European Economic
and Social Committee
Het EESC stelt meer maatregelen voor om onrechtmatige rechtszaken tegen journalisten en mensenrechtenverdedigers te voorkomen
In het advies Initiatief tegen misbruik van procesrecht ten aanzien van journalisten en rechtenverdedigers spreekt het EESC zijn steun uit voor het voorstel van de Commissie om mensen te beschermen tegen strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s). Het gaat onder meer over journalisten en rechtenverdedigers die belangrijke bijdragen leveren aan debatten over actuele kwesties.
In dit advies, dat het EESC tijdens zijn zitting van oktober heeft goedgekeurd, pleit het Comité ervoor de lijst van maatregelen ter bestrijding van SLAPP’s uit te breiden. Tomasz Andrzej Wróblewski, de rapporteur van het advies, zei hierover: “Als we het systeem niet verstevigen, komt de vrijheid van meningsuiting onder druk te staan.”
Corapporteur Christian Moos zei: “Het gaat hier om een politiek dringende kwestie. We moeten in het geweer komen voor journalisten en mensen die zich uitspreken tegen machtsmisbruik en corruptie.”
SLAPP’s worden gebruikt door bepaalde machtige personen, lobbygroepen, ondernemingen en overheidsinstanties om het zwijgen op te leggen aan journalisten en anderen die bijdragen tot het publieke debat, zoals sociale activisten, verdedigers van mensenrechten, niet-gouvernementele organisaties, klokkenluiders in de ruime zin van het woord, geëngageerde burgers en vakbonden. Deze juridische stappen maken gebruik van lacunes in de rechtsstelsels om ongegronde straf- of civiele rechtszaken aan te spannen die de publieke participatie van de beoogde personen of groepen verhinderen, beperken of bestraffen.
De voorstellen van het EESC omvatten de invoering van een prejudiciële beslissing die een einde maakt aan procedures die niet conform blijken te zijn, en de samenvoeging van procedures in een specifieke jurisdictie op verzoek van de verweerder. Ook andere maatregelen kunnen worden overwogen zoals de vaststelling van een termijn of de invoering van een versnelde procedure. Een andere suggestie is uitsluiting van de mogelijkheid voor een andere persoon dan de eiser om SLAPP’s te financieren.
Herziening van de nationale wetgeving zou ook helpen om vast te stellen met welke mechanismen SLAPP’s kunnen worden tegengegaan. Zowel in grensoverschrijdende als nationale zaken moet een uniforme aanpak worden gehanteerd; de nationale wetgeving moet worden herzien om smaad uit het strafrecht te halen in de lidstaten waar dit nog niet gebeurd is.
Het EESC pleit er ook voor de voorgestelde termijn voor de evaluatie van de beoogde SLAPP-richtlijn terug te brengen van vijf naar twee jaar.
Tot slot zijn onderwijs en opleiding van cruciaal belang. Rechtsbeoefenaars en deelnemers aan het publieke debat moeten worden opgeleid om te kunnen reageren op SLAPP’s en om de vrijheid van meningsuiting beter te kunnen verdedigen. (ll)