European Economic
and Social Committee
Speciale gast professor Danuta Hübner deelt haar mening over de brexit met onze lezers.
Op 23 juni 2016 vond in het Verenigd Koninkrijk een raadplegend referendum plaats waarin de burgers werd gevraagd of hun land de Europese Unie zou moeten verlaten. Met een zeer kleine meerderheid steunde het Britse volk het idee om uit de EU te stappen. De uitkomst in het land verschilde echter: in Schotland, Noord-Ierland en ook in Londen gaf de bevolking te kennen niet uit de EU te willen. Desalniettemin heeft de Britse regering er na het referendum voor geijverd om de brexit ook echt te realiseren. Eerst trad op 1 februari 2020 het terugtrekkingsakkoord in werking, dat voorzag in een overgangsperiode van 11 maanden. Dit bood rechtszekerheid voor allen die gevolgen van de brexit ondervinden. Vervolgens is het Verenigd Koninkrijk op 1 januari 2021, toen de overeenkomst over de toekomstige relatie van kracht werd, officieel een derde land geworden.
De handel- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK is in veel opzichten ongekend. Het voornaamste kenmerk ervan is dat de betrekkingen tussen het VK en de EU, die in de loop van ruim 45 jaar samen zijn opgebouwd, aanzienlijk worden ingeperkt.
Een belangrijke economie heeft vrijwillig besloten een preferentiële-handelsruimte, een interne markt zonder grenzen van 450 miljoen mensen en ‘s werelds grootste en invloedrijkste normerende en regelgevende macht te verlaten.
Dit is gebeurd nu zich duidelijk aftekent dat er drie grote wereldmachten zijn (de VS, de EU en China) die mondiaal de toon zetten en nu er solidariteit en samenwerking is vereist om de wereldwijde pandemie te bestrijden. De terugtrekking uit de EU werd ingegeven door het politieke streven om de controle terug te krijgen en door een vrij traditionele interpretatie van de term “soevereiniteit”.
Over de overeenkomst in kwestie is pijnlijk en moeizaam onderhandeld, waarbij grote onzekerheid heerste en we bijna tot de laatste minuut van de overgangsperiode leken af te stevenen op “no-deal”. Toch heeft de Europese Commissie de onderhandelingen weten voort te zetten tot het moment waarop een akkoord haalbaar werd. Gelukkig heeft de Britse regering het soevereiniteitsargument niet gebruikt als voorwendsel voor een no-deal, die rampzalig was geweest.
No-deal is voor de EU nooit een optie geweest. We beseften ook dat zelfs een flinterdunne overeenkomst beter was dan een no-deal. Maar deal of niet, burgers en bedrijfsleven aan weerszijden van het Kanaal zullen hoe dan ook met verstoringen en kosten geconfronteerd worden.
Hoe doeltreffend de voorbereidingsmaatregelen ook geweest waren, nu het Verenigd Koninkrijk een derde land is zullen we niet volledig beschermd zijn tegen de gevolgen van de brexit. Het goede nieuws is dat alle in het terugtrekkingsakkoord opgenomen maatregelen over de Ierse grens en de rechten van de burgers ten uitvoer zijn gelegd en tijdig van kracht zijn geworden.
Opgemerkt moet worden dat het Europees Parlement zich uitermate flexibel heeft opgesteld waar het gaat om zijn democratisch recht om de toekomstige overeenkomst te toetsen; het heeft er in deze uitzonderlijke omstandigheden mee ingestemd dat de overeenkomst alvast van toepassing wordt.
Het Parlement heeft besloten deze prijs te betalen omdat wij van mening zijn dat het bereiken van een akkoord over het toekomstige partnerschap ons in staat zal stellen om duurzaam in gesprek te blijven met het Verenigd Koninkrijk. En dit is een prijs die het waard is om te worden betaald.
Niemand weet wat de uitkomst van een referendum zou zijn als het zou worden gehouden op dit moment, nu de Britse burgers in het algemeen veel beter dan in 2016 zijn geïnformeerd over wat het betekent om geen burgers van de Europese Unie meer te zijn, en nu de wereld om het Verenigd Koninkrijk heen zo ingrijpend is veranderd. Zijn de beweegredenen voor de brexit nog steeds zo aanwezig in het Verenigd Koninkrijk? Dat zullen we nooit weten. Maar ik wens onze Britse vrienden het allerbeste.
In de praktijk zal duidelijk worden in hoeverre we in staat zijn om met de nieuwe situatie om te gaan. De werkelijkheid zal de bereikte overeenkomst op de proef stellen. De waarde van de Britse soevereiniteit zal moeten blijken.
Beide partijen geloven dat we een goede deal hebben. Maar aan de onvermijdelijke verstoringen zal een prijskaartje hangen. Consumenten en bedrijven zullen er financieel voor opdraaien dat het Verenigd Koninkrijk niet langer deel uitmaakt van de interne markt of de douane-unie. Jonge mensen uit de EU die in het Verenigd Koninkrijk willen studeren, zullen niet langer de status hebben van binnenlandse studenten. De Britse regering was niet geïnteresseerd in deelname van het VK aan het Erasmus-uitwisselingsprogramma.
Aan het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal tussen de EU en het VK is een eind gekomen. Mobiliteit en handel krijgen met belemmeringen te maken.
De Londense City zal een belangrijk mondiaal financieel centrum blijven en ik hoop dat we ter zake in staat zullen zijn om een coöperatieve aanpak te ontwikkelen.
Het Goede Vrijdagakkoord is gered. De EU is erin geslaagd de integriteit van haar interne markt van 450 miljoen deelnemers te verdedigen. Ook heeft zij vanaf de eerste dag haar eenheid bewaard en op de bres gestaan voor haar kernwaarden en -principes.
De voorzitter van de Europese Commissie zei aan het eind van de onderhandelingen dat zij tevreden en opgelucht was. Het is waar dat de brexit veel van onze tijd en energie heeft gekost. Nu is het zover. Het Verenigd Koninkrijk zal in zijn eentje verdergaan. De Europese Unie moet zich thans op haar eigen toekomst en algemene missie richten.
De overeenkomst over onze toekomstige relatie is complex. De uitvoering en handhaving ervan gaat met heel wat risico's en uitdagingen gepaard. Er staan ons nog zware tijden te wachten. De overeenkomst is van een ongekende omvang, maar diverse zaken moeten nog geregeld worden. De besprekingen zullen doorgaan en hierbij zal de dialoog over regelgeving van fundamenteel belang zijn. En voor onze Britse vrienden is het nog steeds niet helemaal duidelijk wat het betekent om onderdaan van een derde land te zijn. Het goede is dat het bestaan van een overeenkomst ons zal helpen om de dialoog voort te zetten.
Professor Danuta Hübner,
lid van het Europees Parlement