“De toekomst is niet in steen gebeiteld en het verloop van de COVID-19-pandemie ligt in onze handen”

Interview met Dr. Hans Henri Kluge, regionaal directeur Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie

Wat is volgens u het effect van de vaccinatiecampagne in Europa?

Sinds 4 februari 2021 zijn er wereldwijd meer mensen gevaccineerd tegen COVID-19 dan er sinds het begin van de epidemie besmet zijn geraakt. Tot nu toe (17 juni) zijn er in de regio Europa meer dan 477 miljoen doses COVID-19-vaccins toegediend.

Hieruit blijkt dat er grote vooruitgang wordt geboekt: het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen is gedaald, met name in landen met een hoge vaccinatiegraad onder de oudere bevolking. Dit toont niet alleen aan dat vaccinatie werkt, maar ook dat het een goede keuze was om eerst de meest kwetsbaren te vaccineren – een strategie die zowel door mondiale als regionale adviescomités werd aanbevolen en in de hele WHO-regio Europa werd uitgevoerd. Dit heeft levens gered, de druk op de zorg verlicht en ons geholpen om zo snel mogelijk uit de acute fase van de pandemie te raken.

Hoewel vaccinatie een belangrijke rol speelt in de dalende cijfers van ziekenhuisopnames en sterfgevallen, moeten we voorzichtig blijven want zelfs iemand die gevaccineerd is, kan nog steeds besmet raken en het virus overbrengen. We moeten de beproefde gezondheids- en sociale maatregelen handhaven, maar ook het vaccinatietempo opvoeren.

Wat dat betreft zou ik erop willen wijzen dat de toekomst niet in steen gebeiteld is en dat het verloop van de COVID-19-pandemie in onze handen ligt en door ieder van ons afzonderlijk en door de samenleving als geheel wordt bepaald.

En hoe is de situatie wereldwijd?

Er moet een eerlijker verdeling komen, dat is een ding dat zeker is. In de landen die het geluk hebben dat ze over voldoende vaccins beschikken om de meest kwetsbare groepen in te enten worden minder mensen ernstig ziek en komen minder covidpatiënten te overlijden, en uit de eerste onderzoeksresultaten blijkt dat vaccins mogelijk ook de overdracht van het virus afremmen. Maar de ongelijke verdeling van vaccins over de wereld is schokkend en blijft een van de grootste risico’s voor het overwinnen van de pandemie.

Momenteel is 77 % van alle vaccins wereldwijd toegediend in slechts 10 landen. We moeten meer doen om ervoor te zorgen dat vaccins eerlijk worden verdeeld over landen en bevolkingsgroepen.

Ook solidariteit is belangrijk. Dit is het moment om solidair te zijn en zo veel mogelijk steun te verlenen om ervoor te zorgen dat niemand de boot mist. We moeten streven naar een hoge vaccinatiegraad in elk land, te beginnen met de landen die het meeste risico lopen. Alleen zo komen we een grote stap dichter bij het hervatten van ons normale leven.

Tijdens de 74e Algemene Vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie heeft de directeur-generaal van de WHO landen opgeroepen om er samen voor te zorgen dat minstens 10 % van de bevolking van elk land tegen september gevaccineerd is, en ernaar te blijven streven om tegen het einde van het jaar een vaccinatiegraad van minstens 30 % te bereiken. Een gezonde wereldbevolking vergt meer inzet van iedereen.

Wat hebben we hiervan geleerd en hoe kunnen we ons beter voorbereiden op de toekomst?

De 74e Algemene Vergadering van de WHO, die van 24 mei tot 1 juni bijeenkwam, ging vooral over het uitbannen van COVID-19 en over hoe we ons kunnen voorbereiden op een volgende pandemie. We hebben met name geprobeerd om met zijn allen lessen te trekken uit de huidige pandemie.

De WHO heeft verschillende onafhankelijke expertgroepen en panels evaluaties laten uitvoeren om ervoor te zorgen dat de gezondheidszorg wereldwijd beter beslagen ten ijs komt bij een volgende pandemie of een andere noodsituatie die een bedreiging vormt voor de internationale volksgezondheid.

Al deze evaluaties hebben geleid tot krachtige en duidelijke aanbevelingen die de WHO moeten helpen om in de toekomst slagvaardiger te reageren op gezondheidscrises. Het is nu tijd om die aanbevelingen in praktijk te brengen. Dat wordt een enorme klus, die brede politieke steun en financiële inzet vergt en een duidelijk gemeenschappelijk doel nastreeft, nl. het redden van meer levens, het voorkomen van verlies van bestaansmiddelen en het zorgen voor meer rechtvaardigheid in onze reactie op pandemieën.

Er zijn voorstellen gedaan voor een nieuw “pandemieverdrag”, dat ervoor moet zorgen dat we bij een volgende pandemie sneller paraat staan en voortvarender reageren. Tijdens een speciale zitting van de Algemene Vergadering van de WHO in november zal hierover worden gediscussieerd.

In de regio Europa heb ik de “commissie-Monti” opgericht, een pan-Europese commissie voor gezondheid en duurzame ontwikkeling die zich zal buigen over de beleidsprioriteiten in tijden van pandemie. Deze commissie – die bestaat uit voormalige staatshoofden, wetenschappers en economen, directeuren van instellingen voor gezondheidszorg en sociale zorg, evenals kopstukken uit het bedrijfsleven en van financiële instellingen uit de hele regio – zal lessen trekken uit de wijze waarop de gezondheidszorgstelsels in de verschillende landen hebben gereageerd op de COVID-19-pandemie, en zal aanbevelingen doen voor investeringen en hervormingen om de gezondheidszorg- en socialezorgstelsels veerkrachtiger te maken.

Hoe steunt de EU de mondiale en regionale inspanningen in de strijd tegen COVID-19?

De EU is een van de belangrijkste partners van de Verenigde Naties (VN) ter wereld.

Het proces van toetreding tot de EU is een belangrijke motor achter hervormingen en een bron van motivatie voor regeringen om vooruitgang te boeken op een reeks wetgevings- en beleidsgebieden. De investeringen van de EU zullen een belangrijke aanjager zijn van meer publieke en particuliere investeringen in de landen van de Westelijke Balkan en het Oostelijk Partnerschap, ook in de gezondheidssector, door Europese en internationale financiële instellingen. Wij waarderen ook de investeringen van de EU in gezondheid via financiering en gezamenlijke acties met de WHO-Europa in landen die geen lid zijn van de EU. 

In de huidige pandemische, of post-pandemische, periode is de Europese tak van de WHO betrokken bij het vormen van allianties en het opstellen van gezamenlijke strategieën van de VN en de EU met als doel het toetredingsproces van de Westelijke-Balkanlanden te bevorderen en de democratie en economie in de nabuurschapslanden van de EU te versterken.

De WHO-Europa streeft ernaar haar leidende rol op gezondheidsgebied te gebruiken om strategische partnerschappen en samenwerkingsverbanden in de Europese subregio's actief op elkaar af te stemmen, te ondersteunen en sneller te realiseren, omdat ze het fundament zijn onder de vooruitgang die we boeken op gezondheidsgebied bij de uitvoering van het Europese werkprogramma (EPW) 2020-2025 en de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling voor 2030.