In deze “polypandemische” tijden zijn wij in zekere zin allemaal gevangenen – van onze kwetsbaarheid, onze angsten, onze hoop...

Het coronavirus heeft immers meerdere pandemieën in gang gezet, die zich niet alleen gelijktijdig voordoen, maar elkaars schadelijke effecten ook nog eens versterken.

Zo bekeken hebben de Europese instellingen en de Europese sociale partners met de sociale top van Porto in mei 2021 een moedige stap voorwaarts gezet.

We hebben nu een degelijke routekaart in handen die de lidstaten en de EU snel de weg moet wijzen naar ingrijpende structurele hervormingen, productieve investeringen, groei, concurrentievermogen, werkgelegenheid en meer welzijn voor de EU-burgers.

Zonder solide economische grondslag kan er geen sprake zijn van een sociale dimensie. Concurrentievermogen, hogere productiviteit, en gezondheid en veiligheid op basis van vaardigheden en kennis zijn cruciaal om het welzijn van de Europese samenlevingen op peil te houden. Economische groei en een goed functionerende interne markt zijn onmisbare voorwaarden voor de versterking van de sociale dimensie van de EU. De tijd is rijp om de sterke punten van onze Europese sociale markteconomie te accentueren en de zwakke punten ervan weg te werken.

Ons Europa is sociaal en is dat altijd geweest. Onze sociale markteconomie is een lichtend baken voor de hele wereld – door velen bewonderd, soms ook benijd. De grondbeginselen van het sociale acquis zijn vastgelegd in een breed kader, dat ook de sociale wetgeving en het sociale beleid van de lidstaten stuurt, aanvult en coördineert.

Wat de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten (EPSR) betreft, biedt het door de Commissie gepresenteerde actieplan nuttige richtsnoeren, onder meer op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden, gezondheid en sociale bescherming.

Wel is het belangrijk dat de maatregelen van het actieplan steeds op het juiste niveau worden genomen en dat daarbij oog is voor de verschillende bevoegdheden en duidelijk omschreven taken van de EU, de lidstaten en de sociale partners op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid, die ten volle moeten worden geëerbiedigd.

Een en ander houdt ook in dat de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, de sociaal-economische context en de verschillen tussen de nationale stelsels, ook wat de rol en de autonomie van de sociale partners aangaat, strikt in acht moeten worden genomen.

Het feit dat in de Verklaring van Porto en het actieplan de nadruk wordt gelegd op banen en vaardigheden is zonder meer een goede zaak. Zoals te lezen staat in de inleiding bij het actieplan is “concurrerende duurzaamheid” de kern van de Europese sociale markteconomie. Een echt inclusieve en sociale dimensie is ondenkbaar zonder een sterke en veerkrachtige economie, die gebaseerd is op de uitvoering van een gezond economisch beleid in heel Europa en op het benutten van het productieve potentieel van een gekwalificeerde innovatieve beroepsbevolking.

De groene en de digitale transitie zullen meer investeringen vergen in onderwijs, beroepsopleiding, een leven lang leren, en bij- en omscholing – m.a.w. een verbeterde en pragmatische aanpak van onderwijs en scholing.

De afdeling SOC is van oordeel dat de politieke prioriteiten en het actieplan voor dit jaar mooi aansluiten bij de conclusies van de top van Porto. Wij zullen ons met hart en ziel blijven inzetten en de nodige adviezen blijven uitbrengen namens de sociale partners en de maatschappelijke organisaties. Het EESC moet zijn proactieve rol versterken om de waarden van de EU te verdedigen en in stand te houden.

We hebben gezien wat de gevolgen zijn als elke lidstaat in een “polypandemische” context zijn eigen koers volgt; het zal dan ook voor iedereen duidelijk zijn waarom de lidstaten hun maatregelen op EU-niveau duurzamer en grondiger zouden moeten coördineren om crises het hoofd te kunnen bieden. Gezamenlijk optreden is geboden, zo niet in naam van de Europese integratie, dan toch ten minste in het besef dat geen enkel land een dergelijke crisis in zijn eentje aankan.

In deze “polypandemische” tijden zijn wij in zekere zin allemaal gevangenen – van onze kwetsbaarheid, onze angsten, onze hoop...

Daaraan moeten we nu zien te ontsnappen, uit respect voor de erfenis van onze voorouders, en voor de volgende generatie.

 

Laurenţiu Plosceanu

Voorzitter van de afdeling SOC