Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie.

AI wordt steeds vaker ingezet en dat heeft gevolgen voor allerlei aspecten van ons dagelijkse leven. Zo wordt de informatie die mensen online te zien krijgen, beïnvloed via gerichte advertenties. Belangrijker is echter dat AI nu in de gezondheidssector wordt gebruikt om ziekten zoals kanker te diagnosticeren en te behandelen. AI-toepassingen zijn daartoe gebaseerd op AI-modellen voor algemene doeleinden, die getraind moeten worden. Er moeten vele beelden van bijvoorbeeld kankercellen worden ingevoerd, willen deze modellen ze uiteindelijk zelfstandig kunnen herkennen.

Die training lukt alleen met behulp van gegevens – enorme hoeveelheden gegevens. De manier waarop de training wordt uitgevoerd, is van invloed op de kwaliteit van de resultaten van het model of de AI-toepassing. Als de verkeerde gegevens of afbeeldingen worden ingevoerd, worden gezonde cellen ten onrechte geïdentificeerd als kankercellen.

Dit voorbeeld – verbetering van de medische en de gezondheidszorg – laat duidelijk zien waarom het noodzakelijk is dat we in de EU over de capaciteit en infrastructuur beschikken om de onderliggende AI-modellen voor algemene doeleinden te ontwikkelen. Dat zal eenvoudigweg mensenlevens helpen redden.

Daarnaast is AI voor algemene doeleinden een gamechanger voor productieprocessen en bedrijven. Wil de Europese economie concurrerend blijven, dan moeten we ruimte voor innovatie in de EU bieden en ondernemers en start-ups aansporen om hun ideeën tot ontwikkeling te brengen.

Uiteraard zijn er risico’s aan AI en AI voor algemene doeleinden verbonden, variërend van tekortkomingen in de modellen en bugs in de toepassingen tot concreet misbruik van de technologie voor criminele doeleinden. Daarom moet de EU ook over de expertise beschikken om kwaadwillige aanvallen en cyberdreigingen af te slaan. We moeten kunnen vertrouwen op in de EU gebaseerde infrastructuur, om ervoor te zorgen dat, simpel gezegd, “het licht blijft branden”.

Dit alles laat zien hoe belangrijk het is om over de juiste regelgeving te beschikken, waarin de nadruk op de kwaliteit van de trainingsgegevens, de trainingsmethoden en uiteindelijk ook het eindproduct wordt gelegd. Die regelgeving moet gebaseerd zijn op Europese waarden, zoals transparantie, duurzaamheid, gegevensbescherming en eerbiediging van de rechtsstaat. Helaas worden veel van de belangrijke ontwikkelingen op het vlak van AI voor algemene doeleinden aangejaagd door spelers die buiten de jurisdictie van de EU vallen. De EU moet daarom de capaciteit ontwikkelen om de naleving van haar regelgeving en de Europese waarden af te dwingen bij spelers van binnen en buiten de EU die actief zijn op onze markt.

De EU moet de marktdominantie van grote, vaak niet-Europese, digitale bedrijven indammen, onder meer met behulp van de instrumenten van het mededingingsbeleid. De mededingingsautoriteiten in de EU moeten hun capaciteit inzetten en erop toezien dat “hyperscalers” hun b2b- of b2g-marktpositie niet misbruiken.

Overheidsinstanties kunnen Europese aanbieders van AI voor algemene doeleinden en van AI-toepassingen ondersteunen door hun producten aan te kopen en andere gebruikers en klanten te laten zien dat deze producten betrouwbaar zijn. De EU beschikt wel over het talent, de technologische knowhow en de ondernemingsgeest voor AI “made in Europe”. Maar een gebrek aan investeringen, het ontbreken van relevante IT-infrastructuur en de nog steeds versnipperde interne markt, waardoor opschaling wordt belemmerd, staan het concurrentievermogen van Europese spelers op AI-gebied in de weg.