De dialoog met het maatschappelijk middenveld in de EU mag niet worden onderdrukt

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft er bij de EU-instellingen op aangedrongen een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van lidstaten die het werk van het maatschappelijk middenveld in woord en daad belemmeren en zijn ruimte in Europa verkleinen.

Om dergelijke ontwikkelingen tegen te gaan, verzoekt het EESC de EU een aantal maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld ten volle wordt betrokken bij alle stadia van de beleidsvorming en de participatieve democratie in Europa te waarborgen; een voorbeeld van zo’n maatregel is het niet meer verstrekken van EU-middelen aan landen die de Europese waarden niet omarmen.

In het advies De rol van maatschappelijke organisaties als hoeders van het algemeen belang bij het herstel na de pandemie constateert het EESC dat het maatschappelijk middenveld in Europa nog steeds op tal van ernstige barrières stuit en dat zijn ruimte in sommige delen van de EU drastisch wordt ingeperkt. Dit ondanks het feit dat het maatschappelijk middenveld een sleutelrol heeft gespeeld bij het verzachten van de gevolgen van de pandemie en vanaf dag één van de Russische agressie voorbeeldig hulp heeft geboden aan Oekraïense vluchtelingen.

“Het maatschappelijk middenveld heeft onze samenleving geholpen om door de COVID-19-pandemie heen te komen en is daarbij een drijvende kracht geweest. En nu, met de Oekraïne-crisis, blijkt duidelijk hoe waardevol en belangrijk het maatschappelijk middenveld is voor onze democratie”, aldus de rapporteur voor het advies, Ioannis Vardakastanis.

Nu maatschappelijke organisaties de mouwen opstropen om samen met alle geledingen van de samenleving de kar te trekken bij de wederopbouw na de COVID-19-crisis, die een verwoestend spoor heeft getrokken, moet de EU ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld en de beleidsmakers met elkaar in dialoog gaan. Het ontbreken van een dergelijke dialoog is immers een van de grootste obstakels die het Europees maatschappelijk middenveld op alle niveaus moet overwinnen.

Een ander heikel punt is dat het maatschappelijk middenveld niet op zinvolle wijze wordt betrokken bij de besluitvorming over belangrijke beleidsmaatregelen en wetgeving.

Het EESC is van mening dat de EU-instellingen een nultolerantie moeten hanteren ten aanzien van een dergelijke houding en “krachtig en compromisloos” moeten reageren, aangezien de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het beleidsvormingsproces onlosmakelijk verbonden is met de waarden van de EU en de EU-Verdragen. Om dergelijke praktijken uit te bannen, moeten er op Europees en nationaal niveau wettelijke regelingen worden ingevoerd.

Maatschappelijke organisaties moeten financiële en praktische steun krijgen van de EU en van lokale en nationale overheden om hun rol verder vorm te geven, maar zonder hun onafhankelijkheid in gevaar te brengen. (ll)