Skip to main content
Newsletter Info

EESC info

European Economic and Social Committee A bridge between Europe and organised civil society

OCTOBER 2024 | NL

GENERATE NEWSLETTER PDF

Beschikbare talen:

  • BG
  • CS
  • DA
  • DE
  • EL
  • EN
  • ES
  • ET
  • FI
  • FR
  • GA
  • HR
  • HU
  • IT
  • LT
  • LV
  • MT
  • NL
  • PL
  • PT
  • RO
  • SK
  • SL
  • SV
Hoofdartikel

Hoofdartikel

De uitbreiding omarmen: inzetten op de toekomst van Europa

De toetreding en integratie van kandidaat-lidstaten in de Europese Unie is niet zomaar een uitbreiding, maar een geostrategische investering in vrede, stabiliteit, veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling die het democratische bestel van ons continent versterkt. Daarmee is de uitbreiding van de EU een krachtig instrument om Europese kernwaarden te verspreiden en hoog in het vaandel te houden. 

Read more in all languages

De uitbreiding omarmen: inzetten op de toekomst van Europa

De toetreding en integratie van kandidaat-lidstaten in de Europese Unie is niet zomaar een uitbreiding, maar een geostrategische investering in vrede, stabiliteit, veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling die het democratische bestel van ons continent versterkt. Daarmee is de uitbreiding van de EU een krachtig instrument om Europese kernwaarden te verspreiden en hoog in het vaandel te houden. Hoeveel belang het EESC hecht aan de verdieping en uitbreiding van de Unie valt op te maken uit onze hecht verankerde bilaterale organen met maatschappelijke organisaties uit kandidaat-lidstaten — gemengde raadgevende comités (GRC) en platforms voor het maatschappelijk middenveld — ons initiatief inzake leden uit kandidaat-lidstaten (ECM) en de uitbreiding van onze in het teken van grondrechten en de rechtsstaat staande bezoeken aan kandidaat-lidstaten. Uit ons werk blijkt dat de integratie van kandidaat-lidstaten parallel kan en moet lopen aan de geleidelijke doorvoering van de nodige interne hervormingen. Weliswaar moet er in verschillende kandidaat-lidstaten nog altijd het een en ander gebeuren, maar in plaats van ons tegen te houden zouden deze belemmeringen juist een impuls moeten geven aan de samenwerking met onze partners aldaar.

Met zijn deelname aan de ministeriële bijeenkomst van de Westelijke Balkan in Skopje en zijn nauwe samenwerking met leiders van verschillende kandidaat-lidstaten heeft het EESC een bijdrage geleverd aan de uitbreiding van de EU. Met onze werkzaamheden proberen wij in te schatten in hoeverre kandidaat-lidstaten aan de criteria van Kopenhagen voldoen, en we herhalen eens te meer hoeveel belang wij hechten aan een inclusieve en billijke dialoog met alle EESC-leden, waarmee we zeker ook leden uit kandidaat-lidstaten bedoelen. Ik ben er dan ook trots op dat het ECM-initiatief, dat in februari in aanwezigheid van de Albanese premier Edi Rama en de Montenegrijnse premier Milojko Spajić is gelanceerd, een belangrijk onderdeel vormt van het manifest van mijn voorzitterschap.

Door actief leden uit kandidaat-lidstaten bij zijn werkzaamheden te betrekken positioneert het EESC zich als een toonaangevende EU-instelling als het aankomt op de geleidelijke integratie van deze landen. De impact van dit initiatief is tastbaar en wordt steeds meer erkend in de kandidaat-lidstaten en in de EU. Zo hebben Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en commissaris voor Uitbreiding Oliver Várhelyi duidelijk hun bijval voor het project uitgesproken. Het initiatief moet niet alleen directe voordelen opleveren, maar ook een solide basis creëren voor wat de kandidaat-lidstaten, hun burgers en hun levendige maatschappelijke organisaties op de langere termijn hopen te bereiken. Het biedt het maatschappelijk middenveld uit deze landen de mogelijkheid om rechtstreeks deel te nemen aan het besluitvormingsproces van de EU en de dynamiek voor de nodige hervormingen op peil te houden. In totaal hebben 146 leden uit kandidaat-lidstaten meegewerkt aan adviezen over onderwerpen die verband houden met de uitbreiding, zoals het cohesiebeleid van de EU, de eengemaakte markt, de economische duurzaamheid van de agrovoedingsindustrie en het tekort aan vaardigheden.

De gemengde raadgevende comités en de platforms voor het maatschappelijk middenveld zijn van cruciaal belang voor het overleg tussen verschillende belanghebbenden en zorgen ervoor dat alle stemmen tijdens het besluitvormingsproces worden gehoord. Momenteel zijn er gemengde raadgevende comités met Montenegro, Servië en Turkije. Van de platforms voor het maatschappelijk middenveld verdienen vooral die met Oekraïne en Moldavië vermelding. Het gemengd raadgevend comité met Noord-Macedonië zal naar verwachting zijn werkzaamheden hervatten zodra de eerste onderhandelingsronde begint, en een nieuw comité voor Albanië staat al stevig in de steigers. Het aanstaande forum van het maatschappelijk middenveld op hoog niveau, dat op 24 oktober parallel aan de voltallige vergadering van het EESC wordt gehouden, zal een extra impuls voor deze inzet betekenen. Tijdens dit samen met de Commissie georganiseerde forum zullen EESC-leden, ongeveer honderd leden uit kandidaat-lidstaten en vooraanstaande politici uit de lidstaten en kandidaat-lidstaten van gedachten wisselen over het belang van de civiele en sociale dialoog voor een succesvolle uitbreiding van de EU. Duidelijk zal worden hoe belangrijk de sociale dialoog is om het pad naar EU-toetreding te effenen, de groene en de digitale transitie zo goed mogelijk te laten verlopen en de kernwaarden van de EU in ere te houden.

Als toegangspoort voor het maatschappelijk middenveld wil het EESC allen die zich inzetten voor vrijheid, democratie en sociaal-economische welvaart steunen en in hun kracht zetten, met uiteindelijk als doel een hechtere integratie in de kandidaat-lidstaten en de EU. Samen bouwen we aan een betere toekomst voor Europa, dat wil zeggen een inclusieve toekomst die zich kenmerkt door welvaart en eendracht. Het EESC blijft zich onvermoeibaar inzetten voor uitbreiding, en onze activiteiten getuigen van ons geloof in een Europa dat over de hele linie beter geïntegreerd en veerkrachtiger is.

Oliver Röpke

Voorzitter van het EESC

Voor in uw agenda

6 november 2024

Jaarlijkse conferentie over de grondrechten en de rechtsstaat

27 november 2024

Burgers kunnen desinformatie tegengaan (Athene, Griekenland)

28-29 november 2024

9e Europees Migratieforum

4-5 december 2024

EESC-zitting

Een vraag voor...

Sandra Parthie, rapporteur voor het advies over AI voor algemene doeleinden: de te volgen weg na de goedkeuring van de AI-verordening, beantwoordt vragen over de AI-verordening. Waarom is het zo belangrijk dat deze wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd ten aanzien van AI-modellen voor algemene doeleinden en de manier waarop deze worden beheerd? Hoe kunnen we concurrerende AI in de EU produceren en waarom doet dat ertoe?

Read more in all languages

Sandra Parthie, rapporteur voor het advies over AI voor algemene doeleinden: de te volgen weg na de goedkeuring van de AI-verordening, beantwoordt vragen over de AI-verordening. Waarom is het zo belangrijk ervoor te zorgen dat deze wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd met betrekking tot AI-modellen voor algemene doeleinden en hoe deze worden beheerd? Hoe kunnen we concurrerende AI in de EU produceren en waarom doet dat ertoe?

AI “made in Europe”: we kunnen het wel, maar we zijn er nog niet

Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie. 

Read more in all languages

Door Sandra Parthie

De AI-verordening is het eerste alomvattende rechtskader voor de wereldwijde regulering van artificiële intelligentie.

AI wordt steeds vaker ingezet en dat heeft gevolgen voor allerlei aspecten van ons dagelijkse leven. Zo wordt de informatie die mensen online te zien krijgen, beïnvloed via gerichte advertenties. Belangrijker is echter dat AI nu in de gezondheidssector wordt gebruikt om ziekten zoals kanker te diagnosticeren en te behandelen. AI-toepassingen zijn daartoe gebaseerd op AI-modellen voor algemene doeleinden, die getraind moeten worden. Er moeten vele beelden van bijvoorbeeld kankercellen worden ingevoerd, willen deze modellen ze uiteindelijk zelfstandig kunnen herkennen.

Die training lukt alleen met behulp van gegevens – enorme hoeveelheden gegevens. De manier waarop de training wordt uitgevoerd, is van invloed op de kwaliteit van de resultaten van het model of de AI-toepassing. Als de verkeerde gegevens of afbeeldingen worden ingevoerd, worden gezonde cellen ten onrechte geïdentificeerd als kankercellen.

Dit voorbeeld – verbetering van de medische en de gezondheidszorg – laat duidelijk zien waarom het noodzakelijk is dat we in de EU over de capaciteit en infrastructuur beschikken om de onderliggende AI-modellen voor algemene doeleinden te ontwikkelen. Dat zal eenvoudigweg mensenlevens helpen redden.

Daarnaast is AI voor algemene doeleinden een gamechanger voor productieprocessen en bedrijven. Wil de Europese economie concurrerend blijven, dan moeten we ruimte voor innovatie in de EU bieden en ondernemers en start-ups aansporen om hun ideeën tot ontwikkeling te brengen.

Uiteraard zijn er risico’s aan AI en AI voor algemene doeleinden verbonden, variërend van tekortkomingen in de modellen en bugs in de toepassingen tot concreet misbruik van de technologie voor criminele doeleinden. Daarom moet de EU ook over de expertise beschikken om kwaadwillige aanvallen en cyberdreigingen af te slaan. We moeten kunnen vertrouwen op in de EU gebaseerde infrastructuur, om ervoor te zorgen dat, simpel gezegd, “het licht blijft branden”.

Dit alles laat zien hoe belangrijk het is om over de juiste regelgeving te beschikken, waarin de nadruk op de kwaliteit van de trainingsgegevens, de trainingsmethoden en uiteindelijk ook het eindproduct wordt gelegd. Die regelgeving moet gebaseerd zijn op Europese waarden, zoals transparantie, duurzaamheid, gegevensbescherming en eerbiediging van de rechtsstaat. Helaas worden veel van de belangrijke ontwikkelingen op het vlak van AI voor algemene doeleinden aangejaagd door spelers die buiten de jurisdictie van de EU vallen. De EU moet daarom de capaciteit ontwikkelen om de naleving van haar regelgeving en de Europese waarden af te dwingen bij spelers van binnen en buiten de EU die actief zijn op onze markt.

De EU moet de marktdominantie van grote, vaak niet-Europese, digitale bedrijven indammen, onder meer met behulp van de instrumenten van het mededingingsbeleid. De mededingingsautoriteiten in de EU moeten hun capaciteit inzetten en erop toezien dat “hyperscalers” hun b2b- of b2g-marktpositie niet misbruiken.

