Van 17-20 maart 2025 heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité de Week van het maatschappelijk middenveld gehouden. Die werd bijgewoond door meer dan 800 deelnemers van maatschappelijke organisaties en belangengroepen uit heel Europa, waaronder jongerenorganisaties en ngo’s. Ook de pers was aanwezig. Tijdens de openingszitting werd erop gewezen dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld moet worden beschermd door middel van juridische actie en dat er voor maatschappelijke organisaties een sleutelrol is weggelegd. Zij moeten immers de beleidsmakers ter verantwoording roepen, bruggen bouwen, sociale veerkracht bevorderen en een stem geven aan degenen die al te vaak niet worden gehoord.

Het thema van de Week van het maatschappelijk middenveld in 2025 was Versterking van de cohesie en de participatie in gepolariseerde samenlevingen. Dit jaar stonden er drie belangrijke initiatieven op de agenda: de panels van de EESC-verbindingsgroep, de Dag van het Europees burgerinitiatief en de uitreiking van de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld. De bedoeling was om:

  • de polarisatie tegen te gaan die de afgelopen jaren is toegenomen door de financiële crisis, de klimaatverandering en de groeiende inkomensongelijkheid;
  • de belangrijke rol te benadrukken die het maatschappelijk middenveld in dit verband kan spelen, en
  • de door het maatschappelijk middenveld voorgestelde oplossingen en geformuleerde eisen voor de EU-beleidsmakers te verzamelen om de polarisatie in Europa te bestrijden door de sociale cohesie en de democratische participatie op belangrijke maatschappelijke terreinen te versterken.

In zijn openingstoespraak benadrukte EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Het maatschappelijk middenveld moet de huidige uitdagingen aangaan. Participatie, dialoog en solidariteit zijn meer dan mooie idealen – ze vormen het fundament van een veerkrachtig en verenigd Europa. Hier, in het kader van de Week van het maatschappelijk middenveld, willen we nogmaals bevestigen dat wij ons inzetten voor inclusie en actief burgerschap. Een sterke democratie is niet alleen afhankelijk van haar instellingen, maar ook van de betrokkenheid van al haar burgers.”

Albena Azmanova, hoogleraar politieke en sociale wetenschappen aan City Saint George’s, University of London, sprak over de groeiende economische onzekerheid waarmee de meerderheid van de mensen te maken heeft: de zogenaamde “epidemie van precariteit”. Ze legde uit dat in tijden van extreme onveiligheid de sleutel tot een doorbraak bij het maatschappelijk middenveld ligt:

“Door de grootschalige economische onzekerheid hebben de mensen niet meer de kracht om terug te vechten. Het maatschappelijk middenveld daarentegen is nog strijdvaardig. Burgeractivisten zijn gedreven en hebben een doel voor ogen. Zij willen iets ondernemen tegen bepaalde misstanden. Zij zijn de zichtbare armen en benen van de democratie.”

Younous Omarjee, ondervoorzitter van het Europees Parlement, zei: “In tijden van toenemend individualisme creëert het maatschappelijk middenveld een gevoel van saamhorigheid tussen de burgers en dient het als bolwerk tegen de verspreiding van extreemrechtse ideeën.”

Adriana Porowska, minister voor het maatschappelijk middenveld namens het Poolse voorzitterschap, sprak over de cruciale rol van ngo’s bij het opbouwen van sociale veerkracht en hun belang voor kwetsbare groepen en mensen in afgelegen gebieden. Ze vertelde hoe het maatschappelijk middenveld in Polen de veerkracht van het land versterkt.

Brikena Xhomaqi, covoorzitter van de EESC-verbindingsgroep met Europese maatschappelijke organisaties en netwerken, benadrukte dat het adagium van de EU “eenheid in verscheidenheid” door mensen aan de basis in praktijk wordt gebracht. Tegelijkertijd liggen maatschappelijke organisaties en ngo’s steeds meer onder vuur en worden hun financiering en rol ter discussie gesteld. “Zonder de juiste middelen kunnen maatschappelijke organisaties hun werk niet doen. Onze overheidsinstellingen moeten de ruimte voor het maatschappelijk middelveld beschermen, ook op juridisch vlak, want het zijn de maatschappelijke organisaties die zorgen voor sociale cohesie en voor eenheid in verscheidenheid.”