European Economic
and Social Committee
Onderwijs moet centraal staan bij duurzame ontwikkeling
Onderwijs kan samenlevingen helpen overstappen van fossiele brandstoffen naar circulariteit en duurzaamheid. In een initiatiefadvies dat in december werd goedgekeurd, pleit het EESC voor transformatief onderwijs dat jongeren in staat stelt bij te dragen aan de groene transitie.
Humanistische waarden moeten centraal staan in educatie voor duurzame ontwikkeling. Aandacht moet uitgaan naar de ecologische en sociale gevolgen van menselijk gedrag. Dit vergt een herdefinitie van onderwijs, van de kleuterschool tot de universiteit en daarna.
“Duurzaamheid gaat niet alleen over het milieu. Er zijn veel aspecten en alle 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling zijn even belangrijk. Onderwijs is van essentieel belang om alle andere SDG’s te kunnen verwezenlijken en speelt daarom een cruciale rol”, aldus Tatjana Babrauskienė, rapporteur voor het advies van het EESC “Empowerment van jongeren om via onderwijs duurzame ontwikkeling te verwezenlijken”.
Kinderen moeten op school leren om kritisch te denken en met kennis van zaken beslissingen te nemen, zodat ze kwesties op het gebied van duurzame ontwikkeling goed kunnen aanpakken. Kinderen moeten basisles krijgen in duurzame energie, consumptie en productie, vermindering van voedselverspilling en het maken van verantwoorde voedselkeuzes.
In een onlangs aangenomen verslag over de evaluatie van de EU-schoolregeling wordt nader aangegeven hoe het onderwijssysteem dusdanig verbeterd kan worden dat het bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. “De educatie op het gebied van voedsel kan worden verbeterd door in de klas tijd te besteden aan de oorsprong en de waarde van voedingsmiddelen en door bezoeken te brengen aan boerderijen en agrovoedingsbedrijven. Daarmee zou de schoolregeling van de EU doeltreffender worden en kunnen bijdragen aan de educatie van jongeren over duurzaam en gezond eten", aldus rapporteur Arnold Puech d'Alissac. Het EESC pleitte er ook voor om beter gebruik te maken van de financiële mogelijkheden voor educatie voor duurzame ontwikkeling, zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit, Erasmus+, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds Plus.
De uitrol van educatie voor duurzame ontwikkeling verschilt momenteel per lidstaat en zal moeten worden afgestemd op de lokale omstandigheden.
“We mogen geen tijd verliezen en moeten het onderwijs snel transformeren om een duurzame toekomst in de lidstaten te waarborgen. Het is van essentieel belang dat jongeren, leerkrachten en ouders actief bij dit proces worden betrokken”, zei mevrouwBabrauskienė tot besluit. (ks)