European Economic
and Social Committee
Het maatschappelijk middenveld onder vuur: waarom de EU nu in actie moet komen
Op tal van plaatsen in Europa en Amerika zijn maatschappelijke organisaties onder vuur komen te liggen. De EU moet nu actie ondernemen om hen te verdedigen en de democratie te vrijwaren. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft in een plenair debat op de Internationale Dag van ngo’s duidelijk gesteld dat maatschappelijke organisaties onmisbaar zijn voor het verdedigen van de democratie. Nu de geldkraan steeds verder wordt dichtgedraaid en hun voortbestaan op het spel staat, moet de EU onmiddellijk actie ondernemen om hen te beschermen en te steunen.
Op 27 februari jl. heeft het EESC een debat gehouden over het thema “De EU en het maatschappelijk middenveld: versterking van democratie en participatie”. Dit bood vertegenwoordigers en deskundigen van maatschappelijke organisaties en leden van het Europees Parlement de kans om de rol van de maatschappelijke organisaties op dit cruciale gebied te bespreken en te evalueren.
Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle (Renew Europe) wees erop dat maatschappelijke organisaties vaak bijdragen aan de nodige checks-and-balances. Maatschappelijke organisaties zorgen ook voor verschillende methoden van sociale interactie en kunnen daarmee diensten verlenen die door de overheid niet altijd worden geleverd. Als gevolg hiervan kunnen maatschappelijke organisaties soms politiek lastig zijn voor overheden en komen ze dikwijls als eerste onder vuur te liggen.
Nicholas Aiossa, directeur van Transparency International Europe, zei: “Er is een bewuste politieke campagne in het Europees Parlement gaande om maatschappelijke organisaties in diskrediet te brengen, de financiering ervan te beperken en hun rol en functie te verstoren. En dat terwijl er geen bewijs van financiële onregelmatigheden is gevonden.”
In januari werden ngo’s die actief zijn op het gebied van milieu en klimaat er door de centrumrechtse Europese Volkspartij (EVP) in het Europees Parlement (EP) van beschuldigd dat ze door de Europese Commissie worden gefinancierd om te lobbyen bij het EP, andere EU-instellingen en Europarlementariërs. Dit heeft tot grote verontwaardiging onder Europese maatschappelijke organisaties geleid.
Kritiek op maatschappelijke organisaties is van alle tijden, maar de recente aanvallen worden in de hand gewerkt door nepnieuws en misinformatie. Brikena Xhomaqi, covoorzitter van de Verbindingsgroep van het EESC, betoogde dat de huidige situatie een wake-upcall voor alle maatschappelijke organisaties is om de handen ineen te slaan en verandering teweeg te brengen. “Mensen moeten beseffen dat de meeste maatschappelijke organisaties afhankelijk zijn van vrijwilligerswerk, zodat we geen belastinggeld verspillen.”
De deelnemers riepen de Europese Commissie ook op om zich krachtiger over dit onderwerp uit te spreken en opperden een aantal manieren om de rol van maatschappelijke organisaties te versterken.
Mevrouw García Hermida-Van Der Walle zei dat ze erop zal aandringen dat de rol van maatschappelijke organisaties in het verslag over de rechtsstaat meer erkend en versterkt wordt en dat het conditionaliteitsmechanisme als een randvoorwaarde wordt gesteld.
EP-lid Michał Wawrykiewicz (EVP) zei het als zijn taak te zien om het bewustzijn over deze fundamentele onderwerpen binnen zijn fractie te vergroten. Ook bracht hij naar voren dat besluitvormers erop moet worden gewezen dat maatschappelijke organisaties en ngo’s actief zijn in het veld en cruciale diensten verlenen die het leven van mensen direct beïnvloeden.
EESC-voorzitter Oliver Röpke onderschreef de standpunten van de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties: “We moeten ons verzetten tegen pogingen om deze organisaties te delegitimeren of om hun toegang tot middelen die essentieel zijn voor democratische participatie te beperken. Gezien het inperken van de financiering en de toenemende politieke druk moet ervoor gezorgd worden dat maatschappelijke organisaties kunnen rekenen op krachtigere steun, zodat ze hun belangrijke werk kunnen voortzetten.” (at)