de bijbehorende technische veranderingen aanvaarden, van planning tot uitvoering. Daartoe moet het proces onafhankelijk, transparant en inclusief zijn, moet de verstrekte informatie van hoge kwaliteit en gemakkelijk toegankelijk zijn en moeten de besluitvormers verantwoording afleggen. (mp)

Nieuwe TEN-V-verordening cruciaal voor Europese duurzaamheid en slimme mobiliteit

De voorgestelde actualisering van de verordening betreffende trans-Europese vervoersnetwerken is broodnodig wil de EU daadwerkelijk bijdragen tot duurzaamheid en slimme mobiliteit, onder meer via het spoor. Zo luidt de kernboodschap van het advies over de Herziening van de TEN-V-verordening en de verordening betreffende de corridors voor goederenvervoer per spoor, dat tijdens de maartzitting werd goedgekeurd.

Read more in all languages

De voorgestelde actualisering van de verordening betreffende trans-Europese vervoersnetwerken is broodnodig wil de EU daadwerkelijk bijdragen tot duurzaamheid en slimme mobiliteit, onder meer via het spoor. Zo luidt de kernboodschap van het advies over de Herziening van de TEN-V-verordening en de verordening betreffende de corridors voor goederenvervoer per spoor, dat tijdens de maartzitting werd goedgekeurd.

De nieuwe verordening zal het bestaande regelgevingskader uit 2013 moderniseren en bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen inzake infrastructuur van de Green Deal, de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit en het actieplan voor het spoor. 

Naar aanleiding van de goedkeuring van het advies verklaarde de heer Back het volgende: Er was dringend behoefte aan een nieuwe verordening waarin rekening wordt gehouden met de huidige beleidscontext en lering wordt getrokken uit de ervaringen van de afgelopen jaren. Het is dan ook bijzonder goed nieuws dat de regels inzake de tenuitvoerlegging van het TEN-V-netwerk zullen worden aangescherpt; de uitvoering van de huidige verordening heeft namelijk aanzienlijke vertraging opgelopen en laat heel wat te wensen over.

Het Comité is in het bijzonder ingenomen met het voornemen van de Europese Commissie om cohesie centraal te stellen in het voorstel. Dat betekent dat nauwlettend moet worden toegezien op de toegankelijkheid en connectiviteit van het netwerk in alle EU-regio’s, zowel voor het passagiers- als voor het goederenvervoer. Bovendien zou de nieuwe verordening ook zorgen voor efficiënte coördinatie en interconnectie tussen enerzijds het lokaal, regionaal en langeafstandsverkeer en anderzijds het vervoer in stedelijke knooppunten.

Vanuit technisch oogpunt is het EESC er voorstander van om de infrastructuurvereisten voor het “kernnetwerk” en het “uitgebreide netwerk” steeds meer op elkaar af te stemmen en mijlpalen vast te stellen: 2030 voor de verwezenlijking van het kernnetwerk, 2040 voor het “uitgebreide kernnetwerk” en 2050 voor het uitgebreide netwerk. Het EESC blijft bij zijn twijfel over de haalbaarheid van de termijn van 2030, zoals eerder geuit in bovengenoemd evaluatieverslag van 2020, maar herhaalt dat de termijn moet worden gehandhaafd om druk uit te oefenen op de lidstaten. (mp)

Het EESC stelt een agentschap voor om EU-acties op het gebied van civiele bescherming en humanitaire hulp beter te coördineren

In een recent initiatiefadvies stelt het EESC voor een Europees agentschap op te richten om de tekortkomingen te verhelpen van het EU-mechanisme voor civiele bescherming, dat niet langer in staat lijkt om te reageren op rampen die verband houden met de klimaatverandering en op meervoudige catastrofes, waarbij ook gedacht moet worden aan de huidige oorlog in Oekraïne. 

Read more in all languages

In een recent initiatiefadvies stelt het EESC voor een Europees agentschap op te richten om de tekortkomingen te verhelpen van het EU-mechanisme voor civiele bescherming, dat niet langer in staat lijkt om te reageren op rampen die verband houden met de klimaatverandering en op meervoudige catastrofes, waarbij ook gedacht moet worden aan de huidige oorlog in Oekraïne. 

Het door het EESC voorgestelde agentschap is bedoeld om civiele bescherming en humanitaire hulp op samenhangendere wijze aan elkaar te koppelen en om acties inzake buitenlands beleid kracht bij te zetten.

