Felipe Medina: 30 jaar eengemaakte markt, een kritische blik door het EESC

De Europese Unie viert 30 jaar eengemaakte markt. Reden voor het Europees Economisch en Sociaal Comité EESC om dit cruciale EU-beleid kritisch onder de loep te nemen in zijn advies “30 jaar eengemaakte markt – verdere verbetering van het functioneren van de eengemaakte markt”. Daarin stelt het Comité dat dit beleid een uitstekende staat van dienst heeft, maar dat niettemin een kritische blik en verdere verbeteringen geboden zijn in het licht van nieuwe uitdagingen.

Een cruciaal aandachtspunt in dit advies is het concurrentievermogen. Het EESC benadrukt de noodzaak om een gelijk speelveld voor alle bedrijven tot stand te brengen “door groei en eerlijke mededinging te bevorderen en een vanuit bedrijfs- en sociaal oogpunt gunstig klimaat te creëren”. Zorgwekkend is met name het toenemende aantal nationale en regionale regelgevingsinitiatieven, die van kracht worden nog voordat Europese initiatieven worden gepubliceerd, en die vervolgens harmonisatie in de weg staan en bedrijven met moeilijkheden opzadelen in hun dagelijkse werking.

Er moet ook dringend voor worden gezorgd dat ieder nieuw onderdeel van de regelgeving de concurrentievermogenstest doorstaat en dat de kwaliteit van de wetgeving op zowel EU- als lidstaatniveau wordt verbeterd. Daarbij moet zoveel mogelijk moet worden vermeden dat overbodige of verwarrende wetgeving het licht ziet die onzekerheid voor de marktdeelnemers met zich meebrengt, omdat dit onder meer tot versnippering van de Europese eengemaakte markt leidt. Om niet aan concurrentievermogen in te boeten, moet ook aandacht worden besteed aan het vrije verkeer van personen en werknemers, moet een robuust en ambitieus digitaal beleid worden gevoerd, moet een praktische en realistische aanpak worden gehanteerd ten aanzien van de prioriteiten van de Green Deal, en moeten de instrumenten voor toezicht en controle op de werking van de eengemaakte markt beter worden toegepast.

Het EESC beschouwt inkoopallianties in veel sectoren als een voorbeeld van goede praktijken wat het concurrentievermogen betreft, omdat sommige sectoren – zoals de detail- en de groothandel – zich op Europees niveau hebben kunnen verenigen en sterker zijn geworden. De detail- en de groothandel hebben de filosofie en de onmiskenbare voordelen van de eengemaakte markt omarmd; zo slagen zij erin dankzij inkoopallianties en de eengemaakte markt de Europese consumenten elke dag weer beter van dienst te zijn.