Door de groep Werknemers van het EESC

Industriële veranderingen kunnen zorgen voor betere werkgelegenheid, duurzame groei en inclusiviteit. Maar ze kunnen evengoed leiden tot snel toenemende ongelijkheid en armoede, hoge werkloosheid voor bepaalde groepen en uiteindelijk een breuk in de sociale cohesie, die de EU en de democratie zelf in gevaar zou brengen.

Niet voor niets hebben historische wijzigingen in de materiële productie- en arbeidsomstandigheden samenlevingen meer dan eens existentieel op de proef gesteld.

De manier waarop veranderingen plaatsgrijpen, is echter in grote mate afhankelijk van politieke keuzes. Tijdens zijn decemberzitting heeft het EESC een belangwekkend advies over de industriële transitie goedgekeurd (waarom was verzocht door het Europees Parlement), waarin het de noodzaak schetst om billijkheid en rechtvaardigheid in te bouwen in de technologische en economische ontwikkelingen in de industrie en de arbeidswereld.

Dé manier om de economische impact van de pandemie te ondervangen en een veerkrachtigere, moderne, groene, digitale en inclusievere economie en samenleving tot stand te brengen, is door in de eerste plaats oog te hebben voor een robuuste sociale component. De Europese pijler van sociale rechten moet centraal staan bij de transformatie, met een duidelijke, brede en sterke participatie van de sociale partners en een solide en helder regelgevingskader.

In dit advies wordt daarom de nadruk gelegd op het noodzakelijke en vaak over het hoofd geziene evenwicht tussen niet alleen ecologische en economische, maar ook sociale aspecten, waarbij ‘niemand uitsluiten’ niet slechts een goed voornemen blijft. Dit is absoluut noodzakelijk als we willen voorkomen dat het populisme, dat sinds de crisis van 2008 en de daaruit voortvloeiende bezuinigingsmaatregelen stevig in de lift zit, Europa verder in zijn greep krijgt. (prp)