De belangrijkste taak van het huidige Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie is om Europa verenigd te houden, vooruit te komen en snelle beslissingen te nemen.

De belangrijkste taak van het huidige Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie is om Europa verenigd te houden, vooruit te komen en snelle beslissingen te nemen.

Tijdens de februarizitting hield het Europees Economisch en Sociaal Comité een debat over de prioriteiten van het Poolse EU-voorzitterschap met Magdalena Sobkowiak-Czarnecka, Pools staatssecretaris voor EU-aangelegenheden.

Verwijzend naar de externe veiligheid van de EU en in het bijzonder naar de aanvalsoorlog tegen Oekraïne, zei mevrouw Sobkowiak-Czarnecka: “Ons doel is om Oekraïne te blijven helpen en de eenheid binnen de EU te bewaren.” Ze noemde het 16e pakket sancties tegen Rusland als een van de eerste resultaten van het Poolse voorzitterschap.

EESC-voorzitter Oliver Röpke benadrukte dat Polen het roulerende EU-voorzitterschap heeft overgenomen in een tijd van grote uitdagingen, zoals geopolitieke spanningen en energiecrises.

"Tijdens het debat van vandaag is er opnieuw op gewezen dat stabiliteit, weerbaarheid en eenheid cruciaal zijn om de toekomst van de Europese Unie vorm te geven", zo zei hij. "De prioriteiten van het Poolse voorzitterschap sluiten nauw aan bij onze collectieve ambities, met name wat betreft het bevorderen van een multidimensionale benadering van veiligheid. In een tijd van wereldwijde onzekerheid blijft ons streven naar een daadkrachtig en coöperatief optreden onwrikbaar.”

Onder het motto “Veiligheid, Europa!” zal het Poolse EU-voorzitterschap werken aan zeven dimensies van veiligheid – extern, intern, economisch, voedsel, energie, gezondheid en informatie.

In de afgelopen maanden is de samenwerking tussen het EESC en het Poolse voorzitterschap intensief en productief geweest. Het EESC heeft 15 verkennende adviezen opgesteld, die al zijn goedgekeurd of binnenkort zullen worden goedgekeurd. (mp)

Copyright: EU2025 - source: EC

Door Michal Pintér, afgevaardigde van de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) van het EESC

De onlangs gepubliceerde Clean Industrial Deal (CID) erkent het strategische belang van energie-intensieve industrieën voor de economie van de EU. Voorts schetst zij op correcte wijze de belangrijkste uitdagingen van deze industrieën. Hoewel de deal interessante ideeën bevat zoals groene leidende markten, steun voor de circulaire economie en financiering voor het koolstofarm maken van de economie, ontbreekt het de maatregelen aan de nodige urgentie en doortastendheid om de neergang van Europa’s energie-intensieve industrieën (EII's) te keren.

Door Michal Pintér, afgevaardigde van de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI) van het EESC

De onlangs gepubliceerde Clean Industrial Deal (CID) erkent het strategische belang van energie-intensieve industrieën voor de economie van de EU. Voorts schetst zij op correcte wijze de belangrijkste uitdagingen van deze industrieën. Hoewel de deal opmerkelijke ideeën bevat zoals groene leidende markten, steun voor de circulaire economie en financiering voor het koolstofarm maken van de economie, ontbreekt het de maatregelen aan de nodige urgentie en doortastendheid om de neergang van Europa's energie-intensieve industrieën (EII's) te keren.

In zijn onlangs goedgekeurde advies De toekomst van energie-intensieve industrieën (EII's) in de EU in het licht van hoge energieprijzen en transitiekosten erkent het Europees Economisch en Sociaal Comité dat er een forse concurrentiekloof bestaat tussen EII's in de EU en die van mondiale concurrenten. De Commissie heeft de energieprijzen terecht aangeduid als de belangrijkste boosdoener. De Deal en het Actieplan voor Betaalbare Energie bevatten echter geen hervorming van de opzet van de elektriciteitsmarkt. Marginale prijzen werkten toen de EU profiteerde van relatief goedkoop en stabiel geleverd gas uit Rusland. Helaas is de realiteit veranderd: nu hebben we te maken met dure en volatiele LNG-leveringen en dat zal waarschijnlijk nog jaren zo blijven. Hoewel het aandeel goedkope, fossielvrije elektriciteit in de energiemix van de EU toeneemt, blijven de prijzen van fossiele brandstoffen de prijsvorming van elektriciteit bepalen.

