European Economic
and Social Committee
Voortdurende veranderingen zetten de voltooiing van het trans-Europese vervoersnetwerk op de helling
Doordat de EU-lidstaten hun nationale beleidsprioriteiten voortdurend bijsturen zal het bijzonder moeilijk worden om de projecten in het kader van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-V) tijdig uit te voeren; het is dan ook zeer de vraag of het zal lukken het kernnetwerk tegen 2030 te voltooien. Die waarschuwing staat te lezen in het informatief rapport van Alberto Mazzola over de Evaluatie van de richtsnoeren voor het Trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-V) 2013-2020, dat tijdens de julizitting van het EESC werd goedgekeurd.
De belangrijkste obstakels voor de voltooiing van de TEN-V-projecten zijn niet alleen de wijzigingen in de nationale beleidsprioriteiten, die vooral van invloed zijn op projecten van grensoverschrijdend belang, maar ook het verzet van burgers en andere belanghebbenden. Hieruit blijkt dat het TEN-V-beleid verband houdt met een aantal belangrijke sociale en economische kwesties en dat de behoeften van de burgers voor ogen moeten worden gehouden; er kan namelijk enkel voor een passende follow-up worden gezorgd en obstakels kunnen pas worden weggenomen als de maatschappelijke organisaties in een vroeg stadium bij een en ander worden betrokken en worden geraadpleegd.
Tijdens de zitting merkte de heer Mazzola het volgende op: “Wij begrijpen dat belanghebbenden betwijfelen of het kernnetwerk tegen 2030 kan worden voltooid, maar wij houden vast aan deze doelstelling om de lidstaten ertoe aan te zetten harder te werken, en wij geloven dat verscheidene grote grensoverschrijdende projecten tegen die datum kunnen worden afgerond. Participatie van het maatschappelijk middenveld en toezicht op de ontwikkeling van corridors en projecten zijn van essentieel belang om een optimale uitvoering te waarborgen. Waar dit in een vroeg stadium is gebeurd via uitgebreide voorlichtingscampagnes vorderen de projecten vrij goed; is dat niet het geval, dan stuiten de projecten op sterke weerstand van een deel van de bevolking”. (mp)