EU moet arbeidsbelemmeringen voor jongeren met een handicap wegnemen

Tijdens een op 8 april gehouden EESC-hoorzitting, die werd bijgewoond door belangrijke actoren op het gebied van gehandicaptenbeleid, waaronder sociale partners en maatschappelijke organisaties, is naar voren gekomen dat de arbeidsparticipatie van mensen met een handicap en met name jongeren moet worden verhoogd. Ondanks inspanningen op wetgevingsgebied blijkt uit gegevens dat veel van deze mensen nog steeds te maken hebben met discriminatie in de arbeidswereld als gevolg van stereotypen die hen als onproductief afschilderen.

De belangrijkste conclusie was dat de nieuwe EU-strategie voor de rechten van personen met een handicap de problemen van jongeren met een handicap op het gebied van werkgelegenheid en onderwijs erkent. De sociale partners moeten echter nog zien hoe ambitieus de inspanningen zullen zijn.

Jongeren met een handicap worden geconfronteerd met tal van obstakels wanneer zij de arbeidsmarkt proberen te betreden, zowel in de particuliere als in de publieke sector. Het werkloosheidspercentage van mensen met een handicap is onevenredig hoog in vergelijking met de algemene bevolking, met name onder vrouwen en jongeren. Volgens de meest recente gegevens die op EU-niveau beschikbaar zijn, is de kans dat mensen met een handicap in dienst worden genomen 24,4 % kleiner. De COVID-19-pandemie lijkt deze ongelijkheid alleen maar te hebben vergroot.

Daphne Nathalie Ahrendt, senior research manager bij Eurofound, presenteerde de resultaten van een Eurofound-enquête: 27 % van de respondenten met een handicap was werkloos, tegenover 12 % van de respondenten zonder handicap. 55 % van hen wordt als financieel kwetsbaar beschouwd, tegenover 38 % van hun leeftijdsgenoten zonder handicap. Een grote meerderheid van de respondenten met een handicap heeft vaker te maken met depressie en eenzaamheid.

Francesca Sbianchi van het Jongerencomité van het Europees Gehandicaptenforum: “veel van ons hebben te maken met hogere kosten van levensonderhoud en zijn daarom afhankelijk van ondersteunende diensten en invaliditeitsuitkeringen om een waardig leven te kunnen leiden”. Een van de belangrijkste voorwaarden om deze ongelijkheid tegen te gaan is om mensen met een handicap in staat te stellen hun invaliditeitsuitkering te behouden wanneer zij aan het werk gaan, zodat zij de tijd krijgen om financieel onafhankelijk te worden.

Stefan Tromel van de Internationale Arbeidsorganisatie wees erop dat de nieuwe vormen van werk weliswaar kansen bieden om meer mensen met een handicap aan het werk te krijgen, maar dat uit gegevens van de OESO blijkt dat er ook een digitalevaardighedenkloof bestaat tussen personen met en zonder handicap, en dat telewerken een keuze moet blijven. Om deze kloof te dichten en de toegankelijkheid van de werkplek te verbeteren, moeten de vakbonden samenwerken met de sociale partners: de sociaal-economische raden van elk land zouden hiervoor een geschikt platform kunnen bieden.

Personen met een handicap worden meer gediscrimineerd wanneer zij jong zijn. Aangezien 2022 het Europees Jaar van de Jeugd is, is het van essentieel belang meer inzicht te krijgen in de dagelijkse realiteit van deze specifieke groep. (rl)