“De lidstaten werken hard, maar er is nog veel werk aan de winkel voordat de nationale plannen klaar zijn.”

In een debat op 25 maart tijdens de plenaire zitting van het EESC zei Valdis Dombrovskis, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie en belast met “Een economie die werkt voor mensen”, dat de meeste nationale herstel- en veerkrachtplannen zich nog in een vroeg stadium bevinden en dat “er nog veel moet gebeuren om de plannen tot voldoende wasdom te brengen”. Hij merkte ook op dat het handelsbeleid een sleutelrol moet spelen om de EU-economie weer op de rails te krijgen.

Bij de opening van het debat zei EESC-voorzitter Christa Schweng dat de EU en de lidstaten snel en voortvarend op de crisis hebben gereageerd en dat het EESC nu rekent op een vlotte en doeltreffende uitvoering van NextGenerationEU en de faciliteit voor herstel en veerkracht.

Zij verwees ook naar het EESC-pleidooi voor een kader voor economische governance dat het economische herstel bevordert, welvaartgericht is en de huidige economische situatie van na de crisis in aanmerking neemt. Het EESC wilde de herziening van de economische governance graag bespreken en had een conferentie van belanghebbenden voorgesteld, door het EESC en de Commissie gezamenlijk te organiseren.

De heer Dombrovskis liet weten dat de Commissie van 23 van de 27 lidstaten informatie heeft ontvangen over wat zij van plan zijn om in de nationale herstel- en veerkrachtplannen op te nemen. “Snelheid is belangrijk om de middelen uit de faciliteit voor herstel en veerkracht zo snel mogelijk beschikbaar te krijgen, maar kwaliteit is het allerbelangrijkst”. Hij waarschuwde dat er nog heel wat werk aan de winkel is voordat de plannen voldoende zijn ontwikkeld om ingediend en goedgekeurd te worden. Hij wees op drie belangrijke gebieden waaraan nog moet worden gewerkt: audit- en controlesystemen; geloofwaardige kostenramingen en het traceren van klimaat- en digitale uitgaven; en eerbiediging van het beginsel dat er geen significante schade mag worden berokkend.

Hij voegde eraan toe dat er bij de uitvoering van de plannen in elke fase steun moet zijn van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld. Hij dankte het EESC voor de tijdige en relevante inventarisatie die het heeft gemaakt in zijn resolutie over het betrekken van maatschappelijke organisaties bij de plannen voor herstel en veerkracht.

Over de internationale handel zei mevrouw Schweng dat een op regels gebaseerd multilateraal handelsstelsel en een open, eerlijk, inclusief en voorspelbaar internationaal handelsklimaat de leidraad moeten blijven voor de Europese Unie. Het EESC kijkt ernaar uit om een bijdrage te leveren aan de analyse door de beste praktijken op dit gebied in kaart te brengen in een initiatiefadvies dat in september zou moeten worden goedgekeurd.

Tot slot sprak mevrouw Schweng namens het EESC de hoop uit dat de EU kan aansporen tot nieuwe samenwerking en meer samenhang tussen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en andere internationale organisaties, zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), op het gebied van handel en investeringen, fatsoenlijk werk, sociale en mensenrechten en klimaatverandering.

We kunnen ons herstel het best ondersteunen en de welvaart van Europa het best waarborgen door handel te blijven drijven met onze mondiale partners, zo onderschreef de heer Dombrovskis. Wat de institutionele hervorming van de WTO betreft, zei hij dat de Commissie ernaar streeft de WTO om te vormen tot een forum waar de dringendste problemen van de wereld van vandaag kunnen worden aangepakt, zoals het ondervangen van de impact van COVID-19, het ondersteunen van ecologische en sociale duurzaamheid, het actualiseren van de regels voor digitale handel en het tegengaan van oneerlijke handelspraktijken. (na)