Het mechanisme voor civiele bescherming van de Unie (UCPM) is in mei 2021 weliswaar versterkt en juridisch aangepast, maar de oorlog in Oekraïne laat zien dat het dringend moet worden verbeterd en dat civiele bescherming en humanitaire hulp beter op elkaar moeten worden afgestemd.

Christophe Quarez, rapporteur voor het advies over de Consolidering van het Uniemechanisme voor civiele bescherming, zegt er het volgende over:Met al deze nieuwe uitdagingen, en vooral met de oorlog in Oekraïne, hebben wij het gevoel dat het mechanisme over onvoldoende instrumenten beschikt of dat deze niet efficiënt genoeg zijn. Het voorstel tot oprichting van een Europees agentschap voor civiele bescherming en humanitaire hulp zal de Oekraïense bevolking ten goede komen en zal ook helpen om andere kwesties in verband met rampen en humanitaire crisissituaties beter aan te pakken.

Violeta Jelić, corapporteur voor het advies, voegde hieraan toe:Alle deelnemende landen zouden het belang van civiele bescherming meer moeten erkennen en er meer waarde aan moeten hechten. Dit is puur een kwestie van solidariteit en saamhorigheidsgevoel.

Het EESC meent ook dat de diplomatieke dimensie van de civiele bescherming in de EU onvoldoende ontwikkeld is. De Europese Unie speelt een hoofdrol bij het sturen van humanitaire hulp naar buurlanden. In dit licht kan het mechanisme voor civiele bescherming een krachtig middel worden in het instrumentarium waarover de EU op het gebied van buitenlands beleid beschikt.

Het EESC heeft ook een wetgevingswijziging voorgesteld om te bewerkstelligen dat er in het kader van het mechanisme automatisch en onmiddellijk kan worden gereageerd in geval van een door de mens veroorzaakte ramp of crisis, of deze zich nu binnen of buiten het grondgebied van de EU voordoet. (at)

EESC lanceert forum van het maatschappelijk middenveld over handel en duurzame ontwikkeling

Op 29 maart vond bij het EESC de eerste bijeenkomst van het Europees forum van het maatschappelijk middenveld over handel en duurzame ontwikkeling plaats. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, de academische wereld en Europese en andere internationale instellingen bespraken er innovatieve ideeën en concrete aanbevelingen over de toekomst van het EU-handelsbeleid. 

Read more in all languages

Op 29 maart vond bij het EESC de eerste bijeenkomst van het Europees forum van het maatschappelijk middenveld over handel en duurzame ontwikkeling plaats. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, de academische wereld en Europese en andere internationale instellingen bespraken er innovatieve ideeën en concrete aanbevelingen over de toekomst van het EU-handelsbeleid. 

Het evenement, dat plaatsvond op een kritiek moment voor handel en duurzame ontwikkeling, omvatte een reeks panelbesprekingen in kleinere groepen over onderwerpen variërend van materiële rechten tot monitoring, handhaving en nog veel meer, waarbij de deelnemers hun standpunten naar voren brachten ten aanzien van de lopende evaluatie van het 15-puntenactieplan voor hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling in Europese vrijhandelsovereenkomsten en recente ontwikkelingen in EU-partnerlanden. 

“Het EESC wil een drijvende kracht zijn achter een ambitieus debat over handel en duurzame ontwikkeling dat de hoge verwachtingen van het maatschappelijk middenveld weerspiegelt”, aldus EESC-voorzitter Christa Schweng. Zij verwees ook naar de geopolitieke uitdagingen van onze tijd: de oorlog in Oekraïne heeft, net als vele andere conflicten, een duurzaamheidsdimensie: hulpbronnen en afhankelijkheden in een wereld die door klimaatverandering wordt getroffen spelen er een niet te veronachtzamen rol in.

Bernd Lange, voorzitter van de Commissie internationale handel van het Europees Parlement, benadrukte dat het mondiale kader is veranderd als gevolg van de COVID-19-pandemie en de Russische agressie. Het multilaterale stelsel is in gevaar, aldus Lange, en het is duidelijk dat nadrukkelijker moet worden gekeken naar bilaterale handelsovereenkomsten.

Luisa Santos van BUSINESSEUROPE deelde de visie dat het multilateralisme een crisis doormaakt, maar voegde eraan toe: “We mogen niet opgeven, want we hebben de multilaterale instellingen nodig om de dialoog gaande te houden”, waarbij zij wees op een aantal recente milieu-initiatieven op het niveau van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). 