Overheidsinstanties kunnen Europese aanbieders van AI voor algemene doeleinden en van AI-toepassingen ondersteunen door hun producten aan te kopen en andere gebruikers en klanten te laten zien dat deze producten betrouwbaar zijn. De EU beschikt wel over het talent, de technologische knowhow en de ondernemingsgeest voor AI “made in Europe”. Maar een gebrek aan investeringen, het ontbreken van relevante IT-infrastructuur en de nog steeds versnipperde interne markt, waardoor opschaling wordt belemmerd, staan het concurrentievermogen van Europese spelers op AI-gebied in de weg.

De speciale gast

Onze speciale gast is dr. Alexandra Borchardt. Zij was dit jaar de centrale spreker tijdens het seminar Connecting EU van het EESC. Borchardt is hoofdauteur van het EBU News Report 2024 over de impact van AI op de journalistiek. Nu generatieve AI aan een forse opmars bezig is, onderzoekt zij hoe er verantwoord aan journalistiek kan worden gedaan. Hoewel sommigen in de mediasector euforisch zijn over de veelbelovende mogelijkheden van generatieve AI, brengt deze technologie wel aanzienlijke risico’s met zich mee. De kansen die AI biedt, zijn echter minstens zo groot.

Read more in all languages

Onze speciale gast is dr. Alexandra Borchardt. Zij was dit jaar de centrale spreker tijdens het seminar Connecting EU van het EESC. Borchardt is hoofdauteur van het EBU News Report 2024 over de impact van AI op de journalistiek. Nu generatieve AI aan een forse opmars bezig is, onderzoekt zij hoe er verantwoord aan journalistiek kan worden gedaan. Hoewel sommigen in de mediasector euforisch zijn over de veelbelovende mogelijkheden van generatieve AI, brengt deze technologie wel aanzienlijke risico’s met zich mee. De kansen die AI biedt, zijn echter minstens zo groot.

Borchardt is senior journalist, onafhankelijk adviseur, universitair docent en mediaonderzoeker met meer dan 25 jaar journalistieke ervaring, waarvan 15 jaar als leidinggevende. Als coach van het programma Table Stakes Europe van de World Association of News Publishers (WAN-IFRA) heeft zij de afgelopen vijf jaar 26 Europese uitgevers ondersteund bij hun digitale transformatie. Lees hier meer over haar werk.

Betrouwbare journalistiek in het tijdperk van generatieve AI

Door Alexandra Borchardt

Je zou provocerend kunnen zeggen dat journalistiek en generatieve AI tegenstrijdig zijn. Journalistiek gaat over feiten, terwijl AI waarschijnlijkheden berekent. Of is het misschien helemaal prima als journalisten de gaten in een verhaal opvullen met iets dat gewoon plausibel klinkt? Want dat is precies hoe generatieve AI werkt.

Read more in all languages

Door Alexandra Borchardt

Je zou provocerend kunnen zeggen dat journalistiek en generatieve AI tegenstrijdig zijn. Journalistiek gaat over feiten, terwijl AI waarschijnlijkheden berekent. Of is het misschien helemaal prima als journalisten de gaten in een verhaal opvullen met iets dat gewoon plausibel klinkt? Want dat is precies hoe generatieve AI werkt. Toch biedt AI enorm veel mogelijkheden om de journalistiek te verrijken. AI kan worden gebruikt bij het brainstormen, het bedenken van interviewvragen of krantenkoppen en kan worden ingezet in de datajournalistiek en snelle documentanalyse. AI is ook niet gebonden aan specifieke formaten en talen. Het kan teksten omzetten in video’s, podcasts en visuals, content transcriberen, vertalen, visualiseren en toegankelijk maken in chatformaten. Dit alles kan helpen om mensen te bereiken die er voorheen bekaaid afkwamen, zoals hyperlokale doelgroepen, mensen met lees- of begripsproblemen of andere handicaps, of mensen die gewoonweg niet geïnteresseerd zijn in traditionele vormen van berichtgeving. Zoals Ezra Eeman, directeur Strategie en Innovatie bij de Nederlandse publieke omroep (NPO), het verwoordt: “Dankzij generatieve AI kunnen we onze publieke opdracht beter vervullen. AI maakt ons werk interactiever, toegankelijker en creatiever. Met AI kunnen we ons publiek bereiken met meer content.”

Hoewel sommigen in de mediasector euforisch zijn over de veelbelovende mogelijkheden van generatieve AI, brengt deze technologie wel aanzienlijke risico’s met zich mee. De twee belangrijkste zijn het algemene verlies aan vertrouwen in de berichtgeving en de verdere erosie of zelfs het wegvallen van journalistieke bedrijfsmodellen. Zoals eerder gezegd, zijn “hallucinaties” – de neiging van generatieve AI om antwoorden te verzinnen die het met heel echt lijkende feiten en bronnen onderbouwt – inherent aan deze technologie en geen bug. Het probleem gaat zelfs nog dieper. Omdat iedereen met generatieve AI binnen enkele minuten allerlei soorten content kan maken, inclusief deepfakes, bestaat het gevaar dat het publiek helemaal geen content meer vertrouwt. Bij trainingen in mediageletterdheid wordt nu al aangeraden om voorzichtig om te gaan met content op het internet. Deze gezonde scepsis zou kunnen omslaan in compleet wantrouwen als nepcontent welig tiert. Het is nog onduidelijk of traditionele media van hun rol als wegwijzers in deze wirwar van informatie zullen kunnen profiteren, of dat alle media als onbetrouwbaar zullen worden ervaren.

De vloedgolf aan met generatieve AI verwerkte zoekopdrachten maakt de ramp nog groter omdat de journalistiek hierdoor steeds onzichtbaarder dreigt te worden. Terwijl een Google-zoekopdracht in het verleden resulteerde in een aantal links naar overwegend betrouwbare mediakanalen, worden de zoekresultaten nu steeds vaker gegenereerd door AI. Gebruikers krijgen onmiddellijk een antwoord in tekstvorm en hoeven niet meer verder op onderzoek te gaan. Het is geen wonder dat er paniek uitbreekt bij de mediabonzen. Velen van hen zetten nu in op het gebruik van AI om de efficiëntie te verhogen, wat het probleem natuurlijk niet oplost. Juist nu moet er meer geïnvesteerd worden in kwaliteitsjournalistiek om het publiek het verschil te laten zien tussen willekeurige content enerzijds en goed onderzochte, waarheidsgetrouwe en betrouwbare journalistiek anderzijds.

Er is behoefte aan een ethische benadering van het gebruik van AI in de media. Allereerst hebben mediaorganisaties een AI-strategie nodig: welke toegevoegde waarde kan de technologie hebben voor de publieke dienstverlening? Middelen moeten worden besteed aan datgene wat echt wenselijk is – zonder uit het oog te verliezen dat AI aanzienlijke milieu- en maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Het zou ook altijd een optie moeten zijn om het zonder AI te doen. Mediabedrijven moeten ook hun macht en invloed aanwenden bij de aankoop van producten, bij het lobbyen voor regelgeving en bij hun deelname aan debatten over auteursrecht en gegevensbescherming. Er staat veel op het spel. Het is absoluut noodzakelijk dat elk bedrijf de producten die het gebruikt regelmatig controleert op vooroordelen en stereotypen om verdere schade te voorkomen. Tot slot is het gevaarlijk om op eigen houtje te werk te gaan in deze snel veranderende omgeving waar elke dag nieuwe producten worden uitgebracht. Deelnemen aan en stimuleren van samenwerking binnen de sector en tussen de sector en de technologiebedrijven is essentieel om een verantwoorde koers te kunnen varen.

Het lijdt echter geen twijfel dat generatieve AI de media sterker afhankelijk zal maken van de bigtechs. Hoe meer techbedrijven AI-tools integreren in toepassingen die mensen dagelijks gebruiken, hoe minder controle mediabedrijven zullen hebben over praktijken, processen en producten. Hun ethische richtlijnen zouden dan slechts een kleine voetnoot kunnen zijn bij beslissingen die elders al lang zijn genomen.

Tegen deze achtergrond komt de volgende hypothese misschien als een verrassing: De journalistiek van morgen kan sterk lijken op die van gisteren – en hopelijk zal ze beter zijn. Maar een deel van de journalistiek van vandaag zal verdwijnen. Zoals altijd zal het gaan over feiten, verrassingen, het vertellen van verhalen en het ter verantwoording roepen van de machtigen. Over het opbouwen van stabiele, loyale en op vertrouwen gebaseerde relaties met het publiek door begeleiding te bieden, gesprekken op gang te brengen en gemeenschappen te ondersteunen. In een wereld die beheerst wordt door kunstmatige inhoud zal wat echte mensen zeggen, denken en voelen bijzonder waardevol zijn. En dit is precies wat journalisten heel goed kunnen overbrengen. AI kan de journalistiek echter helpen om veel dingen beter te doen: individuen en groepen voorzien van informatie die inspeelt op hun behoeften en levenssituatie, door inclusiever en lokaler te worden, verrijkt met gegevens op manieren die voorheen onbetaalbaar waren. Anne Lagercrantz, adjunct-directeur van de Zweedse televisie, zei hierover: “Artificiële intelligentie zal de journalistiek fundamenteel veranderen, maar hopelijk niet onze rol in de maatschappij. We moeten werken aan de geloofwaardigheid van de media-industrie. We moeten veilige ruimtes creëren waar informatie betrouwbaar is.” Tot slot kunnen we concluderen dat het AI-tijdperk niet de journalistiek op zich bedreigt, maar eerder de bedrijfsmodellen van de sector.

Deze tekst is gebaseerd op het gratis te downloaden rapport Trusted Journalism in the Age of Generative AI dat in 2024 door de European Broadcasting Union is gepubliceerd. Tekst en research door dr. Alexandra Borchardt, Kati Bremme, dr. Felix Simon en Olle Zachrison.

Ter zake

In onze column Ter zake beveelt Alain Coheur, rapporteur voor het EESC-advies Ontwikkeling van een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied de nieuwe Europese Commissie aan om gezondheidskwesties te behandelen als een prioritair thema. Hij benadrukt het samenbrengende karakter van het Europese vlaggenschipinitiatief voor gezondheid, dat moet laten zien dat Europa zich er op solidaire wijze voor inzet om gezondheidszorgstelsels te versterken en de EU tegen toekomstige crises te beschermen.

Read more in all languages

In onze column Ter zake beveelt Alain Coheur, rapporteur voor het EESC-advies Ontwikkeling van een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied de nieuwe Europese Commissie aan om gezondheidskwesties te behandelen als een prioritair thema. Hij benadrukt het samenbrengende karakter van het Europese vlaggenschipinitiatief voor gezondheid, dat moet laten zien dat Europa zich er op solidaire wijze voor inzet om gezondheidszorgstelsels te versterken en de EU tegen toekomstige crises te beschermen.

