European Economic
and Social Committee
Nieuwe EESC-studie over betaalbare, duurzame huisvesting in de EU
door de EESC-groep Maatschappelijke Organisaties
Tussen 2010 en 2022 zijn de huizenprijzen in de EU met 47 % gestegen en de huurprijzen met 18 %. Eurostat heeft berekend dat in 2023 meer dan 10 % van de huishoudens in steden en 7 % van de huishoudens in plattelandsgebieden meer dan 40 % van hun beschikbare inkomen aan huisvesting heeft besteed. Het EESC wilde nagaan hoe we huisvesting voor alle Europeanen betaalbaarder en duurzamer kunnen maken en heeft daarom een studie besteld waarin wordt onderzocht wat het beleid hieraan kan doen. In dit interview bespreken de coauteurs van de studie, econoom Agnieszka Maj en Karolina Zubel, directeur Milieu, Energie en Klimaatverandering van het Centrum voor Sociaal en Economisch Onderzoek (CASE), de belangrijkste bevindingen.
Waar gaat deze EESC-studie precies over en waarom is dit van belang?
Deze studie over betaalbare en duurzame huisvesting in de EU onderzoekt de behoefte aan betaalbare en duurzame huisvesting in de EU en licht de rol toe van digitalisering (AI, digitale bouwvergunningen, relevante databases) en structuren van de sociale economie. Aan de hand van casestudies worden vernieuwende initiatieven besproken om de betaalbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheid van huisvesting te verbeteren. De studie geeft aanbevelingen voor maatregelen tot 2030 en 2050 die aansluiten bij de EU-doelstellingen van klimaatbestendigheid, sociale gelijkheid en economische groei. Ze biedt strategische inzichten om het huisvestingsbeleid aan te passen aan de veranderende uitdagingen en tegelijkertijd het welzijn van de bevolking te bevorderen.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen van de studie?
Dankzij de digitalisering kunnen de planning, de bouw en het beheer van woningen efficiënter, goedkoper en duurzamer worden. Vooralsnog zijn die kostenbesparingen beperkt gebleven. Als digitale vernieuwingen niet worden opgepikt, is dat vooral te wijten aan de traditionele manier van denken van belanghebbenden, het vermeende lage rendement op investeringen, de hoge implementatiekosten en het gebrek aan stimulansen, opleiding en regelgeving. Om het potentieel van digitalisering volledig te benutten, zijn meer investeringen in digitale infrastructuur erg belangrijk, bijvoorbeeld door digitale platforms interoperabel te maken.
Het inschakelen van organisaties uit de sociale economie (woningcorporaties met een beperkt winstoogmerk, organisaties van algemeen nut, coöperaties) is een veelbelovende beleidsinnovatie waarmee de huidige uitdagingen in de huisvestingssector kunnen worden aangepakt. Deze organisaties bieden kosteneffectieve, goed ontworpen huisvestingsoplossingen die de cohesie binnen de gemeenschap en de stabiliteit van de huisvesting op lange termijn bevorderen. Bouwverenigingen zonder winstoogmerk of met beperkt winstoogmerk in Wenen bijvoorbeeld, goed voor 30 % van alle woningbouw in Wenen, hebben een stabiliserende invloed op de woningmarkt door de prijzen laag te houden. Zo blijven de huurprijzen betaalbaar en worden marktverstoringen voorkomen.
Wat zijn in het licht van deze bevindingen uw belangrijkste aanbevelingen voor actie en verder onderzoek?
Op middellange termijn moet het huisvestingsbeleid van de EU resulteren in een “New European Deal voor betaalbare duurzame sociale huisvesting” en een “huisvestingsrichtlijn” om een uniforme aanpak in alle lidstaten te garanderen. Landen moeten innovatieve modellen zoals coöperaties en huisvesting met beperkt winstoogmerk bevorderen, flexibele financiële steun bieden voor huisvestingsprojecten en digitale hulpmiddelen gebruiken voor betere huisvestingsoplossingen.
Op lange termijn moet het huisvestingsbeleid een strategische en duurzame aanpak volgen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan lokale oplossingen en voortdurende monitoring. Digitalisering moet worden gestandaardiseerd via wetgeving, met praktijken op het gebied van de circulaire economie zoals bankleningen gekoppeld aan de eis om te bouwen volgens het kringloopprincipe, huurstimulansen op basis van energie-efficiëntie en bottom-up financieringsinitiatieven. Daarnaast moet het concept van sociale huisvesting worden uitgebreid naar gezinnen met een middeninkomen, vergelijkbaar met het Weense model, dat een sociale mix bevordert en gentrificatie voorkomt. Om daadwerkelijk te voldoen aan de huisvestingsbehoeften is het ook van cruciaal belang om de aandacht te richten op zowel nieuwbouw als het renoveren en herbestemmen van ongebruikte gebouwen.
Toekomstig onderzoek moet zich toespitsen op inclusieve benaderingen in stadsplanning, bouw en huisvesting om de toegankelijkheid voor alle burgers te verbeteren. Er moet ook onderzoek worden gedaan naar de impact van opkomende technologieën, zoals AI en automatisering, op kostenbesparingen en efficiëntie bij de ontwikkeling en het beheer van huisvesting. Ook is er onderzoek nodig naar innovatieve huisvestingsmodellen in alle EU-lidstaten, waarbij op zoek wordt gegaan naar strategieën die zowel de betaalbaarheid als de duurzaamheid kunnen verbeteren.
De studie is in opdracht van het EESC uitgevoerd op verzoek van de groep Maatschappelijke Organisaties.