Anaïs Berthier van ClientEarth merkte op dat het handelsbeleid van de EU te zeer losstaat van ander beleid, zoals het milieu- en klimaatbeleid. Zij benadrukte dat “autonome initiatieven ervoor moeten zorgen dat producten die in de EU op de markt worden gebracht, aan duurzaamheidscriteria voldoen”. 

Maria Martin-Prat, adjunct-directeur-generaal Handel bij de Europese Commissie, die de leiding heeft over de lopende werkzaamheden met betrekking tot de herziening van de hoofdstukken handel en duurzame ontwikkeling in vrijhandelsovereenkomsten, zei dat samenhang geen doel op zich is, maar wel een doeltreffende aanpak oplevert die echte veranderingen teweegbrengt. 

Jean-Marie Paugam, adjunct-directeur-generaal bij de WTO, benadrukte dat handel geen belemmering mag vormen voor milieubeleid. “Voor duurzame ontwikkeling beschikken we over een kennisgevingsmechanisme voor handelsmaatregelen en we hebben gezien dat grootschalige handelsmaatregelen zijn ingezet voor milieudoelstellingen.” 

Tanja Buzek, voorzitter van het follow-upcomité Internationale Handel van het EESC en rapporteur voor het EESC-advies over de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling, legde de lat hoog door te stellen dat “we onze prioriteiten bij de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling met een open blik tegemoet moeten treden, wat onder meer betekent dat de segmentering moet worden doorbroken”. Een ambitieuze herziening moet gepaard gaan met een vernieuwde, op sancties gebaseerde handhavingsaanpak en scherper toezicht door het maatschappelijk middenveld, waarbij gebruik wordt gemaakt van innovatieve instrumenten en het hefboomeffect voor hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling wordt vergroot. (at)
 

Nieuw kader voor vrijhandelsovereenkomsten moet ook maatschappelijke organisaties omvatten

In een recent advies stelt het EESC dat maatschappelijke organisaties nauw moeten worden betrokken bij de onderhandelingen over nieuwe vrijhandelsovereenkomsten in het kader van het nieuwe handelsbeleid van de EU. 

Read more in all languages

In een recent advies stelt het EESC dat maatschappelijke organisaties nauw moeten worden betrokken bij de onderhandelingen over nieuwe vrijhandelsovereenkomsten in het kader van het nieuwe handelsbeleid van de EU. 

Het EESC is ervan overtuigd dat maatschappelijke organisaties en de sociale partners een plaats moeten krijgen in de onderhandelingen over de nieuwe handelsstrategie van de EU. Dit zal helpen om de voordelen van het handelsbeleid te verdelen over alle deelnemers, zowel in de EU als in de partnerlanden. 

In februari 2021 heeft de Commissie de contouren geschetst van een nieuw, open, duurzaam en assertief Europees handelsbeleid, waarin de EU zich strenger opstelt tegenover haar handelspartners en duurzaamheid centraal stelt. De uitvoering van dit beleid moet volgens het EESC echter aan een aantal voorwaarden voldoen.

In een tijdens de EESC-zitting van maart goedgekeurd initiatiefadvies hebben de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties erop gewezen dat er een nieuw kader voor vrijhandels- en investeringsovereenkomsten moet komen, om de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties te garanderen en het publieke bewustzijn te vergroten.

Stefano Palmieri, EESC-lid en rapporteur van het advies, wees erop dat een nieuwe onderhandelingsmethode moet worden uitgewerkt, die moet leiden tot een nieuwe routekaart om de maatschappelijke organisaties en de sociale partners daadwerkelijk te betrekken bij alle fasen van de onderhandelingen.

Het EESC heeft altijd zo zijn twijfels gehad over de door de EU gebruikte onderhandelingsinstrumenten, en acht de tijd nu rijp om een nieuwe onderhandelingsstrategie uit te werken teneinde een brede en constructieve betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en de sociale partners te garanderen. Als eerste stap zouden de onderhandelaars een memorandum van overeenstemming moeten ondertekenen, waarin de partijen toezeggen dat zij de verschillende onderhandelingsfases zullen eerbiedigen. De tweede stap is een grondige hervorming van de interne adviesgroepen (DAG’s). In het advies wordt voorgesteld dat elke ondertekende overeenkomst een protocol inzake de werking van de DAG’s moet omvatten.

Deze tweeledige hervorming zal helpen om de doelstellingen van de nieuwe EU-handelsstrategie te verwezenlijken. 