Alain Coheur

Gezondheid moet hoog op de agenda van de nieuwe Commissie staan

door Alain Coheur

Gezondheid is een fundamentele pijler van de weerbaarheid en welvaart van de EU. Het is geen onderwerp in de marge, maar een belangrijk thema voor elke Europese burger, aangezien we allemaal wel eens een beroep doen op onze zorgstelsels. Tijdens de COVID-pandemie stond gezondheid in het middelpunt van de belangstelling. Ursula von der Leyen had als Commissievoorzitter de mogelijkheid om van gezondheid een essentieel onderdeel van alle andere beleidsterreinen te maken door transversale integratie van gezondheidsbeleid te bevorderen, maar helaas heeft zij deze unieke kans aan zich voorbij laten gaan. 

Read more in all languages

door Alain Coheur

Gezondheid is een fundamentele pijler van de weerbaarheid en welvaart van de EU. Het is geen onderwerp in de marge, maar een belangrijk thema voor elke Europese burger, aangezien we allemaal wel eens een beroep doen op onze zorgstelsels. Tijdens de COVID-pandemie stond gezondheid in het middelpunt van de belangstelling. Ursula von der Leyen had als Commissievoorzitter de mogelijkheid om van gezondheid een essentieel onderdeel van alle andere beleidsterreinen te maken door transversale integratie van gezondheidsbeleid te bevorderen, maar helaas heeft zij deze unieke kans aan zich voorbij laten gaan.

Het is zaak om sectoraal hokjesdenken achter ons te laten en een coherenter, samenhangender en inclusiever Europees model te ontwikkelen ter ondersteuning van een rechtvaardige transitie waarbij mensen niet aan hun lot worden overgelaten. We moeten alle belanghebbenden samenbrengen, de sociale dialoog versterken en het maatschappelijk middenveld inspraak geven in de verschillende fases, van beleidsontwikkeling tot -uitvoering en -evaluatie.

Het EESC pleit voor een Europees vlaggenschipinitiatief op gezondheidsgebied: een krachtenbundelend initiatief dat stoelt op Europese solidariteit om onze gezondheidszorgstelsels te versterken, ongelijkheid op gezondheidsgebied te bestrijden en de burgers tegen toekomstige crises te beschermen. Centraal bij dit alomvattende initiatief staan onder meer de volgende aspecten:

  • De Europese gezondheids- en zorggarantie: een belofte aan elke Europese burger om rechtvaardige en universele toegang tot kwaliteitsvolle zorg te garanderen.
  • De One Health-benadering: de gezondheid van de mens is onlosmakelijk verbonden met die van dieren, planten en het milieu. Klimaatverandering, pandemieën en biodiversiteitsverlies zijn allemaal bedreigingen die ons dwingen tot een holistische aanpak.
  • Modernisering van onze zorgstelsels door gebruik te maken van digitale instrumenten en artificiële intelligentie, waarbij absoluut moet worden gezorgd voor cyberbeveiliging en het verbeteren van de digitale vaardigheden van zowel burgers als gezondheidswerkers.
  • Strategische sociale en gezondheidsinvesteringen. Investeren in gezondheid heeft een positief effect op het welzijn van de burgers en op het concurrentievermogen van Europa.
  • Het waarborgen van de toegang tot geneesmiddelen en het opbouwen van een innovatieve en concurrerende EU-industrie; bij de ontwikkeling daarvan moeten de gezondheid en het algemeen belang vooropstaan en moeten we minder afhankelijk worden van mondiale toeleveringsketens. Produceren op Europese bodem is essentieel om onze soevereiniteit op gezondheidsgebied te waarborgen.
  • Er moet worden gegarandeerd dat goed opgeleide en goed betaalde gezondheidswerkers in voldoende getale aanwezig zijn, door aantrekkelijke werkomstandigheden te creëren, te investeren in opleiding, verrijkende carrières mogelijk te maken en gezondheidswerkers voortdurend te ondersteunen.
  • Versterking van het beleid voor gezondheid en veiligheid op het werk, met name door middel van arbeidsgeneeskunde, programma’s voor medische checks in de werkomgeving en bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende en mutagene stoffen.
  • In het kader van de bestrijding van ongelijkheid op gezondheidsgebied, waarvoor meerdere oorzaken zijn aan te wijzen, moet de aanpak van niet-overdraagbare ziekten en van zeldzame ziekten prioriteit krijgen.
Nieuws van het EESC

EESC geeft het startschot voor zijn 15e prijs voor het maatschappelijk middenveld, die dit jaar de bestrijding van schadelijke polarisatie in de Europese samenleving als thema heeft

Maatschappelijke organisaties, individuen en particuliere ondernemingen kunnen nu met hun non-profitprojecten meedingen naar de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld, die deze keer de bestrijding van schadelijke polarisatie in de Europese samenleving als thema heeft.

Read more in all languages

Maatschappelijke organisaties, individuen en particuliere ondernemingen kunnen nu met hun non-profitprojecten meedingen naar de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld, die deze keer de bestrijding van schadelijke polarisatie in de Europese samenleving als thema heeft.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft het startschot gegeven voor zijn vijftiende prijs voor het maatschappelijk middenveld. Dit jaar is het doel van de prijs om doeltreffende, innovatieve en creatieve non-profitinitiatieven/-activiteiten in de Europese Unie te belonen die de strijd aangaan met schadelijke polarisatie in de Europese samenleving.

De maximaal vijf winnaars zullen samen een bedrag van 50 000 EUR mogen verdelen. Projecten moeten vóór 7 november 2024 om 10 uur (Belgische tijd) zijn aangemeld. De bedoeling is dat de prijsuitreiking in maart 2025 plaatsvindt, tijdens de Week van het maatschappelijk middenveld van het EESC.

Elke maatschappelijke organisatie die officieel geregistreerd is in de EU en actief is op lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau mag meedoen. Dat geldt eveneens voor iedere persoon die woonachtig is in de EU en voor ondernemingen die er geregistreerd of actief zijn, op voorwaarde dat hun projecten een strikt non-profitkarakter hebben.

Alleen projecten die in de EU worden uitgevoerd komen in aanmerking. Ze moeten al uitgevoerd of nog lopende zijn. Een volledig overzicht van de criteria en het onlineaanmeldingsformulier zijn te vinden op de webpagina van de EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld.

Allerlei soorten activiteiten en/of initiatieven kunnen meedingen naar de prijs, zoals: individuele en collectieve determinanten van schadelijke polarisatie in kaart brengen, zorgen voor meer transparantie over de financieringskanalen van organisaties, het tij van de afnemende mediapluriformiteit keren, opkomen voor vrije, diverse en onafhankelijke media, en desinformatie en nepnieuws tegengaan.

De EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld is bedoeld om meer bekendheid te geven aan de buitengewone manier waarop het maatschappelijk middenveld bijdraagt aan de totstandbrenging van een Europese identiteit en van Europees burgerschap, en aan de bevordering van de gemeenschappelijke waarden die de Europese integratie schragen. De prijs staat elk jaar in het teken van een wisselend thema dat van groot belang is voor de EU. (lm) 

EESC pleit voor krachtdadiger optreden van de EU op het gebied van de rechtstaat en is blij dat het langverwachte platfom voor het maatschappelijk middenveld er eindelijk aankomt

Na de benoeming van een nieuwe Europese commissaris voor Democratie, Justitie en de Rechtsstaat roept het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) op tot een krachtiger optreden van de EU op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten. 

Read more in all languages

Na de benoeming van een nieuwe Europese commissaris voor Democratie, Justitie en de Rechtsstaat roept het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) op tot een krachtiger optreden van de EU op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten.

Tijdens zijn septemberzitting heeft het EESC een debat over democratie gehouden. Daar werd ingegaan op de vraag hoe de EU krachtiger kan optreden tegen schendingen van de rechtsstaat en de uitholling van de democratie. In die context werd ook gesproken over het langverwachte platform voor het maatschappelijk middenveld dat de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft aangekondigd.

Het EESC ijvert al sinds 2016 voor de oprichting van dit platform, dat het maatschappelijk middenveld meer inspraak moet geven in de beleidsvorming van de EU. Het zou maatschappelijke organisaties de hoognodige ruimte bieden waarbinnen ze de EU-instellingen kunnen aanspreken en mee kunnen beslissen over belangrijke kwesties als de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en democratische vrijheden.

Joachim Herrmann van het Directoraat-generaal Justitie van de Europese Commissie presenteerde het meest recente verslag over de rechtsstaat en wees erop dat nu ook de situatie in de kandidaat-lidstaten en de impact op de interne markt in kaart worden gebracht.

Kevin Casas-Zamora van het Internationaal Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning (IDEA) prees de inzet van de EU op dit gebied, maar waarschuwde voor de aantasting van de democratie. Hij riep op tot een grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en meer gedetailleerde rapportage over de rechtsstaat. Alexandrina Najmowicz van het Europees Burgerforum drong aan op duidelijkere aanbevelingen en een systeem voor vroegtijdige waarschuwing om verdere uitholling van de democratie te voorkomen.

De deelnemers aan het debat waarschuwden voor elke vorm van zelfgenoegzaamheid. Ze benadrukten dat de toenemende problematiek van autoritaire regimes, de bedreiging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld moet worden aangepakt. Jerzy Pomianowski, hoofd van het Europees Fonds voor Democratie, waarschuwde dat het verwaarlozen van democratie vanwege meer actuele thema’s als migratie en veiligheid averechts kan werken en riep op om 5 % van de ontwikkelingshulp aan democratische programma’s te besteden.

Tijdens het debat van het EESC werd duidelijk dat het maatschappelijk middenveld onmisbaar is bij de verdediging van de rechtsstaat. Er werd opgeroepen tot een grotere betrokkenheid ervan bij de beleidsvorming van de EU. De oprichting van het platform voor het maatschappelijk middenveld, gekoppeld aan een hernieuwde inzet voor de grondrechten, is van cruciaal belang voor de toekomst van de democratie in de EU. (gb)

EESC en ECOSOCC presenteren gezamenlijke verklaring tijdens VN-Top van de Toekomst

Op 20 september hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Economische, Sociale en Culturele Raad van de Afrikaanse Unie (ECOSOCC) tijdens de VN-Top van de Toekomst in New York een gezamenlijke verklaring gepresenteerd waarin de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld bij het aanpakken van mondiale uitdagingen en het bevorderen van duurzame ontwikkeling wordt benadrukt.

Read more in all languages

Op 20 september hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Economische, Sociale en Culturele Raad van de Afrikaanse Unie (ECOSOCC) tijdens de VN-Top van de Toekomst in New York een gezamenlijke verklaring gepresenteerd waarin de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld bij het aanpakken van mondiale uitdagingen en het bevorderen van duurzame ontwikkeling wordt benadrukt.

Deze verklaring, die deel uitmaakt van het memorandum van overeenstemming tussen het EESC en de ECOSOCC, schetst hun gedeelde visie voor een eerlijkere, inclusievere en rechtvaardigere wereld. Het partnerschap tussen het EESC en de ECOSOCC is bedoeld om de aanzet te geven tot nieuwe allianties en initiatieven.

