European Economic
and Social Committee
Toekomstige economische governance van de EU moet een nieuwe weg inslaan en niet “terugkeren naar normaal”
De evaluatie van de economische governance 2020 door de Europese Commissie komt op het juiste moment en moet het pad effenen naar een uitgebreide hervorming, waarbij de stap wordt gezet naar een nieuw en evenwichtiger kader en niet wordt “teruggekeerd naar normaal”. In een advies dat werd opgesteld door Judith Vorbach en Tommaso Di Fazio, en dat in september door de voltallige vergadering werd aangenomen, stelt het EESC dat er op EU-niveau behoefte is aan een nieuw economisch beleid – een beleid dat gericht is op welvaart, om het welzijn van mensen te bevorderen, en op een reeks belangrijke beleidsdoelstellingen zoals duurzame en inclusieve groei, volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk, rechtvaardige verdeling van materiële welvaart, volksgezondheid en levenskwaliteit, milieuduurzaamheid, stabiliteit van de financiële markten, prijsstabiliteit, evenwichtige handelsbetrekkingen, een sociale markteconomie die de concurrentie aankan en stabiele overheidsfinanciën.
In een dringend verzoek aan de Commissie en de lidstaten om hun beraad over de huidige EU-regels na de COVID-19-pandemie te hervatten zei mevrouw Vorbach: “We moeten het kader voor economische governance nodig herzien en moderniseren. Het beleid moet evenwichtiger zijn en gericht zijn op welvaart, om het welzijn van de burgers in Europa te bevorderen. Niemand mag buiten de boot vallen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen worden bereikt door bij overheidsinvesteringen de “gulden regel” toe te passen, om de productiviteit en de sociale en ecologische basis voor het welzijn van toekomstige generaties veilig te stellen. Verder is het belangrijk om voor voldoende overheidsinkomsten en een eerlijk belastingbeleid te zorgen en om de invloed van economisch twijfelachtige indicatoren op de beleidsvorming te beperken. Essentieel is ook dat het Europees Parlement, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld in het algemeen nauwer worden betrokken.”
De heer Di Fazio sloot zich hierbij aan en voegde er nog aan toe: “Vanwege de enorme schok die de COVID-19-crisis teweegbrengt, is volledige financiële armslag vereist. We moeten alle neuzen één kant op krijgen om de economische en sociale gevolgen van deze pandemie in toom te houden en de lasten van de daaruit voortvloeiende schade op rechtvaardige wijze binnen en tussen de lidstaten te verdelen. Er zijn al belangrijke kortetermijnmaatregelen genomen, zoals de inwerkingstelling van de algemene ontsnappingsclausule van het begrotingskader. Maar in plaats van te snel “terug te keren naar normaal”, moeten we een sprong voorwaarts wagen en een nieuwe economische visie ontwikkelen, waarbij de investeringen in opleiding, onderzoek en ontwikkeling en in strategische productieactiviteiten worden opgevoerd.” (mp)