#YEYS2022: Jonge Europeanen debatteren over desinformatie en leggen hun standpunten voor aan vicevoorzitter Jourová

Middelbare scholieren uit heel Europa hebben acht concrete voorstellen overhandigd aan Věra Jourová, de vicevoorzitter van de Europese Commissie voor Waarden en Transparantie. Zij namen deel aan het virtuele jongerenevenement Jouw Europa, jouw mening! (YEYS2022). Het evenement, getiteld “De waarheid over leugens. Jongeren tegen desinformatie”, werd op 31 maart en 1 april 2022 gehouden, met het EESC als gastheer. 
 

Read more in all languages

Middelbare scholieren uit heel Europa hebben acht concrete voorstellen overhandigd aan Věra Jourová, de vicevoorzitter van de Europese Commissie voor Waarden en Transparantie. Zij namen deel aan het virtuele jongerenevenement Jouw Europa, jouw mening! (YEYS2022). Het evenement, getiteld “De waarheid over leugens. Jongeren tegen desinformatie”, werd op 31 maart en 1 april 2022 gehouden, met het EESC als gastheer. 

Na twee dagen van levendige virtuele discussies en debatten stelden de 99 16-, 17- en 18-jarige scholieren die deelnamen aan #YEYS2022 een reeks specifieke aanbevelingen op die zij voorlegden aan en bespraken met vicevoorzitter Věra Jourová.

“Onderwijs is essentieel om onze samenleving weerbaarder te maken tegen desinformatie en nepnieuws,” sprak Věra Jourová ter afsluiting van het evenement Jouw Europa, jouw mening 2022. Zij ging uitgebreid in op alle aanbevelingen van de leerlingen en besprak deze een voor een met hen. “Desinformatie vormt een bedreiging voor onze samenleving, vooral in tijden van oorlog. We moeten dit verschijnsel aanpakken zonder de vrijheid van meningsuiting te ondermijnen“, concludeerde zij. 

#YEYS2022 had als doel het bewustzijn met betrekking tot de gevaren van desinformatie te vergroten en deelnemers aan te moedigen om actiever te worden in de strijd tegen nepnieuws. Tijdens het evenement werden de jongeren getraind om desinformatie gemakkelijk op te sporen en er iets tegen te doen. Zij werkten in kleine groepen en verschillende workshops en ontwikkelden een desinformatiecampagne, die later moest worden gepareerd met een krachtige tegencampagne.   

De leerlingen werden welkom geheten door Christa Schweng, voorzitter van het EESC, die zei: “Er wordt voortdurend nepnieuws verspreid in een poging de Europese waarden en democratie te ondermijnen. #YEYS2022 is een kans voor jongeren om kritisch te leren denken en kennis te nemen van instrumenten om desinformatie te bestrijden. Jongeren zijn van cruciaal belang om een betere toekomst voor Europa vorm te geven.”

Cillian Lohan, vicevoorzitter van het EESC voor communicatie, sloot het evenement af met de volgende opmerking: “Als vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld willen wij graag meer met onze jongeren in contact komen, hun onbevangen ideeën horen en onze zorgen bezien in het licht van hun verbeeldingskracht en visie op de toekomst”. 

Jouw Europa, jouw mening 2022 YEYS2022 is aangemerkt als een van de belangrijkste evenementen in het Europees Jaar van de jeugd 2022.

Nadere details over YEYS 2022 zijn te vinden op de officiële website van het evenement. (ks)
 

EESC viert Dag van Europa met steunbetuiging aan Oekraïne

De viering van de Dag van Europa op 7 mei 2022 stond in het teken van jongeren en steun voor Oekraïne.

Het EESC sloot zich aan bij andere EU-organen en -instellingen in Brussel en legde net als zij de nadruk op jongeren en Oekraïne.

Read more in all languages

De viering van de Dag van Europa op 7 mei 2022 stond in het teken van jongeren en steun voor Oekraïne.

Het EESC sloot zich aan bij andere EU-organen en -instellingen in Brussel en legde net als zij de nadruk op jongeren en Oekraïne.

Hoewel jongeren centraal staan in dit Europees Jaar van de Jeugd, deed het EESC een krachtige oproep om Oekraïne te steunen, via een speciale pagina die voor dit online-evenement was opgezet.

