Skip to main content
Newsletter Info

EESC info

European Economic and Social Committee A bridge between Europe and organised civil society

JUNE 2022 | NL

GENERATE NEWSLETTER PDF

Beschikbare talen:

  • BG
  • CS
  • DA
  • DE
  • EL
  • EN
  • ES
  • ET
  • FI
  • FR
  • GA
  • HR
  • HU
  • IT
  • LT
  • LV
  • MT
  • NL
  • PL
  • PT
  • RO
  • SK
  • SL
  • SV
Hoofdartikel

Woord vooraf

Het beginsel van gendergelijkheid bij de voorbereiding van de EU-begroting

Begrotingen zijn niet neutraal. Je kunt eruit afleiden of een instelling zich bijvoorbeeld inzet voor de behoeften van vrouwen of gendergelijkheid. Daarom heeft de commissie Financiële en Begrotingsaangelegenheden van het EESC besloten om een grondige analyse van het concept genderbudgettering uit te voeren. Maar wat is dat eigenlijk? Genderbudgettering houdt in dat we een gendergelijkheidsperspectief meenemen in het ontwerp en de uitvoering van de begroting. Daarbij worden verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot de mogelijke gevolgen van uitgavenbeslissingen voor de gendergelijkheid bevorderd en verschillende groepen begunstigden gespecificeerd met als doel discriminatie of ongelijkheid te voorkomen bij de toepassing van bepaald beleid en bepaalde maatregelen. Deze methode verschaft meer inzicht in de manier waarop de inkomsten en uitgaven in het beleid van verschillende organen, instellingen en regeringen verschillende gevolgen kunnen hebben voor vrouwen en mannen. Dat kan er ook toe bijdragen dat overheidsmiddelen zo worden besteed dat begrotingen en beleidsmaatregelen efficiënter en doeltreffender worden.
 

Read more in all languages

Het beginsel van gendergelijkheid bij de voorbereiding van de EU-begroting

Begrotingen zijn niet neutraal. Je kunt eruit afleiden of een instelling zich bijvoorbeeld inzet voor de behoeften van vrouwen of gendergelijkheid.

Daarom heeft de commissie Financiële en Begrotingsaangelegenheden van het EESC besloten om een grondige analyse van het concept genderbudgettering uit te voeren. Maar wat is dat eigenlijk? Genderbudgettering houdt in dat we een gendergelijkheidsperspectief meenemen in het ontwerp en de uitvoering van de begroting. Daarbij worden verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot de mogelijke gevolgen van uitgavenbeslissingen voor de gendergelijkheid bevorderd en verschillende groepen begunstigden gespecificeerd met als doel discriminatie of ongelijkheid te voorkomen bij de toepassing van bepaald beleid en bepaalde maatregelen. Deze methode verschaft meer inzicht in de manier waarop de inkomsten en uitgaven in het beleid van verschillende organen, instellingen en regeringen verschillende gevolgen kunnen hebben voor vrouwen en mannen. Dat kan er ook toe bijdragen dat overheidsmiddelen zo worden besteed dat begrotingen en beleidsmaatregelen efficiënter en doeltreffender worden.

De basis van genderbudgettering is het engagement van de EU om aan gendermainstreaming te doen. Het Europees Parlement en de Raad hebben de lidstaten regelmatig opgeroepen om deze aanpak te volgen. De Europese Commissie zet ook sterk in op een methode waarmee ze de gendereffecten van alle uitgaven uit de EU-begroting zou kunnen evalueren.

In een studie die werd aangevraagd door de commissie BUDG van het Europees Parlement, werd het Parlement, de Commissie en de Raad aangeraden actie te ondernemen om rekening te houden met het beginsel van gendergelijkheid bij het opstellen van de EU-begroting. Het Europees Parlement maakte via een resolutie duidelijk dat het zich voor genderbudgettering inzet, ook om andere EU-instellingen aan te moedigen in de toekomst hetzelfde te doen.

Ik denk dat het voor het Europees Economisch en Sociaal Comité geen enkel probleem is om deze aanbeveling te volgen. Het Europees Parlement had natuurlijk gebruik kunnen maken van de debatten over de begroting en de begrotingskwijting tijdens de plenaire vergadering om deze doelstelling te bepleiten. Sowieso zijn er politiek engagement en wetgevende maatregelen nodig zodat de Europese instellingen genderbudgettering toepassen in de begroting en bij de uitvoering daarvan. We zullen grondig bekijken of we als adviesorgaan en vertegenwoordiger van maatschappelijke organisaties kunnen bijdragen aan dit strategische en belangrijke proces.

Giulia Barbucci, vicevoorzitter van het EESC, verantwoordelijk voor de begroting

 

Voor in uw agenda

20 juni 2022, Brussel

Conferentie “One Health”

6 juli 2022, Bratislava (Slowakije)

The rule of law: why should we care?

13-14 juli 2022, Brussel

EESC-zitting

31 juli 2022, 10 uur (Belgische tijd)

Prijs voor het maatschappelijk middenveld: een betere toekomst voor jongeren en hulp aan Oekraïense oorlogsslachtoffers - deadline inzendingen

Van Oekraïne op weg naar...

Kolya woont alleen met de kat van het gezin in zijn flat, die gedeeltelijk werd vernietigd door Russische luchtaanvallen pal in het centrum van Irpin. Zijn gezin is naar Frankrijk gevlucht, maar hij besloot te blijven omdat hij naar zijn gevoel hun huis en hun bezittingen moest verdedigen. Hij liet ons trots de foto’s van zijn kinderen zien, hun medailles voor ballet en taekwondo, en zei er zeker van te zijn dat hij zich weer snel met hen zal herenigen “zodra dit allemaal voorbij is”.

Read more in all languages

Kolya woont alleen met de kat van het gezin in zijn flat, die gedeeltelijk werd vernietigd door Russische luchtaanvallen pal in het centrum van Irpin. Zijn gezin is naar Frankrijk gevlucht, maar hij besloot te blijven omdat hij naar zijn gevoel hun huis en hun bezittingen moest verdedigen. Hij liet ons trots de foto’s van zijn kinderen zien, hun medailles voor ballet en taekwondo, en zei er zeker van te zijn dat hij zich weer snel met hen zal herenigen “zodra dit allemaal voorbij is”.

Costas Constantinou is hoofdredacteur van het Cypriotische dagblad Politis. Hij reisde in maart en in april naar Oekraïne om verslag te doen van de oorlog, de vluchtelingencrisis en de overlevingsstrijd van gewone Oekraïners. Hartelijk dank, Costas Constantinou, voor het verhaal achter deze foto. (ks)

Meteen ter zake!

In onze rubriek “Meteen ter zake” gaan EESC-leden in op belangrijke punten op de Europese agenda. Alena Mastantuono is een van de rapporteurs van het advies over de continuïteit van de energievoorziening: “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie”, dat in mei tijdens de zitting van het EESC is goedgekeurd.

Read more in all languages

In onze rubriek “Meteen ter zake” spreken EESC-leden zich uit over belangrijke punten op de Europese agenda. Alena Mastantuono is een van de rapporteurs van het advies over de continuïteit van de energievoorziening: “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie”, dat in mei tijdens de zitting van het EESC is goedgekeurd. Vandaag bespreekt mevrouw Mastantuono voor onze lezers het nieuwe REPowerEU-plan, dat de Europese Commissie op 18 mei 2022 heeft voorgelegd. (ehp)

Russische roulette in Europa: welke lidstaat volgt?

De bedreiging van het Kremlin om de gaskraan dicht te draaien verhoogt de druk op Europa. Na Polen en Bulgarije staan nu ook Finland, Denemarken en Nederland op het lijstje van landen die door een conflict met de Russische regering van de gasbevoorrading zijn afgesneden.

Read more in all languages

De bedreiging van het Kremlin om de gaskraan dicht te draaien verhoogt de druk op Europa. Na Polen en Bulgarije staan nu ook Finland, Denemarken en Nederland op het lijstje van landen die door een conflict met de Russische regering van de gasbevoorrading zijn afgesneden.

Op 18 mei presenteerde de Europese Commissie haar REPowerEU-plan ter waarde van €300 miljard om de invoer van Russische energie tegen 2027 volledig te schrappen. De regeringen van de EU zijn op zoek naar oplossingen om de Russische energieleveringen snel te vervangen. Ze versnellen de uitrol van hernieuwbare energiebronnen en tasten diep in de buidel om de infrastructuur te bouwen die nodig is om vloeibaar aardgas in te voeren en de gasvoorraden aan te vullen. Ook kijken ze in welke sectoren ze energie kunnen besparen en gas vervangen. De tijd tikt intussen echter door, en niemand weet wie het volgende doelwit in deze Russische roulette wordt. De situatie is met andere woorden bijzonder ernstig en vraagt om ongeziene maatregelen.

Bijkomende investeringen in infrastructuur en de uitrol van hernieuwbare energiebronnen lijken lastig, zeker in tijden waarin de economie nog herstellende is van de COVID-19-pandemie. Iedere euro die nu wordt uitgegeven is onderhevig aan hoge inflatie; bij leningen betalen we de prijs in de vorm van een hogere schuldenlast. Daarnaast blijft de marktregel gelden dat een hogere vraag gelijk is aan een hogere prijs. De energieprijzen dreigen bovendien nog verder op te lopen door de bijkomende veiligheids- en beveiligingskosten als gevolg van de oorlog. En op de koop toe hapert de uitrol van hernieuwbare energiebronnen door de onderbreking van de toeleveringsketens.

De prioriteit van het REPowerEU-plan ligt terecht op versnelde vergunningsprocedures zodat schone technologieën sneller kunnen worden ingezet. Nieuwe wind- en zonne-energieprojecten worden uitgeroepen tot een zaak van hoger openbaar belang. In overeenstemming met het advies van het EESC over de mededeling over REPowerEU wordt in het plan een oproep gelanceerd om op nationaal niveau “go-to”-gebieden op te richten op plekken met een laag milieurisico. Tegelijkertijd wordt voorgesteld om het streefcijfer van de EU voor hernieuwbare energie van 40 % vorig jaar naar 45 % op te trekken tegen 2030 en om het energie-efficiëntiestreefcijfer van 9 % in juli 2021 naar 13 % te verhogen. Een ander voorstel is om zonnepanelen verplicht te maken op openbare gebouwen en nieuwe woongebouwen tegen respectievelijk 2025 en 2029. Gezien de huidige marktsituatie is het echter duidelijk dat die doelstellingen technisch niet haalbaar zijn. Ambitieus zijn is goed, maar onze doelstellingen moeten wel realistisch en betrouwbaar blijven.

