European Economic
and Social Committee
Breadcrumb
- Home
- Current: Janusz Pietkiewicz: diensten van algemeen belang in een pandemie
Janusz Pietkiewicz: diensten van algemeen belang in een pandemie
Janusz Pietkiewicz: diensten van algemeen belang in een pandemie
Eind februari begin maart hielden we, tussen de studiegroepwerkzaamheden en debatten door, met onze Bulgaarse vrienden zoals elk jaar de traditionele “martenitsa”-viering. We kregen dunne polsbandjes om van in elkaar geknoopte rode en witte draadjes en gaven elkaar grappige wollen lappenpopjes die geluk zouden brengen. Het optimisme over de naderende lente was voelbaar. We wensten elkaar succes voor de laatste maanden van de huidige vijfjarige mandaatsperiode van het EESC.
Instinctief hielden we ons niet bezig met de dreiging van het in Azië rondwarende virus voor onze geordende leventjes in het hart van de EU. We kregen al wel signalen en ernstige waarschuwingen uit Zuid-Europa, maar de procedures van de Europese instellingen zouden ons tegen de pandemie beschermen. En bovendien, zo verzekerden de collega’s van de andere kant van de Donau ons lachend, zouden we altijd nog een slokje kunnen nemen van een medicijn bij ons thuis, een voorjaarsbittertje welteverstaan. Er werd niet ingegaan op de vraag om in de vergaderzalen ontsmettingsmiddel ter beschikking te stellen, maar we werden voortdurend gerustgesteld dat de dreiging op de voet werd gevolgd en zo werd onze angst voor het virus gesust.
Op woensdag 11 maart nog discussieerde ik in studiegroep ECO/505 over aanbevelingen voor het investeringsplan voor een duurzaam Europa. Tijdens de afdelingsvergaderingen stelden we actieplannen vast en boekten we onze volgende reisjes. En toen kwam een week later ons leven plotseling tot stilstand. Lockdown! Je zou het kunnen vergelijken met een snel rijdende trein die plotseling uit alle macht remt waarbij er een vonkenregen onder de wielen vandaan komt.
Niemand had de elke dag strenger wordende beperkingen zien aankomen. Die deden ons leven op zijn grondvesten schudden. Het was een mentale tsunami, een vreemde droefheid die zich meester maakte van de ziel, om de woorden van Ildefons Gałczyński te gebruiken. We werden overrompeld door de noodzaak thuis te blijven en waren simpelweg bang. We vroegen ons af hoe we hulp en essentiële producten konden krijgen en veranderden onze gewoonten.
Ik kon niet vermoeden dat ik pas in juni in Brussel zou terugkeren, na een reis per auto dit keer, over lege snelwegen, omdat er nog niet werd gevlogen. Ik herinner me dat ik eerst de officiële “reisvergunning” had geprint die ik per e-mail van de secretaris-generaal had gekregen, het COVID-19 laissez-passer, afgegeven op 29 mei 2020 en opgesteld in vier talen met op de voorkant een indrukwekkend rond stempel. Dat moest garanderen dat ik niet in quarantaine zou hoeven.
Om daar zeker van te zijn, belde ik ook nog met de vestigingen van het Duitse Gesundheitsamt in de verschillende Länder waar ik doorheen moest reizen. Op 8 juni nam ik in Brussel deel aan de eerste hybride vergadering van studiegroep ECO/510 en vervolgens aan de zitting van 10 en 11 juni.
De publieke en sociale media werden toen al overspoeld door opmerkingen en theorieën over de veronderstelde echte makers van het virus. Jammer genoeg heeft dit nog niet geleid tot een hedendaags meesterwerk op het niveau van Giovanni Boccaccio’s 14e eeuwse Decamerone of de roman De Pest van Albert Camus uit 1947, waarin zo waarheidsgetrouw de tekortkomingen van de mens en de strijd van de mensheid tegen ziekten worden beschreven.
In het licht van de ervaringen met de mondiale lockdown en de waarschuwingen voor een nieuwe aanval van het SARS-COV-2-virus, dit keer in combinatie met de seizoensgriep – die trouwens elk jaar in veel landen talloze levens kost, zelfs meer dan COVID-19 tot nu toe – gingen mijn gedachten naar de betekenis van ‘diensten van algemeen belang’. Die diensten zijn decennialang verwaarloosd.
De COVID-19-pandemie heeft echter duidelijk gemaakt dat de lokale, regionale en Europese verleners van dit soort diensten een zeer belangrijke, stabiliserende functie vervullen. De samenleving raakt er nu eindelijk van overtuigd dat deze diensten een essentiële rol spelen: ze vormen de ruggengraat van het Europees sociaal model en kunnen ten grondslag liggen aan een positief economisch herstel in het kader van het instrument Next Generation EU en de Europese Green Deal.
De energie- en watervoorziening, de afvalverwerking en het openbaar vervoer zorgen er zelfs tijdens economische crises voor dat ons maatschappelijk leven kan doorgaan en verschaffen een soort van veiligheid. Zonder de eerdere investeringen in deze sectoren zouden heel normale zaken niet mogelijk zijn, zoals ‘s ochtends een douche thuis, een kopje koffie of een tijdige busrit naar werk of ziekenhuis. Hetzelfde geldt voor zaken als gezondheidszorg en de zorg voor gehandicapten en ouderen. Al deze voorzieningen zouden niet kunnen functioneren zonder crisisbeheersingsprocedures en ook niet als diensten van algemeen belang niet op politiek begrip en publieke steun hadden kunnen rekenen.
Met een soortgelijke blik moeten we kijken naar de zeer belangrijke gebieden onderwijs, wetenschap en cultuur in het algemeen, voordat we gaan klagen over de moeilijkheden die we tijdens de crisis hebben ondervonden.