EESC-voorzitter Röpke: “Deze verklaring is veel meer dan louter woorden; het is een sterk engagement voor onze gedeelde waarden van democratie, inclusiviteit en duurzaamheid. In het licht van de dringende mondiale uitdagingen hebben we een krachtiger multilateralisme nodig waarbij het maatschappelijk middenveld echt een centrale rol krijgt.”

De gezamenlijke verklaring legt de nadruk op:

  • Een snellere vooruitgang op het gebied van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), door te pleiten voor een alomvattende strategie om de SDG’s vooruit te helpen.
  • Een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit, door bij de overgang naar klimaatneutrale economieën te zorgen voor fatsoenlijk werk en armoede uit te bannen.
  • Een wereldwijde hervorming van het mondiale financiële systeem om duurzame ontwikkeling beter te kunnen ondersteunen, met name in kwetsbare landen.
  • Genderresponsief en genderinclusief beleid integreren in klimaatactie en ontwikkelingsprogramma’s.
  • Een centrale rol voor het maatschappelijk middenveld bij de hervorming van de mondiale governance en de reorganisatie van de besluitvormingsorganen van de Verenigde Naties.
  • Betrokkenheid van jongeren en bevordering van digitale innovatie als belangrijke aanjagers van de toekomstige mondiale governance.

Het partnerschap tussen het EESC en de ECOSOCC werd geformaliseerd met de ondertekening van een memorandum van overeenstemming (MoU) op 17 juli 2024 in Accra (Ghana). Dit MoU versterkt de samenwerking op belangrijke gebieden zoals duurzame ontwikkeling, klimaatactie en betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld. Het voorziet in regelmatige bijeenkomsten, gezamenlijke bijdragen aan topontmoetingen tussen de EU en de Afrikaanse Unie en de oprichting van een permanent mechanisme voor de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld.

De samenwerking weerspiegelt het engagement van beide instellingen om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN te helpen verwezenlijken en een inclusief bestuur te bevorderen. Terwijl de nadruk wordt gelegd op het versterken van de rol van het maatschappelijk middenveld in het partnerschap tussen de EU en Afrika, wordt in het memorandum van overeenstemming onderstreept dat er gezamenlijke oplossingen moeten komen voor mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering en democratische veerkracht.

Het EESC en de ECOSOCC streven ernaar het maatschappelijk middenveld in heel Afrika mondiger te maken. (at)

EESC-resolutie over de EU na de verkiezingen: EU-instellingen moeten veiligheid vooropstellen tijdens het nieuwe wetgevingsmandaat

Het EESC heeft tijdens zijn oktoberzitting zijn goedkeuring gehecht aan een resolutie van de hand van Christa Schweng, Cinzia Del Rio en Ioannis Vardakastanis, getiteld De koers voor democratische vooruitgang in de EU: een resolutie voor het volgende wetgevingsmandaat.

Read more in all languages

Het EESC heeft tijdens zijn oktoberzitting zijn goedkeuring gehecht aan een resolutie van de hand van Christa Schweng, Cinzia Del Rio en Ioannis Vardakastanis, getiteld De koers voor democratische vooruitgang in de EU: een resolutie voor het volgende wetgevingsmandaat.

In deze periode van meerdere crises verzoekt het EESC het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Europese Commissie om gebruik te maken van de door het EESC vertegenwoordigde diversiteit om de Europese Unie te versterken.

De nieuwe zittingsperiode zou erop gericht moeten zijn om de internationale positie van de EU te versterken, de problemen in verband met haar institutionele bestel aan te pakken, de gemeenschappelijke waarden van Europa stevig te verankeren en het pad te effenen voor een duurzame economie die stoelt op een geavanceerd, inclusief sociaal model – een onontbeerlijke voorwaarde voor vooruitgang, eenheid en concurrentievermogen.

Het EESC verzoekt de EU-instellingen in deze resolutie om een zesdelig veiligheidsconcept te ontwikkelen, waarbij wordt uitgegaan van een Unie die

  • haar burgers beschermt tegen bedreigingen van buitenaf;
  • mensen beschermt tegen interne risico’s, vooral in verband met gezondheid, demografische veranderingen en armoede, en in heel Europa toegankelijke, universele sociale bescherming en het welzijn bevordert;
  • zorgt voor een concurrerende sociale markteconomie, gebaseerd op ecosystemen die productiviteit, innovatie, kwaliteitsbanen en volledige werkgelegenheid garanderen;
  • een veerkrachtige economie voor iedereen tot stand brengt;
  • zorgt voor dialoog en participatie van de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en het publiek, om zo het hoofd te bieden aan de uitdagingen en ingrijpende veranderingen die ons ook in de nabije toekomst wachten;
  • beschermt tegen de huidige en toekomstige risico’s in verband met klimaatverandering, verontreiniging en biodiversiteitsverlies.

De resolutie is het resultaat van de allereerste Week van het maatschappelijk middenveld, die in maart 2024 door het EESC werd gehouden om de mening van Europeanen van alle leeftijden, de sociale partners en de maatschappelijke organisaties te peilen. (mp)

Biodiversiteit: EESC bepleit een geïntegreerde aanpak van de drievoudige crisis van de planeet

Met de 16e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP16) in het vooruitzicht pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een geïntegreerde mondiale aanpak van de huidige biodiversiteitscrisis.

Read more in all languages

Met de 16e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP16) in het vooruitzicht pleit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor een geïntegreerde mondiale aanpak van de huidige biodiversiteitscrisis.

Naarmate de wereldwijde spanningen toenemen, wil het EESC regeringen ertoe aansporen om zich te richten op biodiversiteit als centrale oplossing voor de drieledige crisis van de planeet (klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en woestijnvorming). COP16 zal een cruciaal moment zijn om vaart te zetten achter de wereldwijde inspanningen om de ecosystemen van onze planeet te beschermen, aldus het EESC in zijn in september goedgekeurde advies.

”Zonder biodiversiteit zullen ecosystemen en economieën instorten, aangezien meer dan de helft van het mondiale bbp en 40 % van de banen rechtstreeks afhankelijk zijn van de natuur”, aldus Arnaud Schwartz, rapporteur voor het advies.

Het EESC merkt op dat biodiversiteit, de basis van ecosystemen, menselijk welzijn en economieën, moet worden geïntegreerd in meerdere beleidssectoren, zoals klimaat, landbouw en handel, en niet afzonderlijk mag worden behandeld. Zo moeten handelsovereenkomsten duurzaamheid bevorderen door ervoor te zorgen dat goederen en technologieën de ontbossing en vernietiging van habitats niet verergeren.

Ook moet dringend financiële steun worden verleend voor het behoud van de biodiversiteit. Overheidsfinanciering alleen is ontoereikend, dus een combinatie van publieke, particuliere en innovatieve financiële mechanismen is geboden.

Het EESC dringt er bij de EU op aan om landen in het Mondiale Zuiden te ondersteunen bij de bescherming van de biodiversiteit, en pleit voor de geleidelijke afschaffing van subsidies die schadelijk zijn voor de biodiversiteit, met name subsidies die fossiele brandstoffen bevorderen. Door deze subsidies te herbestemmen voor het herstel van ecosystemen kan iets worden gedaan voor zowel de klimaatverandering als het verlies aan biodiversiteit door middel van op de natuur gebaseerde oplossingen zoals herbebossing, duurzame landbouw en herstel van wetlands.

Voorts wijst het EESC op het belang van de “één gezondheid”-benadering, die de gezondheid van mens, dier en milieu met elkaar verbindt. Gezonde ecosystemen leveren kritieke diensten, zoals bestuiving, koolstofvastlegging en waterfiltratie, die alle bijdragen tot het welzijn van de mens. De achteruitgang van de biodiversiteit ondermijnt de veerkracht van ecosystemen, waardoor het risico op zoönotische ziekten zoals COVID-19 toeneemt.

Het EESC heeft er ook op aangedrongen jongeren meer bij de besluitvorming te betrekken. Voorgesteld wordt de functie van uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie voor toekomstige generaties in het leven te roepen en ervoor te zorgen dat duurzaamheid en welzijn op lange termijn voorrang krijgen boven voordelen op korte termijn. (ks) 

EU-prijzen voor de biologische sector 2024: beste biologische kmo, detailhandelaar en restaurant bevinden zich volgens het EESC in respectievelijk Italië, Spanje en Zweden

Op 23 september 2024 heeft de Europese Commissie de winnaars bekendgemaakt van de derde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) koos en bekroonde de winnaars in drie hoofdcategorieën: beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo, beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen en beste biologische restaurant.

Read more in all languages

Op 23 september 2024 heeft de Europese Commissie de winnaars bekendgemaakt van de derde editie van de EU-prijzen voor de biologische sector. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) koos en bekroonde de winnaars in drie hoofdcategorieën: beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo, beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen en beste biologische restaurant.

De winnaars zijn:

  • Beste biologische levensmiddelen verwerkende kmo: Gino Girolomoni Cooperativa Agricola (Italië), een coöperatie die in de regio de Marken biologische pasta maakt met behulp van hernieuwbare energie en daarmee meer dan 300 lokale boeren ondersteunt.
  • Beste detailhandelaar in biologische voedingsmiddelen: Saifresc (Spanje), een initiatief van boeren die 70 soorten biologische groenten en fruit produceren op 30 hectare biologische landbouwgrond, een circulaire economie promoten en educatieve workshops aanbieden.
  • Beste biologische restaurant / maaltijdproducent: Kalf & Hansen (Zweden), een restaurantketen gespecialiseerd in 100% biologische Scandinavische seizoensgerechten, bekend om zijn duurzame inkoop en zijn hechte banden met lokale producenten.

Peter Schmidt, voorzitter van de afdeling Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu (NAT) van het EESC, prees de winnaars en merkte op dat met de prijzen innovatie en uitmuntendheid in de biologische sector van de EU worden erkend. Hij wees erop dat een betere toegankelijkheid en betaalbaarheid van biologische producten van essentieel belang is om de sector verder te laten groeien en de EU te helpen haar doelstelling – 25 % biologische landbouw in 2030 – te halen. “Met landbouwbeleid sociale problemen oplossen is echter de verkeerde aanpak. Sociaal beleid moet ervoor zorgen dat Europese burgers zich biologische producten kunnen veroorloven”, voegde hij daaraan toe.

De EU-prijzen voor de biologische sector maken deel uit van het initiatief Biodag van de EU, dat in 2021 is gelanceerd om de schijnwerper te richten op de voordelen van de biologische landbouw. De biologische landbouw, die ondersteund wordt door het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU, heeft een sterke groei doorgemaakt: van 5,9 % van de landbouwgrond in de EU in 2012 tot 10,5 % in 2022 en met een detailhandelverkoop die in 2022 was gestegen tot 45 miljard EUR. Ondanks economische problemen blijft de EU na de VS de grootste biologische markt ter wereld. (ks) 

Het EESC op de COP29

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal ook in 2024 weer deelnemen aan de COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN. De COP29 wordt gehouden in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.

Read more in all languages

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zal ook in 2024 weer deelnemen aan de COP, de jaarlijkse klimaatconferentie van de VN. De COP29 wordt gehouden in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe.