In het plan wijst de Commissie er eveneens op dat Europa met hogere en volatielere energieprijzen te kampen zal krijgen als meer landen Russische energie zouden moeten weren. In deze situatie zijn er tijdelijke maatregelen in de lidstaten nodig die de EU-markt zo weinig mogelijk verstoren, of maatregelen op EU-niveau die de energievoorziening of de inspanningen voor decarbonisatie niet in gevaar brengen. In het algemeen loopt de EU het risico dat marktinterventies haar langetermijndoelstellingen zullen schaden aangezien ze tot onzekerheid van investeerders zullen leiden en de decarbonisatie in de energie-industrie zullen ontmoedigen.

De Europese elektriciteitsmarkt heeft bewezen dat hij goed in staat is om stroomtekorten of zelfs black-outs in bepaalde gebieden te vermijden. Alles zal afhangen van de solidariteit tussen de lidstaten op de elektriciteitsmarkt van de EU, niet alleen met het oog op de komende winter, maar ook bij de volgende draai aan de “Russische” roulette.

Alena Mastantuono, lid van het EESC

 

“Een vraag voor ...”

Een vraag voor...

In deze rubriek nodigen we leden van het EESC uit om een vraag te beantwoorden die betrekking heeft op een onderwerp dat volgens hen hoog op de Europese agenda staat.

Read more in all languages

In deze rubriek nodigen we leden van het EESC uit om een vraag te beantwoorden die betrekking heeft op een onderwerp dat volgens hen hoog op de Europese agenda staat.

Tijdens zijn zitting van mei heeft het Comité de resolutie “Betrekken van maatschappelijke organisaties bij de nationale plannen voor herstel en veerkracht — Hoe kan het beter?” aangenomen. Luca Jahier is een van de drie rapporteurs voor deze resolutie; de andere twee zijn Gonçalo Lobo Xavier en Javier Doz Orrit.
We hebben de heer Jahier, voormalig voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2018-2020) en huidig vicevoorzitter van de groep Europees Semester, een vraag gesteld over dit onderwerp. (ehp)

 

Luca Jahier: nationale herstel- en veerkrachtplannen liggen goed op schema

EESC Info: Hoe staat het volgens u met de uitvoering van de nationale herstel- en veerkrachtplannen in de EU-lidstaten?

Luca Jahier: Een jaar geleden waren we nog maar net begonnen met de faciliteit voor herstel en veerkracht, en slechts zeer weinig landen hadden toen vorderingen gemaakt met het opstellen van hun nationale plannen. 

Read more in all languages

EESC Info: Hoe staat het volgens u met de uitvoering van de nationale herstel- en veerkrachtplannen in de EU-lidstaten?

Luca Jahier: Een jaar geleden waren we nog maar net begonnen met de uitvoering van de faciliteit voor herstel en veerkracht, en slechts zeer weinig landen hadden toen vorderingen gemaakt met het opstellen van hun nationale plannen.  

Het was in de eerste plaats van essentieel belang om de toepassing van artikel 18 van de EU-verordening – inzake de verplichting van de lidstaten om maatschappelijke organisaties, de sociale partners, lokale overheden, universiteiten en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van en het toezicht op de plannen – te testen en het belang hiervan te benadrukken.

Dit jaar hebben 26 landen de laatste hand gelegd aan hun plannen (Nederland is bijna zo ver) en met uitzondering van slechts twee landen, wegens rechtsstaatvoorwaarden, zijn alle plannen inmiddels goedgekeurd en wordt een groot aantal daarvan al uitgevoerd. Sommige plannen zijn al volledig afgerond, hebben een positieve beoordeling van de EU ontvangen voor de eerste zes maanden van de uitvoering en liggen goed op schema in de tweede periode van zes maanden. De praktische toepassing van artikel 18 van de verordening inzake de herstel- en veerkrachtfaciliteit blijkt veel meer om het lijf te hebben en de uiteindelijke inhoud van nationale herstel- en veerkrachtplannen kan nu in het algemeen de goedkeuring van het maatschappelijk middenveld wegdragen.

Hoewel er tal van kwalitatieve verschillen zijn in de manier waarop maatschappelijke organisaties in de lidstaten bij een en ander zijn betrokken, waarbij sommige nauwelijks enige inbreng hebben gehad, zijn er ook een paar zeer goede praktijken geconstateerd. Zo is er in Oostenrijk, Frankrijk, Luxemburg, Spanje en Zweden sprake van een hechte en constructieve samenwerking met de regering, die extra gedijt dankzij transparantie en voortdurend overleg. Verder zijn er in Tsjechië, Estland, Finland, Italië en Spanje campagnewebsites of overheidsportalen voor herstel en veerkracht opgezet met transparante informatie die toegankelijk is voor het publiek. In Italië is in november 2021 op regeringsniveau een permanent rondetafelpartnerschap opgericht, dat wordt gecoördineerd door de voorzitter van de nationale sociaaleconomische raad. In Kroatië wordt het maatschappelijk middenveld betrokken bij de voorbereiding van aanbestedingen voor de uitvoering van het nationale plan voor herstel en veerkracht. In Portugal ten slotte is een nationaal toezichtcomité opgericht, waarin onder meer vertegenwoordigers van de sociale partners, universiteiten en de sociale sector zitting hebben.

Wij kunnen dus allereerst concluderen dat dit punt nog eens extra benadrukt moet worden: de lidstaten wordt verzocht positieve lessen te trekken en deze beste praktijken te volgen. Ten tweede kunnen we beamen dat een hoogwaardige, doeltreffende en stabiele deelname van maatschappelijke organisaties aan de economische governance in de lidstaten gebaseerd moet zijn op zowel wettelijke regels als openbare en transparante procedures die worden gewaarborgd door een EU-richtlijn of -verordening.

 

 

Raadt u wie onze gast is?

De verrassingsgast

Elke maand laten we u in deze rubriek kennismaken met een publieke persoon van wie het werk en de gedrevenheid een bron van inspiratie vormen. Stuk voor stuk mensen die onverschrokken, wilskrachtig en vastberaden in actie komen en als lichtend voorbeeld dienen. Hun moed dwingt respect af. Deze maand is Kostas Onisenko onze gast.

Read more in all languages

Elke maand laten we u in deze rubriek kennismaken met een publieke persoon van wie het werk en de gedrevenheid een bron van inspiratie vormen. Stuk voor stuk mensen die onverschrokken, wilskrachtig en vastberaden in actie komen en als lichtend voorbeeld dienen. Hun moed dwingt respect af. Deze maand is Kostas Onisenko onze gast.

Kostas Onisenko is een journalist die de afgelopen 20 jaar voor de Griekse media, kranten en televisie heeft gewerkt. Sinds 2014 doet hij verslag van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. De laatste vijf jaar woonde hij in Kiev, van waaruit hij reportages maakte voor verschillende Griekse mediakanalen. Ook brengt Onisenko via zijn pagina’s op sociale netwerken het Griekse publiek regelmatig op de hoogte van de ontwikkelingen in Oekraïne.

"Objectiviteit” of “ethiek” in de berichtgeving over de oorlog in Oekraïne?

Na de oorlog in Vietnam heerste er wereldwijd onder journalisten de tendens om een oorlog van een afstand te verslaan, d.w.z. zonder de ene of de andere partij te steunen. In tegenstelling tot de vroegere praktijk, waarbij de journalist deel uitmaakte van het leger van een land, werd deze nieuwe praktijk beschouwd als een enorme vooruitgang in de richting van objectiviteit. Dit werd uiteraard mogelijk gemaakt door de economische groei van de massamedia, maar ook door het feit dat de meeste conflicten “ver weg” van de hoofdkantoren van deze media werden gevoerd. Het waren “buitenlandse” oorlogen, dus journalisten konden relatief makkelijk emotioneel afstand nemen. De oorlog in Oekraïne heeft dit beginsel verstoord en kan in de nabije toekomst aanzienlijke veranderingen teweegbrengen in het hele functioneren van de media en in de relatie van de media met de samenleving en de staat.

Read more in all languages

Na de oorlog in Vietnam heerste er wereldwijd onder journalisten de tendens om een oorlog van een afstand te verslaan, d.w.z. zonder de ene of de andere partij te steunen. In tegenstelling tot de vroegere praktijk, waarbij de journalist deel uitmaakte van het leger van een land, werd deze nieuwe praktijk beschouwd als een enorme vooruitgang in de richting van objectiviteit. Dit werd uiteraard mogelijk gemaakt door de economische groei van de massamedia, maar ook door het feit dat de meeste conflicten “ver weg” van de hoofdkantoren van deze media werden gevoerd. Het waren “buitenlandse” oorlogen, dus journalisten konden relatief makkelijk emotioneel afstand nemen. De oorlog in Oekraïne heeft dit beginsel verstoord en kan in de nabije toekomst aanzienlijke veranderingen teweegbrengen in het hele functioneren van de media en in de relatie van de media met de samenleving en de staat.

Wat de communicatie betreft, stond de oorlog in Oekraïne, die begon met de Russische invasie van de Krim in 2014, van begin af aan bol van de leugens. Grote en kleine internationale media berichtten over “neonazi’s die Russischtaligen onderdrukken” in Oost-Oekraïne, wat de leiding in het Kremlin een excuus verschafte om haar wreedheden voort te zetten. De publicatie van deze berichten was niet zozeer het resultaat van het slechte werk van de westerse media als wel van het feit dat het mediasysteem van het “westen” niet klaar was om de strijd aan te gaan met een dergelijke, door Moskou georganiseerde en gefinancierde golf van desinformatie, en van het feit dat Moskou de vrijheden van het westen gebruikte om diezelfde vrijheden aan te vallen.

Toen dit duidelijk werd, vooral tijdens de afgelopen drie maanden, koos een groot deel van de buitenlandse journalisten openlijk de kant van Oekraïne. Niet alleen omdat het een land is dat zonder aanleiding wordt aangevallen, maar ook omdat zij begrepen dat het een aanval is op al die beginselen en waarden waarop - onder andere - de vrijheid van meningsuiting en het functioneren van de media berusten.

Op het eerste gezicht zou deze keuze kunnen worden beschouwd als een “concessie” van de journalistieke gemeenschap aan haar objectiviteit, ongeacht hoe “objectief” en “onpartijdig” een verkrachter en zijn slachtoffer ook kunnen worden voorgesteld. In deze oorlog is duidelijker dan ooit gebleken dat de “objectieve afstand” tussen het slachtoffer en de agressor altijd in het voordeel van de laatste uitvallen.

Het dilemma betrof ook de keuze tussen objectiviteit en ethiek. Het klinkt vreemd, maar voor een deel van de grote media bestaat dit dilemma wel degelijk. En of “Europa”, althans zoals de Oekraïners dit woord opvatten, bereid is zijn vrijheden te verdedigen, zelfs indien dit een strengere controle op eventueel misbruik van deze vrijheden vereist.

