Sofia Björnsson: landbouwerssolidariteit in Zweden

Ik werk voor de Federatie van Zweedse landbouwers (LRF), en bij het begin van de pandemie was het alle hens aan dek om de voedselzekerheid te waarborgen.

Bij de LRF hebben we een regeling voor boeren in nood. Als een landbouwer ziek wordt, zijn er groepen die voor de dieren kunnen helpen zorgen of andere praktische dingen kunnen regelen tijdens de ziekte. Dit systeem werd in maart op korte tijd op poten gezet.

De LRF heeft ook geholpen om werkzoekenden te koppelen aan landbouwers die om arbeidskrachten verlegen zaten. Zo gingen werknemers uit een hotel dat de deuren had moeten sluiten aan de slag bij een groenteteler in de buurt, en dat is maar een van de vele voorbeelden. Dankzij dit soort initiatieven, en het feit dat tal van buitenlandse seizoensarbeiders naar Zweden konden komen, zijn de landbouw- en de bosbouwsector – die eerst met personeelsschaarste te maken hadden – nu ongeveer verzekerd van personeel.

Tal van landbouwbedrijven, met name groentetelers, hebben dit jaar hun gewassen moeten veranderen, en bosbouwproducenten hebben bepaalde activiteiten moeten uitstellen. Over het geheel genomen lijkt het er toch op dat de Zweedse landbouwsector (inclusief de tuinbouw) het minder zwaar te verduren heeft gehad dan in veel andere Europese landen.

Onze organisatie voelt sterk de behoefte om ook buiten de landbouwwereld solidair te zijn; zo hebben we bijvoorbeeld plastic overheadsheets uit ons kantoor in Stockholm gedoneerd die voor gezichtsschermen voor gezondheidswerkers konden worden gebruikt.

Persoonlijk vind ik dat ik geluk heb. Niemand in mijn naaste omgeving heeft corona gekregen.

Ik kan net zo goed thuis werken als op kantoor. Wanneer ik buren hoor ruziën in mijn gebouw denk ik aan hen die het in deze lockdown minder hebben getroffen – mensen die hun baan kwijt zijn, kinderen die niet naar school kunnen en al lang geen schoolmaaltijd meer hebben gegeten, gezinnen in kleine appartementen met amper ruimte om te werken of om huiswerk te maken.

Ik mis mijn familie, in het bijzonder mijn ouders, die op leeftijd zijn. Ik mis de gewone dingen, zoals met veel mensen tegelijk zijn. En natuurlijk mis ik het kantoor en mijn collega’s.

Ondanks alle pijn, verlies en ontregeling denk ik dat we ook lessen trekken uit COVID-19. In de eerste plaats denk ik dat we leren omgaan met onzekerheid. We zijn het sterk gewend om onze levens tot in de kleinste details te kunnen regelen, maar door de pandemie werden we – zeker in het begin – gedwongen onze gewoontes te veranderen. Nu hebben we nieuwe gewoontes gekweekt, maar we weten niet hoe lang deze periode van onzekerheid zal aanhouden.

Wanneer dit voorbij is, wil ik eerst mijn ouders en schoonouders terugzien. Ik heb wel een keer met mijn ouders in het park gepicknickt met ‘social distancing’, maar ik zou graag weer gewoon tijd met ze doorbrengen zoals voorheen.