De Dag van Europa wordt ieder jaar in Brussel en elders in de EU gehouden om de historische verklaring van Robert Schuman van 9 mei 1950 te herdenken. Het is een kans om terug te blikken op wat de EU heeft bereikt door middel van vrede, samenwerking en solidariteit en om vooruit te kijken naar wat we in de toekomst hopen te verwezenlijken. Op deze dag nodigt de EU burgers uit heel Europa uit om te leren hoe haar instellingen werken en wat zij voor hen kan betekenen.

Klik hier om daarover meer te weten te komen. (ck)

Nieuws van de groepen

Macrons tweede termijn als Frans president moet in het teken staan van opwaartse sociale mobiliteit

door Arnold Puech d’Alissac, vicevoorzitter van de EESC-groep Werkgevers

Toen Emmanuel Macron in 2017 voor het eerst tot president van Frankrijk werd gekozen, werd hij meteen een vaandeldrager voor het radicale midden. Maar gezien de huidige geopolitieke en nationale situatie profileerde hij zich deze keer minder als de kandidaat van het radicale midden en liet hij zich meer voorstaan op zijn merites als een ware hervormer en op zijn ideeën voor mondiale problemen, en presenteerde hij zich als een leider die de Franse politiek nieuw leven heeft ingeblazen. De verkiezingsuitslag laat echter een duidelijk verdeeld en versnipperd land zien, veel meer dan in 2017.

 

Read more in all languages

door Arnold Puech d’Alissac, vicevoorzitter van de EESC-groep Werkgevers

Toen Emmanuel Macron in 2017 voor het eerst tot president van Frankrijk werd gekozen, werd hij meteen een vaandeldrager voor het radicale midden. Maar gezien de huidige geopolitieke en nationale situatie profileerde hij zich deze keer minder als de kandidaat van het radicale midden en liet hij zich meer voorstaan op zijn merites als een ware hervormer en op zijn ideeën voor mondiale problemen, en presenteerde hij zich als een leider die de Franse politiek nieuw leven heeft ingeblazen. De verkiezingsuitslag laat echter een duidelijk verdeeld en versnipperd land zien, veel meer dan in 2017.

Hoe kunnen we de Franse burgers weer hoop geven en ervoor zorgen dat we de volgende keer niet een Marine Le Pen zien die nog meer doet alsof ze het centrum van het politieke spectrum vertegenwoordigt? Het antwoord is simpel: opwaartse sociale mobiliteit. Macron moet zich op de minderbedeelden richten en hun reële vooruitzichten bieden om hogerop te komen op de sociaal-economische ladder.

Er komt nog een “derde kiesronde”, want in juni vinden er parlementsverkiezingen plaats. Zoals het systeem is opgezet, pakt het altijd goed uit voor presidenten, en ik maak me hier totaal geen zorgen om Macron: er zal een sterke meerderheid zijn, want de oppositie is zowel ter linker- als ter rechterzijde onvoldoende samenhangend.

En als Les Républicains er weer bovenop willen komen, zullen ze het over een andere boeg moeten gooien, met name waar het gaat om de grote thema’s die Frankrijk bezighouden, de tekorten en het stabiliteits- en groeipact. Dat zou nieuwe hoop en vooruitzichten op welvaart bieden.

We moeten hervormingen doorvoeren in ons land, met name op het gebied van de pensioenen, waar het systeem wordt ontsierd door diepe ongelijkheden tussen de publieke en de particuliere sector. De zaken zitten op dat front muurvast. En als je kijkt naar alles wat president Macron de afgelopen vijf jaar heeft gedaan, zijn er veel hervormingen die hij niet heeft kunnen doorvoeren. Lakmoesproef voor zijn tweede termijn zal zijn welke hervormingen hij er nu wel zal kunnen doorkrijgen.

Maar het zal heel moeilijk zijn om zaken te hervormen. We zijn nauw verweven met de EU en de herziening van het stabiliteits- en groeipact zou ons kunnen helpen om dingen te veranderen.  Wat Europa betreft, denk ik dat Macron een goede bondgenoot is en dat hij op de ingeslagen weg zal doorgaan. Met de aanwijzing van twee ministers die belast zullen worden met de ecologische transitie volgt hij het voorstel van de Duitse regering.

Macron zal op zijn weg nog heel wat obstakels en uitdagingen tegenkomen, maar hij begint aan zijn tweede ambtstermijn en we hopen dat hij lering heeft getrokken uit zijn eerste periode als president.

 

 

Werknemersvertegenwoordigers in het EESC eisen juridische duidelijkheid en sociale bescherming voor alle platformwerkers

Door de groep Werknemers van het EESC

Tijdens zijn plenaire zitting in maart heeft het EESC een belangrijk advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie voor een richtlijn die de arbeidsvoorwaarden van platformwerkers moet verbeteren. In dit advies gaat het EESC uitgebreid in op het begrip “wettelijk vermoeden van een arbeidsverhouding” en pleit het voor aanscherping van de bepalingen op dit vlak om de mazen in de wet te dichten en te voorkomen dat werknemers ten onrechte als zelfstandigen kunnen worden aangemerkt. Daarnaast worden ook de rol van algoritmisch beheer en de collectieve rechten van platformwerkers belicht.

Read more in all languages

Door de groep Werknemers van het EESC

Tijdens zijn plenaire zitting in maart heeft het EESC een belangrijk advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie voor een richtlijn die de arbeidsvoorwaarden van platformwerkers moet verbeteren. In dit advies gaat het EESC uitgebreid in op het begrip “wettelijk vermoeden van een arbeidsverhouding” en pleit het voor aanscherping van de bepalingen op dit vlak om de mazen in de wet te dichten en te voorkomen dat werknemers ten onrechte als zelfstandigen kunnen worden aangemerkt. Daarnaast worden ook de rol van algoritmisch beheer en de collectieve rechten van platformwerkers belicht.

Het debat over deze nieuwe richtlijn voor platformwerkers, die ervoor moet zorgen dat zij voortaan gewoon als werknemers worden beschouwd en de huidige praktijken worden uitgebannen, wordt gekenmerkt door fel verzet van de kant van werkgevers in Europa. Het feit dat de regularisatie van onzekere vormen van arbeid en van schijnzelfstandigheid massaal van de hand wordt gewezen maakt duidelijk dat er behoefte is aan wetgeving, omdat zelfregulering door de sector geen zoden aan de dijk zet. Zonder wetgeving zullen platforms de grens blijven opzoeken van wat het betekent om voor iemand te werken en zich onttrekken aan collectieve onderhandelingen en sociale bescherming. Op die manier kunnen ze de consument een lagere prijs bieden en worden de ernstige gevolgen en verborgen kosten daarvan, zoals gebruikelijk, afgewenteld op de hele samenleving.

Dit streven naar rechtszekerheid en duidelijkheid in heel Europa is echter niet alleen in het belang van werknemers. Veel bedrijven die niet zijn gehoord en zich niet alleen aan de letter, maar ook aan de geest van de arbeidswetgeving houden, worden geconfronteerd met oneerlijke concurrentie als gevolg van voornoemde vormen van sociale dumping. Tegen de achtergrond van de discussie over de toekomst van Europa dringt de volgende vraag zich op: willen we opwaartse sociale convergentie of zijn we bezig met een race naar de bodem? Arbeidsvrede voor iedereen, inclusief het bedrijfsleven, hangt uiteindelijk mede af van sociale cohesie en van een zekere mate van gelijkheid en dit alles wordt in gevaar gebracht door het graaikapitalisme.

Nieuwe arbeidsvormen zullen altijd, vanwege hun aard, met scepsis worden ontvangen. Platformwerk vormt daar natuurlijk geen uitzondering op. Enerzijds biedt technologische vooruitgang nieuwe organisatorische mogelijkheden en nieuwe werkgelegenheidskansen. Anderzijds gaat een en ander vaak gepaard met onzekerheid. Dat is eigenlijk niets nieuws: vanaf het begin van de industriële revolutie zijn vakbonden solidair in verzet gekomen tegen de onmenselijke omstandigheden in fabrieken. Sindsdien is er veel gebeurd en is er, in ieder geval in Europa, in het algemeen een stevige arbeidsbescherming op poten gezet. Toch is er nu opnieuw sturing nodig om te voorkomen dat innovatie ten koste gaat van de levens- en arbeidsomstandigheden van onze burgers en werknemers. (pbr)

 

Nieuwe studie van het EESC over de gevolgen van COVID-19 voor de grondrechten en het maatschappelijk middenveld

Door de groep Diversiteit Europa van het EESC

In een nieuwe EESC-studie, The implications of COVID-19 on fundamental rights and civic space”, die in opdracht van de EESC-groep Diversiteit Europa is opgesteld, wordt nagegaan welke uitwerking de COVID-19-pandemie heeft gehad op de werkzaamheden van maatschappelijke organisaties en wat het effect is geweest van de in de afzonderlijke EU-lidstaten genomen maatregelen op het vermogen van maatschappelijke organisaties om hun grondrechten en fundamentele vrijheden uit te oefenen.