De Oekraïense samenleving en vooral de journalisten in Oekraïne hadden acht jaar geleden al door dat voor de Russische Federatie - en voortaan voor elke mogendheid die het gemunt heeft op de beginselen en waarden van Europa - onze vrijheid van meningsuiting en de aanwezigheid van de media een wapen in de strijd vormen. In de strijd tegen ons.

Afgezien van het feit dat zij een invasie te verduren kregen, zijn de Oekraïners in de afgelopen acht jaar voorgesteld als verantwoordelijk of medeverantwoordelijk voor deze situatie. Van slachtoffers veranderden zij in daders. Dit heeft - onder meer - gevolgen gehad ten aanzien van de oorlog zelf, in de vorm van minder sancties tegen Rusland, vertragingen bij de levering van materieel aan Oekraïne, enz. En dat deze situatie nu lijkt te zijn omgekeerd, is niet alleen te danken aan het feit dat veel van de grove leugens van Rusland onthuld worden dankzij het werk van de journalistiek, maar ook aan het feit dat sommige journalisten hun rol in de samenleving herontdekken. Niet de rol van een leeg informatiekanaal, maar van het zenuwstelsel van de samenleving, dat onder meer helpt om een fundamentele vraag te beantwoorden: waar bevinden zich goed en kwaad?

Kostas Onisjenko

Kostas Onisjenko is een Griekse journalist die woont en werkt in Oekraïne als verslaggever voor Griekse media.

 

 

Nieuws van het EESC

In een toespraak tot het EESC pleit Charles Michel voor de oprichting van een Europese geopolitieke gemeenschap, die ook Oekraïne omvat

Bij de opening van de zitting van mei benadrukte de voorzitter van het EESC, Christa Schweng: “We moeten samen het hoofd bieden aan de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de geopolitieke uitdagingen die ons wachten. In plaats van de ene crisis na de andere te bestrijden moet Europa wereldwijd voorop gaan lopen in het vormgeven van de toekomst.”

 

Read more in all languages

Bij de opening van de zitting van mei benadrukte de voorzitter van het EESC, Christa Schweng: “We moeten samen het hoofd bieden aan de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de geopolitieke uitdagingen die ons wachten. In plaats van de ene crisis na de andere te bestrijden moet Europa wereldwijd voorop gaan lopen in het vormgeven van de toekomst.”

“Het Kremlin had het mis: over zijn eigen militaire macht, over de felheid van het Oekraïense verzet en over de Europese vastberadenheid en eenheid”, aldus de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, die een nieuwe aanpak van de uitbreidingsonderhandelingen voorstelde.

Gezien de trage vooruitgang in de onderhandelingen met de Westelijke Balkan en de recente lidmaatschapsaanvragen van Oekraïne, Georgië en Moldavië moet de EU streven naar een “evenredige en beheerste integratie”.

Volgens Michel zou de oplossing kunnen liggen in “een graduele en progressieve integratie tijdens het toetredingsproces”.

De voorzitter van de Europese Raad sprak over de oprichting van een Europese geopolitieke gemeenschap nu de EU op politiek vlak meer leiderschap toont. Een belangrijk samenwerkingsgebied binnen deze gemeenschap zou het buitenlands beleid zijn. “Onze doelen zijn convergentie en een nauwere operationele samenwerking om gedeelde uitdagingen aan te gaan en vrede, stabiliteit en veiligheid op ons continent tot stand te brengen”, aldus de voorzitter.

Hij verduidelijkte echter: “dit initiatief is in geen geval bedoeld om uitbreidingen te vervangen of als nieuw excuus om ze uit te stellen. Het is evenmin een garantie voor de betrokkenen dat ze op een dag daadwerkelijk lid van de EU zullen zijn.” (at)

 

Met een holistisch en samenhangend migratiesysteem kan Europa zich wapenen tegen bedreigingen door dictators en vluchtelingencrises

Het EESC heeft een conferentie gehouden naar aanleiding van de instrumentalisering van migranten aan de buitengrenzen van de EU door bepaalde overheden. Het Comité benadrukt dat dit hét moment is om het migratiebeleid te europeaniseren. Autoritaire leiders hebben menselijke drama’s steeds geïnstrumentaliseerd om Europa te chanteren omdat ze zich bewust zijn van de tekortkomingen in het migratiebeleid op het continent.

Read more in all languages

Het EESC heeft een conferentie gehouden naar aanleiding van de instrumentalisering van migranten aan de buitengrenzen van de EU door bepaalde overheden. Het Comité benadrukt dat dit hét moment is om het migratiebeleid te europeaniseren. Autoritaire leiders hebben menselijke drama’s steeds geïnstrumentaliseerd om Europa te chanteren omdat ze zich bewust zijn van de tekortkomingen in het migratiebeleid op het continent.

De conferentie Naar een Europeanisering van het migratiebeleid? Lessen die moeten worden getrokken uit de instrumentalisering van migranten en de oorlog in Oekraïne werd gehouden in combinatie met de vergadering van de afdeling Externe Betrekkingen (REX).

De instrumentalisering van migranten door het Wit-Russische regime was trouwens niet het eerste geval; ook Turkije, Libië en Marokko hebben zich aan gelijkaardige vormen van misbruik schuldig gemaakt.

Over migranten als wapen in de handen van autoritaire leiders zei de vicevoorzitter voor de bevordering van onze Europese levenswijze Margaritis Schinas: “De belangrijkste les die we uit ons beleid moeten trekken is dat we steeds een doelwit zullen zijn zolang we geen gemeenschappelijk overeengekomen migratiesysteem hebben.”

EESC-voorzitter Christa Schweng beklemtoonde: “Deze vluchtelingencrisis heeft duidelijk gemaakt dat migratie gevolgen heeft voor alle lidstaten. De EU moet gebruikmaken van deze dynamiek om het nieuwe migratie- en asielpact in een stroomversnelling te brengen en zo de systeemverandering teweeg te brengen die nodig is om een rationeel en op rechten gebaseerd asiel- en migratiebeleid te ontwikkelen.”

Nu is het tijd voor geopolitiek. Net als tijdens de pandemie heeft de oorlog de Europese publieke opinie op dezelfde lijn gebracht en dat is heel belangrijk”, beklemtoonde de vicevoorzitter voor de bevordering van onze Europese levenswijze Margaritis Schinas. (at)

 

De dialoog met het maatschappelijk middenveld in de EU mag niet worden onderdrukt

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft er bij de EU-instellingen op aangedrongen een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van lidstaten die het werk van het maatschappelijk middenveld in woord en daad belemmeren en zijn ruimte in Europa verkleinen.

Read more in all languages

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft er bij de EU-instellingen op aangedrongen een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van lidstaten die het werk van het maatschappelijk middenveld in woord en daad belemmeren en zijn ruimte in Europa verkleinen.

Om dergelijke ontwikkelingen tegen te gaan, verzoekt het EESC de EU een aantal maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld ten volle wordt betrokken bij alle stadia van de beleidsvorming en de participatieve democratie in Europa te waarborgen; een voorbeeld van zo’n maatregel is het niet meer verstrekken van EU-middelen aan landen die de Europese waarden niet omarmen.

In het advies De rol van maatschappelijke organisaties als hoeders van het algemeen belang bij het herstel na de pandemie constateert het EESC dat het maatschappelijk middenveld in Europa nog steeds op tal van ernstige barrières stuit en dat zijn ruimte in sommige delen van de EU drastisch wordt ingeperkt. Dit ondanks het feit dat het maatschappelijk middenveld een sleutelrol heeft gespeeld bij het verzachten van de gevolgen van de pandemie en vanaf dag één van de Russische agressie voorbeeldig hulp heeft geboden aan Oekraïense vluchtelingen.

“Het maatschappelijk middenveld heeft onze samenleving geholpen om door de COVID-19-pandemie heen te komen en is daarbij een drijvende kracht geweest. En nu, met de Oekraïne-crisis, blijkt duidelijk hoe waardevol en belangrijk het maatschappelijk middenveld is voor onze democratie”, aldus de rapporteur voor het advies, Ioannis Vardakastanis.

Nu maatschappelijke organisaties de mouwen opstropen om samen met alle geledingen van de samenleving de kar te trekken bij de wederopbouw na de COVID-19-crisis, die een verwoestend spoor heeft getrokken, moet de EU ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld en de beleidsmakers met elkaar in dialoog gaan. Het ontbreken van een dergelijke dialoog is immers een van de grootste obstakels die het Europees maatschappelijk middenveld op alle niveaus moet overwinnen.

Een ander heikel punt is dat het maatschappelijk middenveld niet op zinvolle wijze wordt betrokken bij de besluitvorming over belangrijke beleidsmaatregelen en wetgeving.

Het EESC is van mening dat de EU-instellingen een nultolerantie moeten hanteren ten aanzien van een dergelijke houding en “krachtig en compromisloos” moeten reageren, aangezien de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het beleidsvormingsproces onlosmakelijk verbonden is met de waarden van de EU en de EU-Verdragen. Om dergelijke praktijken uit te bannen, moeten er op Europees en nationaal niveau wettelijke regelingen worden ingevoerd.

Maatschappelijke organisaties moeten financiële en praktische steun krijgen van de EU en van lokale en nationale overheden om hun rol verder vorm te geven, maar zonder hun onafhankelijkheid in gevaar te brengen. (ll)

 

Herstel is alleen maar mogelijk als het Europees maatschappelijk middenveld daar systematisch bij wordt betrokken

Het EESC heeft een nieuwe resolutie goedgekeurd om het maatschappelijk middenveld te betrekken bij de uitvoering en monitoring van de nationale herstel- en veerkrachtplannen. Uit een recente raadpleging blijkt namelijk dat het maatschappelijk middenveld onvoldoende bij die plannen wordt betrokken, ondanks de regelgeving op dat gebied.

Read more in all languages

Het EESC heeft een nieuwe resolutie goedgekeurd om het maatschappelijk middenveld te betrekken bij de uitvoering en monitoring van de nationale herstel- en veerkrachtplannen. Uit een recente raadpleging blijkt namelijk dat het maatschappelijk middenveld onvoldoende bij die plannen wordt betrokken, ondanks de regelgeving op dat gebied.

Het Comité vraagt duidelijke regels om deze situatie op doeltreffende wijze te verhelpen en de economie weer op de rails te krijgen. Tijdens het debat over de resolutie wees de voorzitter van het EESC, Christa Schweng, erop dat het betrekken van het maatschappelijk middenveld bij de hervormingen zoals voorzien in de nationale plannen voor herstel en veerkracht absoluut noodzakelijk is om de kwaliteit, transparantie en de uitvoering van nieuw beleid te verbeteren. Gonçalo Lobo Xavier, vicevoorzitter van de groep Europees Semester (ESG), haalde enkele belangrijke conclusies van de raadpleging aan.