Het EESC zal worden vertegenwoordigd door Peter Schmidt, voorzitter van de ad-hocgroep COP, en de jongerenafgevaardigde van het EESC bij de COP, Diandra Ní Bhuachalla. Tijdens de conferentie zal het EESC de boodschappen uit zijn onlangs goedgekeurde advies over klimaatfinanciering herhalen en opnieuw oproepen tot een inclusieve en rechtvaardige transitie, om ervoor te zorgen dat klimaatactie de sociale ongelijkheid niet vergroot. Ook zal het EESC pleiten voor duurzame agrovoedingssystemen, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, groene technologieën en de onderlinge afstemming van de biodiversiteits- en klimaatdoelstellingen. Door deel te nemen aan de COP29 wil het EESC ervoor zorgen dat de stem van het Europees maatschappelijk middenveld wordt gehoord en dat de conferentie evenwichtige, sociaal rechtvaardige oplossingen voor de klimaatcrisis oplevert. (ks) 

Het EESC brengt het Europees burgerinitiatief buiten Brussel

Op 4 oktober heeft de ad-hocgroep Europees burgerinitiatief (EBI) van het EESC in Zagreb een debat gehouden met als thema Het Europees burgerinitiatief — stand van zaken in Kroatië. In het kader van het debat praatten de leden van de ad-hocgroep met lokale belanghebbenden over hun ervaringen, standpunten en ideeën. Het ging daarbij vooral over de zichtbaarheid en bekendheid van het Europees burgerinitiatief (EBI) in Kroatië en over lessen die zijn geleerd en goede praktijken die tot dusver in kaart zijn gebracht. Het EBI is een instrument waarmee burgers van de Europese Unie rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen op het EU-beleid door nieuwe wetgeving voor te stellen.

Read more in all languages

Op 4 oktober heeft de ad-hocgroep Europees burgerinitiatief (EBI) van het EESC in Zagreb een debat gehouden met als thema Het Europees burgerinitiatief — stand van zaken in Kroatië. In het kader van het debat praatten de leden van de ad-hocgroep met lokale belanghebbenden over hun ervaringen, standpunten en ideeën. Het ging daarbij vooral over de zichtbaarheid en bekendheid van het Europees burgerinitiatief (EBI) in Kroatië en over lessen die zijn geleerd en goede praktijken die tot dusver in kaart zijn gebracht. Het EBI is een instrument waarmee burgers van de Europese Unie rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen op het EU-beleid door nieuwe wetgeving voor te stellen.

Het in Zagreb gehouden debat met als thema Het Europees burgerinitiatief — stand van zaken in Kroatië was het eerste evenement van dit soort dat de ad-hocgroep buiten Brussel hield. In het gebouw van de Kroatische handels- en ambachtskamer (Hrvatska Obrtnička Komora) verwelkomden de leden van de ad-hocgroep van het EESC Margareta Mađerić, staatssecretaris bij het Kroatische ministerie van Arbeid, Dino Zorić van het ministerie van Justitie, vertegenwoordigers van de Europese Commissie en het EBI-forum, en tal van deelnemers die Europe Direct-centra, universiteiten, lokale overheden en nationale sociaaleconomische raden vertegenwoordigden, evenals Kroatische EBI-ambassadeurs, EBI-organisatoren, universiteitsstudenten en andere EBI-stakeholders.

Het debat werd in de namiddag gevolgd door een reguliere EBI-vergadering van de ad-hocgroep en een wandeling door het centrum van Zagreb, waarbij de leden van de ad-hocgroep het Europees paspoort voor de democratie uitreikten aan Kroaten.

Met haar werkprogramma 2023-2025 wil de ad-hocgroep de actieve deelname van het EESC aan het Europees burgerinitiatief verder opvoeren. Zij is van plan vergaderingen buiten Brussel te blijven organiseren, omdat die een goede gelegenheid bieden om met lokale EBI-stakeholders van gedachten te wisselen en het EBI op nationaal en lokaal niveau onder de aandacht te brengen.

De ad-hocgroep Europees burgerinitiatief, die momenteel wordt voorgezeten door EESC-lid Violeta Jelić, werd in 2013 opgericht om politieke sturing te geven aan het EBI en de ontwikkelingen op dit gebied te volgen.

Het Europees burgerinitiatief, waarvoor het Verdrag van Lissabon de voorwaarden schiep, kwam in 2012 tot stand en is het allereerste instrument voor participerende democratie op transnationaal niveau. Het komt erop neer dat een groep van ten minste één miljoen EU-burgers uit ten minste zeven lidstaten de Europese Commissie kan verzoeken wetgeving voor te stellen. Daarmee komt het initiatief het dichtst bij een wetgevingsinitiatief van de burger. 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft zich van meet af aan zeer actief ingezet om het Europees burgerinitiatief handen en voeten te geven en onder de aandacht te brengen. (ep)

Cyberbeveiligingsdagen bij het EESC en het CvdR in Brussel

Van 2 t/m 4 oktober vond bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s (CvdR) in Brussel een evenement plaats in het kader van de Europese maand van de cyberbeveiliging (ECSM). Prominente vertegenwoordigers van EU-instellingen, regionale overheden en maatschappelijke organisaties bespraken er de uitdagingen waarmee we in het snel veranderende cyberlandschap van vandaag te maken hebben. ​

Read more in all languages

Van 2 t/m 4 oktober vond bij het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s (CvdR) in Brussel een evenement plaats in het kader van de Europese maand van de cyberbeveiliging (ECSM). Prominente vertegenwoordigers van EU-instellingen, regionale overheden en maatschappelijke organisaties bespraken er de uitdagingen waarmee we in het snel veranderende cyberlandschap van vandaag te maken hebben. ​

De 12e editie van de ECSM stond in het teken van social engineering, een verschijnsel dat een groeiende dreiging vormt en waarbij wordt geprobeerd het gedrag van mensen zodanig te beïnvloeden dat de beveiliging wordt doorbroken en er op ongeoorloofde wijze toegang wordt gekregen tot informatie en diensten.

Van het evenement moet vooral het volgende worden onthouden:

  1. Met de nieuwe cyberbeveiligingsverordening wordt voor de EU-instellingen en de lidstaten een gemeenschappelijke basis vastgesteld.
  2. Om zwakke plekken in kaart te brengen en werk te maken van risicobeperkende strategieën, moeten er regelmatig risicobeoordelingen worden uitgevoerd.
  3. Nieuwe dreigingen, zoals door AI aangedreven aanvallen en kwantumcomputing, vergen innovatieve tegenmaatregelen.
  4. Regionale overheden kunnen lokale entiteiten in belangrijke mate helpen door middel van kennisdeling, technische bijstand en opleidingsprogramma’s op maat.
  5. Social-engineeringaanvallen die door AI worden gestuurd, komen steeds vaker voor. Het bestrijden ervan vereist een op samenwerking gebaseerde aanpak waarbij met factoren op allerlei terreinen rekening wordt gehouden.

Meer informatie over het evenement vindt u hier. (lp)

EESC-info – Filmvertoning: Das Lehrerzimmer

Op dinsdag 17 september werd bij het EESC Das Lehrerzimmer vertoond, winnaar van de LUX - Europese publieksprijs voor de beste film. 

Read more in all languages

Op dinsdag 17 september werd bij het EESC Das Lehrerzimmer vertoond, winnaar van de LUX - Europese publieksprijs voor de beste film.

In deze film van de Duitse regisseur İlker Çatak zijn de uitdagingen waarmee een leerkracht wordt geconfronteerd aanleiding voor een bespiegeling over bredere kwesties in het onderwijsstelsel. Na de vertoning nam het publiek deel aan een debat onder leiding van Laurențiu Plosceanu, EESC-vicevoorzitter voor Communicatie. Daarbij gingen onder meer Jan Wilker en Tatjana Babrauskienė dieper in op de thema’s van de film en de relevantie ervan in het licht van actuele sociale kwesties.

Deze filmsessie maakt deel uit van een reeks die het EESC in samenwerking met de LUX-publieksprijs van het Europees Parlement organiseert als uiting van de inzet en de rol van het EESC bij het stimuleren van de dialoog over urgente sociale kwesties. 

Nieuws van de groepen

Het verslag van Mario Draghi toont ons de weg vooruit. Hebben we de moed en politieke wil om het concurrentievermogen van de EU te herstellen?

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

In het verslag van Mario Draghi wordt eens te meer de aandacht gevestigd op de dringende noodzaak om de economische uitdagingen van Europa aan te pakken. Net als in het verslag van Letta luidt Draghi de noodklok: Europa staat voor een beslissend moment en we kunnen het ons niet veroorloven zelfgenoegzaam te zijn.

Read more in all languages

Door Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC

In het verslag van Mario Draghi wordt eens te meer de aandacht gevestigd op de dringende noodzaak om de economische uitdagingen van Europa aan te pakken. Net als in het verslag van Letta luidt Draghi de noodklok: Europa staat voor een beslissend moment en we kunnen het ons niet veroorloven zelfgenoegzaam te zijn.

Er staat meer op het spel dan ooit tevoren: de afgelopen twee decennia was de economische groei in de EU beduidend lager dan in de Verenigde Staten, terwijl China de achterstand snel heeft ingelopen. Tussen 2002 en 2023 is het verschil tussen het bbp van de EU en dat van de VS (tegen prijzen van 2015) toegenomen van iets meer dan 15 % tot een zorgwekkende 30 %. De kloof is zelfs nog dieper wanneer wordt gekeken naar de koopkrachtpariteit (kkp): het verschil is toegenomen van 12 % tot maar liefst 34 %.

Een van de grootste uitdagingen wordt gevormd door het Europese regelgevingskader. De cijfers spreken voor zich: van 2019 tot 2024 heeft de EU ongeveer 13 000 wetgevingshandelingen vastgesteld, de VS circa 3 500.

Deze overdaad aan regelgeving heeft aanzienlijke nalevingskosten voor bedrijven met zich meegebracht, waardoor er minder middelen overblijven voor innovatie en het verbeteren van de prestaties. Bovendien heeft dit geleid tot de verontrustende trend dat bedrijven naar landen buiten de EU verhuizen: 30 % van de Europese unicorns is tussen 2008 en 2021 weggetrokken uit de Unie.

Zoals Draghi benadrukt, zullen alleen investeringen Europa niet vooruithelpen. Er moet tevens voor worden gezorgd dat hervormingen tot betekenisvolle vooruitgang leiden. De eengemaakte markt moet worden voltooid, belemmeringen moeten worden weggenomen en er moet prioriteit worden gegeven aan een samenhangende aanpak om de lasten te verminderen en regelgeving te stroomlijnen. Dit zijn belangrijke stappen die onmiddellijk en zonder politiek getouwtrek kunnen worden genomen en die tastbare voordelen zouden opleveren voor bedrijven, met name voor kmo’s, die de ruggengraat van onze economieën vormen.