Beleidsinspanningen om meer hernieuwbare-energiebronnen te gebruiken zijn welkom, maar ze leiden niet tot lagere elektriciteitsrekeningen ten gevolge van de huidige marktstructuur. Er zijn nu maatregelen nodig om de kostenvoordelen van hernieuwbare elektriciteit door te geven aan de industrie en om alle opties voor prijsvermindering te beoordelen, waaronder ontkoppeling van de elektriciteitsprijs.

De Deal erkent ook de lacunes in het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (geen exportoplossing, verschuiving van middelen en omzeiling) en handelsbeschermingsinstrumenten. Helaas bevat de Deal echter weinig informatie over hoe de EU-markt zal worden beschermd, waardoor EII's in een wereldwijde handelsoorlog in het ongewisse blijven.

Het EESC dringt er bij de EU-instellingen op aan om via sectorspecifieke actieplannen doortastende maatregelen te nemen om verdere de-industrialisatie te voorkomen en het vermogen van de industrie van de EU tot industriële transformatie op peil te houden.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) roept de EU op om een doortastende industriestrategie door te voeren. Deze moet zorgen voor een beter concurrentievermogen en goede banen en moet afgestemd zijn op de Green Deal. Om de gewenste resultaten te bereiken, moet deze strategie nauwgezet worden gemonitord en aan nieuwe uitdagingen worden aangepast.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) roept de EU op om een doortastende industriestrategie door te voeren. Deze moet zorgen voor een beter concurrentievermogen en goede banen en moet afgestemd zijn op de Green Deal. Om de gewenste resultaten te bereiken, moet deze strategie nauwgezet worden gemonitord en aan nieuwe uitdagingen worden aangepast.

“Europa dreigt te de-industrialiseren. Industrie en klimaatmaatregelen moeten hand in hand gaan”, aldus Andrea Mone, rapporteur voor het EESC-advies over De toekomst van de EU-industrie in het licht van de hoge energieprijzen en transitiekosten, dat tijdens de februarizitting werd goedgekeurd.

In dat advies pleit het EESC voor een solide economisch en regelgevingskader om iets te doen aan de hoge energie- en grondstoffenprijzen, de investeringsproblemen in verband met de groene transitie, de ontoereikende infrastructuurontwikkeling, het tekort aan vaardigheden en de zwakke interne vraag. Om de sociale en territoriale cohesie te bevorderen, is een concurrentiebeleid nodig dat gericht is op investeringen en innovatie.

De oproep van het EESC om dringend actie te ondernemen moet worden gezien tegen de achtergrond van de toenemende bezorgdheid over de economische veiligheid van de EU en de afhankelijkheid van derde landen.  Nu de geopolitieke en handelsonzekerheid toeneemt, is een veerkrachtig Europees handelsbeleid nodig om de duurzaamheid van de industrie te waarborgen tegen de achtergrond van asymmetrische doelstellingen voor het koolstofarm maken van de economie, wereldwijde overcapaciteit en toenemende handelsspanningen. Meer autonomie bij het veiligstellen van kritieke grondstoffen is essentieel om dit doel te bereiken.

Zoals het verslag-Draghi aangeeft, is het van cruciaal belang om meer te investeren en het bestuur te hervormen. Een eengemaakte markt, vooral in de energiesector, zal de Europese economie sterker maken. Door de regeldruk te verminderen, de randvoorwaarden voor de elektriciteitsmarkt te verfijnen en financiële instrumenten zoals stroomafnameovereenkomsten te optimaliseren, zal de transitie in de sector vlotter verlopen.

