Tijdens zijn zitting van januari heeft het EESC gedebatteerd over de visie van de EU op het “strategisch kompas” voor veiligheid en defensie, waarbij het aanvoerde dat veiligheid ruim moet worden opgevat en veel verder moet gaan dan militaire defensie. Het maatschappelijk middenveld mag niet aan de zijlijn blijven staan in veiligheidskwesties: in tijden van crisis kan het een stabiliserende rol spelen, zoals de oorlog in Oekraïne heeft aangetoond.

In een initiatiefadvies over het Strategisch kompas van de EU heeft het EESC gepleit voor een ruimere definitie omdat de huidige opvatting van veiligheid in de EU te beperkt is. “Veiligheid gaat verder dan louter militaire defensie. In tijden van complexe, hybride dreigingen moet het begrip veiligheid worden uitgebreid met aspecten als energie, vervoer, digitallisering, zekerheid van de water- en voedselvoorziening, veiligheid van de burgers en buitenlandse inmenging,” aldus Christian Moos, rapporteur voor het EESC-advies.

In het advies wordt betoogd dat de EU, naast de nationale capaciteit, defensieplanning en gezamenlijke aankopen, haar beperkte middelen in de eerste plaats moet blijven investeren in civiele beleidsmaatregelen en mechanismen om conflicten te voorkomen. Het maatschappelijk middenveld kan hier iets aan doen via zijn sociale en economische netwerken en via zijn sterke potentieel voor publieke en culturele diplomatie.

De terugkeer van de oorlog in Europa met de Russische agressie tegen Oekraïne is de EU wakker geschud wat haar relatie met de NAVO aangaat.

“De EU en de NAVO hebben het potentieel van hun samenwerking nog niet volledig benut. Versterking van de Europese pijler van veiligheid en defensie betekent versterking van de NAVO. Wanneer we het hebben over het versterken van de defensievermogens van de EU, is het niet om te concurreren met de NAVO, maar om haar aan te vullen, aldus corapporteur en EESC-lid Peter Clever. (mt)