Het beginsel van gendergelijkheid bij de voorbereiding van de EU-begroting

Begrotingen zijn niet neutraal. Je kunt eruit afleiden of een instelling zich bijvoorbeeld inzet voor de behoeften van vrouwen of gendergelijkheid.

Daarom heeft de commissie Financiële en Begrotingsaangelegenheden van het EESC besloten om een grondige analyse van het concept genderbudgettering uit te voeren. Maar wat is dat eigenlijk? Genderbudgettering houdt in dat we een gendergelijkheidsperspectief meenemen in het ontwerp en de uitvoering van de begroting. Daarbij worden verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot de mogelijke gevolgen van uitgavenbeslissingen voor de gendergelijkheid bevorderd en verschillende groepen begunstigden gespecificeerd met als doel discriminatie of ongelijkheid te voorkomen bij de toepassing van bepaald beleid en bepaalde maatregelen. Deze methode verschaft meer inzicht in de manier waarop de inkomsten en uitgaven in het beleid van verschillende organen, instellingen en regeringen verschillende gevolgen kunnen hebben voor vrouwen en mannen. Dat kan er ook toe bijdragen dat overheidsmiddelen zo worden besteed dat begrotingen en beleidsmaatregelen efficiënter en doeltreffender worden.

De basis van genderbudgettering is het engagement van de EU om aan gendermainstreaming te doen. Het Europees Parlement en de Raad hebben de lidstaten regelmatig opgeroepen om deze aanpak te volgen. De Europese Commissie zet ook sterk in op een methode waarmee ze de gendereffecten van alle uitgaven uit de EU-begroting zou kunnen evalueren.

In een studie die werd aangevraagd door de commissie BUDG van het Europees Parlement, werd het Parlement, de Commissie en de Raad aangeraden actie te ondernemen om rekening te houden met het beginsel van gendergelijkheid bij het opstellen van de EU-begroting. Het Europees Parlement maakte via een resolutie duidelijk dat het zich voor genderbudgettering inzet, ook om andere EU-instellingen aan te moedigen in de toekomst hetzelfde te doen.

Ik denk dat het voor het Europees Economisch en Sociaal Comité geen enkel probleem is om deze aanbeveling te volgen. Het Europees Parlement had natuurlijk gebruik kunnen maken van de debatten over de begroting en de begrotingskwijting tijdens de plenaire vergadering om deze doelstelling te bepleiten. Sowieso zijn er politiek engagement en wetgevende maatregelen nodig zodat de Europese instellingen genderbudgettering toepassen in de begroting en bij de uitvoering daarvan. We zullen grondig bekijken of we als adviesorgaan en vertegenwoordiger van maatschappelijke organisaties kunnen bijdragen aan dit strategische en belangrijke proces.

Giulia Barbucci, vicevoorzitter van het EESC, verantwoordelijk voor de begroting