Een rechtvaardige transitie kan niet zonder een sterke sociale dialoog en collectieve onderhandelingen. Het industriebeleid moet worden gekoppeld aan onderwijs- en werkgelegenheidsstrategieën, met de nadruk op onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van vaardigheden. Investeringen in energie-infrastructuur, hernieuwbare energie en de circulaire economie zullen helpen om de klimaatdoelstellingen te halen.

Het EESC heeft ook een aanvullend advies goedgekeurd over De toekomst van energie-intensieve industrieën (EII’s) in de EU, waarin oplossingen op maat worden voorgesteld om hun duurzaamheid op lange termijn te waarborgen. Of de industrie een toekomst heeft in de EU hangt af van de vraag of de specifieke uitdagingen kunnen worden overwonnen. (ll)

Onze speciale gast is deze keer de Franse journalist en schrijver Nicolas Gros-Verheyde, expert op het gebied van defensie en buitenlands beleid. Hij analyseert de vijf voorstellen van het plan ReArm Europe dat onlangs door de Europese Commissie is gepresenteerd om de Europese defensie te versterken nu steeds meer wordt betwijfeld of de VS nog wel gecommiteerd is aan de Europese veiligheid.

Onze speciale gast is deze keer de Franse journalist en schrijver Nicolas Gros-Verheyde, expert op het gebied van defensie en buitenlands beleid. Hij analyseert de vijf voorstellen van het plan ReArm Europe dat onlangs door de Europese Commissie is gepresenteerd om de Europese defensie te versterken nu steeds meer wordt betwijfeld of de VS nog wel gecommiteerd is aan de Europese veiligheid.

Nicolas Gros-Verheyde is sinds 1989 als journalist werkzaam. Hij werkte voor Ouest France, ARTE, LCI en France Culture als correspondent voor de EU en de NAVO. In Europese kringen staat hij bekend en wordt hij gerespecteerd als een groot kenner van Europese zaken en het buitenlandse en defensiebeleid. Hij is hoofdredacteur van het in 2008 opgerichte B2, het toonaangevende en meest complete mediakanaal op het gebied van Europese defensie en diplomatie. Het wordt gefinancierd door abonnementen en beheerd door een vereniging zonder winstoogmerk in de vorm van een coöperatie van journalisten. https://club.bruxelles2.eu/

Hij schreef de boeken “La défense européenne à l'heure de la guerre en Ukraine”, “La politique européenne de sécurité et de défense commune. Parce que l'Europe vaut bien une défense” en “Europe de la défense”, en becommentarieert het politieke nieuws op LN24, France-Info en RTBF.

Ter gelegenheid van de 69e zitting van de VN-commissie inzake de Status van de Vrouw (CSW69) in New York hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Economische, Sociale en Culturele Raad van de Afrikaanse Unie (AU ECOSOCC) opnieuw bevestigd dat zij zich onverminderd willen inzetten voor de bevordering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen. 

Ter gelegenheid van de 69e zitting van de VN-commissie inzake de Status van de Vrouw (CSW69) in New York hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en de Economische, Sociale en Culturele Raad van de Afrikaanse Unie (AU ECOSOCC) opnieuw bevestigd dat zij zich onverminderd willen inzetten voor de bevordering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen.

Nu de internationale gemeenschap stilstaat bij de goedkeuring, 30 jaar geleden, van de Verklaring van Beijing en het Actieplatform, erkennen het EESC en de AU ECOSOCC zowel de geboekte vooruitgang als de voortdurende uitdagingen die volledige gendergelijkheid nog steeds in de weg staan.

Hun tweede gezamenlijke verklaring benadrukt belangrijke prioriteiten, waaronder het vergroten van het leiderschap van vrouwen door middel van genderquota, het uitbannen van gendergerelateerd geweld via internationale verdragen, het overbruggen van de digitale genderkloof en het bevorderen van de economische zelfredzaamheid van vrouwen.

