Steeds meer Europeanen zijn bang dat ze geen fatsoenlijke en betaalbare woning kunnen vinden. Ze dreigen terecht te komen in situaties waarin hun woning niet voldoet of geldzorgen oplevert, hun woonsituatie onzeker is of waarin zij zelfs helemaal geen dak boven hun hoofd hebben. Wanneer mensen zich geen fatsoenlijke huisvesting kunnen veroorloven, kan dit hun gezondheid en welzijn aantasten, tot ongelijke leefomstandigheden en oneerlijke kansen leiden en ook hogere zorgkosten, een lagere productiviteit en milieuschade met zich meebrengen.

Tijdens een onlangs gehouden conferentie van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) in Brussel werd een duidelijke waarschuwing afgegeven: de woningcrisis in Europa wordt steeds ernstiger, met alle gevolgen van dien.

Volgens een recente studie van Eurofound treft de woningcrisis vooral jongeren, die niet op zichzelf kunnen gaan wonen. De leeftijd waarop ten minste 50 % van de mensen in de EU niet meer bij hun ouders woonde, is tussen 2007 en 2019 gestegen van 26 naar 28 jaar. Tussen 2010 en 2019 was de stijging van het aantal mensen in de leeftijdsgroep van 25-34 jaar dat nog thuis woonde, het grootst in Spanje, Kroatië, Italië, Cyprus, België, Griekenland en Ierland.

In de loop der jaren heeft het EESC meermaals gewezen op de huisvestingsproblematiek in de EU. Zo bracht het in 2020 een advies uit over universele toegang tot fatsoenlijke, duurzame en betaalbare huisvesting voor de lange termijn, opgesteld door Raymond Hencks en András Edelényi, waarin het zich sterk maakte voor een Europees actieplan inzake huisvesting.

Met de aanbevelingen van deze conferentie wil het EESC het debat een politieke impuls geven en ervoor zorgen dat de woningcrisis in de EU op de agenda van het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Commissie voor de periode 2024-2029 komt te staan. De Europese Unie moet de middelen bundelen om het tekort aan fatsoenlijke en betaalbare woningen te bestrijden. (mp)