Alles is nieuw voor mij; dit is de eerste pandemie die ik zelf meemaak. Op internet heb ik een lijst gevonden met de tien ergste pandemieën ooit. De laatste die Europa vóór COVID-19 trof, was de Spaanse griep in 1920. En ik mag dan wel oud zijn, maar zo oud ben ik nu ook weer niet.

Mijn partner heeft een verminderde weerstand en is daardoor erg vatbaar. Als ze besmet raakt, is ze uiterst kwetsbaar omdat ze een chronische luchtwegaandoening heeft. We staan dan ook zeer terughoudend tegenover contacten met anderen. Dat brengt voor ons allebei nieuwe ervaringen met zich mee. Zij is min of meer zelf in isolatie gegaan om te voorkomen dat ze besmet raakt. En ik moet dingen doen die zij vroeger deed, zoals de boodschappen. Voordat de crisis uitbrak, deden we de boodschappen samen: ik liep met de winkelwagen een meter achter haar aan terwijl zij er de boodschappen in deed. Maar nu is dat anders.

Duwen is gemakkelijk: je loopt gewoon achter haar aan en denkt na over hoe je de wereld kunt verbeteren terwijl zij de winkelwagen vult. Nu ik dat laatste zelf moet doen, raak ik bij ieder schap verlamd door keuzestress. Op het boodschappenlijstje staat koffie; in het schap staan tientallen verschillende merken die er allemaal hetzelfde uitzien. En welk toiletpapier hebben we nodig – met 1, 2, 3 of 4 lagen? Mijn vrouw weet welk product ze wil en waar dat staat. We zijn altijd zó de winkel weer uit. Voor mij zijn winkels net doolhoven. Alleen bij het bier heb ik geen last van keuzestress, maar ik dwaal urenlang langs alle andere schappen terwijl ik tureluurs word van de dilemma's.

Ik was verrast door de eerste reactie van de Nederlanders op de pandemie. Ze toonden eensgezindheid en solidariteit. Helaas bleek een kleine groep verwarde en anderszins betreurenswaardige figuren hun hoofd er maar kort bij te kunnen houden; binnen een paar weken brokkelde hun solidariteit af. Mensen hielden zich niet langer aan de regels en verweten de regering dat zij hun fundamentele rechten ondermijnde en hun vier vrijheden inperkte. Om hun onvervreemdbare recht op feestvieren op te eisen spanden ze rechtszaken aan tegen de staat – dát is pas waanzin.

Gelukkig leven we in Europa, waar de democratie en de rechtsstaat relatief goed zijn gewaarborgd (in de meeste lidstaten dan) en de gezondheidszorg behoorlijk goed is vergeleken met andere delen van de wereld. Als we kijken naar de impact op de verschillende generaties is duidelijk dat jongeren het zwaarst te lijden hebben onder het virus, en dat is logisch op die leeftijd. Als je 19 bent, hoor je te daten, je seksualiteit te verkennen en het crazy little thing called love te ontdekken. Nu er een pandemie heerst, zijn zelfs onschuldige knuffels taboe. Dat soort dingen maakt jonge mensen onzeker – hun onvervulde verlangens groeien hen boven het hoofd.

De hamvraag is wat we aanmoeten met de economie. Gaan we weer door op de oude voet als de pandemie straks onder controle is? Of grijpen we deze kans aan om af te stappen van een systeem dat gedomineerd wordt door kannibaalse monopolisten en gaan we voor een inclusief model met duurzame, kleinschalige initiatieven in een vreedzame co-existentie met grote bedrijven die blijk geven van verantwoordelijkheidsgevoel? Onze keuze om op de oude voet door te gaan dan wel ons lemmingengedrag te veranderen zal onze toekomst bepalen: zullen we overleven of zullen we uitsterven omdat we ons in de afgrond van zelfvernietiging hebben gestort?

Ik wens u allen een prettige tijd toe, met meditatie, bezinning en – voor wie van toepassing – berouw.