De technische grenswaarde voor blootstelling aan asbest moet uiteindelijk lager komen te liggen dan de limiet die Commissie bepleit in een recent voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk, aldus het EESC in een advies dat het tijdens zijn zitting van december heeft goedgekeurd.

In dit advies, getiteld Bescherming tegen blootstelling aan asbest op het werk, stelt het EESC dat de sociale partners verder kunnen gaan dan de nieuwe grenswaarde die krachtens de richtlijn van toepassing zal zijn: zij kunnen passende maatregelen nemen om de hoeveelheid asbestvezels op de werkplek nog sterker terug te dringen.

Het EESC schrijft dat de technische grenswaarde op termijn, na een redelijke overgangsperiode, op 0,001 vezels/cm³ moet worden vastgelegd.

“We zijn ingenomen met het streven van de Commissie om het aantal kankergevallen terug te dringen en met de specifieke maatregelen om blootstelling aan asbest op het werk tot een minimum te beperken. Dat is een goede aanzet om uiteindelijk te komen tot een nultolerantie voor blootstelling aan asbest. Maar we vinden wel dat de EU verder moet gaan dan wat de Commissie nu voorstelt”, zei Ellen Nygren, rapporteur van het EESC-advies.

“Geen enkele mate van blootstelling aan asbest kan als zo veilig worden beschouwd dat er geen risico op kanker zou bestaan. Ondanks het huidige verbod op het gebruik van asbest zijn er dus nog steeds allerlei soorten werk waarbij werknemers aan dit dodelijke materiaal worden blootgesteld”, waarschuwde ze.
Volgens cijfers die tijdens een recente hoorzitting van het EESC werden gepresenteerd, sterven in de EU jaarlijks ongeveer 90 370 mensen aan asbestgerelateerde kanker, waaruit wel blijkt dat een lagere grenswaarde geboden is.

Om daar werk van te maken beval het EESC aan een routekaart op te stellen met aanvullende maatregelen die verder gaan dan het Commissievoorstel. Daarbij gaat het onder meer om financiële steun voor bedrijven en regio’s voor wie dit doel anders onhaalbaar zou zijn.
Aangezien veel mensen zonder het te weten aan asbest kunnen worden blootgesteld, riep het EESC de Commissie op een voorlichtingscampagne op te zetten om het publiek via alle mogelijke kanalen, waaronder de media, voor te lichten over asbest en de schadelijke effecten ervan.

Als er een reëel of mogelijk risico van blootstelling is, dienen alle werknemers te worden onderzocht en moeten de resultaten daarvan worden gedocumenteerd, zodat hun gezondheid bij elke nieuwe baan goed gemonitord blijft worden. (ll)