“Het maatschappelijk middenveld beoordeelt de definitieve inhoud van de nationale plannen voor herstel en veerkracht over het algemeen als positief. Het sociale aspect is echter vaak onvoldoende uitgewerkt”, waarschuwde hij. Javier Doz Orrit, voorzitter van het ESG, stelde de belangrijkste aanbevelingen voor. Ook riep hij de lidstaten op “om de regels van de herstel- en veerkrachtfaciliteit met spoed na te leven”. De Europese Commissie en het Parlement vraagt hij om ze te handhaven. Luca Jahier, vicevoorzitter van het ESG, deelde enkele goede praktijken en zei dat “het gebrek aan een doeltreffende en kwalitatieve participatie van het maatschappelijk middenveld in het economisch bestuur van de EU pas zal worden opgelost tot het Europees Semester wordt hervormd”.

Valdis Dombrovskis, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie, die ook deelnam aan het debat, wees op de gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne voor het wereldwijde economische herstel en de EU, en op de maatregelen die nodig zijn om die gevolgen op te vangen en door te gaan. (tk)

 

Oorlog in Oekraïne vormt een grote uitdaging voor het cohesiebeleid van de EU, waarschuwt het EESC

Het cohesiebeleid is van cruciaal belang om de COVID-19-crisis te boven te komen, vóór 2050 klimaatneutraal te worden en de ongelijkheid in Europa te verminderen. Het EESC waarschuwt er in een nieuw advies voor dat de oorlog in Oekraïne nu de grootste uitdaging is die ons in dit verband te wachten staat.

Read more in all languages

Het cohesiebeleid is van cruciaal belang om de COVID-19-crisis te boven te komen, vóór 2050 klimaatneutraal te worden en de ongelijkheid in Europa te verminderen. Het EESC waarschuwt er in een nieuw advies voor dat de oorlog in Oekraïne nu de grootste uitdaging is die ons in dit verband te wachten staat.

We moeten snel in actie komen om vluchtelingen te helpen en de integratie van Oekraïne in Europa te waarborgen. In zijn advies verklaart het EESC zich ook een groot voorstander van een snelle toetreding van Oekraïne tot de EU en dringt het erop aan dat het cohesiebeleid en bijbehorende financiële instrumenten dienovereenkomstig worden aangepast.

Met name zou er een apart EU-fonds moeten komen om de naoorlogse wederopbouw en ontwikkeling te ondersteunen. In het advies, dat door de voltallige vergadering in mei is goedgekeurd, buigt het EESC zich over de mededeling die de Europese Commissie over haar verslag “Naar cohesie in Europa in 2050” heeft uitgebracht.

Het verslag werd twee weken voor de Russische invasie in Oekraïne gepubliceerd; de gevolgen daarvan zijn er dus nog niet in meegenomen. Rapporteur Krzysztof Balon: “Op korte en middellange termijn is de grootste uitdaging voor het cohesiebeleid de agressie van Rusland tegen Oekraïne, die in feite ook een daad van agressie is tegen de Europese Unie.” Corapporteur Gonçalo Lobo Xavier: “Het cohesiebeleid is nog altijd een fundamenteel instrument voor het herstel en de veerkracht van de Europese economie. Speciale aandacht moet daarin uitgaan naar kleine en middelgrote ondernemingen.”  (tk)

EESC pleit voor open en veilig Schengengebied

De oorlog in Oekraïne, die heeft geleid tot een ongekende stroom vluchtelingen die onderdak zoeken in de EU, laat zien dat er dringend behoefte is aan doeltreffende, humane en humanitaire gemeenschappelijke Europese regels inzake migratie en asiel, in een open maar ook veilig Schengengebied, zo staat te lezen in een advies dat het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) tijdens zijn zitting van mei heeft goedgekeurd.

Read more in all languages

De oorlog in Oekraïne, die heeft geleid tot een ongekende stroom vluchtelingen die onderdak zoeken in de EU, laat zien dat er dringend behoefte is aan doeltreffende, humane en humanitaire gemeenschappelijke Europese regels inzake migratie en asiel, in een open maar ook veilig Schengengebied, zo staat te lezen in een advies dat het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) tijdens zijn zitting van mei heeft goedgekeurd.

“De Russische militaire agressie tegen Oekraïne heeft de situatie in de wereld volledig veranderd. Historisch gezien vormt deze ontwikkeling de grootste bedreiging voor de werking van het Schengengebied en de veiligheid van de EU. De verschrikkelijke gebeurtenissen in Oekraïne onderstrepen eens te meer het belang van de veiligheid aan de buitengrenzen en de stabiliteit van het Schengengebied, als voorwaarde voor de binnenlandse veiligheid in Europa”, zo zei Krzysztof Balon, rapporteur voor het advies over het Pakket veiligheidsunie / Schengenpakket.

Hij zei dat het EESC net als de Commissie van mening is dat alle reisbeperkingen tussen Schengenlanden van tijdelijke aard moeten zijn.

In het advies, waarin het EESC zich buigt over het recente pakket van de Commissie waarmee de Schengenregels worden bijgewerkt, wordt gesteld dat de veiligheidsproblemen van de lidstaten beter kunnen worden aangepakt door meer en intensievere samenwerking tussen de rechtshandhavingsautoriteiten dan door de herinvoering van controles aan de binnengrenzen.

Het EESC benadrukt met klem dat de EU en haar lidstaten bij het uitvoeren van het beleid inzake grensbeheer, migratie en asiel te allen tijde het Handvest van de grondrechten moeten naleven, met name de vrijheid van verkeer en van verblijf alsook het recht op asiel en het beginsel van non-refoulement. Hetzelfde geldt voor de politiële en justitiële samenwerking tussen lidstaten.

Het EESC dringt erop aan dat de lidstaten het solidariteitsmechanisme proactief ondersteunen en gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor het migratiebeheer, overeenkomstig de bepalingen van het nieuwe pact inzake asiel en migratie.

Het EESC is er zeer mee ingenomen dat de Richtlijn inzake tijdelijke bescherming is geactiveerd in de context van de Russische agressie tegen Oekraïne; op grond hiervan zouden solidariteitsmechanismen tussen de lidstaten kunnen worden ontwikkeld. De Commissie zou moeten overwegen deze richtlijn in geval van ernstige en urgente crisissituaties ook te laten gelden voor onderdanen van derde landen.

Ook spreekt het EESC nogmaals zijn bezorgdheid uit over het feit dat Roemenië, Bulgarije en Kroatië en Cyprus nog steeds zijn uitgesloten van het Schengengebied, en dringt het net als de Commissie aan op een snel en doortastend optreden van de Raad om hier verandering in te brengen. (ll)

 

 

Het EESC is ingenomen met het langverwachte actieplan voor de sociale economie

Het EESC is van mening dat het plan met krachtigere maatregelen doeltreffender kan worden op vier specifieke gebieden. Voor het overige is het zeer tevreden dat veel van zijn voorstellen zijn overgenomen.

Read more in all languages

Het EESC is van mening dat het plan met krachtigere maatregelen doeltreffender kan worden op vier specifieke gebieden. Voor het overige is het zeer tevreden dat veel van zijn voorstellen zijn overgenomen.

In een advies dat tijdens de plenaire zitting van mei werd goedgekeurd gaf het EESC groen licht aan het actieplan voor de sociale economie van de Europese Commissie. Daarin zijn veel voorstellen van het EESC overgenomen die het gedurende meer dan tien jaar heeft gedaan.

“We zijn uitermate tevreden dat dit langverwachte plan is goedgekeurd, maar het werk is nog maar pas begonnen”, aldus Giuseppe Guerini, de rapporteur voor het advies. “Het is nu tijd om dit plan van doortastende langetermijnmaatregelen te voorzien. Het EESC heeft tal van innovatieve en concrete voorstellen geformuleerd om te garanderen dat het potentieel van de sociale economie in zoveel mogelijk lidstaten volledig wordt benut.”

Het EESC noemt vier belangrijke gebieden uit het plan waarop er sterkere maatregelen kunnen worden genomen:

•    soepelere lokale samenwerking tussen overheden en ondernemingen van de sociale economie rond de verlening van diensten van algemeen belang. In de richtlijn inzake overheidsopdrachten wordt een duidelijk verschil gemaakt tussen de verrichting van diensten van algemeen belang en concurrentiële activiteiten;

•    regelgeving, eventueel in de vorm van richtsnoeren, om duidelijk te maken aan welke vereisten moet worden voldaan om toegang te krijgen tot staatssteun en over hoeveel steun de lidstaten beschikken, zodat ze alle mogelijkheden kunnen benutten om ondernemingen van de sociale economie te helpen. Workshops en webinars organiseren, zoals de Commissie voorstelt, zal niet volstaan;

•    een systeem van gegarandeerde kredieten en leningen, zoals al bestaat voor kleine en middelgrote ondernemingen in de hele EU, dat wordt ingevoerd door de lidstaten met steun van de EU. Er is niets op tegen om nieuwe financiële producten te lanceren en zo privéfinanciering voor ondernemingen van de sociale economie op te halen, maar veel van die ondernemingen hebben al hulp nodig om toegang te krijgen tot normale kredieten;

•    een specifieke belastingregeling voor de sociale economie is prima, maar de lidstaten moeten worden aangezet tot gecoördineerde fiscale harmonisatie, eventueel op basis van goede praktijken van enkelen van hen, zoals belastingvrijstellingen op ingehouden winst, lagere btw en verminderingen of vrijstellingen van socialezekerheidskosten. (dm)

 

Europa moet de verspreiding van haatdragende uitlatingen en haatmisdrijven krachtig bestrijden

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) steunt het initiatief van de Europese Commissie om de lijst van EU-misdrijven uit te breiden tot alle vormen van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen en verzoekt de Raad om zich achter dit voorstel te scharen. Dat is de strekking van een advies dat het EESC tijdens zijn plenaire vergadering in mei heeft uitgebracht.

Read more in all languages

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) steunt het initiatief van de Europese Commissie om de lijst van EU-misdrijven uit te breiden tot alle vormen van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen en verzoekt de Raad om zich achter dit voorstel te scharen. Dat is de strekking van een advies dat het EESC tijdens zijn plenaire vergadering in mei heeft uitgebracht.

