Hélène Theunissen: “Een artiest die niet kan creëren voelt zich leeg”

Artiesten vallen onder de nevenschade van deze pandemie. De theaters zijn gesloten, afgezien van enkele korte periodes waarin ze tijdelijk weer open mochten. Veel acteurs, regisseurs, musici, dansers of theatertechnici zijn in deze onverwachte omstandigheden zonder werk komen te zitten. De belangrijkste gevolgen zijn angst voor de toekomst en grote frustratie.
Een artiest die niet kan creëren voelt zich leeg en nutteloos.


Tot degenen die denken dat we deze periode kunnen gebruiken om te lezen, te schrijven, vroegere voorstellingen te bewerken of aan andere projecten te werken, moet gezegd worden dat inspiratie niet op commando werkt. In een klimaat van onzekerheid en angst heeft een artiest minder inspiratie. Deze “verplichte” tijd, die ons wordt opgelegd, is zeer moeilijk te benutten omdat we niet weten hoe lang het gaat duren en we er niet zelf voor hebben gekozen. Artiesten zijn zeer terneergeslagen door deze situatie. En hoe langer het duurt, hoe moeilijker ze het hebben. Het is al de derde keer in een jaar dat de theaters zijn gesloten en voorstellingen zijn afgelast.
 
En dan zijn er ook nog de financiële gevolgen. De steun voor technische werkloosheid helpt uiteraard, maar er komen zeer langdurige en ingewikkelde administratieve maatregelen bij kijken. Het geld komt pas laat op de bankrekening en de technische werkloosheid dekt slechts een deel van het salaris. Veel artiesten bevinden zich dan ook in een precaire financiële situatie.
 
Theaterdirecteurs hebben hun handen vol aan de herprogrammeringen en moeten keuzes maken om voorstellingen die door de gezondheidscrisis zijn komen te vervallen, uit te stellen tot een latere datum. Nieuwe projecten zullen als laatste aan de beurt komen. Er is sprake van een echte opstopping in theaters, opera’s, bioscopen en in het evenementenmilieu. De onzekere vooruitzichten veroorzaken gevoelens van angst.

In dit klimaat van onzekerheid is het zo goed als onmogelijk om georganiseerd te blijven.
 
In de media te horen krijgen dat wij tot de “niet essentiële” categorieën van de samenleving behoren, is zeer beledigend, maar ook zeer bevreemdend voor allen die in de culturele sector werkzaam zijn. Ik heb mijn hele leven in mijn beroep geïnvesteerd: om dan te horen dat al dit werk door de staat als “niet-essentieel” wordt beschouwd, is pijnlijk en ontmoedigend. Artiesten bevinden zich dan ook in een financiële en morele impasse.
 
Weer essentieel worden
 
Er zijn ook positieve zaken. Er is veel solidariteit tussen kunstenaars en artiesten. Sommige artiesten zijn de nieuwe technologieën gaan gebruiken, als nieuwe uitdrukkingsvormen. Er moesten nieuwe manieren van bestaan worden uitgevonden. Maar je kunt nooit de echte aanwezigheid van een artiest op het podium vervangen. Wat live-optredens zo bijzonder maakt is de unieke en uitzonderlijke interactie met het publiek in levende lijve. De fysieke aanwezigheid van de artiest en het publiek zijn onontbeerlijk voor het moment van artistieke gratie.
 
De mensen beginnen het culturele gemis te voelen, ook dat is positief. Wanneer de culturele centra weer opengaan, denk ik dat het publiek hier in groten getale op af zal komen, omdat het is gaan beseffen hoe belangrijk cultuur is. En dat artiesten essentieel zijn voor vrijheid en collectieve ontplooiing. Dus zullen de mensen er hopelijk meer van willen genieten dan voorheen.
 
Deze crisis maakt het moeilijk voor onze hele beroepsgroep, voor jong en oud. Maar het meest dramatisch is het voor jongeren. Op dit moment werk ik op het conservatorium met mijn leerlingen, toekomstige acteurs, zonder zelfs hun gezichten te zien. Zij lijden hier erg onder, en voelen zich gefrustreerd. Degenen die net zijn afgestudeerd, krijgen op dit moment niets aangeboden. Zij hebben geen toegang meer tot de professionele netwerken. Als deze crisis voorbij is zullen zij veel steun nodig hebben.
 
Maar alle generaties artiesten worden getroffen door deze stilstand. Want hoe meer ervaring je hebt, hoe meer het verlangen om op het podium te staan blijft. Oudere artiesten zijn bang dat ze nooit meer zullen worden gevraagd, en dat deze periode van ontbering de doodsklok voor hun carrière luidt.
 
We vechten door zolang als onze persoonlijke energie dat toestaat. Sommigen zijn ingestort en hebben geen inspiratie meer. Anderen bruisen van de energie en proberen van alles om toch maar bezig te blijven. Bijvoorbeeld via de sociale media en de nieuwe technologieën. En dan zijn er mensen, zoals ik, die de ene dag volop energie hebben en zich de volgende dag helemaal uitgeblust voelen.

Hélène Theunissen