In een tijdens zijn zitting van maart goedgekeurd advies dringt het EESC er bij de Europese instellingen op aan de versnipperde uitvoering in de lidstaten van in het kader van het buitenlands beleid opgelegde beperkende maatregelen aan te pakken. Het EESC is bezorgd over deze verschillen in de uitvoering en pleit voor onmiddellijke actie om de verstrekking van humanitaire hulp te vrijwaren en journalisten in aan beperkende maatregelen onderworpen regimes te beschermen.

De Raad van de Europese Unie legt in het kader van het buitenlands beleid beperkende maatregelen op die door de afzonderlijke lidstaten (en dus op decentraal niveau) moeten worden uitgevoerd en gehandhaafd. Dit leidt tot een lappendeken van uiteenlopende definities, toepassingsgebieden, sancties en onderzoekscapaciteiten in de lidstaten. Deze versnippering ondermijnt de doeltreffendheid van beperkende maatregelen van de EU en dreigt de Unie te verdelen, aangezien sommige landen minder strikt omgaan met beperkende maatregelen dan andere. Om deze problemen aan te pakken heeft de Europese Commissie een richtlijn voorgesteld om de definitie van strafbare feiten en sancties voor het overtreden van beperkende maatregelen te gelijk te trekken.

In zijn advies “Schending van beperkende maatregelen/EU-misdrijven” dringt het EESC er bij de EU-instellingen op aan de humanitaire uitzonderingsbepaling uit te breiden om onbedoelde negatieve gevolgen voor humanitaire hulp en bijstand te voorkomen. “Het EESC wil de verstrekking van humanitaire hulp aan mensen in nood in regimes waarvoor beperkende maatregelen gelden, beschermen”, aldus EESC-lid José Antonio Moreno Díaz, rapporteur van het advies. “Wij pleiten voor een permanente humanitaire uitzondering, zodat het personeel van humanitaire organisaties geen strafrechtelijke aansprakelijkheid hoeft te vrezen naar aanleiding van zijn activiteiten”.

De particuliere sector en maatschappelijke organisaties moeten adequate informatie en proactieve steun krijgen, zodat zij zich aan de nieuwe wetgeving kunnen aanpassen en aan de vereisten van beperkende maatregelen kunnen voldoen. Ook moeten de lidstaten over voldoende administratieve capaciteit en financiële middelen alsmede over opgeleid personeel beschikken om schendingen van beperkende maatregelen te kunnen opsporen, vervolgen en bestraffen. (gb)