De verklaring bepleit krachtiger beleid op het gebied van onbetaald zorgwerk, het betrekken van vrouwen bij vredesinspanningen en gegevensgestuurde beleidsvorming. Verder wordt de nadruk gelegd op wereldwijde samenwerking om systemische ongelijkheden weg te nemen en de rechten van vrouwen te handhaven. Het EESC roept de EU tevens op om gendergerelateerd geweld te bestrijden, voor gendergelijkheid te zorgen en op de bres te staan voor het maatschappelijk middenveld bij het bevorderen van gelijkheid.

EESC-voorzitter Oliver Röpke: “Nu we herdenken dat het 30 jaar geleden is dat de Verklaring van Beijing werd ondertekend, moeten we woorden omzetten in daden. Gendergelijkheid is geen voorrecht maar een grondrecht en de verwezenlijking ervan is cruciaal voor duurzame en inclusieve samenlevingen. Het EESC is vastbesloten om barrières weg te nemen, ervoor te zorgen dat vrouwen volledig kunnen deelnemen aan de besluitvorming en economische zelfredzaamheid te bevorderen. Regeringen, instellingen en het maatschappelijk middenveld moeten nu daadkrachtig optreden; er is geen gelijkheid zonder verantwoording.

De commissie inzake de Status van de Vrouw is het belangrijkste internationale en intergouvernementele orgaan dat strijdt voor gendergelijkheid. Dit was de tweede keer dat het EESC deelnam aan de grootste jaarlijkse VN-bijeenkomst over verbetering van de positie van de vrouw. (tk)

Copyright: Nicolas Gros-Verheyde

door Nicolas Gros-Verheyde

Tijdens een speciale topbijeenkomst op 6 maart jl. hebben de 27 EU-lidstaten ingestemd met het door Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gepresenteerde plan “ReArm Europe”. Dit plan bestaat uit vijf pijlers met voorstellen die zeker interessant zijn, maar waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

door Nicolas Gros-Verheyde

Tijdens een speciale topbijeenkomst op 6 maart jl. hebben de 27 EU-lidstaten ingestemd met het door Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gepresenteerde plan “ReArm Europe”. Dit plan bestaat uit vijf pijlers met voorstellen die zeker interessant zijn, maar waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

De eerste pijler betreft flexibiliteit in het stabiliteits- en groeipact.

De Commissie stelt voor om de ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact in werking te stellen, zodat de lidstaten de defensie-uitgaven met 1,5 % van het bbp kunnen verhogen zonder het gevaar te lopen dat er een buitensporigtekortprocedure wordt opgestart. Dit kan volgens de Commissie over een periode van vier jaar bijna 650 miljard EUR extra opleveren voor defensie-uitgaven. Ursula von der Leyen stelt dat Europa zijn defensie-uitgaven aanzienlijk moet opvoeren.

De tweede pijler betreft een nieuw leningsinstrument voor defensiedoeleinden.

Dit instrument, ter waarde van ca. 150 miljard EUR, zou gefinancierd moeten worden met leningen uit de EU-begroting volgens een systeem dat vergelijkbaar is met macrofinanciële bijstand. Bedoeling is dat het wordt gebruikt op prioritaire gebieden waar ernstige tekortkomingen bestaan: lucht- en raketafweer (het Duitse initiatief inzake een Europees ruimteschild), artilleriesystemen, raketten en munitie, drones en droneafweersystemen, strategische hulpmiddelen, bescherming van kritieke infrastructuur (ook met betrekking tot de ruimte), militaire mobiliteit, cyberdefensie, artificiële intelligentie en elektronische oorlogvoering.

Om de zaak te bespoedigen stelt de Commissie voor een beroep te doen op artikel 122 van het Verdrag, dat louter in uitzonderlijke omstandigheden wordt gebruikt en waarvoor slechts de instemming van de lidstaten in de Raad van de EU nodig is: het Europees Parlement wordt van een desbetreffend besluit alleen in kennis gesteld. Deze omzeiling van het democratische proces zou kunnen worden aangevochten. Het plan om de Europese defensie te versterken werd goedgekeurd op de top van Versailles in maart 2022. Dat is drie jaar geleden! Dit plan kan dus bezwaarlijk “urgent” worden genoemd.

De derde pijler betreft het gebruik van regionale fondsen.

Op korte termijn, zo benadrukt de Commissie, kan de EU met het Europese budget “meer doen” door middelen van bepaalde begrotingslijnen te herschikken. Ze stelt voor om de lidstaten de mogelijkheid te geven cohesiebeleidsprogramma’s te gebruiken om de defensie-uitgaven te verhogen en wil de procedure voor vrijwillige overdrachten naar andere EU-fondsen met defensiedoeleinden vergemakkelijken.

Dit zou forse bezuinigingen in de huidige meerjarenbegroting (2021-2027) vereisen. De vraag is: moeten we sociale of regionale cohesie opofferen voor onze defensie? Deze kwestie moet nader worden besproken.

Tegelijkertijd zou het STEP-platform voor strategische technologieën verder worden kunnen gemobiliseerd door het uit te breiden tot alle technologieën in de defensiesector. Een andere mogelijkheid is volgens de Commissie het versoepelen van bestaande beperkingen, zoals mededingingsregels of regels voor voorfinanciering en medefinanciering.

De vierde pijler betreft leningen van de Europese Investeringsbank (EIB).

De EIB en haar aandeelhouders (de lidstaten) hebben zich herhaaldelijk uitgesproken tegen verdere maatregelen om kredieten puur voor de militaire sector te verlenen; ze geven de voorkeur aan leningen voor producten voor tweeërlei gebruik. De Commissie dringt er dan ook op aan om het beleid van de EIB te wijzigen.

De vijfde pijler betreft het vrijmaken van particulier kapitaal.

Het doel is om de toegang van defensiebedrijven tot kapitaal/financiering – een terugkerend probleem voor de sector – te optimaliseren. Dit idee zou moeten worden opgenomen in de Commissiemededeling over een “spaar- en investeringsunie”.

Marcin Nowacki, lid van het EESC en rapporteur van het advies Defensiefinanciering in de EU, somt de aanbevelingen van het EESC op om de veiligheid van de EU te vergroten. Nu de bedreigingen voor de veiligheid toenemen en allianties verschuiven, pleit het EESC voor een uniform en robuust EU-defensiemechanisme. Europa kan niet meer zo sterk afhankelijk zijn van wapenleveranciers van buiten de EU, zoals nu het geval is. Maar het gaat er niet alleen om méér uit te geven, het gaat er ook om verstandig en efficiënt uit te geven.

Marcin Nowacki, lid van het EESC en rapporteur van het advies Defensiefinanciering in de EU, somt de aanbevelingen van het EESC op om de veiligheid van de EU te vergroten. Nu de bedreigingen voor de veiligheid toenemen en allianties verschuiven, pleit het EESC voor een uniform en robuust EU-defensiemechanisme. Europa kan niet meer zo sterk afhankelijk zijn van wapenleveranciers van buiten de EU, zoals nu het geval is. Maar het gaat er niet alleen om méér uit te geven, het gaat er ook om verstandig en efficiënt uit te geven.

Door Marcin Nowacki

Nu Europa wordt geconfronteerd met een snel veranderend geopolitiek landschap, rijst een belangrijke vraag: hoe kan de Europese Unie haar veiligheid waarborgen in een wereld die steeds onzekerder wordt? In het advies Defensiefinanciering in de EU presenteert het EESC een uitgebreide routekaart om de veiligheid van de EU te vergroten en zich voor te bereiden op zowel huidige als toekomstige uitdagingen.

Door Marcin Nowacki

Nu Europa wordt geconfronteerd met een snel veranderend geopolitiek landschap, rijst een belangrijke vraag: hoe kan de Europese Unie haar veiligheid waarborgen in een wereld die steeds onzekerder wordt? In het advies Defensiefinanciering in de EU presenteert het EESC een uitgebreide routekaart om de veiligheid van de EU te vergroten en zich voor te bereiden op zowel huidige als toekomstige uitdagingen.

Dit advies komt op een moment waarop de veiligheidsdreigingen escaleren. Centraal in het advies van het EESC staat de oproep voor een uniform en robuust EU-financieringsmechanisme voor defensie. De huidige financieringsstructuren zijn ontoereikend en verandering is noodzakelijk. Zonder een meer gecoördineerde aanpak van defensiefinanciering dreigt de EU achterop te raken bij de bescherming van haar belangen. Een van de punten van zorg die in het advies worden genoemd, is het feit dat “78% van de 75 miljard EUR die de EU-landen aan overheidsopdrachten op defensiegebied hebben besteed, naar leveranciers van buiten de EU is gegaan", zoals staat te lezen in het verslag van de Commissie over de toekomst van het Europese concurrentievermogen. Deze toenemende afhankelijkheid van externe leveranciers mag niet worden genegeerd.

Het gaat er echter niet alleen om méér uit te geven, het gaat er ook om verstandig en efficiënt uit te geven. Het EESC beveelt aan de coördinatie tussen de EU en de NAVO te versterken, meer geld uit te trekken voor initiatieven als het Europees Defensiefonds (EDF) en de Europese Vredesfaciliteit (EPF), en de nadruk te leggen op gezamenlijke aankopen om middelen te stroomlijnen en de kosten te verlagen. Bovendien pleit het EESC ervoor dat de Europese NAVO-leden ten minste 2,5% van hun bbp aan defensie besteden, een stap die het antwoord van Europa op de huidige geopolitieke dreigingen zou versterken. Deze hogere uitgavendoelstelling zorgt ervoor dat de Europese NAVO-leden effectiever bijdragen aan de collectieve veiligheid en tegelijkertijd de volledige soevereiniteit over hun strijdkrachten behouden.

Ook initiatieven als de verordening ter ondersteuning van de productie van munitie (Act in Support of Ammunition Production – ASAP) en de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (Edirpa) zijn essentieel om de defensievermogens van de EU te versterken. Deze inspanningen zullen Europa in staat stellen de middelen doeltreffend te bundelen en zowel militaire als civiele paraatheid te waarborgen.

Technologische vooruitgang, met inbegrip van artificiële intelligentie, drones en cyberbeveiliging, wordt steeds belangrijker voor de nationale veiligheid. Het EESC hamert op het belang van investeringen op deze gebieden om opkomende bedreigingen voor te blijven. Samenwerking tussen de publieke en private sector is de sleutel tot innovatie, met name op het gebied van AI, drones en cyberbeveiligingssystemen.

In het advies wordt ook gepleit voor een veerkrachtige Europese defensie-industrie en een sterkere samenwerking tussen bedrijven, kleine en middelgrote ondernemingen en overheden. Door innovatie te stimuleren en ervoor te zorgen dat Europa concurrerend blijft, wordt de afhankelijkheid van externe leveranciers verminderd en wordt een meer zelfvoorzienende defensie-industrie opgebouwd.

Bovendien mogen we de regionale initiatieven binnen de EU niet vergeten. Door de regionale samenwerking te versterken kunnen defensiestrategieën beter worden afgestemd op de specifieke veiligheidsbehoeften van verschillende lidstaten. Deze aanpak zorgt ervoor dat regionale problemen adequaat worden aangepakt binnen het bredere EU-kader.

Het versterken van de defensie van de EU gaat niet alleen over veiligheid, maar ook over het hooghouden van de waarden van de EU. Wij zijn van mening dat de EU, door de in ons advies uiteengezette routekaart te volgen, haar toekomst kan veiligstellen en haar vrede en economische belangen kan beschermen.

Nieuwe regels voor grensoverschrijdende handhaving tegen oneerlijke handelspraktijken

Document Type
AS