Mediavrijheid spreekt niet vanzelf maar moet met man en macht worden verdedigd

Door Elena-Alexandra CALISTRU, lid van de EESC-groep Diversiteit Europa

Er zijn op de hele wereld maar weinig plekken die net als Europa van oudsher vrije en onafhankelijke media hoog in het vaandel dragen. De opkomst van digitale platforms, de illiberale tendens om informatie ontoegankelijk te maken, de toenemende bedreigingen tegen onderzoeksjournalisten en de COVID-19-crisis zijn echter stuk voor stuk factoren die elk op hun eigen manier maar tegelijkertijd druk uitoefenen op het ecosysteem dat het bestaan van die uitzonderlijk vrije media mogelijk maakt en ervoor zorgt dat zij hun democratische rol kunnen vervullen.

Het EESC heeft onlangs een advies goedgekeurd over de mededeling van de Commissie getiteld Europese media in het digitale decennium: Een actieplan ter ondersteuning van het herstel en de transformatie. Het betoont zich daarin bijzonder ingenomen met de erkenning dat de combinatie van deze onderliggende trends en de COVID-19-crisis, zonder krachtige beleidsreactie en financiële steun, de veerkracht van de Europese mediasector en de democratische rol ervan dreigt te ondermijnen.

De in de mededeling voorgestelde instrumenten omvatten een breed scala aan maatregelen die gericht zijn op het herstel en de transformatie van de mediasector en op het versterken van de veerkracht ervan. Zo zijn maatregelen nodig om de structurele uitdagingen waar de sector voor staat aan te pakken, en om een gunstig klimaat te scheppen waarin de media en het maatschappelijk middenveld kunnen deelnemen aan een open debat, vrij van kwaadwillige inmenging en desinformatie.

Wel zijn er enkele belangrijke punten die in overweging moeten worden genomen als we willen dat de EU het summum van mediavrijheid blijft.

Op de eerste plaats moeten de maatregelen worden afgestemd op de maatschappelijke realiteit die ten grondslag ligt aan de nationale verschillen in het medialandschap en de audiovisuele sector, en moet worden gekeken naar de omvang en behoeften van de lokale en de nationale media. Financiële steun moet daarom transparant, toegankelijk en inclusief zijn, vooral wanneer het gaat om lokale media en startende mediaondernemingen. Op de tweede plaats moet ook het maatschappelijk middenveld worden ingezet om mensen mondiger te maken, de mediavrijheid te versterken en desinformatie tegen te gaan door mediageletterdheid.

Wil het Europese actieplan voor de media kans van slagen hebben, dan moeten alle belanghebbenden zich inzetten voor de erkenning van het belang van de media voor onze democratische waarden.