Bovendien mogen we niet voorbijgaan aan de verwevenheid van onze sectoren en economieën. Verbeteringen op een bepaald gebied kunnen een positief domino-effect hebben op andere gebieden. Zo kan de integratie van AI en datagestuurde technologieën ten goede komen aan een slimmer energiebeheer in verschillende bedrijfstakken, van geavanceerde productieprocessen tot precisielandbouw, waardoor de kosten en uitstoot aanzienlijk worden verlaagd. Dat zijn de synergieën die we moeten nastreven.

De weg vooruit is duidelijk. Europa beschikt over het vermogen, het talent en het innovatiepotentieel om zijn concurrentievoordeel terug te winnen. Maar dit vraagt om een sterke politieke wil, samenwerking en een focus op strategische langetermijndoelstellingen. Het is nu aan ons — EU-instellingen en lidstaten — om deze kansen om te zetten in maatregelen die echte veranderingen teweegbrengen.

Is er een tekort aan vaardigheden? Waar is de commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten in de nieuwe Commissie?

Door de groep Werknemers van het EESC

Bij de voorstelling van de nieuwe leden van de Europese Commissie valt meteen op dat de functie van commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten is geschrapt en dat er in de plaats daarvan een commissaris voor “Mensen, Vaardigheden en Paraatheid” is gekomen. Het gebruik van het woord “mensen” roept heel wat vragen op. 

Read more in all languages

Door de groep Werknemers van het EESC

Bij de voorstelling van de nieuwe leden van de Europese Commissie valt meteen op dat de functie van commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten is geschrapt en dat er in de plaats daarvan een commissaris voor “Mensen, Vaardigheden en Paraatheid” is gekomen. Het gebruik van het woord “mensen” roept heel wat vragen op. Zouden immers niet bijna alle portefeuilles betrekking moeten hebben op mensen? Ook bij jargon als “paraatheid” - een term die ook in de titel van een andere portefeuille voorkomt - vallen de nodige kanttekeningen te maken.

De kern van de zaak echter is wat hier ontbreekt en wat is weggevallen. Sociaal beleid en werkgelegenheid zijn op de achtergrond geraakt en hebben het veld moeten ruimen voor concurrentievermogen. De cryptische en soms bloemrijke benamingen van sommige andere functies spreken boekdelen. Een greep uit de titels: “Uitvoering en Vereenvoudiging”, “Welvaart”, en “Waterweerbaarheid”.

De portefeuille voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid bestaat al sinds de jaren 1970, maar werd in 2019 omgedoopt tot Werkgelegenheid en Sociale Rechten. De desbetreffende commissaris was bevoegd voor een aantal belangrijke beleidsgebieden, zoals de Europese pijler van sociale rechten en de daarmee samenhangende verstrekkende initiatieven. Kwaliteitsbanen, gelijkheid, de sociale dialoog en fatsoenlijke arbeids- en levensomstandigheden blijven van fundamenteel belang voor het voortbestaan van onze democratieën.

Tegenwoordig echter is het al vaardigheden wat de klok slaat en hebben we het niet meer over werkgelegenheid. Het idee dat veel van onze huidige problemen voortkomen uit een tekort aan vaardigheden lijkt in sommige kringen gemeengoed te zijn geworden. Bedrijven hebben moeite om voldoende geschoolde arbeidskrachten te vinden. Dat behoeft geen verwondering te wekken. Voor instapbanen zijn meerdere jaren werkervaring vereist en het is niet ongebruikelijk dat eisen worden gesteld als een doctorsgraad, uitgebreide talenkennis en een waslijst aan getuigschriften voor vaardigheden die in slechts een paar maanden op de werkvloer zouden kunnen worden aangeleerd. Bovendien dekken de geboden salarissen maar al te vaak nauwelijks de kosten van levensonderhoud. En dan hebben we het alleen nog maar over functies voor hoogopgeleiden, die toch al aan het langste eind trekken.

Dit lukraak strooien met jargon, in combinatie met een narratief dat voornamelijk om het concurrentievermogen draait, is bijzonder zorgwekkend, om een geliefde uitdrukking van de Commissie te gebruiken. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat welzijn, kwaliteitsbanen en fatsoenlijke lonen al lang en breed verworven zijn en dat het nu alleen nog zaak is het tekort aan vaardigheden aan te pakken. Het ziet er echter naar uit dat het met name de nieuwe commissarissen zijn die bepaalde vaardigheden ontberen: zij zien niet wat er echt speelt en zijn niet in staat een en ander in perspectief te plaatsen en realistische oplossingen aan te dragen. Laten we hopen dat de nieuwe commissarissen in weerwil van de gecreëerde perceptie toch met sterke voorstellen zullen komen om de sociale en arbeidsrechten, de democratie en de strijd tegen klimaatverandering kracht bij te zetten.

Generaties met elkaar verbinden: bevordering van intergenerationele dialoog, rechtvaardigheid en solidariteit in de EU

Door Krzysztof Balon, rapporteur voor het EESC-advies “Een horizontale EU-aanpak ter bevordering van Europese solidariteit tussen de generaties”.

In het Verdrag betreffende de Europese Unie staat onder meer: “De Unie (...) bevordert (...) de solidariteit tussen generaties”.

Read more in all languages

Door Krzysztof Balon, rapporteur voor het EESC-advies “Een horizontale EU-aanpak ter bevordering van Europese solidariteit tussen de generaties”.

In het Verdrag betreffende de Europese Unie staat onder meer: “De Unie (...) bevordert (...) de solidariteit tussen generaties”.

Europese samenlevingen worden echter verdeeld door leeftijdsdiscriminatie, een negatieve houding ten opzichte van bepaalde leeftijdsgroepen en demografische trends in combinatie met meerdere crises; allemaal factoren die echte inclusie en participatie in de weg staan. Deze problemen treffen niet alleen oudere generaties, maar zullen ook een weerslag hebben op de jongere generaties van nu.

Maar als er een intergenerationele dialoog wordt gevoerd en de economische ontwikkeling positief wordt beïnvloed, kan er op duurzame wijze in de behoeften van de verschillende generaties worden voorzien, wat de democratie en de sociale samenhang ten goede komt. De intergenerationele dialoog zou moeten werken als een vorm van burgerdialoog.

Het is in dit verband hoog tijd dat er een nieuwe politieke aanpak van solidariteit tussen de generaties komt.

Het EESC roept de Europese Commissie dan ook op om een groenboek over intergenerationele solidariteit te publiceren, dat voorstellen zou moeten bevatten uit het EESC-advies Bevordering van Europese solidariteit tussen de generaties, onder meer over de arbeidsmarkt, pensioenstelsels en gezondheids- en zorgdiensten. De lidstaten dienen goede praktijken op deze gebieden uit te wisselen. Om deze inspanningen te schragen zou solidariteit tussen de generaties een van de doelstellingen van de verordeningen betreffende het Europees Sociaal Fonds 2027-2034 moeten worden.

Bij de planning en uitvoering van specifiek beleid spelen maatschappelijke organisaties en sociale partners een essentiële rol. Het EESC zou een forum voor intergenerationele solidariteit kunnen opzetten om informatie en ervaringen uit te wisselen en in nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties en andere relevante stakeholders nieuwe ideeën te ontwikkelen. Met medewerking van de Europese Commissie zou het forum ook in de gaten kunnen houden hoe de benadering van intergenerationele solidariteit in de EU ontwikkeld en toegepast wordt.

Soon in the EESC/Cultural events

EESC-seminar Connecting EU: Journalistiek is een publiek goed waarvoor de EU op de bres moet staan

Op 17 en 18 oktober heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zijn belangrijkste jaarlijkse communicatie-evenement “Connecting EU” gehouden, waar communicatoren van maatschappelijke organisaties bijeenkomen. Onder de titel “Een bastion van democratie: journalistiek helpen overleven en floreren" richtte het seminar zich dit jaar op de huidige situatie van de media en hun plaats in de samenleving. 
Tijdens het seminar werd erop gewezen dat journalisten steeds meer onder druk staan van regeringen en particuliere belangen die de mediavrijheid beknotten Naast de bekende obstakels worden zij nu geconfronteerd met de opkomst van generatieve AI, die, ondanks de voordelen ervan, de economische grondslagen van de journalistiek bedreigt.

Read more in all languages

Op 17 en 18 oktober heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zijn belangrijkste jaarlijkse communicatie-evenement “Connecting EU” gehouden, waar communicatoren van maatschappelijke organisaties bijeenkomen. Onder de titel “Een bastion van democratie: journalistiek helpen overleven en floreren" richtte het seminar zich dit jaar op de huidige situatie van de media en hun plaats in de samenleving. Tijdens het seminar werd erop gewezen dat journalisten steeds meer onder druk staan van regeringen en particuliere belangen die de mediavrijheid beknotten Naast de bekende obstakels worden zij nu geconfronteerd met de opkomst van generatieve AI, die, ondanks de voordelen ervan, de economische grondslagen van de journalistiek bedreigt.

"Wat is waarheid? Deze eeuwenoude vraag is weer actueel met AI, gelet op het nepnieuws, samenzweringstheorieën en autoritaire regimes, die alle systematisch een weloverwogen debat, nauwkeurigheid en respectvolle discussie ondermijnen. Het is hoog tijd dat we bijeenkomen om te zoeken naar vragen en antwoorden die ons binnen de EU verenigen”, aldus de voorzitter van het EESC, Oliver Röpke.

“Weinigen hadden 20 jaar geleden kunnen voorspellen dat in 2024 de meesten van ons niet langer de ochtendkrant zouden lezen bij de koffie, maar het nieuws op hun telefoon via nieuwssites en steeds meer ook via sociale media tot zich zouden nemen”, zei Aurel Laurențiu Plosceanu, vicevoorzitter van het EESC voor communicatie. “Maar achter nieuwe uitdagingen blijven oude uitdagingen schuilgaan.” Journalisten vechten nog steeds tegen hun oude vijanden: censuur, ondoorzichtig eigendom van de media, onvoldoende financiering en beperkende mediawetten, om er maar een paar te noemen.”

Ricardo Gutiérrez, secretaris-generaal van de Europese Federatie van Journalisten, benadrukte dat het werk van journalisten moet worden behandeld als een “openbare dienst” of “publiek goed” dat wordt bedreigd door economische uitdagingen, intimiderende rechtszaken (SLAPP’s) en direct geweld (14 journalisten vermoord in de EU sinds 2015).

“Journalistiek wordt een gevaarlijker beroep dan ooit”, aldus Jerzy Pomianowski, uitvoerend directeur van het Europees Fonds voor Democratie, onder verwijzing naar de vervolging van journalisten in Belarus. Andrey Gnyot, een Belarussische cineast, activist en journalist die huisarrest heeft in Belgrado en dreigt te worden uitgeleverd, deelde in zijn videoboodschap mee dat "de poging om de waarheid en het fatsoen met grof geweld te vernietigen" de grootste bedreiging voor de journalistiek vormt.” Ook de Belarussische journalist Hanna Liubakova, bij verstek veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, merkte op dat er in Belarus 33 journalisten gevangen zitten en dat zelfs een abonnement op haar socialemediakanaal kan leiden tot gevangenisstraf.

Dr. Alexandra Borchardt, senior journalist, onafhankelijk adviseur, media-onderzoeker en hoofdauteur van het EBU-rapport “Trusted Journalism in the Age of Generative AI”, maakte wat zij noemde de “provocerende” opmerking dat “journalistiek en generatieve AI op gespannen voet staan met elkaar omdat journalistiek over feiten gaat en generatieve AI op kansberekening is gebaseerd, dus niet over feiten gaat”. Daarom moet AI op feiten worden gecontroleerd,” zei ze in haar thematoespraak “Trusted Information in the Age of Generative AI”.

Mevrouw Borchardt waarschuwde de media voor een “digitale kloof”, waarbij een deel van de samenleving het tijdperk van AI omarmt en de rest zich hiertegen verzet. Als de media zich niet aanpassen, dreigen ze het onderspit te delven in de strijd om AI te gebruiken om te moderniseren en om het publiek te bereiken. Eén van de uitdagingen voor de media als gevolg van generatieve AI is het verlies van zichtbaarheid voor journalisten in een op AI gebaseerd bedrijfsmodel en het gebrek aan controle over inhoud.

De overdaad aan informatie die AI massaal kan produceren, kan leiden tot overbelasting van het publiek. “Willen jongeren nog journalist worden als ze moeten concurreren met AI?” vroeg mevrouw Borchardt. (ll)

Het vermoorden van journalisten zal de waarheid niet tot zwijgen brengen

Een van de sprekers tijdens het panel over onderzoeksjournalistiek van Connecting EU 2024 was Lukáš Diko, directeur van het Ján Kuciak Investigative Centre. Hij sprak met ons over het werk van onderzoeksjournalisten in het huidige Slowakije, waar de aanvankelijke steun voor een vrije pers en de strijd tegen corruptie na de moord op Ján Kuciak plaatsmaakten voor een gebrek aan vertrouwen in onafhankelijke media en een vijandige sfeer jegens journalisten.

Read more in all languages

Een van de sprekers tijdens het panel over onderzoeksjournalistiek van Connecting EU 2024 was Lukáš Diko, directeur van het Ján Kuciak Investigative Centre. Hij sprak met ons over het werk van onderzoeksjournalisten in het huidige Slowakije, waar de aanvankelijke steun voor een vrije pers en de strijd tegen corruptie na de moord op Ján Kuciak plaatsmaakten voor een gebrek aan vertrouwen in onafhankelijke media en een vijandige sfeer jegens journalisten.

1.  De moord op uw collega Ján Kuciak, de eerste moord op een journalist in Slowakije sinds de onafhankelijkheid, heeft niet alleen in uw land, maar ook in de EU een schokgolf teweeggebracht. Wat is het laatste nieuws over de rechtszaak tegen de daders?

Het is zesenhalf jaar geleden dat Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová werden vermoord vanwege Jáns onderzoekswerk. Desondanks loopt het onderzoek nog en kan het nog langer duren. Op dit moment zijn de moordenaar, zijn chauffeur en de tussenpersoon veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. In de processen tegen het vermeende meesterbrein, zakenman Marian Kočner, en zijn naaste medewerkster Alena Zsuzsová, die volgens het onderzoek opdracht gaf tot de moord, wordt echter nog gewacht op beslissingen in hoger beroep van het Hooggerechtshof. Zsuzsová werd door de rechter in eerste aanleg veroordeeld, terwijl Kočner werd vrijgesproken. Een nieuw proces is ook mogelijk, afhankelijk van het komende besluit. Kočner en Zsuzsová hadden beiden al lange tijd in de gevangenis gezeten voor andere misdaden. In het Ján Kuciak Investigative Center (ICJK) hebben we het proces op de voet gevolgd, omdat een van onze belangrijkste doelen is om de nalatenschap van Jan te behouden door zijn onderzoekswerk voort te zetten.

2. Wat is er, na de eerste schok en protesten tegen de moorden die hebben geleid tot het aftreden van de toenmalige premier Robert Fico, volgens u veranderd in de publieke opinie zodat de heer Fico weer aan de macht kon komen?

Na de moord op Ján en Martina in 2018 was de hele samenleving geschokt. Slowakije maakte de grootste volksprotesten mee sinds de Fluwelen Revolutie van 1989, die tot de val van het communisme had geleid. De protesten leidden tot het aftreden van premier Robert Fico en minister van Binnenlandse Zaken Robert Kaliňák. De mensen steunden journalisten, iedereen wilde een onderzoeksjournalist zijn en mensen maakten zich druk om corruptie. Profiterend van deze stemming won de oppositie de verkiezingen in 2020 met een anticorruptieagenda. Maar kort daarna kwam de COVID-19-pandemie met al haar problemen, wanbeheer en politieke onrust. Als ervaren politicus heeft Robert Fico munt geslagen uit de antivaccinatieprotesten, die hem de wind in de zeilen gaven. Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, heeft hij ook zijn pro-Russische discours opgevoerd, waardoor zijn partij, Smer, opnieuw steun kon verzamelen. Slowakije is bijzonder kwetsbaar voor propaganda en hoaxes, en deze factoren hebben ertoe bijgedragen dat Robert Fico en zijn partij de verkiezingen van 2023 hebben gewonnen.

3. Hoe gevaarlijk is het om nu een onderzoeksjournalist in Slowakije te zijn? Met welke nieuwe bedreigingen wordt u geconfronteerd bij uw werk?

De afgelopen jaren zijn in de EU-lidstaten vier onderzoeksjournalisten vermoord: Daphne Caruana Galizia in Malta in 2017, Ján Kuciak in Slowakije in 2018, Giorgos Karaivaz in Griekenland in 2021 en Peter R. de Vries in Nederland in 2021. Onderzoeksjournalist zijn in Europa is gevaarlijk geworden. Maar we kunnen ook stellen dat de moord op een journalist de waarheid niet het zwijgen zal opleggen en dat de waarheid aan het licht zal komen. Dat hebben we in al die landen gezien.

Ondanks deze afschuwelijke moorden stijgt het aantal verbale of onlineaanvallen tegen journalisten in Slowakije nog steeds, vaak opgehitst door politici, onder wie de premier, en vaak aanzettend tot pesterijen en lastercampagnes tegen journalisten. Deze vijandige sfeer tegen journalisten en onafhankelijke media leidt tot andere acties tegen hen. De laatste tijd is het aantal SLAPP’s gestegen, waarbij premier Fico bijvoorbeeld de hoofdredacteur van Aktuality.sk heeft aangeklaagd voor het gebruik van zijn foto op de omslag van een boek. De meest recente zaak betrof het misbruik van rechtshandhaving om journalisten te intimideren, wat een van onze collega’s bij ICJK overkwam. Al deze aanvallen leiden ertoe dat het vertrouwen van het publiek in de onafhankelijke media wordt ondermijnd en dat er een algehele vijandige sfeer jegens journalisten ontstaat. Als gevolg daarvan neemt het aantal onderzoeksjournalisten in het land af, en weinig jongeren ambiëren het om onderzoeksjournalist te worden. Positief is dat we bij ICJK het project Safe.journalism.sk hebben opgestart, dat training in persoonlijke en digitale veiligheid voor journalisten biedt, evenals juridische en psychosociale hulp aan journalisten die worden bedreigd en aangevallen.

Lukáš Diko is hoofdredacteur en voorzitter van het Ján Kuciak-onderzoekscentrum (ICJK). Lukáš is onderzoeksjournalist en een prominent figuur in de media, waarin hij al ruim 20 jaar werkzaam is. Hij was directeur nieuws, sport en publieke zaken van de Slowaakse publieke omroep RTVS. Lukáš is ook medeauteur van de in 2011 goedgekeurde gedragscode van Slowaakse journalisten.

Uitmuntende journalistiek in de schijnwerpers - de Daphne Caruana Galizia-prijs

Het Connecting EU-seminar van dit jaar werd georganiseerd met steun van de Daphne Caruana Galizia-prijs voor journalistiek. Deze prijs wordt jaarlijks in oktober uitgereikt door het Europees Parlement en bekroont moedige onderzoeksjournalistiek. Lees meer over de prijs en de prijsuitreiking op 23 oktober!

Read more in all languages

Het Connecting EU-seminar van dit jaar werd georganiseerd met steun van de Daphne Caruana Galizia-prijs voor journalistiek. Deze prijs wordt jaarlijks in oktober uitgereikt door het Europees Parlement en bekroont moedige onderzoeksjournalistiek. Lees meer over de prijs en de prijsuitreiking op 23 oktober!

In een notendop

De Daphne Caruana Galizia-prijs voor journalistiek werd in 2021 in het leven geroepen als eerbetoon aan de gelijknamige Maltese journaliste en blogger die in 2017 werd vermoord. De award wordt jaarlijks toegekend voor uitzonderlijke journalistieke prestaties die de kernwaarden en -beginselen van de Europese Unie weerspiegelen, zoals vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en mensenrechten.

De winnaar van de editie 2024 zal worden bekendgemaakt tijdens de prijsuitreiking die op 23 oktober om 18 uur plaatsvindt in het Europees Parlement (EP) in Straatsburg. U kunt het evenement hier live volgen. Een onafhankelijke jury, bestaande uit journalisten en communicatiedeskundigen uit de hele EU, heeft 13 inzendingen geselecteerd.

Na een woord van welkom van de voor de prijs verantwoordelijke vicevoorzitter van het EP, Pina Picierno, gaat het woord naar EP-voorzitter Roberta Metsola voor haar openingstoespraak. Vervolgens geeft een jurylid een korte toelichting bij de prijs, waarna de prijs aan de winnaar wordt overhandigd door een vertegenwoordiger van de winnaars van vorig jaar.

Terugblik

In de eerste editie (2021) ging de prijs naar “The Pegasus Project”, gecoördineerd door het journalistennetwerk Forbidden Stories. In 2022 werden Clément Di Roma en Carol Valade bekroond voor hun documentaire “The Central African Republic under Russian Influence”. In 2023 werd de prijs toegekend voor gezamenlijk onderzoek naar de migrantenschipbreuk voor de kust van Pylos, gevoerd door het Griekse onderzoekscentrum Solomon in samenwerking met Forensis, de Duitse publieke omroep StrgF/ARD en de Britse krant The Guardian.

Persseminar

Voorafgaand aan de prijsuitreiking houdt de afdeling Mediadiensten van het Europees Parlement een persseminar over “bescherming van de mediavrijheid” (23 oktober, 15 uur). Ongeveer 65 journalisten worden verwacht voor inspirerende toespraken en discussies (in aanwezigheid van Matthew Caruana Galizia, journalist en zoon van Daphne Caruana Galizia)

waar journalisten zullen getuigen over de bedreigingen waarmee zij tijdens het werk zijn geconfronteerd. Een van hen is Stefania Battistini, een Italiaanse journaliste die recent op de Russische opsporingslijst is gezet vanwege een verslag over de oorlog in Oekraïne. U kunt het seminarhier via webstream volgen.

Twee jaar Hannah Arendt-initiatief: bescherming van journalisten in crisisregio’s en in ballingschap

Een van de programma’s dat werd voorgesteld tijdens het EESC-seminar Connecting EU van 2024 over journalistiek is het Hannah Arendt-initiatief. Dit is een netwerk van maatschappelijke organisaties dat journalisten ondersteunt en beschermt die onder extreme druk werken en het slachtoffer zijn van censuur, intimidatie en vervolging. Het beschermingsprogramma wordt gefinancierd door de Duitse federale overheid en biedt journalisten overal in de wereld — van Afghanistan en Soedan tot Rusland en Oekraïne — op allerlei manieren broodnodige hulp, zowel in hun land van herkomst als in ballingschap.

Read more in all languages

Een van de programma’s dat werd voorgesteld tijdens het EESC-seminar Connecting EU van 2024 over journalistiek is het Hannah Arendt-initiatief. Dit is een netwerk van maatschappelijke organisaties dat journalisten ondersteunt en beschermt die onder extreme druk werken en het slachtoffer zijn van censuur, intimidatie en vervolging. Het beschermingsprogramma wordt gefinancierd door de Duitse federale overheid en biedt journalisten overal in de wereld — van Afghanistan en Soedan tot Rusland en Oekraïne — op allerlei manieren broodnodige hulp, zowel in hun land van herkomst als in ballingschap.

Wanneer kritische stemmen het zwijgen wordt opgelegd, journalisten gevangen worden gezet en mediakanalen volledig worden opgedoekt, heeft het publiek geen toegang meer tot onafhankelijke informatie. Toch is zulke informatie essentieel voor de vrije meningsuiting en de goede werking van de democratie.

Het Hannah Arendt-initiatief, dat werd opgestart door de Duitse federale regering, bestaat nu twee jaar. En intussen is er nog meer reden tot bezorgdheid. Uit de meest recente wereldindex voor persvrijheid, opgesteld door Verslaggevers zonder Grenzen, blijkt dat de omstandigheden waarin mediaprofessionals moeten werken nog verslechterd zijn. Op dit moment wordt in 36 landen de situatie als “zeer ernstig” bestempeld (de laagste categorie van de index).In de voorbije tien jaar waren er dat nog nooit zoveel. Journalisten uit een aantal van deze landen, waaronder Rusland, Afghanistan en Soedan, worden ondersteund door verschillende projecten van partnerorganisaties van het Hannah Arendt-initiatief.

Dankzij het Hannah Arendt-initiatief — een beschermingsprogramma dat wordt gefinancierd door het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en de regeringscommissaris voor Cultuur en Media — kunnen mensen die voor de media werken allerlei vormen van hulp krijgen, of ze nu in hun eigen land of in ballingschap leven. Soms is er zelfs hulp mogelijk wanneer dat op het eerste gezicht onmogelijk lijkt. Zo is er een project binnen het initiatief dat vrouwelijke journalisten in Afghanistan steunt. Zij krijgen veiligheidstraining, studiebeurzen en begeleiding in hun moedertaal. Na de machtsovername van de Taliban in 2021 zijn heel veel vrouwen die in de media werkten hun baan kwijtgeraakt. Nu zijn er amper nog vrouwen bij de radio of televisie. De sector als geheel is sindsdien ook sterk gekrompen.

Russische of Soedanese mediaprofessionals kunnen een beroep doen op het Hannah Arendt-initiatief in de buurlanden. Er zijn speciale centra opgezet die dienen als contactpunt voor mediawerkers in ballingschap. Ze worden geleid of ondersteund door partners van het initiatief. De “Exile Media Hubs” en het “Casa para el Periodismo Libre” (een huis voor journalisten in ballingschap) in Midden-Amerika zijn ook veilige plekken die psychologische en juridische begeleiding bieden. Deze hubs zijn ook een plek waar bijscholing wordt aangeboden en waar genetwerkt kan worden tussen mediaprofessionals die om verschillende redenen in hun land van herkomst worden vervolgd.

Het Hannah Arendt-initiatief ondersteunt ook het weer opbouwen van duurzame redactionele structuren in ballingschap. Bedoeling hiervan is ervoor te zorgen dat de burgers in het totalitaire thuisland van de journalist onafhankelijke informatie blijven ontvangen.

Niet alleen in Afghanistan, Rusland en Soedan krijgen journalisten steun. Het initiatief is in principe wereldwijd en kan flexibel reageren wanneer in een bepaald land de veiligheidsomstandigheden achteruitgaan. Op dit moment krijgen voornamelijk mediaprofessionals uit Wit-Rusland, Centraal-Amerika, Myanmar, Noord-Afrika en Oekraïne steun. Oekraïne is in dit opzicht een speciaal geval, omdat het project ter plaatse erover moet waken dat de berichtgeving tijdens de aanhoudende oorlog niet stilvalt. Hiervoor is materiële en technische bijstand nodig, maar ook specifieke training en verzekering voor operaties in de frontlinie.

De volgende vier maatschappelijke organisaties zijn partners van het Hannah Arendt-initiatief: DW Akademie, het Europees Fonds voor Journalistiek in Ballingschap (JX-Fonds), Media in Samenwerking en Overgang (MiCT) en het Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid (ECPMF). Onafhankelijkheid van overheidscontrole en neutraliteit van de staat zijn belangrijk voor een goede werking van het programma. De financiering wordt uitsluitend toegekend op basis van objectieve criteria, door onafhankelijke jury’s die vrij zijn van staatsinmenging.

Ga voor meer informatie naar http:// hannah-arendt-initiative.de/hannah-arendt-initiative-english/ of mail naar info@hannah-arendt-initiative.de.

Het Hannah Arendt-initiatief is een netwerk dat wereldwijd journalisten en de media beschermt. Het werd in 2022 opgericht op initiatief van en met financiering van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken en de commissaris voor Cultuur en Media van de federale regering. 

Diversiteit in de media: worden we echt wel allemaal in gelijke mate vertegenwoordigd?

Journalisten met een handicap kunnen hun werk net zo goed doen als wie dan ook en bovendien kunnen ze andere en frisse perspectieven bieden — waarom zie je ze dan zo weinig in de media? Lars Bosselmann van de Europese blindenvereniging schrijft over de ondervertegenwoordiging van mensen met een handicap in de mediasector en over de noodzaak om een einde te maken aan de stereotiepe manier waarop er in het nieuws over ze wordt geschreven.

Read more in all languages

Journalisten met een handicap kunnen hun werk net zo goed doen als wie dan ook en bovendien kunnen ze andere en frisse perspectieven bieden — waarom zie je ze dan zo weinig in de media? Lars Bosselmann van de Europese blindenvereniging schrijft over de ondervertegenwoordiging van mensen met een handicap in de mediasector en over de noodzaak om een einde te maken aan de stereotiepe manier waarop er in het nieuws over ze wordt geschreven.

Aan alle democratieën liggen kernbeginselen ten grondslag, en de persvrijheid is een van de belangrijkste. Mede dankzij deze vrijheid is het doen en laten van politieke leiders transparant voor het publiek en hebben wij zonder inmenging van buitenaf toegang tot informatie.

Maar er zijn nog altijd aspecten van de mediapraktijk die beter kunnen, met name wat diversiteit betreft. Als het aankomt op vertegenwoordiging in de media of berichtgeving over onderwerpen die verband houden met verschillende sociale groepen, zijn we nog lang niet gelijk.

Uit de huidige cijfers blijkt dat mensen met een handicap onvoldoende vertegenwoordigd zijn onder het personeel van kranten, radiozenders en televisieomroepen. Dat is zeer zorgwekkend, want maar liefst 16 % van de wereldbevolking heeft een of andere vorm van een handicap. Volgens een Unesco-verslag hebben personen met een handicap bovendien vaak te maken met vooroordelen door de stereotiepe manier waarop er voor een wereldwijd lezerspubliek over ons in de media wordt geschreven.

Om de publieke perceptie van personen met een handicap te veranderen is het belangrijk dat zij deel gaan uitmaken van nieuwsredacties en bij het creëren van inhoud worden betrokken.

De samenleving moet begrijpen dat de mediasector pas werkelijk inclusief kan zijn als personen met een handicap onderdeel zijn van de werkprocessen. Bovendien moeten onderwerpen die verband houden met handicaps anders worden behandeld: media dienen in te zien dat personen met een handicap individuen zijn die net als anderen van hun rechten gebruik moeten kunnen maken. Omdat inhoudsformats voortdurend veranderen, hebben we ook deskundigen nodig om ze toegankelijk en inclusief te maken. 

Hoewel personen met een handicap ondervertegenwoordigd zijn in de mediasector, zijn er zeer inspirerende voorbeelden waaruit blijkt dat zij excellente inhoud kunnen maken.

Onlangs heeft de Europese blindenvereniging in haar podcastserie een speciale aflevering gewijd aan de Paralympische Spelen van Parijs van 2024. In die aflevering spraken we met Laetitia Bernard, een blinde Franse journaliste die werkt voor Radio France. Vóór de Paralympics van dit jaar had zij al verslag gedaan van de Spelen van 2012 in Londen en 2016 in Rio. Ook coverde ze de Paralympische Winterspelen van Sotsji in 2014 en van Pyeongchang in 2018.

“Evenementen zoals de Paralympische Spelen helpen om belemmeringen weg te nemen en de strijd aan te binden met stereotypen”, zei mevrouw Bernard tijdens het interview. “Ook met een handicap kan een journalist efficiënt werken en zelfs een ander perspectief bieden”, voegde zij daaraan toe. Haar loopbaan en haar gedachten over dit onderwerp maken ons duidelijk dat ook deze dimensie aandacht behoeft om een meer inclusieve samenleving op te bouwen: gelijke behandeling moet centraal staan in de media-industrie.

Lars Bosselmann is directeur van de Europese blindenvereniging (EBU).

Redactie

Ewa Haczyk-Plumley (editor-in-chief)
Laura Lui (ll)

Aan deze uitgave werkten mee

Christian Weger (cw)
Daniela Vincenti (dv)
Erika Paulinova (ep)
Ewa Haczyk-Plumley (ehp)
Giorgia Battiato (gb)
Jasmin Kloetzing (jk)
Katerina Serifi (ks)
Laura Lui (ll)
Marco Pezzani (mp)
Margarita Gavanas (mg)
Margarida Reis (mr)
Millie Tsoumani (mt)
Pablo Ribera Paya (prp)
Simran Grewal (sg)
Thomas Kersten (tk)

Coördinatie

Agata Berdys (ab)
Giorgia Battiato (gb)

 

 

Adres

European Economic and Social Committee
Jacques Delors Building,
99 Rue Belliard,
B-1040 Brussels, Belgium
Tel. (+32 2) 546.94.76
Email: eescinfo@eesc.europa.eu

EESC info is published nine times a year during EESC plenary sessions. EESC info is available in 24 languages
EESC info is not an official record of the EESC’s proceedings; for this, please refer to the Official Journal of the European Union or to the Committee’s other publications.
Reproduction permitted if EESC info is mentioned as the source and a link  is sent to the editor.
 

October 2024
08/2024

Follow us

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram