Drie Estse ngo’s — de Estse Groene Beweging, het Ests Natuurfonds en het Ests Centrum voor Milieurecht — hadden er genoeg van om steeds dezelfde excuses te horen. Samen besloten zij om tot actie over te gaan en verschillende belanghebbenden bijeen te brengen voor een debat over een rechtvaardige transitie in een land met een van de grootste koolstofvoetafdrukken ter wereld. Hun communicatieproject spitste zich toe op de noordoostelijke regio van het land, waar olieschalie nog steeds de belangrijkste brandstof is en waar de meeste banen afhankelijk zijn van de olieschaliesector, die geleidelijk moet worden uitgefaseerd. Het beloofde een moeilijk debat te worden, maar de resultaten zijn bemoedigend.

EESC Info: Wat heeft u ertoe aangezet uw project of initiatief te starten?

Madis Vasser: Estse milieubewegingen vragen al tientallen jaren om de uitfasering van fossiele brandstoffen, maar kregen steeds dezelfde teleurstellende respons: hoe zit het dan met de banen en de economie en wie neemt de verantwoordelijkheid voor deze zeer moeilijke kwestie?
Daarom besloten drie ngo’s om in 2018 een gezamenlijk project op te zetten om tot een zinvolle dialoog te komen tussen alle belanghebbenden over een rechtvaardige transitie van onze belangrijkste fossiele brandstof, namelijk olieschalie.

Hoe is uw project ontvangen? Heeft u feedback gekregen van de mensen die u heeft geholpen? (Kunt u ons een voorbeeld geven?)

Het project werd goed ontvangen en vertegenwoordigers van alle partijen kwamen bijeen om de kwesties te bespreken. Een vertegenwoordiger van een gemeente in de regio waar aan olieschaliemijnbouw wordt gedaan, verklaarde later dat hij eigenlijk de zoveelste nutteloze milieuvergadering verwachtte, maar dat het evenement uiteindelijk zeer zinvol was.
Tijdens en na het project hebben we nauwe contacten gehad met de lokale bevolking, vertegenwoordigers van de industrie en overheidsambtenaren. Deels dankzij dit netwerken was Estland een van de eerste lidstaten die hun territoriale plan voor een rechtvaardige transitie voor het Fonds voor een rechtvaardige transitie afrondden.

Hoe gaat u deze specifieke financiering gebruiken om de gemeenschap verder vooruit te helpen? Plant u al nieuwe projecten?

Wij zullen de middelen gebruiken om een deel van de activiteiten van het oorspronkelijke project uit te breiden, zoals het coördineren van een groot ngo-klimaatnetwerk dat samenwerking tussen lokale organisaties op het gebied van klimaatkwesties bevordert.
De steun zal ook worden gebruikt voor de ontwikkeling van follow-upprojecten, die meer op het lokale niveau zullen gericht zijn.

Welk advies zou u andere organisaties geven om resultaten te kunnen boeken met dergelijke activiteiten en programma's?

Zoals in een opleidingssessie van het EUKI-programma goed werd opgemerkt, moeten we tot actie overgaan en het conflict aanvaarden. Wees niet bang om verschillende belanghebbenden te benaderen, omdat zij misschien juist nu op dezelfde lijn zitten als u.
Wel is het belangrijk te beseffen dat sommige belanghebbenden elkaar in eerste instantie misschien niet zullen vertrouwen, of zeer uiteenlopende ideeën zullen hebben over de beste resultaten van de samenwerking. Initiatiefnemers moeten daarom voorbereid zijn op dergelijke conflicten en moeten deze aanpakken in plaats van kwesties uit de weg te gaan.

Hoe optimistisch bent u over de vooruitzichten voor de EU om de doelstellingen van de Green Deal te halen?

Ik denk dat de toestand van het milieu ons uiteindelijk nog ambitieuzer zal maken dan nu en dat deze doelstellingen zullen worden verwezenlijkt door middel van meer systematische veranderingen in levensstijlen en consumptiepatronen, aangezien er geen andere haalbare manier is om de meest ernstige gevolgen van de ecologische en klimaatcrisis te verzachten.