Read more in all languages

Door de groep Diversiteit Europa van het EESC

In een nieuwe EESC-studie, The implications of COVID-19 on fundamental rights and civic space”, die in opdracht van de EESC-groep Diversiteit Europa is opgesteld, wordt nagegaan welke uitwerking de COVID-19-pandemie heeft gehad op de werkzaamheden van maatschappelijke organisaties en wat het effect is geweest van de in de afzonderlijke EU-lidstaten genomen maatregelen op het vermogen van maatschappelijke organisaties om hun grondrechten en fundamentele vrijheden uit te oefenen.

Volgens Filip Pazderski, hoofdauteur van de studie, zijn dit de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van de studie:

Allereerst heeft de pandemie complexe en uiteenlopende gevolgen gehad voor maatschappelijke organisaties. Enerzijds gingen zij vaak als eerste over tot een reorganisatie van hun activiteiten, waardoor ze sneller dan overheden of bedrijven konden inspelen op de behoeften van lokale gemeenschappen. Doordat ze hun activiteiten online voortzetten, kwam hun digitalisering in een stroomversnelling. Dankzij dit alles hebben maatschappelijke organisaties een nieuw publiek kunnen bereiken en zijn ze efficiënter en op ruimere schaal gaan werken. Ze konden gemakkelijker coalities opzetten, uitwisselingen van ervaringen bevorderen en gemeenschappelijke publieke standpunten bepalen. Daardoor zijn maatschappelijke organisaties zichtbaarder geworden en is er nu een beter begrip van hun dagelijkse bezigheden.

Aan de andere kant hebben maatschappelijke organisaties zwaar geleden onder de aanhoudende gezondheidscrisis. Het heftigst waren de financiële moeilijkheden. Met name kleinere organisaties die buiten de grote steden actief zijn voor groepen die qua digitalisering nogal buiten de boot vallen, zagen zich gedwongen hun werkzaamheden te staken. Veel van hen hebben hun activiteiten nog altijd niet hervat. Activisten kregen problemen met hun mentale gezondheid, raakten vermoeid door het werken op afstand en werden steeds onzekerder over hun toekomst, wat nog werd verergerd door hun langdurige sociale isolement. Door hun onregelmatige werktijden viel het hun vaak moeilijk om werk en privéleven met elkaar in evenwicht te brengen.

Als gevolg van de pandemie is er meer aandacht gekomen voor al bestaande problemen of zijn deze nog ernstiger geworden. Door buitengewone wetgeving werden maatschappelijke organisaties in hun activiteiten belemmerd. Deze wetgeving maakte het optreden van overheden namelijk minder transparant, belette het toezicht hierop en beperkte de vrijheid van vergadering en meningsuiting. De rechtvaardiging voor deze beperkingen en beknottingen was dat de pandemie moest worden bestreden. In het wetgevingsproces kwam er bar weinig terecht van de civiele dialoog. Maatschappelijke organisaties werden vaak niet eens geraadpleegd over wetten die bedoeld waren om de gevolgen van de crisis aan te pakken. 

Daarom moeten we maatschappelijke organisaties flexibelere en beter toegankelijke financiering bieden, ervoor zorgen dat zij op zinvolle wijze kunnen deelnemen aan het toezicht op EU-middelen, de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld goedkeuren en daarbij de rol van de sector onderstrepen, voortdurend toezicht houden en reageren op aanvallen op maatschappelijke actoren en een beter gestructureerd kader bieden voor een open, regelmatige en transparante civiele dialoog in de EU. Dit zijn geen nieuwe ideeën, maar door de pandemie hebben ze wel een nieuwe betekenis gekregen. Bovendien kunnen de rol die de maatschappelijke organisaties hebben gespeeld en de extra zichtbaarheid die zij hebben verworven, ertoe bijdragen dat deze ideeën uiteindelijk in de praktijk worden gebracht.

De definitieve studie werd in maart gepresenteerd tijdens de dagen van het maatschappelijk middenveld. Meer informatie hierover vindt u hier.

Soon in the EESC/Cultural events

Adviescommissie Industriële Reconversie van het EESC bestaat 20 jaar

Ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan organiseert de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) van het EESC op 8 juni in het Karel de Grotegebouw in Brussel een evenement over de uitdagingen voor de Europese industrie. 

