European Economic
and Social Committee
Breadcrumb
- Home
- Current: Aurélie Vauthrin-Ledent: Ja, cultuur is ontegenzeglijk essentieel!
Aurélie Vauthrin-Ledent: Ja, cultuur is ontegenzeglijk essentieel!
Aurélie Vauthrin-Ledent: Ja, cultuur is ontegenzeglijk essentieel!
Ik ben nu 40, en sinds mijn geboorte op 28 maart 1981 is het woord “essentieel” nog nooit zo vaak in verband gebracht met het woord “cultuur” als tijdens deze gezondheidscrisis - die tegelijk een economische crisis is. Het moge duidelijk zijn dat deze crisis een enorme paradigmaverschuiving teweeg zal brengen en onze hele samenleving op losse schroeven zet.
Het woord “essentieel” deed zijn intrede omdat wij, de cultuursector, werden weggezet als “niet-essentieel”. En juist daarom, omdat wij het etiket “niet-essentieel” kregen, is een zaadje ontkiemd en is de onstuitbare en onverbiddelijke opmars naar een bredere en diepere bewustwording begonnen.
Tegen alle verwachtingen in staan de kunst- en cultuursector, die naar de achtergrond waren verdreven, nu weer in de schijnwerpers, wat niet alleen bevreemding wekt maar vooral een bittere nasmaak achterlaat.
Ik ben een vrouw die van en voor cultuur leeft. Ik ben actrice, zangeres, regisseuse, auteur, lerares Frans en theater, ik geef Franstalige Belgische toneelstukken uit, voer de regie van een festival en heb een bijzondere voorliefde voor beeldende kunsten, decorontwerp en bewegings- en danskunst. Ik ben niet bang om de handen uit de mouwen te steken en allerhande karweitjes op te knappen, ook al gaat het om werk dat in de ogen van velen minderwaardig is. Dat ik niet bang ben om te werken heeft me gemaakt tot wie ik ben. Dat is de belangrijkste les die mijn ouders me hebben bijgebracht. Maar cultuur is mijn derde ouder. Uiteindelijk is het de cultuur die mij heeft gekneed en mij tot in de kern van mijn wezen heeft veranderd: cultuur heeft mij de ogen geopend, heeft ervoor gezorgd dat ik me ontwikkelde, mezelf opnieuw uitvond en bij tijden in een emotionele achtbaan terechtkwam, maar bovenal heeft cultuur mijn hart beroerd. Mijn mooiste reizen heb ik te danken aan de bovenwereldse klanken van een cello die mijn ziel deden trillen, aan Shakespeare die zijn publiek betovert en doet wegdromen, aan de nimmer eindigende reeks toevallige ontmoetingen met mysterieuze schilderijen. En wat te denken van de wondere wereld van het toneel, die veel verder reikt dan een bepaalde scene of tekst, even divers als complex is, en waarin zowel poppenspel als improvisatie en woord- en bewegingskunst hun plaats hebben. Het theater telt evenveel verschillende disciplines en takken als de geneeskunde.
Vanzelfsprekend ligt sinds een jaar alles stil, een situatie waar de sector zwaar onder gebukt gaat. Naast de psychologische schade zijn er ook de zware financiële verliezen nu alle voorstellingen zijn afgelast. De meeste mensen zijn zich er niet van bewust wie er allemaal bij een voorstelling betrokken is. Niet alleen zijn er de auteurs, regisseurs, acteurs, kostuumontwerpers, toneelschrijvers, licht- en geluidtechnici, decorbouwers, decorontwerpers, grimeurs, assistenten en vele andere beroepen, ook bij de pre- en de postproductie komt heel wat kijken: distributie, communicatie, promotie, onthaal van toeschouwers, reserveringen, en noem maar op.
Daarnaast mogen we niet vergeten hoezeer het publiek zelf onder deze situatie te lijden heeft, en dat is misschien wel het allergrootste probleem. Mensen nemen nu hun toevlucht tot Netflix of boeken en stellen zich al te snel tevreden met deze gemakzuchtige en uniforme vorm van cultuur. Zij zien zich gedwongen thuis te blijven en kunnen er niet langer voor kiezen om zich vanuit een rode pluchen fauteuil onbekommerd te laten meevoeren op een verre reis, samen te lachen of weg te dromen.
En wat is het pijnlijk om onze honger naar kennis niet te kunnen stillen, nu we het moeten stellen zonder de cultuur, die ons toch de beste levenslessen leert!!!
Waar het om gaat is echter dat de term “essentieel” nu in verband wordt gebracht met de cultuursector, juist omdat onze leiders ons in eerste instantie volkomen onterecht het etiket “niet essentieel” hebben opgeplakt. Ik ben vandaag dan ook niet opstandig, verre van, ik koester de krankzinnige hoop - maar is hoop niet altijd krankzinnig? -, een hoop die door niets of niemand aan het wankelen kan worden gebracht, dat iedereen binnen afzienbare tijd eens en voorgoed zal gaan inzien dat wie “cultuur” zegt, ook “essentieel” zegt.
Ze wilden ons begraven, maar hebben ons zo juist weer tot leven gewekt, meer dan ooit is cultuur springlevend ... dat zal weldra duidelijk worden, daar ben ik vast van overtuigd. Na deze crisis zal cultuur in alle opzichten onaantastbaar blijken te zijn.
Aurélie Vauthrin-Ledent