Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

Deze zomer werden verschillende landen in Zuid-Europa geteisterd door bosbranden. Daarbij werden huizen en kustplaatsen verwoest en grote bosgebieden in de as gelegd. Slovenië werd dan weer getroffen door overstromingen. Natuurgeweld is geen nieuw fenomeen in Europa, maar het is wel heviger geworden, zowel hier in Europa als in andere delen van de wereld. Eén ding staat vast: als gevolg van de klimaatverandering komen natuurrampen vaker voor en worden ze extremer.

Door de COVID-19 pandemie, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis die daarop volgde, zijn de inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan en een echte groene transitie in Europa op gang te brengen, enigszins verwaarloosd.

Sommige lidstaten hebben een reeks maatregelen genomen die de geleidelijke stopzetting van de winning van fossiele brandstoffen de facto vertragen, of investeren zelfs in nieuwe winningsactiviteiten om aan hun energiebehoeften te voldoen. Dergelijk gedrag zendt niet alleen een dubbelzinnig signaal uit naar de Europese burgers, maar ook naar derde landen, die dit zouden kunnen gebruiken om te rechtvaardigen dat hun eigen transitieproces niet opschiet. Dit alles kan het succes van de COP28 van dit jaar op de helling zetten, waar landen geacht worden een overeenkomst te bereiken over de geleidelijke uitbanning van CO2-uitstotende fossiele brandstoffen.

Daarom moet de EU een coherent en consistent klimaatbeleid blijven voeren. We moeten de daad bij het woord voegen! Momenteel drijft de EU haar inspanningen op het gebied van klimaatdiplomatie op. Het succes daarvan hangt voor een groot deel af van interne EU-besluiten over klimaatbeleid, maar ook van de effectieve uitvoering van de Europese Green Deal. Ondanks de nieuwe geopolitieke uitdagingen die steeds sneller op ons afkomen, moet de EU meer inzicht krijgen in de geopolitieke aspecten van de Europese Green Deal. Er is daarom een nieuwe, krachtige en geloofwaardige strategie nodig om de klimaatdiplomatie van de EU op het huidige geopolitieke landschap af te stemmen.

Waar zullen we beginnen? Het EESC is van mening dat de EU het instrumentarium voor klimaatdiplomatie moet verrijken met nieuwe initiatieven die er niet alleen op gericht zijn de klimaatambitie te verhogen, maar ook de ervaring van de EU te delen en klimaatgerelateerde risico’s aan te pakken.

Om de klimaatdiplomatie in de praktijk te brengen, moeten we het meerlagige karakter ervan benutten. De oprichting van een netwerk van maatschappelijke organisaties voor klimaatdiplomatie zou een eerste stap kunnen zijn.

Er is geen tijd te verliezen als we onherstelbare schade willen voorkomen. Klimaatdiplomatie is preventieve diplomatie. Daarom moeten we dringend een tandje bijzetten op het vlak van klimaatdiplomatie en ervoor zorgen dat dit een speerpunt wordt van het externe beleid van de EU.