Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) stelt zich onverbiddelijk op tegen schendingen van de rechtsstaat in de EU en verklaart vastbesloten te zijn om ervoor te zorgen dat de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie strenge afschrikkende sancties opleggen aan lidstaten die de rechtsstaat systematisch schenden op een manier die de EU-begroting in gevaar brengt.

In zijn initiatiefadvies Rechtsstaat en herstelfonds, dat tijdens de zitting op 20 januari is goedgekeurd, toont het EESC zich ingenomen met Verordening 2020/2092, die de Commissie in staat stelt een EU-lidstaat bij systematische tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat financiële sancties op te leggen, en dringt het erop aan dat de verordening strikt wordt toegepast op alle terreinen die relevant zijn voor de begroting.

“Zonder de rechtstaat kan in Europa geen democratische, pluralistische samenleving worden opgebouwd en komt het voortbestaan van de EU in gevaar”, aldus Christian Bäumler, rapporteur voor het advies.

Om systematische schendingen van de rechtstaat aan te pakken beveelt het EESC de EU aan om gebruik te maken van alle andere sanctiemiddelen, zoals de inbreukprocedure uit hoofde van artikel 263 VWEU en de procedure uit hoofde van artikel 7 VEU.

Het EESC is van mening dat systematische schendingen van de rechtsstaat door een lidstaat altijd ook de uitvoering van door de EU gefinancierde programma’s aantasten of op zijn minst ernstig in gevaar brengen en schadelijk zijn voor de EU-begroting. Daarom is het van essentieel belang dat alle begunstigden van betalingen uit de Uniebegroting transparantieregels naleven en volledig kunnen aantonen waar de middelen voor worden gebruikt.

In de nationale herstel- en veerkrachtplannen moet worden aangegeven welke maatregelen de respectieve regeringen zullen nemen om de rechtsstaat te versterken.
Wat dit betreft zijn er echter te weinig initiatieven opgenomen in de tot dusver ingediende nationale plannen. Bovendien betreurt het EESC dat de Commissie in haar beoordeling van deze plannen onvoldoende belang aan de rechtsstaat hecht.

In zijn advies dringt het EESC erop aan dat alle lidstaten deelnemen aan de nauwere samenwerking inzake het Europees Openbaar Ministerie en dat dit als voorwaarde voor deelname aan door de EU gefinancierde programma’s wordt gesteld. Deze samenwerking begint al vruchten af te werpen en zal op lange termijn waarschijnlijk bijdragen tot een enorme verbetering van de grensoverschrijdende strafvervolging. (ll)