Tegen de achtergrond van een top van de Europese Raad met de oorlog als belangrijkste agendapunt heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité op 24 maart een resolutie aangenomen over de oorlog in Oekraïne en de economische, sociale en milieugevolgen daarvan.

De resolutie werd door de voltallige vergadering aangenomen na een debat met Ylva Johansson, EU-commissaris voor Binnenlandse Zaken, en verscheidene vooraanstaande vertegenwoordigers van het Oekraïense en Russische maatschappelijk middenveld.

De EESC-leden betuigden hun solidariteit met Oekraïne en wezen op de rol van het maatschappelijk middenveld bij de hulpverlening aan de Oekraïense bevolking en vluchtelingen.

EESC-voorzitter Christa Schweng opende het debat met de volgende woorden: “Deze invasie heeft onze veiligheid en onze waarden in gevaar gebracht en de EU toont zich met haar eensgezinde en solidaire reactie terecht een krachtig medestander van Oekraïne.”

EU-commissaris voor Binnenlandse Zaken Ylva Johansson benadrukte de uiterst belangrijke rol die het EESC met zijn lokaal opgedane kennis speelt. Inmiddels heeft Europa al 3,5 miljoen Oekraïense vluchtelingen opgevangen, onder wie 1,8 miljoen kinderen. De ongekende solidariteit van het maatschappelijk middenveld met de mensen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten is bijzonder en “maakt ons allemaal trots om Europeaan te zijn”, aldus Johansson.

De voorzitters van de drie groepen van het EESC, rapporteurs van de resolutie, wezen op de grote uitdagingen waarmee Europa als gevolg van de oorlog wordt geconfronteerd.

Stefano Mallia, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC: “In onze resolutie juichen wij de humanitaire maatregelen die tot nu toe zijn genomen toe, maar we dringen er ook bij de lidstaten op aan nog meer te doen voor Oekraïne.”

Oliver Röpke, voorzitter van de groep Werknemers: “Een van mijn belangrijkste boodschappen is dat de internationale gemeenschap en Europa in deze situatie eensgezind moeten zijn.”

Séamus Boland, voorzitter van de groep Diversiteit Europa: “De Russische invasie van Oekraïne is het meest gewelddadige niet-uitgelokte geval van agressie op het Europese continent sinds 1939, en we moeten daar stelling tegen nemen.”

Met hun persoonlijke oorlogservaringen drukten vertegenwoordigers van het Oekraïense en Russische maatschappelijk middenveld een sterk emotioneel stempel op het debat.
Michail Chodorkovski, oprichter van de Open Rusland-beweging, wees op de rampzalige gevolgen van desinformatie en zei: “Desinformatie bestrijden is onze taak, zelfs buiten Rusland.”

Anatolij Kinach, voorzitter van de nationale tripartiete sociaaleconomische raad van Oekraïne, noemde het Russische optreden “niet alleen een militaire agressie tegen Oekraïne, maar ook een misdaad tegen de beschaving”.

Alexander Sjoebin, voorzitter van het Oekraïense platform voor het maatschappelijk middenveld, vroeg Europa om Oekraïne te blijven steunen, ook in zijn streven om deel te worden van de Europese familie.

Gennadij Tsjoezjoekov, voorzitter van de Oekraïense Kamer van Koophandel en Industrie, vroeg Europese werkgevers- en bedrijfsorganisaties om Oekraïense bedrijven te steunen.

Tot slot pleitte Jevgenja Pavlova, van de Oekraïense Nationale Vergadering van personen met een handicap, er met klem voor om Oekraïners met een handicap, die extra aandacht nodig hebben, niet te vergeten. (at)

De volledige tekst van de EESC-resolutie staat op de EESC-website.