Read more in all languages

Ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan organiseert de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) van het EESC op 8 juni in het Karel de Grotegebouw in Brussel een evenement over de uitdagingen voor de Europese industrie. 

Tijdens dit evenement, dat de vorm heeft van een conferentie, zal worden ingegaan op de rol die de CCMI binnen het EESC en ten opzichte van andere Europese instellingen vervult, en zal worden nagegaan hoe de CCMI een meerwaarde kan bieden en de Europese industrie kan helpen om de groene en de digitale transitie goed te doorlopen. Ook zal worden nagedacht over de manier waarop het EESC het best een bijdrage kan leveren in verband met de uitdagingen voor alle Europese industriële sectoren om concurrerend te blijven en de noodzaak om verdere stappen te zetten in de richting van open strategische autonomie. 

De adviescommissie Industriële Reconversie (ofwel CCMI, de afkorting van Commission consultative des mutations industrielles, haar Franse naam) nam in 2002 de werkzaamheden over van het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal toen het EGKS-Verdrag na 50 jaar verstreek. Als zodanig is de CCMI het oudste EU-orgaan dat zich toelegt op het voorspellen van toekomstige ontwikkelingen en het begeleiden van de transitie in industriële sectoren. Zij is ingesteld als een afzonderlijke commissie binnen het Europees Economisch en Sociaal Comité. Van oudsher richt de CCMI zich op het analyseren van industriële veranderingsprocessen in de kolen- en staalsector, maar in de loop der tijd is haar werkterrein uitgebreid tot alle industriële ecosystemen, zowel in de maakindustrie als in de dienstverlening.

Meer informatie is te vinden op https://www.eesc.europa.eu/en/agenda/our-events/events/ccmi-20th-anniversary (ks)

Eerbetoon aan Wit-Russische helden bij het EESC

Het EESC heeft onlangs een fototentoonstelling georganiseerd over de situatie van politieke gevangenen in Wit-Rusland en de gevaren van het autoritaire en repressieve regime van het land.

 

Read more in all languages

Het EESC heeft onlangs een fototentoonstelling georganiseerd over de situatie van politieke gevangenen in Wit-Rusland en de gevaren van het autoritaire en repressieve regime van het land.

“Heroes of Dark Times”, dat online plaatsvond, bestond uit 32 foto’s gemaakt door vier fotografen, met portretten van mensen die door de Wit-Russische regering zijn veroordeeld en gevangen gezet.

Het Wit-Russische regime heeft meer dan 1100 politieke gevangenen opgesloten. De foto’s laten zien hoe dit regime de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting schendt en vormen een levende getuigenis van de ongekende repressie die het Wit-Russische volk belemmert in zijn moedige strijd voor democratie.

Met de tentoonstelling wilde het Europees Economisch en Sociaal Comité een eerbetoon brengen aan deze onbekende helden en de aandacht vestigen op de penibele situatie van politieke tegenstanders in dit buurland.

De tentoonstelling liep van 12 april tot 6 mei. (kc)

Zie: https://europa.eu/!fdhy6F

 

Redactie

Ewa Haczyk-Plumley (editor-in-chief)
Daniela Marangoni (dm)

Aan deze uitgave werkten mee

Amalia Tsoumani (at)
Chrysanthi Kokkini (ck)
Daniela Marangoni (dm)
Daniela Vincenti (dv)
Ewa Haczyk-Plumley (ehp)
Giorgia Battiato (gb)
Jasmin Kloetzing (jk)
Katerina Serifi (ks)
Katharina Radler (kr)
Laura Lui (ll)
Marco Pezzani (mp)
Margarida Reis (mr)
Pablo Ribera Paya (prp)
Thomas Kersten (tk)

 

 

Coördinatie

Agata Berdys (ab)
Katerina Serifi (ks)

Technical support
Bernhard Knoblach (bk)

Adres

Europees Economisch en Sociaal Comité
Jacques Delorsgebouw, Belliardstraat 99, B-1040
Brussel, België

EESC Info verschijnt negen keer per jaar – telkens ter gelegenheid van een EESC-zitting. EESC info is beschikbaar in 23 talen.
EESC Info is niet het officiële verslag van de werkzaamheden van het EESC. Voor die werkzaamheden wordt verwezen naar het Publicatieblad van de Europese Unie en andere publicaties van het EESC.
Reproductie – onder vermelding van EESC Info – is toegestaan, op voorwaarde dat de redactie een
link wordt toegestuurd.
 

May 2022
06/2022

Follow us

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram