Volgens Danny Jacobs, algemeen directeur van het Vlaamse milieunetwerk Bond Beter Leefmilieu (BBL) moet de EU weerstand bieden aan de lokroep van deregulering. Deregulering creëert niets dan onzekerheid voor bedrijven, verzwakt het op duurzaamheid gerichte concurrentievermogen en brengt het welzijn en vertrouwen van burgers in gevaar. Milieuorganisaties maken zich grote zorgen over het laatste voorstel van de EU om de regelgeving te vereenvoudigen. Ze vrezen dat de belangrijkste doelstellingen van de Europese Green Deal op een zijspoor zullen worden gezet.

Wat vindt u van de nieuwste dereguleringsinitiatieven van de Commissie, zoals het kompas voor het concurrentievermogen of het omnibuspakket?

De Europese Commissie heeft een economisch ingegeven programma van deregulering en vereenvoudiging voorgesteld dat de moeizaam bereikte resultaten op het gebied van milieu, maatschappij en economie in gevaar dreigt te brengen. De EU verkeert in een spagaat tussen aanpassing en behoud van het Europese acquis en kan daarom moeilijk een duidelijke koers uitzetten.

Eind januari heeft de Commissie het kompas voor het concurrentievermogen gepresenteerd. Daarin wordt ingegaan op de bezorgdheid van het bedrijfsleven over de energiekosten en economische uitdagingen. Belangrijke prioriteiten zoals nulverontreiniging en het welzijn van de burgers worden echter terzijde geschoven. Op deze manier lukt het niet om de Europese economie te sturen in de richting van een schone, welvarende en circulaire toekomst. Het kompas dreigt Europa op een dwaalspoor te brengen. Het promoten van concurrerende decarbonisatie zonder rekening te houden met sociale en milieudoelstellingen ondermijnt het eigenlijke doel van de EU-instellingen, namelijk het dienen en verdedigen van het algemeen welzijn.

Maatschappelijke organisaties maken zich vooral zorgen over de riskante vereenvoudigingsdoelstelling van 25 % van het kompas. Hoewel het stroomlijnen van regelgeving welkom is, kan vereenvoudiging zonder grondige effectbeoordelingen de bescherming van gezondheid, maatschappij en milieu in gevaar brengen. Innovatie in het bedrijfsleven wordt niet belemmerd door regelgeving, maar eerder door een gebrek aan duidelijke regels. Verdere deregulering zou alleen maar een klimaat van onzekerheid creëren, de pioniers - bedrijven die een voortrekkersrol spelen - benadelen en de vooruitgang en duurzame ontwikkeling op de helling zetten.

We vrezen ook dat dit streven naar vereenvoudiging ten koste zal gaan van milieu- en sociale doelstellingen. De richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven, de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en de EU-taxonomie hebben veel tekortkomingen en gaan niet ver genoeg. Als deze richtlijnen nu nog verder worden afgezwakt, verliezen ze elke betekenis.

Een ander concreet voorbeeld illustreert de huidige situatie goed.  In Vlaanderen hebben we de voorbije jaren een enorm probleem met PFAS. Grote gebieden zijn verontreinigd door deze chemicaliën. Dit brengt de gezondheid van honderdduizenden burgers in gevaar. De meest doeltreffende manier om de risico’s van stoffen zoals PFAS in te dijken, die zowel in industriële processen als in producten (mengsels en voorwerpen) worden gebruikt, bestaat erin ze te beperken of te verbieden in het kader van de wetgeving inzake chemische stoffen (Reach). Als de Europese Commissie de Reach-verordening zou versoepelen, zou dat de blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid vergroten. Bedrijven zouden minder verplicht zijn om naar veilige alternatieven te zoeken, wat de innovatie in duurzame chemie zou afremmen. Dit kan leiden tot meer milieuvervuiling, aangezien minder strenge regels resulteren in meer gevaarlijke lozingen en meer afval. Consumenten zouden meer risico lopen als producten niet meer zo grondig gecontroleerd worden op giftige stoffen. Als gevolg daarvan zouden Europese bedrijven achterop kunnen raken bij de wereldwijde transitie naar veiligere en milieuvriendelijkere producten en marktaandeel kunnen verliezen aan concurrenten die zich richten op toekomstbestendige innovaties.

Wat zijn uw verwachtingen voor de Green Deal nu de Commissie een nieuwe koers heeft aangekondigd om de Europese economie te stimuleren?

Het werkprogramma 2025 van de Europese Commissie is zowel veelbelovend als riskant. Hoewel de toezeggingen op het gebied van decarbonisatie en betaalbare energie aangeven dat Europa schoner en veerkrachtiger kan worden, dreigen de belangrijkste doelstellingen van de Europese Green Deal te worden verzwakt. Er is groeiende bezorgdheid over de voorgestelde omnibusverordening, die onder het mom van vereenvoudiging zou kunnen leiden tot deregulering met betrekking tot maatschappelijk ondernemen. We zien steeds vaker dat vereenvoudiging een voorwendsel is om essentiële beschermingsmaatregelen af te zwakken: van de chemicaliënwetgeving tot de landbouw. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de overhaaste hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in maart 2024, waarbij milieu- en klimaatbeschermingsmaatregelen overboord werden gegooid. Nu dreigt de langverwachte herziening van de Reach-verordening, die ooit was bedoeld om de volksgezondheid en het milieu te beschermen, te worden verpakt als een “vereenvoudigingsmaatregel” om de regels voor de industrie te versoepelen.

Nog maar een paar maanden geleden beloofde Commissievoorzitter Von der Leyen om alle doelstellingen van de Europese Green Deal te zullen respecteren. Uit het huidige werkprogramma blijkt echter het tegendeel, omdat juist de doelstellingen waar actie het meest dringend is - met name de ambitie om alle verontreiniging tot nul terug te dringen - minder prioriteit krijgen.

Denkt u dat de voorgestelde deregulering een negatief effect kan hebben op duurzaamheid en de tot nu toe geboekte vooruitgang?

De EU moet zich verzetten tegen de voortdurende drang naar deregulering, die de rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor bedrijven alleen maar zou ondergraven, het op duurzaamheid gerichte concurrentievermogen op de lange termijn zou verzwakken en het welzijn en vertrouwen van burgers zou aantasten.

De EU moet ervoor zorgen dat het terugdringen van de administratieve rompslomp niet ten koste gaat van de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Een intelligente implementatie moet de Europese Green Deal niet uithollen, maar juist versterken. Het verzwakken van belangrijke milieu- en sociale beschermingsmaatregelen onder het mom van minder bureaucratie is geen strategie voor economische kracht. Het is een roekeloze stap terug, waarbij juist de regels die onze economie toekomstbestendig moeten maken, worden ondermijnd. Dit alles brengt het alarmerende risico met zich mee dat een decennium van vooruitgang op het gebied van duurzaamheid ongedaan wordt gemaakt.

Tegelijkertijd staat het maatschappelijk middenveld in de hele EU onder toenemende druk nu de grondrechten worden bedreigd door beperkende wetten voor buitenlandse agenten, het hardhandige optreden tegen protesten en het snoeien in de uitgaven. Het Europees schild voor de democratie en de toekomstige EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld moeten meer zijn dan alleen symbolische toezeggingen. Ze moeten zorgen voor wettelijke bescherming, duurzame financiering en een gestructureerde dialoog tussen het maatschappelijk middenveld en de EU-instellingen. Het werkprogramma van de Commissie moet prioriteit geven aan de bescherming van de democratie door het maatschappelijk middenveld te versterken. Zonder een onafhankelijk maatschappelijk middenveld dat over voldoende middelen beschikt, loopt de Europese democratie zelf gevaar.

Danny Jacobs is algemeen directeur van de Bond Beter Leefmilieu — BBL (een federatie van 135 Vlaamse milieuorganisaties in België) en Belgisch vertegenwoordiger bij het Europees Milieubureau (het grootste Europese netwerk van milieuorganisaties, dat ongeveer 30 miljoen leden en sympathisanten vertegenwoordigt).