European Economic
and Social Committee
Europese gehandicaptenkaart: een stap dichter bij vrij verkeer in de EU voor personen met een handicap
Om te zorgen voor vrij verkeer van personen met een handicap in de EU pleit het EESC ervoor om het toepassingsgebied van het Commissievoorstel voor de Europese gehandicaptenkaart uit te breiden zodat deze ook gebruikt kan worden wanneer personen met een handicap voor langere tijd in een andere lidstaat verblijven om te studeren of te werken.
Het EESC juicht het Commissievoorstel voor een Europese gehandicaptenkaart en een Europese parkeerkaart toe als een eerste stap om in de EU tot vrij verkeer van personen met een handicap te komen.
“Het voorstel voor de twee kaarten is van belang voor meer dan 80 miljoen Europeanen met een handicap”, aldus Ioannis Vardakastanis, algemeen rapporteur voor het EESC-advies De Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap, dat tijdens de plenaire zitting van het EESC op 14 december werd gepresenteerd. “Dit is een zeer belangrijke stap om ernstige belemmeringen weg te nemen en ervoor te zorgen dat personen met een handicap, zowel Europeanen als onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, kunnen genieten van vrij verkeer als kernbeginsel waarop de Unie is gegrondvest. In de toekomst zal verder beleid hierop worden gebaseerd.”
Het EESC wijst er echter op dat het voorstel een aantal van de voornaamste obstakels voor het vrije verkeer van Europeanen met een handicap niet opheft, met name het gebrek aan overdraagbaarheid van invaliditeitsuitkeringen wanneer zij voor werk of studie naar een ander EU-land verhuizen. In zijn initiatiefadvies dringt het EESC erop aan dat het toepassingsgebied van het voorstel wordt uitgebreid zodat personen met een handicap die naar een ander EU-land zijn verhuisd, de kaarten tijdelijk kunnen gebruiken om uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels te blijven ontvangen.
Momenteel is dit niet het geval. Personen die naar een andere lidstaat verhuizen, verliezen bij het oversteken van de grens het recht op alle invaliditeitsuitkeringen, totdat hun handicap in de nieuwe lidstaat opnieuw is beoordeeld.
Dit beoordelingsproces kan wel meer dan een jaar duren en in de tussentijd moeten betrokkenen het zonder enige erkenning of steun zien te rooien. “We zouden graag zien dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid zodat er in het nieuwe land geen rechtsvacuüm en geen kloof ontstaat tijdens deze overgangsperiode. Hierdoor zullen personen met een handicap van meet af aan een waardig leven kunnen leiden,” aldus de heer Vardakastanis. (ll)