Maatschappelijke organisaties ervaren de toename van haatdragende taal en haatcriminaliteit uit de eerste hand: als ze zelf geen doelwit zijn, dan zijn ze er wel getuige van wanneer ze slachtoffers bijstaan. Het EESC is er zich dan ook als geen ander van bewust dat de menselijke waardigheid, grondrechten en gelijkheid moeten worden beschermd. “Als mensen in angst en schaamte leven, is dat in strijd met de democratie en met alles waar de EU voor staat”, zo stelt rapporteur Cristian Pîrvulescu.
Door de opkomst van sociale media en dankzij de vrijheid van verkeer is de publieke ruimte in de EU steeds meer één geworden. Een gemeenschappelijke basis is inmiddels dan ook onmisbaar om uitingen van haat doeltreffend te kunnen bestrijden. Om de impact van dit alles te kunnen beoordelen en haatuitlatingen in de kiem te smoren, zijn ook bewustmaking en educatie nodig. Het EESC adviseert om speciale aandacht te besteden aan mensen die vooraan staan in de strijd tegen haatdragende taal en haatmisdrijven, zoals leraren, journalisten en rechtshandhavers. Ook dringt het er bij alle politieke leiders op aan om verantwoordelijk te handelen.

Voorts wijst het EESC op de cruciale rol die sociale partners in het veld spelen bij het voorkomen en bestrijden van haatmisdrijven. “Maatschappelijke organisaties zijn onze waakhonden tegen haat”, aldus corapporteur Milena Angelova. De EU moet hun gedragscodes en goede praktijken promoten en meer geld ter beschikking stellen om hun expertise optimaal te benutten. (gb)

 

Fatsoenlijk werk: zakendoen mag nooit ten koste gaan van de menselijke waardigheid en vrijheid

De forse toename van kinder- en dwangarbeid en de aanhoudende uitbuiting van werknemers wereldwijd maken EU-maatregelen op het gebied van fatsoenlijk werk steeds dringender noodzakelijk.

Read more in all languages

De forse toename van kinder- en dwangarbeid en de aanhoudende uitbuiting van werknemers wereldwijd maken EU-maatregelen op het gebied van fatsoenlijk werk steeds dringender noodzakelijk.

Tijdens de hoorzitting over fatsoenlijk werk wereldwijd, die plaatsvond op 4 mei, kwamen EESC-leden, vertegenwoordigers van de Europese instellingen en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), academici en maatschappelijke organisaties samen.

Deze hoorzitting werd georganiseerd om input te krijgen voor het komende advies van het EESC over dit onderwerp. Centraal stond de mededeling van de Commissie over fatsoenlijk werk wereldwijd, die in februari is goedgekeurd, en haar voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid.

Met deze initiatieven wil de Commissie van de Europese Unie een koploper maken op het gebied van fatsoenlijk werk, zowel in de EU zelf als wereldwijd, en streeft ze ernaar dat miljoenen mensen waardig kunnen werken en leven.

“We dromen van een toekomst waarin iedereen fatsoenlijk werk heeft. Maar voor honderden miljoenen mensen wereldwijd is dat nog niet het geval. Dat maakt het moeilijk om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen te halen”, aldus de rapporteur voor het EESC-advies, María del Carmen Barrera Chamorro.

Door de COVID-19-pandemie is de situatie in de arbeidswereld nog verslechterd – veel landen melden een piek van precaire arbeidsomstandigheden. Vooral vrouwen, maar ook kwetsbare groepen zoals kinderen en werknemers in de informele economie worden daar onevenredig door getroffen. Al vóór de pandemie was het aantal werkende kinderen, na een eerdere daling, aan het toenemen en tussen 2016 en 2020 steeg het met meer dan 8 miljoen.

De teller staat nu op 160 miljoen werkende kinderen, ofwel een op de tien kinderen wereldwijd. 25 miljoen mensen werken onder dwang. Door een gebrek aan voldoende sociale bescherming dreigen in de nabije toekomst nog eens 46 miljoen kinderen het slachtoffer te worden van kinderarbeid.

Het doel van de EU is om duurzaam en verantwoord ondernemersgedrag op de binnenlandse markten, in derde landen en in de mondiale waardeketens aan te moedigen. Daarvoor zal het EU-beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en transparantie cruciaal zijn. Er is ook een rechtsinstrument gepland om producten te verbieden die via dwangarbeid zijn vervaardigd. Alle beleidsmaatregelen zullen gendergelijkheid en non-discriminatie bevorderen.

“We zijn verheugd over het initiatief van de Commissie, maar er is nood aan een ambitieuzere agenda en een geïntegreerd beleid dat gebaseerd is op de universele mensenrechten. Fatsoenlijk werk is niet alleen in het belang van werknemers, maar ook van bedrijven, consumenten en de planeet”, besluit Barrera Chamorro. (ll)

 

 

 

EU moet arbeidsbelemmeringen voor jongeren met een handicap wegnemen

Tijdens een op 8 april gehouden EESC-hoorzitting, die werd bijgewoond door belangrijke actoren op het gebied van gehandicaptenbeleid, waaronder sociale partners en maatschappelijke organisaties, is naar voren gekomen dat de arbeidsparticipatie van mensen met een handicap en met name jongeren moet worden verhoogd. Ondanks inspanningen op wetgevingsgebied blijkt uit gegevens dat veel van deze mensen nog steeds te maken hebben met discriminatie in de arbeidswereld als gevolg van stereotypen die hen als onproductief afschilderen.

Read more in all languages

Tijdens een op 8 april gehouden EESC-hoorzitting, die werd bijgewoond door belangrijke actoren op het gebied van gehandicaptenbeleid, waaronder sociale partners en maatschappelijke organisaties, is naar voren gekomen dat de arbeidsparticipatie van mensen met een handicap en met name jongeren moet worden verhoogd. Ondanks inspanningen op wetgevingsgebied blijkt uit gegevens dat veel van deze mensen nog steeds te maken hebben met discriminatie in de arbeidswereld als gevolg van stereotypen die hen als onproductief afschilderen.

De belangrijkste conclusie was dat de nieuwe EU-strategie voor de rechten van personen met een handicap de problemen van jongeren met een handicap op het gebied van werkgelegenheid en onderwijs erkent. De sociale partners moeten echter nog zien hoe ambitieus de inspanningen zullen zijn.

Jongeren met een handicap worden geconfronteerd met tal van obstakels wanneer zij de arbeidsmarkt proberen te betreden, zowel in de particuliere als in de publieke sector. Het werkloosheidspercentage van mensen met een handicap is onevenredig hoog in vergelijking met de algemene bevolking, met name onder vrouwen en jongeren. Volgens de meest recente gegevens die op EU-niveau beschikbaar zijn, is de kans dat mensen met een handicap in dienst worden genomen 24,4 % kleiner. De COVID-19-pandemie lijkt deze ongelijkheid alleen maar te hebben vergroot.

Daphne Nathalie Ahrendt, senior research manager bij Eurofound, presenteerde de resultaten van een Eurofound-enquête: 27 % van de respondenten met een handicap was werkloos, tegenover 12 % van de respondenten zonder handicap. 55 % van hen wordt als financieel kwetsbaar beschouwd, tegenover 38 % van hun leeftijdsgenoten zonder handicap. Een grote meerderheid van de respondenten met een handicap heeft vaker te maken met depressie en eenzaamheid.

Francesca Sbianchi van het Jongerencomité van het Europees Gehandicaptenforum: “veel van ons hebben te maken met hogere kosten van levensonderhoud en zijn daarom afhankelijk van ondersteunende diensten en invaliditeitsuitkeringen om een waardig leven te kunnen leiden”. Een van de belangrijkste voorwaarden om deze ongelijkheid tegen te gaan is om mensen met een handicap in staat te stellen hun invaliditeitsuitkering te behouden wanneer zij aan het werk gaan, zodat zij de tijd krijgen om financieel onafhankelijk te worden.

Stefan Tromel van de Internationale Arbeidsorganisatie wees erop dat de nieuwe vormen van werk weliswaar kansen bieden om meer mensen met een handicap aan het werk te krijgen, maar dat uit gegevens van de OESO blijkt dat er ook een digitalevaardighedenkloof bestaat tussen personen met en zonder handicap, en dat telewerken een keuze moet blijven. Om deze kloof te dichten en de toegankelijkheid van de werkplek te verbeteren, moeten de vakbonden samenwerken met de sociale partners: de sociaal-economische raden van elk land zouden hiervoor een geschikt platform kunnen bieden.

Personen met een handicap worden meer gediscrimineerd wanneer zij jong zijn. Aangezien 2022 het Europees Jaar van de Jeugd is, is het van essentieel belang meer inzicht te krijgen in de dagelijkse realiteit van deze specifieke groep. (rl)

 

De nieuwe financieringsbronnen voor de EU-begroting moeten stabiel, rechtvaardig en bedrijfsvriendelijk zijn.

Het Comité roept de Europese Commissie op om meer gerichte effectbeoordelingen uit te voeren van haar voorstellen voor nieuwe financieringsbronnen voor de EU-begroting om de schulden van NextGenerationEU af te lossen.

Read more in all languages

Het Comité roept de Europese Commissie op om meer gerichte effectbeoordelingen uit te voeren van haar voorstellen voor nieuwe financieringsbronnen voor de EU-begroting om de schulden van NextGenerationEU af te lossen.

Het EESC stemt grosso modo in met de voorgestelde inkomsten uit de eigen middelen van de EU voor de begroting. Die moeten echter wel stabiel en rechtvaardig zijn, en mogen huishoudens of bedrijven niet belasten.

In een advies dat tijdens de plenaire zitting van mei werd goedgekeurd, roept het EESC de Commissie ook op om haar voorstellen bestand te maken tegen economische schokken en waarschuwt het dat de hogere energieprijzen door de oorlog in Oekraïne wel eens stokken in de wielen zouden kunnen steken.

“De opzet van de nieuwe eigen middelen mag de budgetten van andere EU-programma’s en -instrumenten niet in gevaar brengen, en moet voorkomen dat de middelenbijdrage op basis van het bni substantieel toeneemt”, aldus de rapporteur voor het advies Philip von Brockdorff. Corapporteur Antonio García del Riego voegde toe: “Het EESC juicht de inspanningen van de OESO toe om wereldwijd opererende ondernemingen daar te belasten waar hun economische activiteiten plaatsvinden en waarde wordt gecreëerd, maar waarschuwt dat EU-bedrijven geen concurrentienadeel mogen ondervinden doordat ze de regels zouden moeten toepassen voordat hun voornaamste handelspartners dat doen." (tk)

Het mededingingsbeleid moet aansluiten bij de nieuwe ambities van de EU

Ter ondersteuning van de klimaat- en digitale ambities en de strategische autonomie van de Unie, die enorme investeringen vergen, moeten de regels inzake concentratiecontrole, antitrust en staatssteuntoezicht worden herzien. In twee nieuwe adviezen licht het EESC toe op welke manier dit zou moeten gebeuren.

Read more in all languages

Ter ondersteuning van de klimaat- en digitale ambities en de strategische autonomie van de Unie, die enorme investeringen vergen, moeten de regels inzake concentratiecontrole, antitrust en staatssteuntoezicht worden herzien. In twee nieuwe adviezen licht het EESC toe op welke manier dit zou moeten gebeuren.

Tijdens een debat op 19 mei heeft de voltallige vergadering van het EESC twee nieuwe adviezen besproken waarin het EU-mededingingsbeleid en de staatssteun op het gebied van gezondheids- en sociale diensten worden bekeken in het licht van de veranderende mondiale context.
In zijn advies over de Mededeling “Een mededingingsbeleid dat geschikt is voor nieuwe uitdagingen” dring het EESC er bij de Europese Commissie op aan om bij de lopende herziening van het EU-mededingingsbeleid verder te gaan dan ooit tevoren. 

De maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie en vervolgens ter verzachting van de gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne hebben het bedrijfsleven aanzienlijk geholpen, maar er is nog ruimte voor verbetering. Er moet ook voor worden gezorgd dat de subsidiabiliteitscriteria van dien aard zijn dat alle sectoren van de maatregelen kunnen profiteren en dat de zwaarst getroffen ondernemingen niet uit de boot vallen. 

Het algemene kader van het mededingingsrecht wordt weliswaar op bepaalde punten aangepast om het hoofd te bieden aan een aantal uitdagingen, maar is toch nog onvoldoende toegesneden op de strategische doelstellingen van de EU inzake de groene en de digitale transitie maar ook inzake veerkracht. Het EESC benadrukt dat deze doelstellingen omvangrijke openbare en particuliere investeringen vergen en maximaal moeten worden ondersteund.

De maatregelen inzake concentratiecontrole lijken soms een hinderpaal te vormen voor het behoud van het concurrentievermogen ten opzichte van de VS en China. De bepalingen inzake misbruik van een machtspositie zijn niet noodzakelijk afgestemd op de nieuwe uitdagingen op milieu- en digitaal gebied. 

“Wij stellen enkele technische aanpassingen voor om de toegang tot steun te vergemakkelijken, alsook manieren om beter rekening te houden met ontwikkelingen op het gebied van innovatie en digitalisering. We hebben ook suggesties gedaan om alle sectoren van de maatregelen te laten profiteren, niet alleen de industrie. Ik denk met name aan de handel en de kleine en middelgrote ondernemingen”, aldus Emilie Prouzet, rapporteur van het advies.

In een tweede advies gaat het EESC in op staatssteun op het gebied van gezondheids- en sociale diensten. 

“De COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat de stelsels voor gezondheidszorg en sociale bescherming zich snel aan veranderingen moeten kunnen aanpassen”, aldus rapporteur Giuseppe Guerini (groep Diversiteit Europa, IT). “Met de maatregelen die wij voorstellen, kunnen de procedures voor de toekenning van staatssteun worden vereenvoudigd en versneld”.

Het EESC wijst erop dat staatssteun op dit gebied geen grote gevolgen heeft voor de grensoverschrijdende concurrentie. Gezondheids- en sociale diensten zijn meestal lokaal opgezet in de afzonderlijke landen en worden ook hoofdzakelijk lokaal verstrekt. Staatssteun op dit gebied mag niet worden beschouwd als mededingingverstorend.

Een ander belangrijk voorstel betreft het maximaal toegestane bedrag aan overheidssteun. Het EESC is van mening dat het maximumbedrag (momenteel 500 000 EUR over drie belastingjaren) waarboven steun via een langdurige en ingewikkelde procedure bij de Commissie moet worden aangemeld, voor deze diensten hoger moet zijn dan voor andere diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Een verhoging van het bedrag zou gerechtvaardigd zijn gezien de algemene voordelen van gezondheids- en sociale diensten, de beperkte invloed ervan op de grensoverschrijdende handel en de recente inflatoire tendensen. (dm)

Verduurzaming van de verpakkingsindustrie: dé manier om de planeet te beschermen?

In een advies dat is voorgesteld door de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) en goedgekeurd tijdens de plenaire zitting van mei beveelt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) de Europese Commissie en nationale regeringen aan om, in overleg met alle belanghebbenden in de verpakkingsindustrie, de nodige stappen zetten in het hele productieproces om de sector te verduurzamen.

 

Read more in all languages

In een advies dat is voorgesteld door de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) en goedgekeurd tijdens de plenaire zitting van mei beveelt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) de Europese Commissie en nationale regeringen aan om, in overleg met alle belanghebbenden in de verpakkingsindustrie, de nodige stappen zetten in het hele productieproces om de sector te verduurzamen.

Het merendeel van de enorme hoeveelheden verpakkingsmaterialen die momenteel worden gebruikt voor de veiligheid, hygiëne, het vervoer, de bewaring, presentatie en toepassing van allerlei soorten goederen, onder meer voor industriële doeleinden, bouwwerkzaamheden, communicatiesystemen en individuele consumptie, worden gemaakt van koolstof- of metaalvezels – grondstoffen die niet onbeperkt voorhanden zijn.

“Toekomstige EU-wetgeving moet gericht zijn op de hele levenscyclus van producten om de circulaire economie te bevorderen. Productie, verbruik en afvalverwerking in de verpakkingsindustrie zijn cruciaal voor een duurzamere toekomst”, aldus de rapporteur voor het advies, Matteo Carlo Borsani.

Het advies bevat een lijst grondstoffen die de voorkeur krijgen, zoals natuurlijke vezels en andere natuurlijke materialen. Die zijn zeer geschikt om groei te ondersteunen die is losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen. Hernieuwbare materialen gaan lang mee en zijn aantrekkelijk, recyclebaar en biologisch afbreekbaar.

Ook de kijk van de consumenten op verpakkingen en hun omgang ermee zijn aan het veranderen. Het is absoluut noodzakelijk dat de industrie en de consumenten hun gewoonten met betrekking tot verpakkingen veranderen.

Het EESC pleit ook voor een Europese sociale dialoog in de verpakkingsindustrie tussen vakbonden en werkgeversorganisaties. Aangezien verpakkingen in de hele economie een centrale rol spelen, wordt in het advies ook benadrukt dat de Europese Commissie een jaarlijks forum over verpakkingen en verpakkingsafval moet opzetten. In dat forum zouden belanghebbenden en vertegenwoordigers van de Europese instellingen samenkomen om toe te zien op de uitvoering van de richtlijn en goede praktijken met betrekking tot duurzame verpakkingsvoorschriften in kaart te brengen. (ks/rl)

 

 

Herstel van duurzame koolstofcycli: EESC steunt standpunt Europese Commissie

In een tijdens de zitting van mei goedgekeurd advies spreekt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zijn steun uit voor de mededeling van de Europese Commissie over duurzame koolstofcycli en wijst het erop dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) het beleidskader zal moeten vormen dat de weg vrijmaakt voor de koolstofarme transitie in de landbouw.

Read more in all languages

In een tijdens de zitting van mei goedgekeurd advies spreekt het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zijn steun uit voor de mededeling van de Europese Commissie over duurzame koolstofcycli en wijst het erop dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) het beleidskader zal moeten vormen dat de weg vrijmaakt voor de koolstofarme transitie in de landbouw.

Met het oog op de dringende noodzaak om klimaatactie te ondernemen heeft de Europese Unie haar doelstelling om in 2050 voor de hele economie klimaatneutraliteit te bereiken in wetgeving vastgelegd. Om deze ambitieuze doelstelling te verwezenlijken, moeten duurzame en klimaatbestendige koolstofcycli tot stand worden gebracht door middel van kerninitiatieven zoals het recyclen van koolstof uit afvalstromen, uit duurzame bronnen van biomassa of rechtstreeks uit de atmosfeer, en het opschalen van oplossingen voor koolstofverwijdering waarmee koolstofdioxide (CO2) uit de atmosfeer wordt afgevangen en op lange termijn wordt opgeslagen.

“We kunnen het probleem van de koolstofneutraliteit alleen oplossen als we de uitstoot van broeikasgassen terugdringen, groene alternatieven voor fossiele koolstof vinden en voor meer koolstofputten zorgen”, zei Arnold Puech d’Alissac, rapporteur voor het advies. Hij voegde eraan toe dat het EESC zich kan vinden in de mededeling van de Europese Commissie over koolstofcycli, waarin twee oplossingen worden voorgesteld voor de verwijdering en vastlegging van koolstof: op de natuur gebaseerde oplossingen (ook wel koolstoflandbouw genoemd) en techno-industriële oplossingen.

Het EESC spoort de Europese Commissie dan ook aan om een holistische benadering te volgen. Het is immers alleen mogelijk om het aantal koolstofputten te vergroten en zoveel mogelijk fossiele koolstof te vervangen als er meer biomassa wordt geproduceerd, met alle gevolgen van dien voor de landsector. Deze sector kan een actieve rol spelen in de strijd tegen de opwarming van de aarde en tegelijkertijd bijdragen aan de bredere transitie naar een duurzaam voedselsysteem.

Koolstoflandbouw moet niet alleen worden gezien als een zakelijke kans, maar ook als een fundamenteel onderdeel van de toekomst van de Europese land- en bosbouw en als een instrument voor klimaatactie: koolstofkredieten dienen als vergoeding voor een geleverde dienst, te weten de vastlegging van koolstof uit de atmosfeer, maar moeten ook bij de koolstofarme transitie van de landbouwsector worden ingezet.

Ook benadrukt het EESC dat het GLB het beleidskader moet vormen dat de weg vrijmaakt voor de transitie naar een koolstofarme landbouw: een landbouw die minder uitstoot en meer vastlegt. Wel wijst het erop dat koolstofopslag geen GLB-voorwaarde mag zijn; het is de bedoeling dat er een koolstofmarkt gecreëerd en ondersteund wordt. De ontwikkeling van koolstoflandbouw vergt een duidelijk rechtskader voor alle lidstaten, dat rekening houdt met de verschillen in investeringen en steun die de lidstaten kunnen bieden. (ks)

 

Een betrouwbare en betaalbare energievoorziening heeft prioriteit, aldus het EESC

Onafhankelijkheid op het gebied van energie is van cruciaal belang voor de toekomst van Europa: de EU moet haar energievoorziening zo snel mogelijk veiligstellen door Russisch gas af te zweren en flink vaart te zetten achter de transitie naar schone energie. Dat is de belangrijkste boodschap van het advies “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie”, dat werd opgesteld door Thomas Kattnig, Alena Mastantuono en Simo Tiainen, en door het Comité werd aangenomen tijdens zijn plenaire vergadering in mei.

Read more in all languages

Onafhankelijkheid op het gebied van energie is van cruciaal belang voor de toekomst van Europa: de EU moet haar energievoorziening zo snel mogelijk veiligstellen door Russisch gas af te zweren en flink vaart te zetten achter de transitie naar schone energie. Dat is de belangrijkste boodschap van het advies “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie”, dat werd opgesteld door Thomas Kattnig, Alena Mastantuono en Simo Tiainen, en door het Comité werd aangenomen tijdens zijn plenaire vergadering in mei.

Het EESC juicht de mededeling van de Commissie over het REPowerEU-plan, die op dezelfde dag als het advies werd uitgebracht, van harte toe omdat daarin oplossingen worden aangedragen die aansluiten bij de doelstellingen van de Green Deal en de Europese energie-unie. Ook worden er nieuwe maatregelen voorgesteld om de productie van groene energie op te voeren, de energievoorziening te diversifiëren en de vraag naar Russisch gas te verminderen, in het licht van de aanzienlijke prijsstijgingen op de elektriciteitsmarkt die zijn ontstaan als gevolg van marktmanipulatie.

Het Comité waarschuwt er ook voor dat de EU bijzonder voorzichtig moet zijn met de vervanging van Russisch gas door andere hulpbronnen en daarbij oog moet hebben voor zowel hun effect op het milieu als nieuwe afhankelijkheid van derde landen die de Europese waarden niet delen.

Door de huidige geopolitieke situatie als gevolg van de Russische inval in Oekraïne zijn de energieprijzen in de EU, die de afgelopen maanden al tot ongekende hoogte waren gestegen, nog verder omhooggegaan. Onmiddellijke actie om de impact van de hoge prijzen voor huishoudens, landbouwers, bedrijven en de industrie te verzachten is dan ook dringend geboden. (mp)

 

Het EESC dringt aan op meer concrete maatregelen ter ondersteuning en bescherming van onafhankelijke Belarussische journalisten.

Sinds augustus 2020 treedt het autoritaire regime van Aleksandr Loekasjenko massaal op tegen maatschappelijke organisaties, onafhankelijke journalisten, bloggers en schrijvers in Belarus. Het EESC heeft een informatief rapport gepubliceerd over de situatie van de media in het land, waarin aanbevelingen worden gedaan over de wijze waarop Belarussische mediabedrijven en journalisten die het land zijn ontvlucht en degenen die zijn achtergebleven om tegen het regime te strijden, kunnen worden bijgestaan.

Read more in all languages

Sinds augustus 2020 treedt het autoritaire regime van Aleksandr Loekasjenko massaal op tegen maatschappelijke organisaties, onafhankelijke journalisten, bloggers en schrijvers in Belarus. Het EESC heeft een informatief rapport gepubliceerd over de situatie van de media in het land, waarin aanbevelingen worden gedaan over de wijze waarop Belarussische mediabedrijven en journalisten die het land zijn ontvlucht en degenen die zijn achtergebleven om tegen het regime te strijden, kunnen worden bijgestaan.

EESC-lid Tatjana Babrauskienė, rapporteur voor het rapport, die tijdens de EESC-zitting van mei het informatief rapport Ondersteuning van de onafhankelijke mediasector in Belarus uiteenzette, onderstreepte de belangrijke bijdrage van de aangewezen deskundige, de onafhankelijke Belarussische journaliste Hanna Liubakova, aan de algehele totstandkoming van het rapport en benadrukte: “Het is belangrijk om het ongelooflijke werk te erkennen van Belarussische journalisten, die heel vaak hun leven en gezinnen op het spel zetten alleen maar om ons de waarheid te vertellen. Wij zijn verplicht om hen te beschermen en te ondersteunen.”

Aangezien de situatie van de media in Belarus een Europese zaak is, stelt het EESC voor dat de lidstaten niet alleen samenwerking aangaan met onafhankelijke nieuwsagentschappen in Belarus, maar ook helpen bij de verspreiding van en berichtgeving over nieuws uit het land.

Het informatief rapport formuleert specifieke aanbevelingen en is een schoolvoorbeeld van steun voor mediavrijheid in een crisissituatie:
•    vrijstelling van de visumplicht voor Belarussische journalisten die de onderdrukking willen ontvluchten;
•    oprichting van EU- en nationale fondsen in de lidstaten ter ondersteuning van Belarussische vrije media en journalisten;
•    juridische, financiële en psychologische steun voor journalisten die onderdrukt worden;
•    integratie van Belarussische onafhankelijke journalisten in de lidstaten via banen of beurzen;
•    verkrijging van financiële steun van de EU zonder bureaucratische rompslomp;
•    IT-voorzieningen voor toegang tot internet en digitale instrumenten om censuur te omzeilen.

 

De jongeren in de Westelijke Balkan hebben behoefte aan een tastbaar beleid voor hun toekomst.

De deelnemers aan de door het EESC georganiseerde hoorzitting “Jongerenbeleid in de Westelijke Balkan (WB), als onderdeel van de innovatieagenda voor de WB” onderstreepten nogmaals het belang van jongeren voor de toekomst van de regio. Ze haalden ook het probleem van de braindrain aan en hoe die kan worden omgevormd tot “braincirculation” om zo de economische groei en ontwikkeling in de Westelijke Balkan te stimuleren.

Read more in all languages

De deelnemers aan de door het EESC georganiseerde hoorzitting “Jongerenbeleid in de Westelijke Balkan (WB), als onderdeel van de innovatieagenda voor de WB” onderstreepten nogmaals het belang van jongeren voor de toekomst van de regio. Ze haalden ook het probleem van de braindrain aan en hoe die kan worden omgevormd tot “braincirculation” om zo de economische groei en ontwikkeling in de Westelijke Balkan te stimuleren.

EESC-lid Dragica Martinović Džamonja verklaarde: “Jongeren zijn cruciaal voor ontwikkeling en essentieel voor vrede en stabiliteit.”

Andrej Zorko, eveneens een EESC-lid, ging daarop verder: “Jongeren mogen niet het voorwerp van een project zijn, maar moeten echt actief kunnen deelnemen aan beleidsvorming.”

Dafina Peci, directeur van de Europese Jongerenhoofdstad Tirana 2022, benadrukte het belang van jongerenorganisaties en maatschappelijke organisaties. Daarbij verwees ze naar het werk van het Jongerenplatform voor de Westelijke Balkan, dat al jarenlang actief is in de zes landen van de Westelijke Balkan.

Van braindrain naar “braingain”

Ontoereikend onderwijs, gebrekkige vaardigheden, slechte arbeidsvoorwaarden en beperkte kansen zijn allesbehalve ideaal voor jongeren om een welvarende toekomst op te bouwen.

Albert Hani, secretaris-generaal van het regionaal bureau voor jongerensamenwerking (RYCO), wees erop dat gemiddeld 52 % van de jongeren liever buiten de regio zou werken. “Als regeringen jongeren willen overhalen om in eigen land te blijven, moeten ze zich bekommeren om hun noden en prioriteiten”, zei hij.

Milica Škiljević, projectbeheerder op de Open School van Belgrado, hekelde het feit dat jonge mensen maar weinig informatie over carrièrevooruitzichten en werk hebben. 

Ognjen Marković, teamleider van het Jongerenlab voor de Westelijke Balkan in de Raad voor regionale samenwerking, lichtte de toegevoegde waarde toe van jongerenparticipatie: jonge mensen kunnen kennis en expertise bieden, op voorwaarde dat ze op gelijke voet staan met de beleidsmakers.

De jongerengarantie voor de Westelijke Balkan kan, samen met jongerennetwerken en nationale belanghebbenden, het begin zijn van een hervormingsproces waardoor de inzetbaarheid van de jongere generatie in de regio toeneemt. (at)

 

Hardlopen voor Oekraïne

Vicevoorzitter Giulia Barbucci heeft op 29 mei namens het EESC deelgenomen aan de 42e editie van de 20 km door Brussel, samen met vertegenwoordigers van andere EU-instellingen, waaronder EP-voorzitter Roberta Metsola.

Giulia Barbucci wijst op het belang van dit evenement, met name in de huidige context: “Met hun massale opkomst hebben de 33 000 Europese burgers en vertegenwoordigers van de EU-instellingen die aan de 20 km door Brussel deelnamen, de boodschap van vrede en solidariteit met Oekraïne kracht bijgezet”.

Read more in all languages

Vicevoorzitter Giulia Barbucci heeft op 29 mei namens het EESC deelgenomen aan de 42e editie van de 20 km door Brussel, samen met vertegenwoordigers van andere EU-instellingen, waaronder EP-voorzitter Roberta Metsola.

Giulia Barbucci wijst op het belang van dit evenement, met name in de huidige context: “Met hun massale opkomst hebben de 33 000 Europese burgers en vertegenwoordigers van de EU-instellingen die aan de 20 km door Brussel deelnamen, de boodschap van vrede en solidariteit met Oekraïne kracht bijgezet”.

Meer dan 33 000 mensen van 137 verschillende nationaliteiten namen dit jaar deel aan de wedstrijd, waaronder ook 800 leden van het “Running for Europe”-team. Net als in 2021 werd de wedstrijd gewonnen door de Belgische Amaury Paquet, die de 20 km aflegde in 1 uur en 1 seconde.

Dit jaar stond het evenement in het teken van de solidariteit van de Europese Unie met Oekraïne. Het ingezamelde geld wordt gedoneerd aan de nationale padvindersbeweging van Oekraïne die voedsel, geneesmiddelen, slaapzakken en andere essentiële benodigdheden zal verstrekken aan de getroffen bevolking en gemeenschappen, en gaat daarnaast naar de coördinatie van de psychologische ondersteuning van de slachtoffers. (ehp)

 

Nieuws van de groepen

De Europese chipwet – een belangrijk initiatief met nog enkele vraagtekens

Door Heiko Willems, lid van de groep Werkgevers van het EESC

Halfgeleiders zijn een essentieel onderdeel van veel verschillende economische sectoren en levenssferen, zowel voor de industrie als voor de consument. Bovendien kunnen zonder halfgeleiders de doelstellingen voor de groene en de digitale transitie niet worden gehaald. De Europese chipwet, die de Europese Commissie op 8 februari 2022 heeft gepresenteerd, moet de voorzieningszekerheid, de veerkracht en het technologisch leiderschap van de EU op het gebied van halfgeleidertechnologieën en -toepassingen waarborgen.

Read more in all languages

Door Heiko Willems, lid van de groep Werkgevers van het EESC

Halfgeleiders zijn een essentieel onderdeel van veel verschillende economische sectoren en levenssferen, zowel voor de industrie als voor de consument. Bovendien kunnen zonder halfgeleiders de doelstellingen voor de groene en de digitale transitie niet worden gehaald. De Europese chipwet, die de Europese Commissie op 8 februari 2022 heeft gepresenteerd, moet de voorzieningszekerheid, de veerkracht en het technologisch leiderschap van de EU op het gebied van halfgeleidertechnologieën en -toepassingen waarborgen.

De versterking van het Europese ecosysteem voor halfgeleiders vereist particuliere investeringen en aanzienlijke steun van de publieke sector. Daarom is de Commissie van plan de komende jaren 43 miljard EUR te investeren. Een groot deel van de begroting zal echter uit andere programma’s worden overgeheveld en komt slechts overeen met ongeveer een derde van het bedrag dat China hiervoor tegen 2025 zal uittrekken. Tegelijkertijd kan het verlenen van omvangrijke staatssteun leiden tot investeringen die commercieel niet haalbaar zijn en negatieve gevolgen kunnen hebben voor de markt.

De EU moet ook oog hebben voor de behoeften van de Europese industrie. Vakkundigheid in kleinere chips (>10 nm) is niet de enige bepalende factor in het succes van het ecosysteem voor halfgeleiders. Er zijn ook andere sterke punten van de Europese halfgeleidersproducenten waarmee rekening moet worden gehouden.

Van alle waardeketens is die van halfgeleiders een van de meest geglobaliseerde. Daarom is het economisch niet zinvol om in elk deel van de wereld een gesloten waardeketen op te zetten. Veeleer zou een gedetailleerde analyse van de sterke en zwakke punten van het Europese ecosysteem van halfgeleiders als uitgangspunt moeten dienen voor een debat over hoe gerichte investeringen de veerkracht van Europa kunnen vergroten. Daarnaast zou de EU sterkere internationale partnerschappen tot stand moeten helpen brengen.

Ook bij de beoogde noodmaatregelen, die zeer vergaand zijn, moet met deze situatie rekening worden gehouden. Voorrang geven aan orders voor essentiële sectoren, gemeenschappelijke aankoopprogramma’s en exportcontroles zijn omvangrijke marktinterventies die voorbehouden moeten blijven voor uitzonderlijke situaties.

Het EESC-advies over een chipwet voor de EU (INT/984) zal tijdens de zitting van juni worden behandeld.

 

 

Hoe zorgen we ervoor dat de behoeften van de burgers ook na de Conferentie over de toekomst van Europa voldoende aandacht krijgen?

Door de groep Werknemers van het EESC

Na een jaar van intensieve werkzaamheden zijn de aanbevelingen van de Conferentie over de toekomst van Europa eindelijk gepubliceerd. Ze bevatten een reeks ambitieuze voorstellen voor een rechtvaardiger en sterker Europa. De voorstellen werden ingediend door burgers uit heel Europa in samenwerking met sociale partners en andere actoren. De burgers lieten verstaan dat de Europese Unie meer moet doen op gebieden die voor hen van belang zijn, met name ongelijkheid, armoede, de strijd tegen de klimaatverandering en de bescherming van de democratie. Het resultaat daarvan is onder meer de toevoeging van een protocol inzake sociale vooruitgang dat ervoor moet zorgen dat sociale rechten en arbeidsrechten evenwaardig zijn aan de vier fundamentele vrijheden van de interne markt. De burgers wilden ook een mondiger Europa dat op het internationale toneel met één stem spreekt, dat in staat is op gebeurtenissen te reageren, dat dichter bij de burgers staat en transparanter wordt.

 

Read more in all languages

Door de groep Werknemers van het EESC

Na een jaar van intensieve werkzaamheden zijn de aanbevelingen van de Conferentie over de toekomst van Europa eindelijk gepubliceerd. Ze bevatten een reeks ambitieuze voorstellen voor een rechtvaardiger en sterker Europa. De voorstellen werden ingediend door burgers uit heel Europa in samenwerking met sociale partners en andere actoren. De burgers lieten verstaan dat de Europese Unie meer moet doen op gebieden die voor hen van belang zijn, met name ongelijkheid, armoede, de strijd tegen de klimaatverandering en de bescherming van de democratie. Het resultaat daarvan is onder meer de toevoeging van een protocol inzake sociale vooruitgang dat ervoor moet zorgen dat sociale rechten en arbeidsrechten evenwaardig zijn aan de vier fundamentele vrijheden van de interne markt. De burgers wilden ook een mondiger Europa dat op het internationale toneel met één stem spreekt, dat in staat is op gebeurtenissen te reageren, dat dichter bij de burgers staat en transparanter wordt.

Al dat werk mag echter niet uitmonden in een simpele verklaring vol goede bedoelingen of loze woorden. Het is van het grootste belang dat er een vervolg komt. Dat betekent dat er een conventie moet worden bijeengeroepen en moet worden bekeken of het mogelijk is om permanente structuren voor burgerparticipatie in te richten, iets waar het Europees Economisch en Sociaal Comité bijzonder goed voor is uitgerust. Als forum van het maatschappelijk middenveld en de overlegdemocratie in de EU moet het EESC garanderen dat de ambitieuze voorstellen van de burgers worden omgezet in tastbaar beleid. De burgers werden bevraagd en hebben zich uitgesproken. Precies daarom heeft de groep Werknemers een conferentie op hoog niveau georganiseerd met leden van verschillende onderdelen van de Conferentie over de toekomst van Europa om de aanbevelingen en het mogelijke vervolg te bespreken en zo het proces voort te zetten. Nu zijn de instellingen aan zet. (prp)

 

De groep Diversiteit Europa van het EESC heet voortaan groep Maatschappelijke Organisaties

door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Op 18 mei 2022 heeft de groep Diversiteit Europa (groep III) van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) met algemene stemmen besloten om haar naam te wijzigen in “groep Maatschappelijke Organisaties”. De naamswijziging gaat onmiddellijk in.

Read more in all languages

door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties

Op 18 mei 2022 heeft de groep Diversiteit Europa (groep III) van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) met algemene stemmen besloten om haar naam te wijzigen in “groep Maatschappelijke Organisaties”. De naamswijziging gaat onmiddellijk in.

Séamus Boland, voorzitter van de groep Maatschappelijke Organisaties, zei: “Tijdens de economische en financiële crisis, de COVID-19-pandemie en nu de oorlog in Oekraïne hebben maatschappelijke organisaties laten zien dat ze actief helpen om voor veerkrachtige en duurzame gemeenschappen te zorgen. Ze dragen oplossingen aan voor problemen, verdedigen onze Europese waarden en zijn essentieel voor de uitvoering van doeltreffend beleid. Maatschappelijke organisaties zijn belangrijke spelers voor een duurzame toekomst en moeten als zodanig worden erkend.”  

In dit verband heeft de groep besloten om haar naam te wijzigen zodat het voor betrokkenen duidelijker wordt hoe ze is samengesteld en waar ze voor staat.

De naamsverandering komt op een passend moment, met name in het licht van de publicatie van het eindverslag over de resultaten van de Conferentie over de toekomst van Europa. In het verslag wordt voorgesteld bestaande structuren te versterken om in het besluitvormingsproces beter aan de behoeften en verwachtingen van de EU-burgers tegemoet te komen en in dit verband de institutionele rol van het EESC te vergroten en het EESC kracht bij te zetten als orgaan dat activiteiten op het gebied van participatieve democratie, zoals de gestructureerde dialoog met maatschappelijke organisaties en burgerpanels, faciliteert en waarborgt.

Tijdens het voorzitterschap 2020-2023 zullen de werkzaamheden van de groep Maatschappelijke Organisaties vooral in het teken staan van “Armoede en de rol van maatschappelijke organisaties bij de bestrijding ervan”.

Meer informatie over de groep is te vinden op de EESC-website.

Soon in the EESC/Cultural events

Biodiversiteit: kunstenaars in actie

Een nieuwe generatie kunstenaars plaatst biodiversiteit en natuur centraal in hun werk. De onlinetentoonstelling “Biodiversiteit: kunstenaars in actie”, die een unieke kijk biedt op de band tussen mens en natuur, wordt gehouden in samenwerking met het Franse voorzitterschap van de Raad van de EU en loopt van 20 mei tot 20 juni 2022.

Read more in all languages

Een nieuwe generatie kunstenaars plaatst biodiversiteit en natuur centraal in hun werk. De onlinetentoonstelling “Biodiversiteit: kunstenaars in actie”, die een unieke kijk biedt op de band tussen mens en natuur, wordt gehouden in samenwerking met het Franse voorzitterschap van de Raad van de EU en loopt van 20 mei tot 20 juni 2022.

Vijf jonge kunstenaars die symbool staan voor hun generatie zijn door de Franse delegatie van het Europees Economisch en Sociaal Comité geselecteerd om deel te nemen aan dit onlinekunstproject, als erkenning voor hun werk waarmee zij deze thema’s voor het voetlicht brengen en aanzetten tot discussie.

De kunstenaars zijn gekozen uit de 21 laureaten van de prijs Planète Art Solidaire, die in 2021 werd uitgereikt door de non-profitorganisatie Art of Change 21. Op deze volledig virtuele tentoonstelling is een werk van elke kunstenaar te zien, met een toelichting door de kunstenaar zelf; ook wordt een korte video getoond waarin de kunstenaars over hun werk vertellen. (ck)

 

Redactie

Ewa Haczyk-Plumley (editor-in-chief)
Daniela Marangoni (dm)

Aan deze uitgave werkten mee

Amalia Tsoumani (at)
Chrysanthi Kokkini (ck)
Daniela Marangoni (dm)
Daniela Vincenti (dv)
Ewa Haczyk-Plumley (ehp)
Giorgia Battiato (gb)
Jasmin Kloetzing (jk)
Katerina Serifi (ks)
Katharina Radler (kr)
Laura Lui (ll)
Marco Pezzani (mp)
Margarida Reis (mr)
Pablo Ribera Paya (prp)
Thomas Kersten (tk)

Coördinatie

Agata Berdys (ab)
Giorgia Battiato (gb)

Technical support
Bernhard Knoblach (bk)
Joris Vanderlinden (jv)

Adres

Europees Economisch en Sociaal Comité
Jacques Delorsgebouw, Belliardstraat 99, B-1040
Brussel, België

EESC Info verschijnt negen keer per jaar – telkens ter gelegenheid van een EESC-zitting. EESC info is beschikbaar in 23 talen.
EESC Info is niet het officiële verslag van de werkzaamheden van het EESC. Voor die werkzaamheden wordt verwezen naar het Publicatieblad van de Europese Unie en andere publicaties van het EESC.
Reproductie – onder vermelding van EESC Info – is toegestaan, op voorwaarde dat de redactie een
link wordt toegestuurd.
 

June 2022
07/2022

Follow us

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram